Het is vandaag ook al twee jaar geleden dat de Gentse schepen en parlementariër Dany Vandenbossche is gestorven (op bovenstaande foto in het midden tussen Carlos Boerjan en Joris De Zutter). Ik heb hem vooral leren kennen midden de jaren negentig toen we allebei deel uitmaakten van een parlementaire commissie van de SP die zich over het statuut van de artiest heeft gebogen. Daarnaast heb ik hem als schepen van cultuur ook nog een persconferentie weten geven waarin ook een eventueel Gents stadsorkest ter sprake kwam. En tenslotte heb ik rond die tijd ook een gesprek gehad met zijn dochter Sherolyn, die toen in een musical in de Backstage acteerde en uiteraard moesten we het daarbij natuurlijk over haar pa hebben…

Begin 1996 legden Dany Vandenbossche en Ghislain Vermassen een wetsvoorstel neer om het statuut van de artiesten te regelen. In grote mate betrof het hier een herwerking van het voorstel Peeters & Peeters (waarbij de podiumkunstenaar in de eerste plaats een werknemer zou blijven), met dien verstande dat de mogelijkheid van een zelfstandigheidsverklaring nu wel voorzien wordt. Vandaar dat met name Dirk Diels (vzw Kultuurwerk-ACOD) die reeds langer met deze materie bezig is, dit geen goed voorstel vindt: “Hoe meer variatiemogelijkheden er zijn, hoe meer kansen men heeft dat men een slecht statuut opdringt,” aldus Dirk Diels. “Bovendien creëert dit een onsolidaire houding: als het goed gaat, stapt men immers uit het werknemersstatuut.”
Verder verzet Diels zich ook principieel tegen een toenemende freelancering van de arbeidsmarkt. Anderzijds is hij van oordeel dat men niet te snel te veel moet willen veranderen. Eigenlijk kan men nu reeds op korte termijn, zonder wetsaanpassingen, een administratiekantoor op Vlaams niveau op poten zetten, waar artiesten terecht kunnen. Hij verwijst (net als minister Martens trouwens) naar het statuut van de professionele profsporter, waarbij meteen een gewaarborgd minimum inkomen gegarandeerd is.
Ook Hugo Vandendriessche van het Lunatheater blijkt zich aan de kant van Dirk Diels te scharen. Hij vreest dat in het andere geval de artiesten in een zelfstandigenstatuut zullen worden gedwongen. Twee verschillende statuten zou ook voor een organisator problemen stellen: moet hij de zelfstandigen dan méér betalen?
Voor Stefaan De Ruyck van Blauwe Maandag is het voorstel Vandenbossche daarentegen zowat ideaal. Hij heeft er niets aan toe te voegen. Hij vindt het een uitstekende combinatie van het zelfstandigenstatuut voor wie dat verkiest en het werken met een centrale administratie voor wie het werknemersstatuut wil.
Op een debat dat ter gelegenheid van “Festibizz”, de beurs in de Kortrijkse Hallen over alles en iedereen die iets met show of spektakel te maken heeft (februari 1996), werd georganiseerd, verdedigde Johan Verminnen het standpunt van ZAMU: behoud de wet Major (artiest als werknemer), maar voeg er de mogelijkheid van een “zelfstandigheidsverklaring” aan toe, voor wie voldoet aan bepaalde normen (boekhouding b.v.). Het grootste probleem in de “bizness” zijn, volgens Verminnen, echter de tussenpersonen. Soms heeft hij de indruk dat er meer managers dan artiesten zijn…
Dienaangaande heeft ZAMU twee eisen:
1.het beroep moet gesaneerd worden – er bestaat wel al een licentie, maar dat is op dit moment een lege doos;
2.de managers zouden inhoudingsplichtig moeten kunnen zijn, dat wil dus zeggen dat zij de sociale bijdragen storten, de boekhouding voeren enz. Men zou hen op dit vlak immers kunnen vergelijken met interimbureaus.
Aangezien Vandenbossche & Vermassen met de opmerkingen van ZAMU rekening hebben gehouden, reageerde Johan Verminnen op de volgende vergadering van de werkgroep vrij positief op het wetsvoorstel.
