De Hongaarse dirigent Ivan Fischer viert vandaag zijn 65ste verjaardag.

Iván Fischer werd in zijn geboortestad Boedapest opgeleid tot pianist, violist en cellist en studeerde daarna compositie. Vervolgens verhuisde hij naar Wenen om orkestdirectie te studeren bij Hans Swarowsky. Hij was twee seizoenen assistent van Nikolaus Harnoncourt bij het Mozarteum in Salzburg. Zijn specialiteiten zijn zo uiteenlopend als de muziek van Bach, Mozart, Brahms, Mahler en Bartók.
Toen hij in 1976 een dirigentenconcours in Londen won, was dat de start van een internationale carrière. Sindsdien stond hij voor het BBC Symphony Orchestra, het London Symphony Orchestra, het Los Angeles Philharmonic Orchestra, de Berliner Philharmoniker, de Münchner Philharmoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest en vele andere orkesten.
In 1983 richtte hij samen met pianist-dirigent Zoltán Kocsis het Boedapest Festival Orkest op, waarvan hij nog steeds chef-dirigent is. Het feit dat dit orkest slechts een beperkte periode per jaar optreedt, geeft Fischer, die in Amsterdam woont en vloeiend Nederlands spreekt, de mogelijkheid om als gastdirigent vele andere orkesten te blijven dirigeren.
Over het vak als zodanig zegt hij in De Morgen van 8/9/1995 dat het systeem “de kunst in de orkestmusici onderdrukt. Ze worden noodgedwongen vernederd tot een soort ambtenaren. (…) De orkestmusicus heeft geen verantwoordelijkheid, hij moet zich alleen maar aan alles en iedereen aanpassen (…). Er blijft bijna geen ruimte over voor eigen expressie, voor wat men als kunstenaar in zichzelf zoekt. Musici worden in conservatoria als kunstenaars opgeleid, maar daarna moeten ze in een orkest zitten en hebben ze niets meer te zeggen. Ik denk dat het daardoor is dat orkesten vaak zo vervelend klinken.”
“Er wordt nu bijna nooit meer gepraat over de muzikaliteit van een orkest, maar altijd over de verschillende klank van orkesten. Men herkent de klank van de Wiener Philharmoniker of zo. Ik vind de klank persoonlijk minder belangrijk, dat is maar een instrument. Belangrijker is de muzikale ervaring, het zoeken naar inhoud. De inhoud van de muziek is veel belangrijker dan de klank van het orkest. Klank is vergelijkbaar met het soort rood dat een schilder gebruikt. Maar eigenlijk gaat het om wàt hij daarmee schildert. En dat verdwijnt langzaam uit de orkestwereld, omdat de creativiteit verloren is gegaan.”
Ivan Fischer staat onder contract bij de Nederlandse platenmaatschappij Channel Classics Records. Een fantastisch label, maar toch met een (volgens mij) typisch Nederlands mankement: het CD-boekje is in drie talen (Engels, Frans en Duits) maar niet in het Nederlands. Dat is toch het geval bij mijn exemplaar van Fischers versie van Beethovens “Rock’n’roll”-symfonie (*). Het is een prachtige uitvoering. Mijn vrouw vroeg me bij het beluisteren: “Dat is zeker Jos Van Immerseel?” (ook een Channel Classics-musicus trouwens) en in ons idiolect is dat een Zeer Groot Compliment. Ik vind wel dat de CD op een eigenaardige manier werd aangevuld, namelijk met het adagio uit het eerste klarinetconcerto van Weber (met Akos Acs als solist), de “sinfonia” (zeg maar “ouverture”) van “L’Italiana in Algeri” van de amper 21-jarige Rossini en het rondo uit de vierde symfonie van de mij totaal onbekende Nederlander Johann Wilhelm Wilms (1772-1847). Uit het CD-boekje leer ik (wat ik eigenlijk al vermoedde) dat het hier allemaal werken betreft uit dezelfde periode en het is eigenlijk vooral de bedoeling om te illustreren hoe revolutionair Beethoven dan wel was t.o.v. zijn confraters. In tegenstelling tot wat men misschien zou verwachten, werd de symfonie zeer goed ontvangen door de luisteraars (de nochtans zestien jaar jongere Carl Maria von Weber daarentegen vond dat de componist rijp was voor het krankzinnigengesticht). Persoonlijk vind ik het wel verrassend dat juist het “valse trage” tweede deel (allegretto) moest worden “gebist” en niet het derde of het vierde deel.
De vader Sándor, de broer Ádám en de neef György van Ivan Fischer zijn ook dirigenten. Zijn dochter Nora is sopraan.

(*) De zevende (1812). Eén van Beethovens symfonieën die geen “roepnaam” hebben, vandaar dat ik deze benaming daaraan heb gegeven omwille van de vele stemmings- en ritmewisselingen en natuurlijk het swingende derde en vierde deel. Enkele jaren terug kreeg ik telefoon van de intendant van een Nederlands orkest (ik ben jammer genoeg vergeten welk orkest het precies was) met de vraag of hij deze benaming mocht overnemen in de brochure voor het programma waarbij het orkest deze symfonie zou uitvoeren. Jammer genoeg heb ik die brochure nadien niet te zien gekregen en evenmin weet ik of de benaming ondertussen ingang heeft gevonden. Dat zou ik alleszins fantastisch vinden. Dus als iemand hiervan “bewijzen” heeft, graag!

P.S. Ook Fischer schrijft in het CD-boekje: “What would it have been like to hear Beethoven’s seventh symphony at the first performance? (…) How did they respond to the finale’s obsessive rhythmical drive which must have seemed like the rock music of the nineteenth century?” De CD dateert van 2008. Mijn eigen benaming is ouder, maar dat fameuze telefoontje kwam dan weer later.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.