Karel Poma (1920-2014)

200px-Poma_Karel_070428Vorig jaar zijn op korte tijd twee politici gestorven die mijn jaren op De Rode Vaan hebben gekleurd. Op tweede kerstdag verdween Leo Tindemans, “de premier die soms naar huis gaat” (“Vlaanderen boven”, Raymond Van het Groenewoud), maar veel heb ik over hem niet te vertellen, ook al was Albert “Berreke” De Coninck zijn buur in Edegem en wist die dus soms wel een grappige anekdote op te delven. Daarna was het echter de beurt aan de liberaal Karel Poma en die was in mijn RV-tijd minister van cultuur en dus ook vaak kop van jut als het erop aan kwam het cultuurbeleid uit die jaren onder de loep te nemen. Zo druk ik hieronder het stuk “Poma versmacht het Vlaamse theater” af uit 1985, maar in 1988 speelde hij ook een belangrijke rol in de teloorgang van de toenmalige Opera voor Vlaanderen, waarover ik ook uitvoerig heb bericht

26 luc philipsBij de toekenning van de nieuwe subsidieregeling voor het seizoen 85-86 werden vier theaters van de lijst geschrapt. Met name het NVT, EWT en de theaterwerkgroep Tentakel, alle drie uit Antwerpen en het Brusselse Brialmonttheater. Sinds enkele jaren is het globale subsidiebudget (ongeveer 450 miljoen Bef) voor het theater in Vlaanderen niet meer verhoogd. Dit komt voor alle theaters neer op een feitelijke inlevering gezien hierdoor geen groeimogelijkheden bestonden voor wat werkingskosten, aantal artistieke functies, enz. betreft. Het betekent ook dat aantredende gezelschappen in de quasi onmogelijkheid verkeren om in aanmerking te komen voor een erkenning. De faciliteiten die de theaters kregen door beroep te kunnen doen op BTK- en DAC-projecten, leidden in menig gezelschap tot de toestand dat deze tijdelijken mensen gingen vervangen die tot dan toe in vaste loondienst stonden. Vooral bij die gezelschappen die het met een kleine toelage moesten stellen.
Nu de pot voor het nieuwe seizoen opnieuw verdeeld is werd voor de A-gezelschappen, die met eerste plan-acteurs werken, automatisch rekening gehouden met de verhoogde loonindexatie die mee verrekend is in de meersubsidie. Een normale toestand, aangezien dit verworven recht voor iedere werknemer in vaste loondienst, uiteraard ook voor beroepsacteurs van toepassing is. Toch wordt dit recht door o.a. Tentakel ten overstaan van de vakbonden in vraag gesteld omdat dit met een jarenlang status-quo van het budget een verschuiving betekent van de subsidies naar de A-gezelschappen en dit ten koste van o.a. de D-gezelschappen (vormingstheater), wat een nefaste invloed heeft op de tewerkstelling en het bestaan zelf van die theaters. Het mag duidelijk zijn dat zonder een forse verhoging van het budget deze trend zich zal verderzetten en straks meer gezelschappen met een beperkte toelage, deze zullen geschrapt zien.
Vanzelfsprekend is dit niet de hoofdreden voor het wegsaneren van vier theaters. Poma laat zich adviseren door de Raad van Advies voor Toneelkunst (RAT). Dit orgaan dat in gesloten zitting vergadert en tevens de zwijgplicht kent is niet vrij te pleiten van enige belangenverdediging. Niet zozeer ter bescherming van het beroep, eerder omdat 11 van de 13 leden die er zitting in hebben ofwel theaterdirecteur zijn of deel uitmaken van de raad van beheer van een theater.