Ook Robert Van Yper sloot zich namens de BVI (Beroepsvereniging van Impressario’s) daarbij aan. De sector is namelijk zelf voorstander van meer controle. Zo zijn er immers slechts 55 erkende impressariaten, terwijl er zo’n 3 à 400 actief zijn! Hij dringt aan op contact met minister Kelchtermans (arbeidsbemiddeling) en kondigt ook voorlichtingsvergaderingen aan i.s.m. ZAMU, omdat men wel ontwijkingsmaneuvers verwacht vanwege de artiesten zelf. Wat het verleden betreft, hoopt hij dat er geen represailles met terugwerkende kracht zullen worden genomen. De indieners moesten daarop echter antwoorden dat dit niet tot het domein van hùn voorstel behoort.
Cecilia De Moor van het VTI daarentegen had wél kritische bedenkingen bij het voorstel. Ze vertrekt daarbij van het standpunt over het wisselend karakter van de engagementen van artiesten en ze stelt dat dit wetsvoorstel het onderscheid nog verwarrender maakt. Zij vindt er namelijk zes categorieën in terug: naast ambtenaren en free-lancers, zijn er de uitvoerende kunstenaars met een langdurige arbeidsovereenkomst en die met een korte (zeg maar: één optreden) en daarnaast ook nog de scheppende kunstenaars met of zonder arbeidsovereenkomst. Daarbij bestaat er blijkbaar geen eenduidige opvatting over een “langdurige” overeenkomst, aldus Cecilia De Moor, die door Cis Kaes (SEVI) werd gecounterd met de opmerking dat deze discussie nog uit het voorstel Peeters stamt, want dat men in het huidige voorstel de term “langdurig” heeft weggelaten.
Laurette Muylaert haakt hierop in met de opmerking dat dit eigenlijk ten onrechte is gebeurd, want dat dit o.m. als gevolg heeft dat artiesten onvoldoende werkdagen kunnen opbouwen om voor de werkloosheidsvergoeding in aanmerking te komen. Voor de RVA moeten ze nù al contracten van tenminste een maand hebben. In dat geval zou de vakbond anders artiesten juist moet afraden zogenaamd “langdurige” contracten af te sluiten!
EEN GENTS STADSORKEST?
Op 20 april 1995 werd in de Bijlokefestivalhal “Les Rumeurs Souterraines” boven de doopvont gehouden. Dat gebeurde in het kader van de Gentse Stadsconcerten en dat was hoegenaamd niet toevallig, want organisator Joris De Zutter (én zijn wijnkelder, zoals hijzelf zei) lag mede aan de oorsprong van het ontstaan van het orkest. Aangezien de uitvoering van bepaalde composities vooraan staat bij zijn programmatie, stelde hij vast dat vele orkesten zich inkapselen in het gevestigde repertoire en dat die dus vijandig staan tegenover materiaal dat door een organisator wordt aangebracht. Dat is zélfs het geval binnen de barokmuziek, waarvan de wortels van de heropleving toch teruggaan tot het fameuze jaar 1968, toen muzikanten zich juist tegen de starheid van het toenmalige concertwereldje wilden verzetten. Nu behoren La Petite Bande, Anima Eterna of Il Fondamento (met alle respect voor hun internationale topkwaliteit) toch ook reeds tot de “gevestigde waarden” in de muziek en zijn die niet meer zo flexibel als het om een bepaald repertoire gaat. Tenzij men met heel veel geld over de brug komt, maar dan kan men net zo goed zélf een orkest oprichten, oordeelde Joris De Zutter en hij vond een gunstig gehoor bij Marcel Ketels, de directeur van de Gentse Kunsthumaniora en tevens als fluitist ook reeds leider van Les Ennemis Confus. Ketels speelde reeds met het idee van een barokorkest met een vaste kern, waarbij zich dan naargelang van het project bepaalde andere musici kunnen aansluiten. Zo groeide “Les Rumeurs Souterraines”, een Geuzennaam, want eigenlijk gaat hij terug op een compositie van Couperin die een hulde wil zijn aan Lully, die dan wordt gecontrasteerd met een aantal tijdgenoten die t.o.v. hem toch slechts “ondergrondse geruchten” zijn.
Volgens Joris De Zutter is het vooral de bedoeling dat het orkest zijn “laboratoriumfunctie” behoudt door zich op weinig uitgevoerd werk te storten. Marcel Ketels van zijn kant zou graag een reeks Bach-cantates tot stand zien komen. Het probleem is alleen dat het conservatorium wellicht wel bereid is deze te huisvesten, maar dat de zaal daar niet erg voor geschikt is. Is er geen enkele kerkgemeenschap die deze taak op zich neemt?
