Voor het filmconcert “Cello” in de Minardschouwburg was Tom Van Landschoot in februari 2008 nog eens terug in Gent. Toen ik na mijn interview twintig jaar geleden vaststelde dat hij “verdwenen” was, bleek dat nogal letterlijk te zijn: de jongeman was naar de VS getrokken en heeft zich daar ondertussen gevestigd. Daarom heeft hij zijn naam ook veranderd in “Tom Landschoot”. Ach, waarom ook niet?

Terwijl in eigen land twintig jaar geleden iedere muziekliefhebber met spanning de Elisabethwedstrijd zat te volgen, zat de jonge Gentse cellist Tom Van Landschoot (°1973) in Bukarest voor een soortgelijk evenement. Hij eindigde er als vierde laureaat. Ik ging hem opzoeken op zijn studeerkamertje in de Buisstraat in Drongen, waar hij toen, midden de jaren negentig dus, nog steeds bij zijn ouders woonde.
Zijn exotische vissen zijn al gaan slapen, behalve een paar dat hij heeft afgezonderd om te kweken. “Maar ze willen niet,” zucht hij. Nu ja, ze hebben ook heel weinig privacy. Iedereen weet dat zo’n aquarium onderhouden een dagelijkse job is, maar Tom kan dat zonder problemen doen. Hij studeert weliswaar in Maastricht, maar hij is toch zelden van huis. Eén keer per week blijft hij daar slapen bij kennissen, maar meestal rijdt hij gewoon op en af met de trein. “Een makkelijke verbinding,” zegt hij.
Dat zal wel, maar waarom niet gewoon in Gent gestudeerd?
“Tot vorig jaar zat ik inderdaad in de klas van France Springuel en daarover was ik heel tevreden, echt waar, het is niet omwille van haar dat ik ben weggegaan. Maar wegens de hervormingen in het kader van de HOLT-structuur had ik nu heel veel vakken en heel veel les, zodat er nog weinig tijd overbleef om echt cello te studeren. De organisatie in het conservatorium is bovendien zo slecht dat je net zo goed ’s morgens om acht uur en dan nog eens ’s avonds om acht uur les kan hebben. Dan zou ik eigenlijk al op kot moeten gaan vlakbij het conservatorium om toch tussendoor nog wat cello te kunnen spelen. Maastricht is op alle vlakken veel studentvriendelijker, zeker voor buitenlanders: meer kans om te studeren, minder bijvakken en een goede leerkracht natuurlijk, Mirel Jankowicz, die nu een negental jaar in Nederland woont.”
Wie is eigenlijk uw groot voorbeeld op cello?
“Wijlen Jacqueline Du Pré. Een legende gewoon, ook al omdat ik ze nog nooit heb gezien. Ik bezit wel al haar opnames maar zelfs op televisie heb ik ze nog niet gezien. Ik ben echt heel benieuwd. Mijn vader daarentegen heeft als cellist in het Nationaal Orkest van België nog met haar gespeeld. Daar ben ik heel jaloers op. Als ik nu tien jaar vroeger geboren was, had ik misschien nog cursus bij haar kunnen volgen.”
Is dat dan meteen het antwoord op mijn vraag waarom je cello speelt i.p.v. zoals andere jongeren in megadancings rond te hossen.
“Ja, voor mij was dat iets heel natuurlijks. Ik ben begonnen toen ik zes was en ik heb eigenlijk nooit zin gehad om iets anders te gaan doen en zeker niet om naar die dancings te gaan. Maar ik heb wel vrienden die dat doen.”
Dus niet geplaagd op school?
“Toch wel, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Kinderen zijn heel hard tegen elkaar. Vandaar dat ik dan later in Brussel naar de kunsthumaniora ben gegaan en dat was echt een openbaring. I.p.v. uitgelachen te worden, werd je nu juist gerespectéérd omdat je muzikant was.”
Hoe ben je dan in Bukarest terechtgekomen?
“Nou gewoon, met het vliegtuig. Zij het dat ik wel twee plaatsen moest reserveren, want een cello kan je nu eenmaal niet in de bagageruimte achterlaten. En dat dus terwijl ik heb deelgenomen op eigen kosten. Ik ben nu nog altijd op zoek naar sponsors om mijn onkosten toch min of meer te kunnen recupereren. Om kosten te sparen ben ik er ook helemaal op mijn eentje naartoe getrokken, al ben ik in Bukarest wel een medestudent tegengekomen, waarmee ik dan de kamer heb gedeeld. Die lag er echter na de eerste ronde reeds uit, zodat die de hele verplaatsing gemaakt had om amper een kwartiertje te spelen!”
Waarom neem je dat risico dan?