Gezien het hier alleen om een advies gaat zijn haar beslissingen geenszins bindend voor de uiteindelijke beslissing van de verantwoordelijke minister. Toch verschuilt Poma zich achter die RAT, ervan uitgaande dat die competent en bevoegd is om de criteria zoals ze bepaald zijn in het theaterdecreet strikt toe te passen. Op die manier wordt de RAT rechter en begunstigde, en wordt hij ook eerder als een « Tribunaal » dan als een adviesorgaan ervaren in de theatermiddens. De RAT hanteert criteria zoals een artistiek en commercieel verantwoord beleid voeren, de eigen dramaturgie bevorderen en voldoende voorstellingen halen zoals die binnen het decreet werden opgelegd voor de diverse categorieën van gezelschappen (van A tot D).
Nieuw Vlaams Theater : « Geld van de overheid aangewend om te investeren in de toekomst… »
Nu mag het merkwaardig heten, maar precies twee gezelschappen die hun subsidie geschrapt zagen, Tentakel en het Nieuw Vlaams Theater (NVT), houden zich omzeggens met niets anders bezig dan de eigen dramaturgie. Voor het NVT is dit zelfs een beleidsoptie. In die zin is het NVT uniek in Vlaanderen. De hypocrisie van Poma stijgt dan ook helemaal ten top wanneer hij in een woord vooraf van het boek « Voo reen eigen dramaturgie » dat het NVT in ’83 uitgaf naar aanleiding van 10 jaar NVT zegt, wij citeren : « Het NVT creëert tevens de mogelijkheid om talent dat zich niet meteen manifesteert of het grote publiek aantrekt, meer dan één creatie aan te bieden. Op die manier wordt het geld van de overheid aangewend om te investeren in de toekomst ». En hij besluit : « Als beleidsverantwoordelijke minister, die het theater in het algemeen en het NVT in het bijzonder een goed hart toedraagt, kan ik deze publicatie dan ook van harte toejuichen ».
In een « getelefoneerd » artikel geeft Bert Verhoye in « Het Laatste Nieuws » van 12 juni de argumenten van de RAT weer, via een verslag van een radio-interview dat van zijn collega Hugo Meert, ondervoorzitter van de RAT, werd afgenomen door Hélène Ballings. Hieruit blijkt dat de RAT aan het NVT de raad had gegeven zich tot één productie per seizoen te beperken « om zo de laboratoriumopdracht terdege te vervullen ». Men was immers van oordeel dat vier nieuwe Vlaamse producties per jaar financieel noch artistiek haalbaar waren.
Directeur Will Beckers heeft — aldus nog steeds Meert/Verhoye — dit advies genegeerd. Dit kwam hem duur te staan want de eerste productie diende te worden afgevoerd, de tweede werd geliquideerd net voor de première en we moeten toegeven dat datgene wat uiteindelijk toch op de planken te zien was (« De Slangentros » van Luk van Brussel) eigenlijk wel een beetje « teleurstellend » was, zoals we in de rv nr 24 schreven.
Nochtans is dit precies wat wij een « laboratoriumfunctie » zouden willen noemen. « Iets waarvoor helemaal geen ruimte werd gelaten binnen het theaterdecreet », zoals Johan de Belie schreef (in de rv nr 11 van 1984), eveneens n.a.v. die viering van tien jaar NVT. « Geen enkel gezelschap kan zich momenteel veroorloven, » betoogt hij, « een complete productie op te zetten, uit te proberen en te laten mislukken. Nee, goed of slecht, het eindproduct zal, vaak tegen beter weten in, aan het publiek gepresenteerd worden. Mislukkingen moeten op scène gebracht, het aantal voorstellingen dient gehaald, men is gebonden aan cijfers, niet aan kwaliteit ». En hij besluit : « Hopelijk gaat het NVT in het komende decennium meer middelen krijgen en kunnen zij een duidelijker profiel vinden binnen de Vlaamse theaterwereld. Omdat een eigen dramaturgie als spiegel belangrijk is. Theater dreigt al te vaak de aansluiting met onze specifieke eigentijdse realiteit te missen en bijgevolg een oppervlakkig consumptieartikel te worden. »
