Veertig jaar geleden: eerste Bakelandt-strip

Veertig jaar geleden verscheen de eerste aflevering van de Vlaamse stripreeks “Bakelandt”. De reeks was eigenlijk een idee van scenarist Daniël Jansens, maar Hec Leemans zorgde voor de tekeningen. De eerste publicatie verscheen op 20 oktober 1975 in de kranten Het Laatste Nieuws en De Nieuwe Gazet. De strip werd oorspronkelijk ook uitgegeven door Uitgeverij Hoste. Toen Jansens in 1980 overleed, nam Hec Leemans ook de scenario’s voor zijn rekening. De eerste 29 albums verschenen in zwart wit. Herdrukken en latere albums waren wel in kleur. Dat was dan wel bij de Standaard Uitgeverij. En de voorpagina kon veranderen per land: zoek de zeven verschillen tussen de Nederlandse en de Franse versie…

De stripreeks is genoemd naar de authentieke historische Vlaamse roversbendeleider Ludovicus Baekelandt (1774-1803). In De Rode Vaan vertelde Daniël Jansens aan Guido Eeckhoudt waarom hij precies deze figuur als uitgangspunt had genomen: “Bakelandt was niet meer dan een ordinaire struikrover die in die getormenteerde tijden ervan profiteerde om links en rechts iemand een kwaaie klop te geven en wat vet te stelen, of appels, niet meer dan dat. Dit schijnt historisch te zijn, en het blijkt ook uit de documenten van het proces. Werkelijk pover, de redenen waarvoor hij en zijn bende hun misdaden pleegden, soms maar voor een schoengesp of een reep stof… proletarisch tot en met. En hoe komt dan dat Bakelandt zo is blijven voortleven zodat wij er een strip konden over maken ? Omdat ongeveer vijftig jaar na de feiten (1860) de grote volksroman van kanunnik Huys verscheen : « Bakeland en de Rooversch van het Vriebosch ». Kanunnik Huys was toen leraar aan het klein seminarie van Roeselare, waar hij overigens Guido Gezelle heeft leren kennen. Dat boek werd de meestgelezen volksroman in West-Vlaanderen van alle tijden. Zelfs in heel Vlaanderen… En het lied dat erin voorkomt, « In Vlaanderen of in ander land, is er geen als Bakelandt », dat is van Guido Gezelle. Daarna zijn er nog veel bewerkingen geweest, romans en zo, poppenspel, luisterspelen, het boek van Fred Germonprez, « Dossier Bakelandt », dat meer op de historische figuur gebaseerd is… Maar de romantische roversfiguur werd voor eens en altijd neergezet in 1860 door Huys. In 1975 ben ik dan verder gegaan : van die romantische figuur heb ik een soort Robin Hood gemaakt, een maquisard, een weerstander. En daarmee had ik in de roos geschoten en hét eeuwige thema aangeraakt van de goede held tegen de aartsslechterik. Peter Cnop wijst daar ook op in zijn artikel (*), namelijk dat ik erin slaagde Bakelandt zo te situeren dat al zijn wandaden geïnspireerd werden door patriottisme. We staan dus al zeer ver af van de echte West-Vlaamse derderangs struikrover die Bakelandt in werkelijkheid was. Maar ja, daarvoor zitten we dan ook in de strip, nietwaar?”
De strip ontleent zijn succes zeker aan het feit dat er met Rooie Zita een vorm van vitalistische erotiek is ingeslopen. Maar niet iedereen denkt er zo over. Karel Driesen, organisator van verscheidene striptentoonstellingen, noemt zichzelf « de Napoleon van het Beeldverhaal » en hij heeft een enigszins afwijkende mening : « Een totale vernieuwing, jawel, maar die gaat volgens mij te ver. De uitdrukkingen van die Rooie Zita en haar kliek zijn mij soms al te grof. Als het censuurapparaat dan toch enige reden van bestaan heeft, blijft het hier, voor mijn part, fameus in gebreke. Okee, misschien zijn er liefhebbers voor hun stijl: maar ik vind dat de verkoop tenminste onder de toonbank zou moeten gebeuren. »
Het is wel waar dat Rooie Zita opvallend veel geketend op de voorpagina staat, een vleugje sm is de maker (**) zeker niet vreemd, maar anderzijds stellen we ook vast dat de graad van ontkleding van Zita afhankelijk is van het taalgebied waarin de strip verschijnt (zie de voorbeelden uit 1987 bovenaan).
Jansens zelf zegt erover in De Rode Vaan: “Bij het schrijven van Bakelandt heb ik nooit aan een publiek van kinderen gedacht, wat waarschijnlijk wel merkbaar is. Daarom weigerde een Belgisch familieblad de strip ook op te nemen, op grond van de vaak « realistische » uitbeeldingen, vooral van de vrouwelijke figuren.”
Kort na het debat over jeugdliteratuur in Gent stierf Jansens (in 1980). Vanaf dat moment schreef Leemans zijn eigen scenario’s, al geeft hij zelf toe dat dit niet zijn sterkste kant is. Sinds Bakelandt ook in het Frans verschijnt, is de anti-Franse strekking van de strip afgezwakt. Door het succes van de reeks en de daarmee gepaard gaande overvloed aan albums (vier per jaar) heeft de strip trouwens al lang de historische figuur van Lodewijk Bakelandt achter zich gelaten. Die stierf immers reeds in 1803 onder de guillotine op de Brugse markt, samen met Zwarte Belle, die omdat “ros” zo mooi bleek te zijn in de reeks werd vervangen door de legendarische sexy Rooie Zita.
In 2005 stopte Leemans met Bakelandt. Ondertussen had hij echter al enkele nieuwe series opgestart: Kowalsky, Nino (getekend door Dirk Stallaert), F.C.De Kampioenen (mede dankzij de enorme populariteit van de televisieserie, werd ook deze humoristische reeks met dezelfde titel een succes, zodat hij nu ook meewerkt aan de spin-off Vertongen & Co) en de strips van W817, een televisiereeks op Ketnet.

