Vandaag is het 110 jaar geleden dat in Dresden “Salomé”, de opera van Richard Strauss, in première ging.

Het stuk « Salomé » kende een bewogen geschiedenis. Oscar Wilde schreef het in het Frans, in 1892. In het Palace Theatre in London waren de repetities al in volle gang — Sarah Bernhardt had de hoofdrol — toen de censor een verbod uitvaardigde: het stuk mocht niet opgevoerd worden omdat er Bijbelse personages in voorkwamen. Dan werd besloten het stuk in Parijs op de scène te brengen. De Engelse recensenten spaarden hun kritiek niet.
Het stuk werd een jaar later door Wilde’s minnaar Alfred Douglas naar het Engels omgezet, overigens slecht, maar de tekeningen van Aubrey Beardsley maakten veel goed. Toch zou het nog tot 1905 duren vooraleer het stuk in Londen in première zou kunnen gaan. Wilde was toen overigens reeds vijf jaar overleden, kort nadat hij een gevangenisstraf voor “sodomie” had uitgezeten.
In tegenstelling tot Frankrijk en Engeland werd het stuk in Duitsland immens populair. Een eerste succes beleefde het in Breslau in 1901. Richard Strauss zag bij toeval een opvoering in Max Reinhardts “Kleines Theater” in 1903 met de slanke, temperamentvolle Gertrud Eysoldt en wist onmiddellijk dat “Salome” zijn volgende opera zou worden in een Duitse vertaling van Hedwig Lachmann. Het is een magistrale, zwoele partituur geworden die in een goede uitvoering zeker het beluisteren waard is.
Wat de historische achtergrond van « Salomé » betreft : het is Wilde’s persoonlijke interpretatie van de originele Bijbelteksten (Evangelie van Marcus, 5 : 14-28 en Mattheus 14 : 1-12). Daarin wordt Salomé niet met name genoemd, maar aangeduid als de dochter van Herodes. Ze wordt er door haar moeder toe aangezet het hoofd van Johannes de Doper te vragen, nadat ze voor haar stiefvader gedanst heeft. In de Bijbel is Salomé dus eigenlijk maar een tussenpersoon, terwijl ze in Wilde’s stuk zelf verantwoordelijk is voor de executie van Johannes.
img_00015Het grote twistpunt in “Salome” is altijd “de dans der zeven sluiers”, een culminatie van een dubbel kat-en-muisspel. Een spel dat wordt gespeeld door de ouder wordende koningin Herodiade en haar (tweede) echtgenoot koning Herodes, temidden van een uitzonderlijk decadent hof. Het brengt iedereen aan dat hof momenten van pikanterie, de enige momenten waarop het uit de sleur wordt gehaald die wordt veroorzaakt door een overdosering van genoegens. Kortom, een macaber feest van zinnelijke roes in de zware dierlijke geur van muscus en te midden van de exotische beloften van amber, wierook en dennegeur.
De dans van de zeven sluiers moet normaal gezien uiteraard door de titelfiguur gedanst worden, maar vroeger wilde men dat de Bianca Castafiores van dat moment niet aandoen. Met de nieuwe, slankere generatie zangeressen kan dat nu weer wel. Zoals destijds Josephine Barstow, een Engelse sopraan die er niet voor terugschrok om in 1989, toen ze de veertig reeds was gepasseerd, helemaal uit de kleren te gaan in een enscenering van Claude d’Anna in Palermo.
De opera liep in 1981 in Gent met Anne-Marie Antoine in de titelrol, maar het was vooral Brenda Roberts die, in een welhaast volmaakte regie van An Roos, met het decor, kostuums en de bewegingchoreografie van André Leclair een toneelbeeld wist te scheppen waarin men kon geloven. Kortom een vertoning die als waardemeter kon gelden voor de toenmalige K.O.G. Het viel te betreuren dat er slechts drie vertoningen waren.

Referentie
Ronny De Schepper, Salomé: een bewogen geschiedenis, De Rode Vaan nr.46 van 1981 (de recensie van de voorstelling in de Gentse opera is van een zekere F.M.; wie weet wie achter deze initialen schuil gaat: graag!)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s