Het is dan ook eerder zout dan balsem op de wonde dat het NVT weliswaar nu « overbodig » is geworden in de ogen van Poma en de zijnen, maar dat de 4,4 miljoen die het werd ontnomen beschikbaar blijft voor Vlaamse creaties. Will Beckers die zich nu al meer dan tien jaar inzet voor de Vlaamse dramaturgie — hij ontving het bericht van zijn « schrapping » op de vooravond van de uitreiking van de Hippoliet Van Peene-Virginie Miryprijs die hem werd toegekend voor zijn verdiensten op dit vlak — weet dus dat hij opnieuw van nul kan beginnen, terwijl andere gabbers met zijn ter beschikking gestelde subsidie gaan lopen. Hier gelden de in syndicale middens zo bekende « verworven rechten » weer opeens niet meer…
Tentakel: « Aangenaam verrast door de nieuwe aanpak… »
Tentakel bekleedt als vormingstheater en enig reizend jeugdtheater in Antwerpen een belangrijke positie. Sinds twaalf jaar brengen zij themagericht theater in voornamelijk scholen voor middelbaar onderwijs. Eén jaar geleden kregen ze een verwittiging (rode kaart) en bij de aanvang van het nu afgelopen seizoen werd dan ook voor een andere aanpak gekozen. Samen met Lisette Mertens werd Eddy Vereycken aangetrokken om de artistieke leiding op zich te nemen. Perry Dijkstra en Bernadette Cornelissens besloten zich voor een tijdje terug te trekken om zich te bezinnen over hun jarenlange werk.
Vereycken en Mertens brachten twee nieuwe producties (« De Bink » en « Zie de Vrouwen Voorbijgaan ») die een zeer gunstig onthaal kregen in de pers en ook bij Poma. Die liet Tentakel zelfs weten bijzonder aangenaam verrast te zijn door de nieuwe aanpak. Een subsidiëring voor het volgend seizoen kon dan ook geen probleem zijn.
Wanneer Vereycken naar het NTG stapt en Tentakel op een hearing voor de RAT uiteenzet dat de nog op stapel staande projecten van Eddy Vereycken zullen worden uitgevoerd zoals voorzien, gebeurt er iets vreemds. De eindbeslissing over de erkenning voor het speeljaar 85-86, die Tentakel begin juni van Poma ontving, vermeldt als advies : « Ongunstig i.v.m. het ontbreken van duidelijke gegevens over artistieke leiding nadat gebleken was dat de opgegeven leiding van E. Vereycken niet zou doorgaan (overgang naar het NTG) ».
Vraag die Tentakel zich stelt : wie wordt er hier eigenlijk gesubsidieerd, Eddy Vereycken of Tentakel ? En men voegt eraan toe : « Vereycken is blijkbaar geen onbekende op het vasttapijt van het kabinet van Poma… ». Waarop men vanuit de Jozef II-straat repliceert dat men het lot van Tentakel weliswaar niet aan Vereycken koppelt, maar wel aan de intenties om het al dan niet over een andere boeg te gooien. Men verwijst daarvoor naar de contacten die er geweest zijn met Guy Cassiers, maar die op het veto van Perry Dijkstra zouden zijn gestrand.
Hoe dan ook, voor Tentakel blijft nog één mogelijkheid open : gebruik maken van de tien miljoen die voorzien is (dit bedrag zou ondertussen verdubbeld zijn binnen hetzelfde budget) voor éénmalige experimenten en waarvoor reeds 78 aanvragen zijn ingediend. Ook goed gesubsidieerde theaters kunnen hierop beroep doen (o.a. « 1585 » van Jan Christiaens in de KNS).
29 poma versmacht theaterEWT: « Zich afzetten tegen de veredelde frituren »
De benaming Experimenteel Werktheater (EWT) slaat op niet veel meer, want ondertussen is het gezelschap geëvolueerd naar een op amusement gericht theater, dat zich echter in Deurne in een ruimere schare fans kan verheugen. Dat was meteen het begin van het einde want directeur Geert Lunskens voelde zich hierdoor zo gestimuleerd dat hij ook nog een leegstaande bioscoop in Borgerhout aankocht om daar het Theater aan den Drink te beginnen. Helaas, Borgerhout zat hier blijkbaar niet op te wachten en het theater bleef even leeg als de bioscoop daarvoor. Op zo’n manier komt het ook vlug tot artistieke spanningen en het gevolg was dat vorig jaar het EWT reeds een rode kaart gepresenteerd kreeg.