“Om dezelfde reden als die welke de deelnemers aan de Elisabethwedstrijd aanhaalden: om aan optredens te geraken. Iedereen hààt wedstrijden, maar het is echt een noodzakelijk kwaad. Dat bleek ook in de finale: de Roemenen die samen met mij in de finale geraakt waren, hadden alle drie reeds vaak met orkest gespeeld. Voor mij was het echter de eerste keer dat ik de Rococo-variaties van Tsjaikovski met orkest uitvoerde. Ik had alleen podiumervaring met kamermuziek, vandaar ook dat ik in de tweede ronde zo’n goede indruk had nagelaten. Hier in Drongen heb ik reeds twee concerten gegeven, één met Filip Martens en één met Guy Penson. En in de muziekschool op de Poel hebben we dit jaar nog werk gecreëerd van Stefaan Van Heertum.”
Je vader is orkestlid, maar zelf ambieer je blijkbaar een solistencarrière.
“Dat wil zeggen: ik wil zo hoog mogelijk geraken, maar indien het niet lukt… Ik heb trouwens reeds meegespeeld met het orkest van de Vlaamse Opera en de Beethoven Academie.”
En verder? Ik zou het echt niet weten. Sinds het interview heb ik taal noch teken vernomen van Tom. Tot er in Promenade-magazine van april 2008 plotseling een interview met hem verscheen, waaruit ik leer dat hij nu “Tom Landschoot” heet en dat dit alles te maken heeft met het feit dat hij in de Verenigde Staten woont en werkt (hij is al zeven jaar docent cello aan de Arizona State University). En dus vraagt mijn naamloze confrater terecht: “Hoe ben je dan uiteindelijk in Amerika verzeild geraakt?”
Tom (Van?) Landschoot: “Wel, daarna wou ik nog verder studeren en om mezelf ten volle te kunnen ontplooien zag ik mogelijkheden in Duitsland of in Amerika. In Berlijn bij David Keringass of toch Amerika. De beslissing is uiteindelijk gevallen toen ik dirigent Sergiu Celibidache ontmoet heb in Parijs. Een absoluut fenomeen, één van de allergrootste dirigenten. Hij heeft mij aangeraden om naar Amerika te gaan. De keuze voor Indiana University in Bloomingdale heb ik gemaakt omwille van de Japanner Tsuyoshi Tsutsumi, een schitterend cellist ook. Hier in België heb ik dan een aantal beurzen gezocht en gekregen om daar één semester les te kunnen volgen. Het is zo ongelooflijk duur dat er financieel niet méér mogelijk was. Uiteindelijk ben ik assistent geworden van Tsutsumi, een functie die ik twee en een half jaar met heel veel plezier heb gedaan. Dat hield in dat ik, wanneer hij op tournee was, zijn lessen overnam. Wat toch voor de helft van de tijd het geval was. Toch heeft het mij ook de mogelijkheid gegeven om mijn Artist diploma te halen. Wat in die school als het hoogst haalbare niveau werd beschouwd. Op dat moment was ik er de enige cellist die de cursus volgde. Het komt neer op heel veel recitals en concerten doen, waarbij ik het geluk heb gehad dat ik in die tijd met enkele fantastische docenten zoals pianist Leonard Hokanson en violist Rostislav Dubinsky kamermuziek hem mogen spelen. Een heel leerrijke ervaring.”
Daarna ontmoet Tom de Deense cellist Erling Blöndahl Bengtsson, waarvan ik nog nooit heb gehoord, moet ik eerlijk zeggen (van de hiervóór opgesomde virtuozen ook niet trouwens, maar dat zal wel aan mij liggen, zeker?), maar volgens Tom zijn er “in Scandinavië vele standbeelden van hem te vinden”. En dat bij leven en welzijn!
Tom Landschoot: “In dat ene jaar dat ik in de University of Michigan een meestergraad heb behaald, heb ik zonder twijfel het meeste geleerd en ook dingen van hem overgenomen. Groot was mijn verbazing toen hij mij op het einde van dat jaar vroeg om een jaar zijn lessen over te nemen.”
En dan gaat er een nieuwe wereld open voor Tom: “Plotseling kwam ik tot het besef dat er eigenlijk niets fantastischer is dan studenten die uitzonderlijk goed spelen. Dat geef enorm veel voldoening.”
Maar helaas had Bengtsson slechts een sabbatjaar genomen en toen hij terugkeerde, moest Tom dus uitkijken naar ander werk. Dat werd dan uiteindelijk de Arizona State University. “Altijd gerangschikt binnen de twintig beste muziekscholen in Amerika,” zegt Tom. “En als je bedenkt dat er bijna 2500 scholen zijn, begrijp je dat hem om een school gaat met een vrij hoog niveau.”
Alhoewel hij af en toe nog op tournee gaat, is hij toch vooral blij met de vaste benoeming die hij nu te pakken heeft: “Ik zocht een thuisbasis en niet langer dat kleine appartementje waar je om de maand eens langs kwam.”

Referentie
Ronny De Schepper, Cellist Tom Van Landschoot wil vooral meer optreden, Het Laatste Nieuws 16 juni 1995

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s