Op 25 mei 1870 ging in de Parijse Opera “Coppélia” in première (foto van de versie door het English National Ballet op YouTube), een ballet van Arthur Saint-Léon op muziek uiteraard van Léo Delibes, die zich op bestelling vooral baseerde op de volksdansen uit Galicië, waar het verhaal zich zou afspelen. Zo’n voor toneel bewerkte volksdansen noemt men dan karakterdansen. Ik wist echter niet dat czardas en mazurka afkomstig waren van het land van Julio Iglesias!

Het eenvoudige scenario van Charles Louis Etienne Nuitter gaat terug op het sprookje “Der Sandmann” van E.T.A.Hoffmann, waarin een meisje (hier Swanilda) jaloers is, wanneer haar verloofde (Franz) een ander meisje, dat voor het raam een boek zit te lezen kushandjes toewerpt. Uiteindelijk blijkt dit meisje (Coppélia) een pop te zijn, een levensgrote mechaniek, ontworpen door de ietwat bizarre Dr.Coppélius en nadat deze eerst getracht heeft van de “levensgeesten” van Franz over te brengen op zijn pop, loopt het allemaal nog goed af als Swanilda de plaats van de pop inneemt en Coppélius de schrik van zijn leven bezorgt.
92 Giuseppina Bozzachi als CoppéliaBij de creatie werd de rol van Swanilda vertolkt door Giuseppina Bozzacchi. Helaas heb ik enkel via de Spaanse Wikipedia een interessante opmerking over haar kunnen vinden: “De Giuseppina Bozzacchi, la Coppélia original, una joven estudiante de ballet que acababa de cumplir dieciséis años, se esperaba que tuviese una gran carrera delante de ella pero se enfermó de cólera durante el cerco de París y murió en su cumpleaños diecisiete.”
In de evolutie van het ballet is het vooral interessant dat de rol van Franz bij de creatie nog werd gedanst door een meisje. Pas later werd er meer kracht toegevoegd, zodat hij werd vertolkt door wat men dan noemt een “demi-caractère artiest”, maar men zou eigenlijk eerder van een turner dan van een danser kunnen spreken. Slechts in de versie van Marius Petipa is er een echte balletdanser voorzien voor de rol. Dan zitten we wel reeds in 1884. Later kwam er ook nog een herziening door George Balanchine. Het kon dan ook niet uitblijven of diens leerling Robert Denvers bracht met het Ballet van Vlaanderen in februari 1994 ook een eigen versie.
De choreografie werd bijgeschaafd door Attilio Labis, maar leunt toch nog altijd erg dicht aan bij het origineel, zij het dat hij een paar fragmenten uit “La source” heeft toegevoegd. Roger Bernard zorgde voor een prachtig decor en voor kostumes die soms wel een beetje extravagant zijn (de burgemeester ziet er eigenlijk uit als één van de mechanische poppen van Dr.Coppélius).
Gewoontegetrouw laat Robert Denvers zijn hoofdrollen door verschillende koppels dansen. In dit geval zijn het er vijf: Lorena Feijoo met Chris Roelandt, Aysem Sunal met Eric Frédéric, Xiomara Reyes met Rinat Imaev, Ninon Neyt met Tero Julku en Hiroko Sakakibara met Jean-François Boisnon. Dit was het koppel dat ik aan het werk zag en niet ter algehele bevrediging overigens. Later (2/6/95) zag ik het paar Sunal-Frédéric en dat was heel wat beter.
Maar het ergste is dat Labis de rol van Coppélius, een rol die eigenlijk door een werkloze acteur zou kunnen worden vertolkt, laat spelen door een sterdanser als Jan Vandeloo (in die latere vertoning mocht hij het mazurka-koppel dansen en was Gideon Louw te zien in deze ondankbare rol). Jan is helaas reeds halfweg de dertig en de wet van het dansen is dan ook onverbiddelijk, zelfs al spant hij zich bij de trainingen dubbel zo hard in als de jongeren. Bij de vriendinnen van Swanilda herkende ik ook Dawn Fay

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.