Lunskens werd ondertussen aan de dijk gezet (al werd hij achteraf door de arbeidsrechtbank van Antwerpen in ere hersteld en kreeg hij een vergoeding van om en bij de twee miljoen frank) en vervangen door eerst een actiecomité en nadien een vriendenkring, waarvoor o.m. Walter Claessens (ex-RVT-directeur) en Marc Andries als woordvoerders optreden. Andries verwondert er zich over dat het EWT nu een subsidie van iets meer dan dertien miljoen wordt afgenomen, wegens een schuld (van een vorige directeur dan nog wel) die nog geen drie miljoen bedraagt. Andries stelt dan ook onomwonden dat het blijkbaar belangrijker is wie je kent dan wat je kunt.
Als voorbeeld haalt hij de uitdrukkelijke politieke wil aan die Poma in de Antwerpse gemeenteraad uitte om het Merksems Kamertheater van D- naar C-gezelschap te promoveren om daar dan het EWT te vervangen. « Nochtans, » nog steeds volgens Andries, « laat de programmatie van het MKT niets vermoeden dat deze bevordering rechtvaardigt ». Integendeel, de RAT bracht ook over het MKT een negatief advies uit, maar niet alleen werd dit door Poma naast zich neergelegd, hij verhoogde op de koop toe de subsidies met 400 % (van één naar vijf miljoen).
Terecht vraagt Andries zich dan ook af hoe deze regering saneert, als ze vier theaters de nek omdraait en tientallen mensen werkloos maakt (voor het EWT staan nu 28 mensen op de helling) die dan toch ten laste komen van andere departementen. Zelfs de 2,9 miljoen die het EWT nu zeker niet kan betalen gezien de boeken werden neergelegd, zijn voor 90 % schulden tegenover de staat.
Verder stelt hij zich vragen rond de zwijgplicht van de RAT die alsnog een eventuele erkenning van het EWT als D-gezelschap had kunnen goedkeuren, maar dit niet laat weten en zijn beslissing neemt op basis van een hernieuwde aanvraag om als C-gezelschap erkend te worden.
Hoe dan ook, het EWT heeft besloten verder te gaan en onderzoekt nu noodgedwongen hoe men de commerciële toer op kan gaan zonder de programmatie geweld aan te doen en ondanks het feit dat Andries zich sterk afzet tegen wat hij noemt « de veredelde frituren », wat blijkbaar de optiek is van Poma nl. om theater te combineren met restaurant-uitbating e.d.
Brialmont : « Is er in Brussel geen plaats voor twee gezelschappen die min of meer hetzelfde doen ? »
In Brussel wordt het Brialmonttheater geslachtofferd. « Toen het gezelschap afstapte van zijn jeugdtheaterfunctie, had de raad al te kennen gegeven dat de subsidies zouden verminderen, » aldus nog steeds het duo Verhoye-Meert. « Brialmont stond namelijk zeer hooggequoteerd in de categorie D als Brussels gezelschap én jeugdgezelschap ». Aangezien uit gesprekken bleek dat Brialmont het met minder niet kon redden, drong men aan op een fusie.
Eerst zocht men het in het Brusselse zelf met Het Trojaanse Paard en het BKT. Wat HTP betreft, dat is werkelijk een irreëel voorstel, zoals ook onze Brusselse correspondent Serge Govaert beaamt. Jan Decorte brengt een zeer specifieke vorm van theater en « samenwerking » is daarbij zo goed als uitgesloten, « onderwerping » ware een beter woord. Terloops willen wij er trouwens op wijzen dat HTP zelf ook met een rode kaart is bedacht (samen met Bent), wat dus wil zeggen dat men het volgende jaar anders moet aanpakken of dat ook hier de schaar wordt in gezet.
