Tachtig jaar geleden: de eerste medaille voor Alpijnse ski

christl_cranz_sammlung_blumenthal_marktarchiv_garmisch_partenkirchen_gal_05_n.2050749Tachtig jaar geleden werd de eerste Olympische medaille voor Alpijnse ski uitgereikt. De proef in Garmisch-Partenkirchen (Beieren) bestond uit een combinatie (op punten) van een slalom en een afdaling en werd gewonnen door de Duitser Franz Pfnür, vóór zijn landgenoot Gustav Lantschner en de Fransman Emile Allais. Geen Zwitsers of Oostenrijkers dus en dat is ook logisch, want in de filosofie om zich enkel tot liefhebbers te richten, werden ook skimonitoren van de competitie uitgesloten en dat namen de Zwitserse en Oostenrijkse bond niet. Er was meteen ook al een competitie voor vrouwen en daar ging de medaille ook naar een jonge Duitse: de 21-jarige Christl Cranz (foto), die in de jaren dertig van de 20e eeuw het alpineskiën bij de vrouwen domineerde. Zo werd ze twaalf keer wereldkampioene skiën, op zowel de afdaling 3x, slalom 4x en combinatie 5x.

De allereerste skifilm in Hollywood is “Ski Patrol” uit 1940, dat eigenlijk een oorlogsfilm is. Datzelfde jaar was er echter reeds “The Two-Faced Woman” van George Cukor, waarin Greta Garbo de skilerares is van miljonair Melvyn Douglas. Het is een beetje onbegrijpelijk waarom deze “sophisticated comedy” flopte, maar het zette alleszins de toon voor wat komen zou.
In Europa was er in de jaren vijftig de Oostenrijkse skikampioen Toni Sailor, die zich na zijn carrière ook aan een filmloopbaan waagde.
Ondertussen waren in de VS de surffilms enorm populair, vooral dan met Frankie Avalon. Toen de povere filmscripts uitgeput waren (of was het het carbonpapier?), schakelde men over op films als “Ski Party”. Zelfs The Beatles werden in “Help” op ski’s gezet. Ringo: “Wij konden helemaal niet skiën. Richard Lester zette ons af boven op een berg en gaf ons daarna een duw!”
Het dieptepunt in de reeks skifilms was “Last of the ski bums” met ene Ron Funk. Maar juist als men dacht dat men nu wel “the pits” had gezien, kwam de enige “bezienswaardige” Hollywoodfilm over skiën uit, namelijk “Downhill Racer” van Michael Ritchie uit 1969, met in de hoofdrol Robert Redford. Buiten deze onmiskenbare troefkaart was een deel van het succes ongetwijfeld ook te wijten aan het feit dat skikampioen Joe Jay Jalbert al skiënd de actieshots maakte. Toch hebben cynici lange tijd beweerd dat de enige reden voor het succes van deze film was dat de Amerikanen enkel op film in staat waren een gouden medaille te behalen in het skiën. Het zou immers duren tot Bill D.Johnson in 1984 in Sarajevo vooraleer de wensdroom zich ook echt zou realiseren.
Op filmgebied verviel men met “The Ski Bum” uit 1971 opnieuw in de oude kwalen van weleer. Met een knipoog naar de titel werd er wel eens gezegd dat deze film enkel tot doel had te bewijzen dat het achterste (the bum) van Charlotte Rampling er beter uitzag in skipak dan dat van Britt Ekland in een net eerder verschenen spionagefilm, waarin ook veel geskied werd. In spionagefilms is skiën overigens een vaak gebruikte “sideline” en men mag misschien wel zeggen dat het beste skifragment ooit de openingsscène uit de Bond-film “The spy who loved me” is.
Daarna volgde “The Snow Job” met in de hoofdrol Jean-Claude Killy die geacht wordt de grootste skiër aller tijden te zijn geweest (op dit moment zit hij in de organisatie van de Ronde van Frankrijk). De credits dat “all of Jean-Claude Killy’s skiing was done by himself” was dan ook lichtelijk overbodig. Helaas deed hij ook “all the acting”. Voor de eerste en meteen ook de laatste keer.
In 1975 was er “The Other Side of the Mountain”, het typische Hollywood-relaas van het authentieke verhaal van de revalidatie van de skivedette Jill Kinmont (gespeeld door Marilyn Hassett), die in 1955 haar nek had gebroken. De tranerige “wedergeboorte” was zo succesvol dat er in 1978 een heuse sequel volgde, die uiteraard – zoals het past – geweldig flopte.
Ondertussen deden ook kunstfilmers gretig mee aan het genre, zij het dan meer in documentaire vorm. Zo was er “Die Grosse Ekstase Des Bildschnitzers Steiner” van Werner Herzog (die “Bildschnitzer” was inderdaad tegelijk ook een schansspringer) en “De man die de Everest afskiede” (ik bespaar jullie de Japanse titel) van Yuichiro Miura. Deze laatste won zelfs een oscar in 1976. Voor volharding ongetwijfeld.
In 1978 maakt Rock Hudson zich nog eens belachelijk in “Avalanche” als hij op ski’s Mia Farrow tracht binnen te doen. Of althans toch te doen alsof. En in 1979 was er “Les bronzés font du ski”, een komedie van Patrice Leconte met Michel Blanc, Josiane Balasko en Gérard Jugnot. Nadat ze het jaar voordien samen de vakantie doorbrachten in Afrika, gaan acht vrienden op wintersport in Val d’lsère. Het bonte gezelschap logeert in een flat die Robert, één van hen, heeft gehuurd. Tijdens hun vakantie spelen er zich heel wat liefdesperikelen af. Zo krijgt Jean-Claude, een echte versierder, dolgraag les van één van de ski-monitrices. Popeye, een don juan, kampt met echtelijke problemen en Christiane lijkt eindelijk de liefde te hebben gevonden bij een zestiger…
Met “Ski Patrol” uit 1989 dacht men dat de cirkel rond was (aangezien deze film dezelfde titel droeg als de eerste), maar in 1993 was er dan toch nog “Aspen Extreme”, waarin twee studenten besluiten zich op het skiën te werpen. De ene slaagt en krijgt als prijs een mooie erfgename, terwijl de andere zich in de witte sneeuw (cocaïne) stort en omkomt in een… avalanche, inderdaad. Hollywood in een notedop.
Shannen Doherty, die zelf voortdurend in het middelpunt van de belangstelling van de schandaalpers staat, zou in 1994 de rol vertolken van Tonya Harding, de schaatster wier ex-man de knie van een concurrente (Nancy Kerrigan) verbrijzelde. Uiteindelijk werd deze laatste in de TV-film “Tonya and Nancy: the inside story” van Larry Shaw vertolkt door Alexandra Powers, terwijl Heather Langenkamp gestalte gaf aan Kerrigan. Misschien kon Doherty niet schaatsen?
Films over skiën gaan ook met hun tijd mee. Zo gaat “Out cold” eigenlijk over snowboarden. En om het helemaal compleet te maken, signaleer ik ook even de “realitysoap” over het Vlaamse bobslee-team dat wordt klaargestoomd voor de Olympische Spelen. Over bobsleeën gesproken, de beroemdste (én grappigste) bobsleefilm is natuurlijk “Cool runnings” van Jon Turteltaub uit 1993. Veel minder om te lachen is dat stuntman Paolo Rigoni het leven liet tijdens het filmen van de bobsleescène in de Bond-film “For your eyes only” (1981).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s