Cabaretier Geert Hoste viert vandaag zijn 55ste verjaardag. Toen ik nog voor Het Laatste Nieuws werkte, ben ik hem eens gaan interviewen en dat interview bleek achteraf een staartje te krijgen…

Sinds enige tijd woont Geert Hoste in Antwerpen, maar hij mag dan nog in West-Vlaanderen geboren zijn, het grootste gedeelte van zijn leven, negentien jaar om heel precies te zijn, heeft hij in Gent doorgebracht. Hij heeft dan ook nog veel voeling met de Arteveldestad: “Ik geloof vast dat mijn negentien jaar in Gent veel bepalender zijn geweest dan mijn kindertijd. Daar hangt een soort individualisme en licht anarchisme in de lucht dat me vandaag nog altijd voortdrijft. Ik ken ook geen andere Vlaamse stad die per generatie vijftien talenten voortbrengt met hetzelfde profiel. Kortom, het is de ideale leerschool.” (DS Magazine, 24/12/1998)
Geert Hoste heeft de tijd nog meegemaakt dat de Gentse Feesten veel kleinschaliger waren, maar hij doet niet mee aan dat nostalgisch geleuter. “Dat zijn altijd dezelfde mensen die klagen. Eigenlijk is dat omdat ze nu deftig getrouwd zijn en niet meer zoals op hun achttiende zich elke nacht lazerus kunnen zuipen en naar een lief op zoek gaan. Nee, als je eerlijk bent, moet je toegeven dat het allemaal juist veel professioneler is geworden. Het stadsbestuur heeft dat goed in handen.”
Toch was het pas in Antwerpen dat hij met zijn conférences is kunnen beginnen. “Inderdaad. Ik heb mijn project maar kunnen ontwikkelen door in Antwerpen te komen wonen. De kracht die van deze stad uitgaat en de mogelijkheden zijn enorm. Het gedachtengoed dat hier wordt gepropageerd, vind je in geen enkele andere stad. Het zou veel moeilijker geweest zijn om te starten vanuit Gent of Brugge,” zegt hij, wellicht niet toevallig, tegen Herman Van Doninck van de Gazet van Antwerpen (22/11/96). Hij voegt er eerlijkheidshalve wel aan toe: “Het succes is er niet van de ene dag op de andere gekomen. Het begon in ’t Appeltje van Ivonne Lex voor zestig mensen. Daarna zijn we naar het Fakkeltheater gegaan om vervolgens in de Arenberg te belanden. Blijkbaar zijn de mensen dus geïnteresseerd en heb ik ze niet teleurgesteld. Ze weten dat ze kunnen lachen als ze naar mijn show komen. Ik ben fier dat ik geen enkele subsidie krijg. Ik zou dat ook niet willen. Als de overheid mij iets geeft en ik vertel twee grappen over die overheid, ben ik mijn subsidie toch kwijt.”
Velen beschouwen Geert Hoste echter eerder als een moppentapper dan als een cabaretier en dat ondanks het feit dat hij toch wel erg inspeelt op de politieke actualiteit. “Die stress van de deadline, die heb ik misschien wel nodig, ja.”
Anders lag hij misschien te luieren aan de Côte d’Azur. “Zeker niet. Ik zeg niet dat ik dat niet zou willen, maar niet in de zomer. Geef mij dan maar liever de Blaarmeersen, want de Gentse Feesten wil ik voor geen geld missen.” Maar ziet hij er ook iets van? “Na mijn optreden ga ik altijd nog een pittoresk cafeetje uitzoeken. Rondlopen op Sint-Jacobs of zo is er natuurlijk niet bij als je een gezicht hebt dat ze van ergens kennen. Zogenaamd leuke opmerkingen van een bende zatlappen kan ik op zo’n moment missen als kiespijn.”
Maar als hij toch zo van Gent houdt, waarom is hij net als Tom Lanoye dan in Antwerpen gaan wonen? Diepe stilte. “Daar kan ik niet zo direct een antwoord op verzinnen. Dat is iets voor een diepgravend interview. Maar ik denk wel dat Tom Lanoye andere drijfveren heeft dan ik.”