Het BKT daarentegen staat inderdaad erg dicht bij het nieuwe Brialmont — want vooraf moeten we nog eens duidelijk stellen dat Brialmont vorig jaar reeds « gezakt » was als jeugdtheater (wat we bijtreden), maar dat men het dit jaar over een andere boeg had gegooid én met succes — maar toch is een fusie ook hier niet aangewezen. Serge Govaert heeft b.v. de stellige indruk dat de twee theaters toch een uitgesproken verschillend publiek aantrekken en bovendien : « Is er in Brussel geen plaats voor twee gezelschappen die min of meer hetzelfde doen ? » zo vraagt hij zich af.
Hoe dan ook, Brialmont zag een fusie niet zitten, tenzij dan een op puur administratieve basis met het Reizend Volkstheater. Dat was dan echter weer geen alternatief voor de RAT en, eerlijk gezegd, ook wij zien dat niet zo direct zitten.
Arena : « Met dergelijke opmerkingen plaats je jezelf buitenspel… »
En dan is er nog het speciale geval van het Gentse musicaltheater Arena. Hier wagen we ons op het gladde terrein van de frauduleuze praktijken die directeur Jacques Veys worden aangewreven. Ook de liberale mutualiteiten, waar Veys een topfunctie vervulde, zouden hiervan het slachtoffer zijn. Maar aangezien in een rechtsstaat niemand schuldig is tot zijn schuld ook effectief is bewezen, zullen we hier maar stilzwijgend overheen stappen en ons enkel tot het resultaat beperken : enkele maanden geleden heeft Arena zelf de boeken neergelegd met een miljoenendeficiet en zichzelf met ingang van 1 juli ontbonden.
Tegelijk werd een nieuwe vzw opgericht (T. Arena) en diende men op de valreep nog een subsidie-aanvraag in. Het was duidelijk : op die manier hoopte men de 25 miljoen die vrijkwam van de vorige vzw toch opnieuw binnen te rijven. En als we zeggen « men », dan bedoelen we vooral Jaak Van de Velde, artistiek directeur, initiatiefnemer van de nieuwe vzw en lid van de RAT. Leden van de Raad hebben vaak een streepje voor, dat schreven we in onze inleiding al, en inderdaad, de RAT trad de mening van hun geachte medelid bij. Wat gebeurde echter ? Hier ging Poma niet op het advies in. Consternatie dus en Van de Velde die dreigt zich tot de Raad van State te wenden. Uit de Jozef II-straat kwam hierop reeds reactie : « Met dergelijke opmerkingen plaats je jezelf buitenspel » (Jaak Van de Velde in « De Gentenaar »).
Nochtans is ook binnen Arena niet iedereen zo opgezet met die nieuwe vzw. Andere werknemers verkiezen daar een fusie met het Ballet van Vlaanderen. Wijzelf hebben alvast niet onder stoelen of banken gestoken dat wij vooral artistiek een bevruchtende samenwerking daaruit verwachten, waarbij ook occasionele medewerking van de Gentse Opera niet mag worden verwaarloosd. Voorlopig zijn er echter nog geen concrete aanwijzingen hoe men de zowat dertig personeelsleden van Arena zou betoelagen binnen het Ballet van Vlaanderen. Men mag dus stellen dat per 1 augustus ook deze mensen op de keien staan.
« Meer geld voor cultuur, voor de OCMW’s of… voor straaljagers ? »
Hoe men het ook draait of keert : alles heeft te maken met geld. En dan willen we vooraf als duidelijke politieke optie nog eens stellen dat het werkelijk een schande is dat België een cultuurbudget heeft dat zich procentueel laat vergelijken met dat van een ontwikkelingsland. Helaas helpt deze vaststelling ons geen stap verder. Poma zegt dit namelijk ook te pas en te onpas. Volgens hem is het die stoute minister Geens, voorzitter van de Vlaamse Executieve, die hem, brave, cultuurminnende Poma, te weinig centen geeft om naar believen te werken.
