Andrei Platonov (1899-1951)

Àíäðåé ÏëàòîíîâMorgen zal het al 65 jaar geleden zijn dat de Zuid-Russische auteur Andrei Platonov is gestorven. Hij bleef door allerhande tribulaties vrij onbekend voor het eigen publiek en bereikte ons pas laat via vertalingen. Zo wordt hij, ongetwijfeld toch een belangrijk schrijver, niet eens vermeld in die klassieker onder de Russische literatuurgeschiedenissen hier te lande, « Van nitsjevo tot chorosjo » van Johan Daisne. Het in 1987 in vertaling verschenen werkje « Dzjan » (= ziel, leventje) van 1935 mocht pas in 1964 gepubliceerd worden. Te laat voor Daisnes anthologie, die in 1948 het licht zag, en te laat voor de auteur die dit meesterwerkje niet in druk heeft gezien.

Platonov schreef nog twee andere romans, « Tsjewengoer » en « De bouwput ». Trouw aan de ideeën van het socialisme, wist Platonov telkens weer de vinger in de wonde te steken wanneer de praktijk hem niet leek aan te sluiten bij de theorie die hij vurig verdedigde. En via zijn literaire werk dat hij combineerde met de taak van ingenieur, draaide hij die vinger nog eens extra rond.
Het verschijnen van « Tsjewengoer » werd in 1929, toen het boek al gezet was, plots tegengehouden. Perscampagnes deden hem de das om, vooral wanneer hij in een tweestrijd verkeerde om als schrijver op wantoestanden te reageren, maar om anderzijds loyaal te blijven aan de jonge Sovjetstaat die hij met vuur en radicaal verdedigde, vooral in zijn ideaal om tot een collectief te komen, om « een eenheidsorganisme te bereiken dat de hele aarde bedekt, één enkele strijder met één vuist tegen de natuur ».
« Dzjan » speelt in een bijna abstracte, tijdloze ruimte van woestijn, moeras… Platonov wil hier een model creëren van het geluk voor velen. Uit een vergeten volkje dat leeft, of beter totaal wegkwijnt, in de moerassen, zich nauwelijks van het begrip ‘leven’ bewust, komt Tsjagatajev, die een opleiding krijgt in Moskou en naar zijn volk wordt teruggestuurd om het uit zijn wanhopige koortsdroom te redden en hen menselijkheid en geluk te brengen. In soms hallucinante, nachtmerrieachtige taferelen leidt hij het handvol dat rest van het volk en dat zijn inspanningen overleeft, weg van de ondergang die in hun collectieve non-existentie besloten lag. Hij redt hen, maar zijn echte doel om een gemeenschap van geluk te bouwen, mislukt: de individuele vrijheid blijkt tenslotte een voorwaarde om het geluk, ook het gemeenschappelijk geluk, te realiseren.
Dit is de originele versie. Platonov zelf heeft terwille van de censuur een tweede versie geschreven, die tenslotte aan de ideeën van het regime te weinig toegevingen bevatte om gedrukt te kunnen worden. Een hallucinant werkje dat idee en praktijk, en de conflicten tussen beide in het communistische ideaal, literair en filosofisch scherp stelt.

Referenties
Johan de Belie, De Russische ‘ziel’, De Rode Vaan, december 1987
Andrei Platonov, Dzjan, Pegasus, Amsterdam, 1987, 136 blz. (vert. J.Braaf; commentaar T.Langerak)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.