Het is moeilijk om een conférence van Hoste te “bespreken”. Wat doe je dan? Al een paar vondsten weggeven? Nee toch? Verklappen dat het vaak over “de media” gaat, is anderzijds een open deur intrappen: “Bart Peeters is de Frank Vandenbroucke van VTM. Dat is overigens nogal een regering die wij hebben: Vandenbrande doet bijna in zijn broek en Vandenbroucke steekt het bijna in brand.” Of: “Erik Van Rompuy is minister van landbouw en van media. Hij moet de VRT uitmesten.” Of nog: “Bij VTM verstaan ze onder outing: buiten!” Maar het leukste is misschien nog gewoon een opsomming van plaatsnamen in Vlaanderen. Alhoewel. Gewoon? Ik had “Tongeren” nooit in het kader van Goedele Liekens gezien, maar inderdaad het kan een variabele op “vingeren” zijn…
Over vingeren gesproken, iedereen dacht dat het een grap was, toen Geert Hoste op de nationale feestdag 1996 in Arca zijn programma “Hoera!” startte en er naast hem op het podium een meisje zijn openingszinnen in gebarentaal omzette. Het was echter pure ernst. Even was Hoste uit zijn lood geslagen, maar nadien herpakte hij zich en betrok hij de tolk soms in zijn grappen. “Ik denk dat ik vanavond geschiedenis heb geschreven,” aldus de komiek.
Yven Willocq uit Gent had oorspronkelijk slechts één plaats gereserveerd voor de show van Hoste, maar toen liet zijn vriendin Helga Stevens hem weten dat ze met hem mee wou. Een verrassing voor Yven want Helga is doof en het programma van Hoste is toch wel zeer verbaal. Maar Helga zou een tolk meebrengen, verzekerde ze. De toen 27-jarige advocate uit Mechelen heeft inderdaad via het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap recht op een tolk, enerzijds voor tien procent van haar werktijd (dus vier uur per week), maar anderzijds op jaarbasis ook achttien uur voor privé-gebruik. Dat kan b.v. zijn om naar de dokter te gaan, maar ook voor een avondje uit. Helga deed daarvoor een beroep op Griet Geysels, een leerkracht uit Gent die lesgeeft in de speciale afdeling van Sint-Gregorius in Gentbrugge. Op de valreep kon Yven nog twee plaatsjes bemachtigen, wat niet makkelijk was, want de shows zijn bijna helemaal uitverkocht. Hij zei daarbij niet dat er een tolk zou bij zijn, zodat er reeds een klein incident ontstond bij het betreden van de overvolle zaal. Normaal moest het drietal helemaal achteraan plaatsnemen, maar uiteindelijk kregen ze het toch gedaan dat ze op de eerste rij konden zitten, terwijl Griet voor hen stond om te tolken. Geert Hoste was daarvan niet op de hoogte en stond dus paf toen er iemand naast hem op het podium bleek te staan. Even werd er onderhandeld en uiteindelijk mocht Griet op een stoel plaatsnemen. Helemaal tevreden was Helga daar niet mee, aangezien Griet in het duister zat, waardoor Helga niet goed kon liplezen. Een kleine mededeling vooraf had ook geholpen, vond ze. Ze had er wel begrip voor dat ze de aandacht van Geert Hoste toch niet te veel mocht afleiden. Hoste zelf vond dat dit op deze manier toch nog het geval was en gaf achteraf als zijn mening te kennen “dat men beter alle subsidies voor alle theatergroepen voor één jaar enkel en alleen voor het verbeteren van de toegankelijkheid van de theaters voor gehoorgestoorden zou besteden”. Geert heeft zelf gehoorgestoorden in de familie, heeft als mimespeler vaak voor doven opgetreden en laat steeds contractueel vastleggen dat zijn televisieoptredens via teletext moeten ondertiteld zijn. Maar iemand naast hem op het podium, neen, dat ziet hij niet zitten. “Dat gebeurt bij Frank Sinatra toch ook niet? Alhoewel die stilaan wel best iemand kan gebruiken!” Geert Hoste zou echter Geert Hoste niet zijn, mocht hij niet na verloop van tijd zijn draai gevonden hebben en de toestand zelfs in zijn voordeel aanwenden. Toen iemand een bepaalde grap niet snapte, wendde hij zich tot de tolk: “Kan u deze mijnheer er ook nog bijnemen?” De tolk kreeg ook een drankje aangeboden, “omdat ze toch ook moest werken”. Achteraf verklapte Griet dat ze iets dergelijks ook reeds bij een programma van Felice had gedaan. En wat vond Helga van de show? “Ik heb me uitstekend geamuseerd. Dankzij het feit dat ik de actualiteit op de voet volg, kon ik negentig procent van de grappen begrijpen.” Meer dan die mijnheer wellicht! Later zou ze trouwens zelf in de politiek stappen (eerst CD&V, daarna N-VA).
