“Het ritsprincipe is in de poëzie nog moeilijker te hanteren dan in de politiek,” zei Piet Piryns (foto) heel terecht. Samen met Betty “Schoon ogen die vermeugt” Mellaerts presenteerde hij op zaterdagavond 9 december 2000 in de Gentse Groenzaal “Versmacht in de nacht”: twintig dichters die de twintigste verjaardag van het Poëziecentrum moesten illustreren. Bij die twintig poëten welgeteld één vrouw: Miriam Van Hee, die dan op de koop toe nog bij wijze van spreken naast haar deur optrad. Vier poëtische zangeressen moesten dan maar het evenwicht min of meer herstellen.

Met twintig dichters had men alleszins geopteerd voor de kwantiteit (boven de kwaliteit zou ik niet durven zeggen, maar toch), want zij konden op die manier elk slechts vijf minuten aan bod komen, zodat afwisseling troef was.
Niet dat al dat mannelijke geweld veel vuurwerk opleverde, want het is en blijft natuurlijk een contradictio in terminis. Dichters zijn het er allemaal roerend over eens dat een gedicht op zichzelf moet staan, dat een dichter geen verdwijntruuk (Peter Holvoet-Hanssen), geen rap (Tom Lanoye) of geen jazzmuziek (Stefan Hertmans) nodig heeft. Anderzijds zijn ze er ook allen van overtuigd dat poëzie beter aan de man (en de vrouw) moet worden gebracht. Dat happenings als deze met andere woorden noodzakelijk zijn. En ook in zo’n geval zijn ze het eens dat uren aan één stuk gedichten voorlezen contraproductief want vervelend werkt. Dan toch maar de clown uitgehangen?
Dat vond alleszins Jan H.Mysjkin die om half één ’s nachts de finale inzette. Vóór hem had enkel Geert van Istendael iets meer enthousiasme dan een beleefdheidsapplaus kunnen losweken. Om nogmaals Piryns te citeren: “Een dichter met een rock’n’roll-ziel zie je maar zelden, zeker vanavond.” Maar na Mysjkin kwamen nog Peter Holvoet-Hanssen en vooral Tom Lanoye, die er niet kon aan weerstaan om in een katholieke meisjesschool zijn heetste homogedichten voor te dragen.
In de wandelgangen hengelden alle dichters naar een poëzieprogramma op televisie, geen terugkeer naar “Poëzie in 625 lijnen”, maar “waarom doet Woestijnvis niets?” Misschien omdat Anton van Wilderode twintig jaar geleden nog kon zeggen dat “de bijbel en poëzie, dat is het waar de gewone mens naar verlangt”. Maar die gewone mens die toen nog met zijn kloefen in de klei stond, loopt nu al GSM’end door het leven!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s