Arvo Pärt wordt tachtig…

parnassusVandaag viert de Estse componist Arvo Pärt zijn tachtigste verjaardag.

Arvo Pärt is een vertegenwoordiger van wat hijzelf zijn tintinnabuli-stijl noemt (zie foto), maar wat door tegenstanders als “het Baltische simplisme” wordt bestempeld (met name door de Finse dirigent Esa-Pekka Salonen).
Arvo Pärt wordt ook algemeen beschouwd als een religieus componist. Toch moest een medewerker van het Festival van Vlaanderen bij het begin van het concert van het Symfonie-Orkest van Göteborg o.l.v. Neeme Järvi op 21 september 1990 de talrijk toegestroomde fans van Arvo Pärt ontgoochelen. Hoe de Festivaldirectie ook haar best had gedaan om in het programmaboek zijn derde symfonie een religieus karakter toe te schrijven, bisschop Van Peteghem hield het been stijf en voor zijn part mocht Pärt er niet in. Men opteerde dan maar voor twee andere hedendaagse componisten, die wél zo verstandig waren geweest om hun compositie het woord “Requiem” mee te geven.
Anderzijds vertelt Bernard Foccroulle in “Muzikale Uitwegen” (De Singel/Brepols, 1995) tegen Stephan Moens: “Het grootste gevaar zou zijn dat de consumptiewereld, de culturele industrie teveel invloed zou krijgen op het hele muziekproces en dat mensen als Arvo Pärt de illusie zouden kunnen geven dat zij de nieuwe Matthäuspassionen leveren. Waar is er dan nu een Matthäuspassion? Wat mij betreft zeker niet bij Gorecki of Pärt.”
En Jan Michiels stelt retorisch de vraag: “Is een uitvoering van Beethovens Missa Solemnis door Nikolaus Harnoncourt niet veel hedendaagser dan om het even welk werk van Arvo Pärt bijvoorbeeld? Durven we in de spiegel van de tijd te kijken of niet?”
Tot zijn fans daarentegen behoort dan weer Rudolf Werthen die met I Fiamminghi enkele CD’s afleverde met daarop van die meditatieve muziek uit de twintigste eeuw, waarin hij zich nu schijnt te specialiseren. En zo kwam ook Arvo Pärt aan bod met de CD “Fratres”, die werd uitgebracht op het prestigieuze Amerikaanse label Telarc.
In de lente van 1998 werd “Fratres” ook opgenomen in een mixed bill van het Ballet van Vlaanderen en deze toevoeging bracht de choreografie opnieuw op het ware Danny Rosseel-peil. Het deed immers denken aan zijn “Solid ground”, een danscreatie uit 1990, die eigenlijk gebaseerd is op “Silentium”, het 2de deel van “Tabula Rasa”, eveneens een compositie van Pärt.
“Spiegel im Spiegel” werd dan weer uitgevoerd door Alexandre Madzar, piano, en Ilya Laporev, cello, in de Gentse Cercle Royal Artistique et Littéraire op 30/03/1992.
En op 4 maart 1995 gaf Yves Senden in de Rode Pomp een orgelconcert, waarbij vooral minimalistische muziek op het programma stond, zoals van Philip Glass, Terry Riley en Arvo Pärt.
Op 12 november 1998 konden we ook Marc Minkowski nog eens aan het werk horen in de Gentse Bijloke, en dat zowaar in een hedendaags programma. Zij het dat deze hedendaagse muziek stevige wortels heeft in het verleden. Zo gaat het “Te Deum” van Arvo Pärt uiteraard terug op de Russisch-Orthodoxe muziek. Hier kregen we ook te maken met minimalistische muziek, maar dan van een heel andere orde, die b.v. nogal in de smaak valt bij New Age-adepten.

Referentie
Ronny De Schepper, I Fiamminghi gaat hedendaags met Arvo Pärt, Het Laatste Nieuws 3 juni 1995

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s