Vandaag is het 45 jaar geleden dat Frances Farmer is gestorven. Deze Hollywood-actrice is op dit moment misschien bekender door de film “Frances”, waarin Jessica Lange haar portretteerde, dan door haar eigen verdiensten en dat is eigenlijk toch wel erg jammer, want het levensverhaal van Frances Farmer is meer dan het vertellen waard…

Zoals er in de popmuziek “one hit wonders” zijn (geprefabriceerde artiesten waarvan na één grote hit nooit meer iets wordt vernomen), zo zijn er ook in Hollywood van die “vallende sterren”: ze lichten één keer helder op en dan is het snel “all the way down”. In de glamourboekjes die hùn verhaal over Hollywood vertellen, is Frances Farmer dan ook niet meer dan een voetnoot. In het kader van een eerherstel belicht ik haar echter vanuit een andere hoek.
Geboren in 1913 wint Frances Farmer reeds als kind een opstelwedstrijd met een provocerend onderwerp. Als prijs mag ze op reis naar de nog jonge Sovjet-Unie, wat grote indruk op haar maakt. Als hoogbegaafde leerlinge vat ze sympathie op voor dit regime dat heel andere waarden beklemtoont dan de maatschappij waarin ze opgroeit.
Haar moeder Lillian ziet het echter anders. Om te beginnen heeft ze eigenlijk al nooit een kind gewild en nu zit ze met zo’n eigengereide tiener opgescheept. Als ze dan toch al met deze gesel moet leven, waarom kan die er dan niet uitzien als Shirley Temple?
Als typisch Amerikaanse vindt de moeder dan ook de blonde lokken en het mooie gezichtje van haar dochter veel belangrijker dan haar verstand of haar radde tong. Op eigen houtje lanceert ze Frances als een kindvedette, maar het zal nog tot in 1936 duren vooraleer ze door Paramount als “nieuwe Greta Garbo” wordt gelanceerd in “Too many parents”.
De film wordt meteen een sukses, zodat onmiddellijk een tweede volgt: “Rhythm on the Range” met Bing Crosby. Voor Frances is het allemaal te snel gegaan. Ze heeft nog geen tijd gehad om na te denken over de carrousel waarin ze meedraait, integendeel zelfs, ze speelt het spel mee en gaat een “sterrenhuwelijk” aan met een even “beloftevolle” jonge acteur, Dwyne Steele.
Datzelfde jaar wordt ze door Paramount voor veel geld (dat niet bij hààr terechtkomt) afgestaan aan MGM om “Come and get it” te draaien. Een jaar later volgen “Son of Fury” (met Tyrone Power), “Ebb tide” (met Ray Milland), “The toast of New York” (met Cary Grant) en “Among the living” (met Albert Dekker).
COCKSUCKER
Ondertussen begint het stilaan te dagen bij Frances. Haar huwelijk loopt op de klippen en ze keert terug naar New York, waar ze opnieuw toneel gaat spelen in het linkse Group Theatre van Elia Kazan en Clifford Odets, waar o.a. ook Karl Malden (eigenlijk Mladen Sekulovich) zijn debuut maakte in “The Golden Boy”. Met Odets heeft ze een kortstondige relatie, maar wanneer hij haar de bons geeft, heeft ze haar buik vol van het “alternatieve milieu”.
Ze keert terug naar Hollywood en draait daar “South of Pago-Pago”, een “revolutionaire” film op het gebied van rassengelijkheid. Deze film is namelijk een uitzondering op de regel van de Zuidzee-films, waarbij het blanke mannelijke hoofdpersonage verliefd wordt op een zuiderse schone, maar (uiteraard) op het einde van de film toch braafjes naar huis weerkeert. Hier is Frances echter een blanke jongedame die valt voor de charmes van een zuiders opperhoofd. Ze bekoopt het weliswaar met haar leven (ze gooit zich in de baan van een kogel die voor haar geliefde bedoeld was), maar dat hoort er in Hollywood nu eenmaal bij.