Uiteraard slikken we deze uitleg van de achtbare minister geenszins. Uit de mond van een liberaal zijn deze uitlatingen immers je reinste hypocrisie. De geringe aandacht voor cultuur is een noodzakelijk gevolg van de neoliberale politiek om openbare voorzieningen af te bouwen en de hele welzijnssector te privatiseren. De politieke wil ontbreekt gewoonweg om hiervoor overheidsgeld vrij te maken.
We geraken er dan ook niet met te verwijzen naar het bekende feit dat het geld voor één straaljager reeds voldoende zou zijn om ettelijke mensen in de theaterwereld werk te verschaffen. Voor hetzelfde geld (sic) kan men immers ook het Agalev-standpunt inroepen, waar men bij de discussie rond de Opera voor Vlaanderen stelde dat het OCMW dit geld beter kon gebruiken.
03 ntgEn tenslotte brengt het ook niet op dat we binnen de cultuurbegroting zelf gaan vitten. De reusachtige sommen geld die naar de opera gaan b.v. zijn kleine theaters al lang een doorn in het oog, maar so what ? In het begin van dit artikel stelden we reeds dat de grote aanwas van de subsidies voor de « sterksten » op rekening van syndicale verworvenheden kan worden geschreven en wie zijn wij dat wij dit zouden afvallen ? En dat het NTG (op basis van artistieke verdiensten ?) met een stijging van 4,6 miljoen daarbij b.v. de steriele KVS met 3,7 miljoen naar een totaal van 44,4 miljoen tegenover 46,74 miljoen voor het NTG, overtreft, kan ons alleen maar plezieren, ook al hebben wij de indruk dat hard roepen in zo’n geval helpt, nietwaar Jef Demedts, maar ook Jo Decaluwe (Arca steeg van 17 miljoen naar 22,2 miljoen) ?
Volgens het liberale winstprincipe krijgen theaters die zichzelf goed staande houden er nog eens een schep bovenop. Het MMT dat binnenkort ook weer, na « De Collega’s », met « Het Pleintje » uit de BRT-ruif kan meeëten, krijgt er op die manier alweer bijna vier miljoen bij, zodat men daar reeds aan 37,32 miljoen zit, nog maar een kleine vijf miljoen verwijderd van de Antwerpse KNS !
Toch is de subsidiebedeling niet helemààl een weerspiegeling van de liberale economische politiek. Ook « bedrijven in moeilijkheden » worden wel degelijk geholpen. Terwijl de mensen van AKT-Vertikaal er b.v. zelf nog nauwelijks op hadden gerekend, krijgen ze dit jaar toch 1,5 miljoen meer (totaal : vijf miljoen). En nochtans had Daan Bauwens in zijn standaardwerk » (« Kan iemand ons vermaken ? ») reeds een volgend rekensommetje gemaakt : voor het seizoen ’77-’78 ontving Vertikaal 2,365 miljoen subsidies, terwijl ze voor 531.121 fr eigen inkomsten hadden (die 121 fr vind ik erg mooi, daar spreekt authenticiteit uit). De uitgaven bedroegen echter 3.454.422 fr voor 5.070 toeschouwers zodat de verhouding van de eigen inkomsten tot de totale uitgave 16,32 % was. Dat houdt dus in dat per toeschouwer 466,47 fr wordt betaald door de gemeenschap. Dit is vanuit elk opzicht een belangwekkend cijfer, zeker als men mag veronderstellen dat een toegangsticket in die tijd zeker niet meer dan 150 fr bedroeg (eerder zelfs 100 fr).
We hebben niks tegen Vertikaal, we geven dit enkel maar als voorbeeld. Meer geld vragen voor cultuur is één, het goed besteden is evenwel twee. Als Poma en de Raad eventueel onze eerste eis nog kunnen onderschrijven, dan zullen ze bij de tweede wel noodgedwongen moeten afhaken wegens ontoerekeningsvatbaarheid.

Referentie
Ronny De Schepper & Piet Loose, Poma versmacht het Vlaamse theater, De Rode Vaan nr.27 van 4 juli 1985

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.