Pietro Mascagni (1863-1945)

Vandaag is het precies zeventig jaar geleden dat de Italiaanse componist Pietro Mascagni is gestorven. Mascagni was een landelijke, een “rustieke” jongen uit Livorno die enkel maar met de hulp van een maecenas, baron de Landarel, muziekstudies kon aanvatten. Het was dan ook aan deze baron dat de “Cavalleria Rusticana” werd opgedragen, waarmee hij op 25-jarige leeftijd de eerste prijs van een operawedstrijd won en meteen wereldberoemd werd.

Mascagni was dus nog erg jong toen hij zijn bekendste werk schreef. Daar gaat natuurlijk vaak een heel grote tragiek mee gepaard, zeker als men ziet de componist dan ook nog heel lang heeft geleefd (eigenlijk is het ongelooflijk dat hij zelfs nog de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt!). Geen wonder dat de mens een beetje een ambetant karakter kreeg. Officieel heet dat dan “zijn polemisch en exuberant karakter, een zeker gemis aan zelfkritiek en enige impulsiviteit die steeds zijn eerste gedachten voor de beste hield.”
Mascagni haalde zijn inspiratie voor “Cavalleria” uit één van de negen novellen uit “Leven op het platteland” van Giovanni Verga. Hij baseerde zich daarbij echter niet op het boek, maar wel op een volkse toneelbewerking die hij had gezien door de troep van een zekere Pasta met in de hoofdrol de onweerstaanbare Eleonore Dusa (vandaar ongetwijfeld Jo Dua’s inspiratie voor zijn ingenieuze ingreep in de Opera voor Vlaanderen destijds). In functie van deze actrice wijzigde Verga overigens zijn novelle in niet geringe mate. Santuzza (oorspronkelijk een rijkeluisdochter die de arme Turiddu afwijst en bovendien ook nog diens verhouding met Lola gaat verklikken aan de echtgenoot van deze laatste) wordt tot een weerloos boerinnetje omgetoverd die door een bruut van een boerenzoon à la Stijn Streuvels (diezelfde Turiddu dus) zwanger wordt gemaakt en daarna in de steek gelaten.
De “Cavalleria” werd dus in 1890 gecreëerd en een jaar later was het de beurt aan de “Messa di Gloria”, die reeds het lot onderging van zovele latere werken van Mascagni: buiten Italië bleven ze zo goed als onbekend. Men zou kunnen aanvoeren dat dit komt omdat Mascagni hiervoor eigenlijk “operamuziek” heeft geschreven en geen “religieuze muziek” (wat dat dan ook moge zijn), maar dat is b.v. ook met de Sinte-Ceciliamis van Gounod het geval en die is nochtans erg populair geworden. In Italië zelf werd de mis trouwens herhaaldelijk onderbroken (tot ontzetting van de clerus) voor bravo-geroep, applaus en zelfs een bisnummer! De uitvoering in de St.-Pieterskerk die we in 1992 mochten meemaken was de eerste op Gentse bodem.
Organisator John Boeren heeft ook ervoor gezorgd dat op 29 oktober 1995 de opera “Pinotta” voor het eerst werd uitgevoerd in België. Eigenlijk is het een cantate, die eerst “In Filanda” (“In de spinnerij”) heette, op tekst van Alfredo Soffredini, de leraar van de 18-jarige jongeman in het Liceo Musicale Cherubini te Livorno. Vooraf had Lyrica trouwens reeds enkele fragmenten gebracht in de Gentse Sint-Pieterskerk op 26/4/91. Men kan zich afvragen hoe het mogelijk was dat een liefdesduet in een van de kerken van monseigneur Van Peteghem werd uitgevoerd, maar veel zal duidelijk worden dat het hier twee brave, godsdienstige jongelui betreft, die de vruchten van hun arbeid in de spinnerij van de vaderlijke padrone Andrea opdragen aan den Here. Het Limburgs Orkest stond onder de leiding van Ernest Maes en we hoorden Lu Yin Chun (Pinotta) en Franz Glatzhofer (Baldo).
