Henri van Daele (1946-2010)

Het is al vijf jaar geleden dat jeugdauteur Henri van Daele in zijn woning in Kalken op 64-jarige leeftijd is overleden. De geboren Zelenaar was mij vooral bekend als de oudere broer van Annemarie die nog bij mij in de klas heeft gezeten (als leerlinge, bedoel ik).

Henri van Daele was pas sinds 1993 voltijds auteur, maar in 1983 had hij reeds de driejaarlijkse Staatsprijs voor Jeugdliteratuur gekregen. Hij trad ook buiten Vlaanderen, want zijn werken werden vertaald in het Duits, Frans, Engels, Deens, Noors, Spaans en Estlands. Op 2 november 2007 ontving Van Daele het ereteken van Ridder in de Kroonorde.
Henri Van Daele studeerde pers en communicatie in Gent en werkte als cursiefjesschrijver (b.v. “Ik, een kotmadam” uit 1971), vertaler, copywriter, journalist en schrijver voor de reeks Vlaamse Filmkes, waarvoor hij een vijftiental nummers voor zijn rekening nam.
In datzelfde jaar (1971 dus) kreeg René Struelens (1928-2003) de Staatsprijs voor Jeugdliteratuur voor “Vlucht langs de Anapoer”. In tegenstelling tot Struelens wil Van Daele niet als een jeugdschrijver gecatalogeerd worden: “Ik schrijf niet voor kinderen of voor volwassenen. Ik schrijf voor iedereen, ongeacht zijn leeftijd, die mijn verhalen wil en kan lezen.” Boeken als “Pitjemoer”, een pakkend verhaal over zijn grootvader, of “Het land achter den Tuymelaer” zijn hiervan goede voorbeelden. Of een boek nu al dan niet een jeugdboek is, is trouwens een oeroude discussie. En dan heb ik het niet over de “aanpassingen”, die klassiekers als Gulliver’s Travels, Les Trois Mousquetaires of Robinson Crusoe hebben ondergaan, maar b.v. over de boeken van Karl May. Diens western (én “eastern”, nl. over Kara Ben Nemsi) verhalen uit de 19de eeuw waren niet speciaal voor de jeugd bedoeld en zeker niet op de eerste plaats door hen gelezen. Het is pas na zijn dood, in de jaren twintig om precies te zijn, dat het lezerspubliek “jonger” werd.
Het blijft hoe dan ook een merkwaardig verschijnsel dat een beginnend auteur als b.v. Christine Aventin amper de leeftijd is ontgroeid waarop men zich normaal nog in jeugdliteratuur wentelt. Dat valt des te meer op, als je vlak daarna een boek van Henri van Daele ter hand neemt dat de vierdelige cyclus over zijn kinderjaren afrondt. Akkoord, terecht merkt de uitgever achteraan in het boek op dat « de wereld er toen heel anders uitzag… Kleiner, vriendelijker, minder druk, minder lawaaierig… Een tijd toen kinderen nog kinderen waren. » We zitten hier dan ook in het begin van de jaren vijfitg en niet in Parijs maar in een Vlaams dorp. « En een dorp was toen nog een dorp, » voegt de uitgever er een beetje ten overvloede aan toe.
Toch zie ik voortdurend Christine als een soort van ouder zusje van Henri, wanneer deze in « Een Huis met een poort en een park » zijn voorvalletjes beschrijft, « geen daverende dingen. Niets schokkende. Voorvalletjes die, als je klein bent, toch allerbelangrijkst zijn. Bladzijden waarin ieder zichzelf zal herkennen, » aldus alweer de uitgever die wel een geprefabriceerde recensie achteraan in het boek schijnt te hebben gestopt.
In « Het Huis met een poort en een park » is Henri negen jaar, zoals in « Snorrebaas »en dus een jaar ouder dan in « Het huis in de rij », maar ook een jaar jonger dan in « Het Land achter den Tuymelaer ». Met de niet « rechtlijnige » verschijningsdata is meteen ook aangegeven dat al deze boeken ook (en zelfs bij voorkeur) afzonderlijk kunnen worden gelezen.
Zoals gewoonlijk richten dit soort werken zich tot de leeftijd die ook het hoofdpersonage heeft en dan stel je vast dat Henri van Daele heel subtiel, haast onopvallend, de woordenschat van deze jongeren uitbreidt met meer poëtische, meer « gekleurde » woorden, een gegeven waarvoor hij in deze tijd waarin een nieuw soort analfabetisme ontstaat (waarin alle werkwoorden met « doen », « maken », « hebben » of « laten » worden aangegeven) nooit teveel kan worden geprezen. De geschriften van Henri van Daele kabbelen op het ritme van zijn dorp en van zijn kindertijd en zullen in overdosis toegediend dus wel eens op de heupen werken van onze computer- en Steven Spielberg-kinderen, maar als tegengif of antistof zijn ze nog altijd welkom.

Referenties
Henri van Daele, Een huis met een poort en een park (met illustraties van Gregie De Maeyer), Tielt, Lannoo, 1988, 240blz.
J.D.S., Dag Rik, De Rode Vaan nr.46 van 1988 (J.D.S. was mijn jongste zoon John, die op dat moment ongeveer de leeftijd had van de hoofdfiguur van het boek van Henri van Daele. Was hij dan een wonderkind? Welnee, ik heb die recensie zelf geschreven natuurlijk, maar omdat hij het boek gelezen had en ik hem naar zijn mening had gevraagd, vond ik wel dat hij deze eer verdiende. Overigens is de vergelijking met Christine Aventin te wijten aan het feit dat voorafgaand aan “Dag Rik” Johan de Belie “Salut Christine” had geschreven…)

63 henri van daele

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s