Toch probeert Frances dus het spel nog eens mee te spelen en hertrouwt met acteur Leif Ericson. Het mag niet meer baten, de echtscheiding wordt haast onmiddellijk uitgesproken. Om haar problemen te vergeten begeeft ze zich aan de drank. En zo komt het dat ze op 19 oktober 1942, wanneer ze voor een banale verkeersovertreding door een politieagent op de bon wordt geslingerd, tevens voor dronkenschap wordt bekeurd. Als bovendien ook nog blijkt dat ze zonder rijbewijs rondtoert, komt heel haar opgespaarde haat tot ontlading op die arme agent, die toch ook alleen maar zijn werk deed. Uiteindelijk wordt ze tot een half jaar cel veroordeeld. Ze komt voorwaardelijk vrij, maar moet zich regelmatig bij haar “parole officer” melden, een typisch Amerikaanse mengeling van een maatschappelijk assistent en een politieman, die erop moet toezien dat men inderdaad “de rechte weg” blijft bewandelen. Uiteraard vertikt ze dat al tamelijk vlug, zodat ze in haar hotel door de politie met veel vertoon wordt ingerekend. Die dag heeft ze haar kapster reeds een dreun op haar hersens verkocht en nadat ze in een dronken bui haar trui is kwijtgeraakt, is ze topless in het hotel aangekomen.
Als de politie op haar deur begint te bonken, verschanst ze zich in de badkamer, waaruit ze uiteindelijk manu militari wordt verwijderd. Op het politiebureau wil men weten wat haar beroep is: cocksucker (afzuigster), schrijft ze.
Op het nieuwe proces wordt het half jaar voorwaardelijk omgezet in een effectieve gevangenisstraf, waarna ze de rechter een inktpot naar het hoofd gooit. Uiteindelijk wordt ze in een dwangbuis afgevoerd naar de cel. Haar moeder geeft als commentaar dat dit een publiciteitsstunt is als voorbereiding op de film “No escape” die ze op dat moment voor Monogram Studios zou gaan draaien. “Er komen gevangenisscènes in voor en Frances wil haar vertolking baseren op een reële ervaring.”
COMMUNISTISCHE HERSENSPOELING
Het was géén publiciteitsstunt. Zelfs Monogram, op zich al een veel kleinere studio dan Paramount of MGM, zet haar aan de deur en vervangt haar door Mary Brian.
Op het eerste gezicht zijn dit eigenlijk allemaal kuren van een verwende “vedette” (de bekende regisseur William Wyler zou van haar hebben gezegd: “Het vriendelijkste wat ik over haar kan zeggen is dat ze onuitstaanbaar is”), maar het is toch opmerkelijk dat in de laatste paragraaf van het artikel dat aan haar aanhouding wordt gewijd, als het ware “langs de neus weg” wordt vermeld dat ze “de laatste jaren actief is geweest in linkse middens in New York, Philadelphia en Hollywood”.
Ook haar moeder, die naar Hollywood is afgezakt, wijdt haar “huidige toestand” aan een communistische hersenspoeling en tekent een papier waardoor Frances als “mentaal ontoerekenbaar” naar een sanatorium wordt afgevoerd. Daar wordt ze gedurende drie maanden dagelijks met een insuline shock-therapie behandeld, iets wat nu ten zeerste ter discussie staat. Ene Harry York helpt haar eruit te ontsnappen, maar als ze haar moeder vertelt dat ze wil stoppen met akteren laat deze haar in 1944 krankzinnig verklaren, waarna ze tot 1950 opnieuw in een gesticht verdwijnt. In de jaren vijftig ontdekte men toevallig dat ze na een lobotomisering als een hotelreceptioniste werkte. Ze kreeg een tweede kans in “The Party Crashers” (1958) en kon van dan af opnieuw aan de slag bij de televisie. Ze stierf in 1970. In 1982 draaide Graeme Clifford “Frances”, waarin Jessica Lange (op een schitterende wijze) de rol speelt van deze actrice.

Referentie
Ronny De Schepper, Frances Farmer: té verstandig voor Hollywood, Switch juni 1994

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s