Wordt dit nu ook het Gentse Stadsorkest?” liet De Zutter zich ontvallen. Het antwoord is nee, al hebben de Stadsconcerten ook voor volgend jaar opnieuw een project van het orkest gesubsidieerd (rond Purcell). Maar door de vraag te stellen kwam meteen ook weer de “ondergrondse geruchtenmolen” op gang, aangezien Rudolf Werthen met zijn I Fiamminghi toch reeds gedurende jaren deze eretitel (en de daarbij horende subsidies) tracht binnen te rijven. Volgens schepen van cultuur Dany Vandenbossche is Werthen sedert de schepenwissel inderdaad een nieuw offensief in die zin gestart, maar is de kans klein, om niet te zeggen nihil, dat de stad op zijn vraag zal ingaan. De vraag om de administratie van I Fiamminghi in het Museum Dhaenens-Steenhuyze te vestigen, wil de schepen nog onder ogen zien, maar de subsidie-aanvraag die ermee samenhangt is veel te hoog.
Alhoewel een barokorkest als “Les Rumeurs Souterraines” ongetwijfeld veel goedkoper uitvalt, is er dus zelfs hier geen sprake van om tot de oprichting van een stadsorkest over te gaan. “Ik vraag me af of daar wel nood aan is,” aldus de schepen.
ZOON BEKE EN DOCHTER VANDENBOSSCHE SAMEN IN “DISCO NIGHTS”
Eigenlijk vonden ze het niet zo leuk dat zij er werden uitgepikt. De jonge mensen van Theater Neon vormen onder de leiding van Serge Elia een hecht collectief en Piet Beke (17) en Sherolyn Vandenbossche (20) waren van oordeel dat ze geen voorkeursbehandeling moesten krijgen omdat ze toevallig de zoon van burgemeester Frank Beke en de dochter van een ander SP-kopstuk, volksvertegenwoordiger Dany Vandenbossche, waren. Met de opmerking dat het nu eenmaal moeilijk praten is met dertig jongeren tegelijk lieten ze zich uiteindelijk toch over de streep trekken.
Bijna was het hen trouwens gelukt en waren ze gewoon een deel van het geheel gebleven. Er zijn immers meerdere koeien die Beke heten, laat staan Vandenbossche! Maar dat was buiten de trotse ouders gerekend. Politici mogen dan nog proberen op alle momenten hun “cool” te behouden, het wordt moeilijk om de ouderlijke fierheid te verbergen als zoon of dochterlief de show steelt.
“Ja, je moeder is een echte fan, hé?” zegt Sherolyn tegen Piet en, inderdaad, het is de Gentse first lady die, gewild of ongewild, de bal aan het rollen heeft gebracht. Maar vader Vandenbossche moet weinig onderdoen: hij voegde een uitnodiging voor “Disco Nights” bij zijn verkiezingspropaganda!
Laten we eerst en vooral duidelijk wezen: de vaders mogen dan al aan hetzelfde politieke zeel trekken, de kinderen zijn totaal los van elkaar bij Neon terechtgekomen. Zelfs het feit dat Piets oudere broer Jan bij Sherolyn in de klas heeft gezeten, heeft er niks mee te maken. Overigens, Jan, Piet… Je vader heeft er zijn hersenen niet echt over gepijnigd, hé Jan?
“Wil je het verhaal horen? Mijn moeder wou eigenlijk een dochter. Die zou dan An heten. Het was echter een jongen, dus werd het Jan. En toen kwam er een tweede kind. Weer geen dochter. En wat ligt er het meest voor de hand als Jan al bezet is? Inderdaad, Piet. Joris en Korneel zijn er gelukkig nooit gekomen…”
Sherolyn daarentegen is anderzijds een merkwaardige naam…
“Een vriendin van mijn moeder wilde haar kind de naam Sherilyn geven. Maar ook dat werd een jongetje. En dus vroeg mijn moeder of ze de naam mocht overnemen. Maar ze veranderde de i wel in een o. En mijn zus (23) heet Sharon en mijn broer (15) David,” voegt ze er volledigheidshalve aan toe.
Maar goed, hoe is Sherolyn bij Neon terechtgekomen? “Toen ik amper acht jaar oud was, wilde ik al zingen en dansen. En mijn moeder is toen over een advertentie van Neon gestruikeld.”
“Ik was slechts een beetje ouder,” vult Piet aan. “Op tienjarige leeftijd wou ik toneel spelen. Ik kwam echter bij een andere groep terecht, die ik hier nu niet ga noemen, en ik vond het zo’n belachelijk gedoe dat de goesting snel over was. Ik ben toen maar gaan roeien, zoals mijn broer, want ik was toen nogal aan de mollige kant. Na zes jaar waren de kilo’s eraf en keerde ik terug naar mijn oude liefde. Precies op mijn zestiende verjaardag, 9 oktober van vorig jaar, ben ik zelf naar Neon gestapt.”