De totale opvoering had plaats in het conservatorium, waardoor het noodgedwongen een concertante opvoering was. Daarbij werd ook nog zowaar de wereldcreatie van het herontdekte symfonische werk “L’apotheose della Cicogna” gevoegd. Indertijd werd het slechts een keer uitgevoerd, waarna het manuscript verdween tot het in 1994 in een New Yorks museum werd teruggevonden. Tenslotte stonden nog twee werken van Mascagni op het programma: fragmenten uit de operette “Si” en het symfonisch gedicht “A Giacomo Leopardi”. Alhoewel deze dichter leefde van 1798 tot 1837 en dus moeilijk een fascist kan worden genoemd, werd hij onder het fascisme nogal bejubeld omdat hij zich inspireerde op het grote Romeinse verleden. Als één van de teksten voor het symfonisch gedicht selecteerde Mascagni trouwens één van die vaderlandslievende passages.
Dat gold ook voor Mascagni’s opera “Nerone”, waarin sommigen een hulde zagen aan Mussolini. De vermeende sympathieën van Mascagni voor het fascisme zijn echter nooit aangetoond. Zijn houding tot het regime kende ups and downs. Zo werd deze opera inderdaad door Mussolini met enthousiasme begroet, maar dat enthousiasme luwde al vlug en de opera verdween na twee jaar van de affiche. Volgens Frans Van Den Broeck doorzagen de fascisten het “niet-fascistische of zelfs het anti-fascistische” van de opera, maar hij mag dan nog a-politiek zijn, om er nu meteen ook maar een revolutionaire opera van te maken, dat is toch precies het soort revisionisme dat Van Den Broeck vaak aan anderen verwijt. Zeker als men de tekst van “Pinotta” wat nader bekijkt. Dat is immers een onverholen voorbeeld van het “solidarisme” tussen arbeiders en patroons dat door het fascisme werd gepredikt.
In 1915 wordt voor het eerst een stomme film vertoond met daarbij muziek speciaal geschreven voor een symfonisch orkest. Het betreft “The clansman” van D.W.Griffith (later omgedoopt tot “Birth of a nation”) die daarmee met een neuslengte de “Rapsodia Satanica” van Mascagni klopt. Wellicht wist Mascagni zelfs niet eens dat men in de VS op hetzelfde idee was gekomen. Mascagni’s compositie was tot in 1992 buiten Italië nog nooit uitgevoerd. Eigenlijk betreft het hier dus filmmuziek (voor de gelijknamige film van Nino Oxilia uit 1915), zodat organisator John Boeren zijn concert eigenlijk in het kader van het Filmgebeuren had kunnen doen plaatsvinden, want dat staat immers juist in het teken van de relatie tussen film en muziek. Hieruit blijkt ook dat grote componisten zich dus niet te hoog achtten voor het nieuwe medium.
De symfonie (die deze “rapsodie” eigenlijk is) valt uiteen in drie delen: een proloog, waarin we als het ware de aanwezigheid van Mefistofele aanvoelen; een eerste deel dat een soort symfonisch gedicht is, waarbij we ons fragmenten uit de film kunnen voorstellen (een boottocht op het meer, de smart van de verliefde, een gemaskerd bal en de wanhoop en eenzaamheid achteraf); en tenslotte een pastoraal slot met o.m. een parafrase van Wagners Isolde en een herhaling van het Mefistofele-thema uit de proloog. Net zoals bij die andere verist, Puccini, zijn er ook hier duidelijk invloeden van de muziek van Claude Debussy te horen.
Men kan zich natuurlijk afvragen of het soms ook niet goed is dat bepaalde muziek in de vergeethoek geraakt. Bij deze “Rapsodia” is dit echter niet het geval, omdat het verdwijnen veel te maken heeft met het feit dat de partituur op een bepaald moment zoek is geraakt en pas enkele jaren geleden opnieuw opdook. In 1991 werd het werk naar verluidt immers met veel bijval uitgevoerd tijdens de “Maggio Musicale Fiorentino”.

Referentie
Ronny De Schepper, Belgische creatie Mascagni-opera, Het Laatste Nieuws 25 oktober 1995

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.