Selectieve bibliografie
Guido Eeckhoudt, Het beeldverhaal gestript (gesprek met Daniël Jansens), De Rode Vaan nr.33 van 1979.

(*) Ik vroeg me uiteraard af welk artikel het hier betrof en ging dan ook te rade bij Peter Cnop zelf en die wist me te melden: ” ‘Het’ artikel was een interview met Hec Leemans (misschien was Jansens er ook bij, ik herinner het me niet), in een reeks in Knack rond (relatief) nieuwe stripauteurs van nieuwe populaire reeksen, waar ook Jean-Pol van ‘Kramikske’, ik denk ook Merho van ‘Kiekeboe’ en allicht nog enkele als ik het goed heb Franstalige auteurs als Wasterlain, voorgesteld werden (en niet zonder gegrom van de hoofdredactie). Ik schat dat dit eind jaren ’70 moet geweest zijn. Ik denk dat dit voor de meeste auteurs het eerste interview in een grotere publicatie was. En uiteraard werden ze zeer ernstig genomen (néé, écht). Al is er op de site van Hec nu geen spoor meer van te vinden. Ik geloof overigens dat hij nog altijd in Drongen woont.”
(**) Of makers? Ik ben geen specialist, maar de “vitalistische erotiek” zie ik wel reeds van bij het begin (dus met medeweten of misschien zelfs op initiatief van Daniël Jansens), terwijl het sm-aspect volgens mij pas lijkt op te duiken, eens Hec Leemans er alleen voor stond.

4 gedachtes over “Veertig jaar geleden: eerste Bakelandt-strip

    1. Ik heb daar op 19 februari al op geantwoord, Martin, maar goed, bis repetita placet, zeker?

      Dag Martin,
      Aangezien dat interview werd afgenomen door een losse medewerker die ik niet kende (in tegenstelling tot b.v. Johan de Belie), heb ik het niet gewaagd het in extenso op mijn blog te zetten. Dit is wat ik ervan heb overgehouden:

      https://ronnydeschepper.com/2011/02/07/bakelandt/

      De tekst zelf heb ik niet langer in mijn bezit, dus ook niet in gedrukte vorm. Sorry.

      Like

    1. Meer zelfs: het is gewoon dat artikel dat een nieuwe datum heeft gekregen (en een aangepaste inleiding). Zo ga ik immers altijd te werk. Maar niets belet u ook inhoudelijk te reageren natuurlijk. Ik ben immers het orakel van Delfi niet…

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.