En waarom juist Neon? Wegens de musicals?
“Nee, want eigenlijk hou ik meer van teksttheater. Alles wat ik tot hiertoe al op toneel gedaan heb, is compleet tegenstrijdig met mijn karakter.”
Denkt hij al aan een professionele carrière?
“Ik zit nu nog op de middelbare school (richting menswetenschappen), maar inderdaad, ik zou graag toneel studeren.”
Met de steun van thuis?
“Uiteraard, waarom niet?”
Omdat professionele toneelspelers vaker dan hun lief is met soaps de kost moeten verdienen bijvoorbeeld?
“Soap kan ook plezant zijn. Maar het is geen doel op zich, dat is waar. Applaus in de zaal klinkt beter dan iemand die zegt dat hij je gezicht op teevee heeft gezien.”
Bij Sherolyn ligt het enigszins anders. Zij heeft altijd liever gedanst en gezongen dan toneel gespeeld. Ze heeft zelfs al twee jaar musical-opleiding achter de rug op het conservatorium van Brussel. Voor de laatste twee jaren is ze echter verhuisd naar het Nederlandse Tilburg, precies omdat men in Brussel de leerlingen verbiedt in producties te stappen als deze “Disco nights”.
En wat als ze afgestudeerd is? Recht naar de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen, waar papa overigens in de Raad van Bestuur zit…?
Sherolyn is niet echt enthousiast: “Met alle respect, maar er is in België geen musicalcultuur. Het BVV is me dan ook iets te klassiek. Ik vind wat ze doen niet slecht, maar het is mijn ding niet. Geef mij maar modernere stukken, zoals deze Disco Nights of Fame, de volgende musical die we gaan doen. Ook al omdat we in het Engels zingen, wat ze bij het BVV niet doen. Hoe je het ook draait of keert, Engels klinkt mooier. Ook Serge zegt telkens dat hij de liedjes zal vertalen, maar uiteindelijk komt het er toch niet van omdat het niet goed bekt.”
Sherolyn doet ook de zangcoaching bij Neon. “Op een dag bleef de zangleraar weg en ik heb toen voorgesteld aan Serge om zijn taak over te nemen. Ik ben begonnen met de kleintjes en toen dat goed bleek te lukken, doe ik het nu voor alle drie de groepen.”
ENGAGEMENT
Neon brengt ook altijd musicals met een sociale boodschap, tegen uitsluiting, tegen racisme, tegen rollenpatronen… Heeft dit een rol gespeeld bij de keuze van het kroost van twee socialistische kopstukken?
Beiden schudden ontkennend het hoofd: “De keuze van de stukken ligt helemaal bij Serge.”
Serge Elia, die toevallig passeert, hoort zijn naam en wil weten waarover het gaat: “Het is toch beter iets te vertellen dan helemaal niets?” is zijn oordeel.
“Die sociale aanklacht is meegenomen,” zegt Sherolyn, “maar het heeft niets met onze keuze te maken.”
En later als ze B.V.’s zijn, zullen ze dan hun status aanwenden om in de politiek te stappen?
Piet Beke maakt zich boos: “Zeker niet! Ik vind het eigenlijk verschrikkelijk dat je zoiets durft vragen. Mijn vader zou me nooit dwingen om aan politiek te doen. Zelf gaat hij er volledig voor en werkt zich ervoor te pletter, maar mij trekt het niet aan en hij laat me daar volledig vrij in.”
Sherolyn is iets genuanceerder: “Vroeger wou ik rechten studeren en dan net als pa in de politiek te stappen, ik sta immers volledig achter zijn ideeëngoed. Maar uiteindelijk bleek toch dat ik er niet met hart en ziel tegenaan kon gaan. Ik vind het allemaal wat te theoretisch.”
In “Disco Nights” hebben ze allebei andere liefjes, daarom maakte Piet Beke van de fotosessie gebruik om Sherolyn eens goed te knuffelen. De première ging overigens een beetje de mist in door stress en allerlei technische probleempjes, “maar nu loopt het echt vlot en amuseren we ons te pletter op de scène,” aldus Sherolyn Vandenbossche.

Referentie
Ronny De Schepper, Volgend jaar ook Lotti in Festivalhal Bijloke? Het Laatste Nieuws 7 december 1995

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.