En zo was het op 23 april 2009 alweer prijs: “Helga Stevens boos om slechte regeling voor doventolk: Geert Hoste heeft afgedaan”. Met deze titel brachten Steven De Bock en Jan Claeys die dag op de laatste pagina van De Gentenaar (“Extra”) een bijdrage over de dove politica Helga Stevens (N-VA) die vindt dat cabaretier Geert Hoste niet aan haar wensen tegemoet kwam toen ze één van zijn voorstellingen wou bijwonen. Het toeval wil dat de eerste keer dat dit in het nieuws kwam óók bij Geert Hoste was (nu al meer dan tien jaar geleden) en dat ik het was die daarover toen verslag uitbracht in Het Laatste Nieuws (waar op dat moment Jan Claeys mijn collega was en de broer van Steven De Bock mijn fotograaf). De tekst staat hieronder, zij het niet helemaal zoals hij is verschenen. Zo noem ik Stevens wel degelijk “doof” (zoals ik daarnet ook heb gedaan) terwijl ik in mijn oorspronkelijke tekst het woord “gehoorgestoord” had gebruikt omdat ik dacht dat dit politiek correct was. Ik kreeg direct een vlammende lezersbrief van madame Stevens op mijn bord met de mededeling dat ze wel degelijk doof was, zo doof als een pot. ’t Zal mij leren politiek correct te proberen zijn!
Onnodig te zeggen dat madame Stevens bij mij direct in de onderste schuif kwam te liggen en dat ik dus ook akkoord ga met de commentaren van Geert Hoste op het jongste “incident” in de krant van vandaag: “Vlak voor de verkiezingen en net voor de vakantie van het Vlaamse Parlement, wil ze nog snel wat aandacht van de pers. Ze maakt ook misbruik van haar doofheid. Mevrouw Stevens kwam op 28 december naar mijn voorstelling. En pas nu wordt ze boos? Vreemd. (…) Ze schreeuwde ook tegen mijn medewerkers. Als die vrouw losbarst, dan is Jean-Marie Dedecker een communicant in een roze kleedje.”
Het probleem is nu natuurlijk dat ik – in afwachting van een linkse separatistische partij – mijn stem bij de komende verkiezingen beloofd heb aan Bart De Wever. Maar in de provincie Oost-Vlaanderen kan ik echter niet op De Wever zelf stemmen (ik stem uit principe altijd op kandidaten, nooit op partijen) en de N-VA-lijst wordt hier aangevoerd door… Helga Stevens!
Gelukkig heb ik niet op dit incident moeten wachten om mijn voorzorgen te nemen. Ik wist al langer dat mijn stem zeker niet naar die madame zou gaan en daarom heb ik een tijdje geleden contact opgenomen met het secretariaat van de N-VA om de namen van de andere kandidaten te kennen. En zo ben ik tot het besluit gekomen mijn stem aan de nummer twee te geven. Zijn naam ben ik ondertussen alweer vergeten, maar ge ziet, ik weet toch nog op welke plaats hij staat, hé!

Referentie
Ronny De Schepper, Geert Hoste kan niet zonder Gent, Het Laatste Nieuws 12 juli 1995

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s