Ook Pierre Platteau (op bovenstaande foto tweede van rechts) neemt vandaag tram zeven…

In de jaren zeventig vond mijn (eerste) vrouw dat ik maar eens aan een televisiequiz moest meedoen in plaats van thuis de wiseguy uit te hangen. Het werd uiteraard een flop van jewelste (*) en mede door een toevallige samenloop van omstandigheden, kan dit onder meer er hebben toe bijgedragen dat ik de kans ben misgelopen om op regelmatige basis bijdragen te leveren voor Humo. Maar goed, gedane zaken nemen geen keer (ik zou dan ook niet op De Rode Vaan terechtgekomen zijn en dat zou toch wel erg spijtig geweest zijn) en vooral: ik heb aan deze quiz een (weliswaar occasionele) vriendschap met de quizmaster overgehouden. De quiz in kwestie was immers “Retroscoop” (over films) en hij werd gepresenteerd door Pierre Platteau. Bovenstaande foto werd overigens genomen tijdens het etentje dat eraan voorafging. Aan dat etentje nam ook Jan Theys deel (ook al is hij niet op de foto te zien), die het programma achter de schermen begeleidde. Hij was ook de man die onderstaande “calicot” heeft “geregisseerd”. Om te weten wat dit precies inhield, zie hier.

00 retroscoopNadien, vooral in mijn Rode Vaan-tijd, heb ik Pierre nog geregeld ontmoet, op de BRT natuurlijk, maar ook in het stamcafé van de RV-redactie, waar hij samen met zijn echtgenote, de actrice Rita Wouters, wel eens een pint kwam drinken. Het is dààr, tussen pot en pint, dat hij mij zijn levensverhaal eens heeft verteld en ik moet zeggen, ik viel achterover van verbazing. Geen wonder dat hij daarover later een aantal boeken heeft geschreven. Boeken die ik bijna allemaal in mijn bezit heb en die ik nu (met tussenpozen uiteraard) in volgorde van verschijnen aan het lezen ben.
DE GROTE FABRIEK
Mijnheer Retroscoop, noemen wij hem nog altijd. En hij is daar blijkbaar niet kwaad om, ook al is dit nu wellicht niet het representatiefste televisieprogramma om Pierre Platteau mee te vereenzelvigen. Neen, Pierre Platteau , dat is eerder « De zuiverste nacht/Mijn mooie bioscoop » en nog meer « Het rollende leven », een docudrama over Gustaaf Vermeersch, waarvoor De Rode Vaan hem zo graag de prijs van de TV-critici had zien winnen. Maar wie weet, misschien lukt het hem wel met « Hard labeur » of « Charelke Dop » of « Daarachter », drie BRT-producties waarvan hij aan de oorsprong ligt die in 1985 op het argeloze publiek zullen worden losgelaten. Voor het ogenblik houdt echter de nieuwe MMT-productie (première in Boom op 7 september 1984) « De grote fabriek », onze aandacht gaande. Alweer een sociaal onderwerp dus, een « specialiteit » van Platteau ?
P.P. : Dat is niet moeilijk. Een leeftijd waarop je heel veel indrukken opdoet is toch de puberteit en voor mij was dat de periode dat ik op een kartonfabriek werkte. Ik was toen veertien jaar, dus dat was in 1959, nog net de periode dat de baas nog écht « baas » was. Er zijn uiteraard ook nu nog heel wat misstanden in fabrieken, maar zelfs die zijn technologisch versierd, als ik het zo mag stellen. In ’59 daarentegen was het nog puur 19de eeuw. Ik ging met mijn stiefvader binnen en de baas die sprak niet tegen mij maar die vroeg aan mijn stiefvader of ik wel geschikt was voor het werk. En dan antwoordde mijn stiefvader dat ik wel een beetje een dromer was maar voor de rest toch mijn best deed. En dan zei die vent, nog altijd zonder naar mij te kijken : awel, 9,5 fr. per uur, is dat goed ? En zo heb ik daar twee jaar gewerkt en nadien nog op een metaalfabriek en dat toch allemaal in een heel beïnvloedbare periode, vandaar dat ik nog altijd van die jaren « drink ».
— Vandaar misschien ook de « setting » van je stuk : het lijkt me zo rond de eeuwwisseling te zijn, maar tegelijk is het een « progressieve » baas, dus een samengaan van die twee arbeidsvormen zoals je ze daarnet schetst ?
P.P.
: Het vertrekpunt is eigenlijk op de realiteit gestoeid. Ik ben in Molenbeek opgegroeid en heb veel gelezen over de plaatselijke geschiedenis. Ik ben immers iemand die graag achteruit kijkt omdat ik vind dat je dan beter kan begrijpen wat voor je ligt. En zo ben ik in 1885 gestoten op een fabriek waarvan de baas, een zekere Pauwels, zichzelf als een progressief liberaal beschouwde. Hij wilde zijn arbeiders met andere woorden « menselijk » behandelen en daarom bouwde hij in zijn fabriek een enclave waar zij konden leren, eten en wonen.
Daarom was een reporter van het Parijse tijdschrift « L’Illustration » daarop afgekomen en toen ik dat artikel heb ontdekt, een jaar of vier geleden, vond ik dat onmiddellijk een uitstekend vertrekpunt. Ik heb het gegeven echter verplaatst naar 1905 omdat ik een aantal levens wilde laten dooreenstrengelen tot 1918. Die fabrieksbaas natuurlijk, maar ook z’n broer die pater is, nogal sociaal geëngageerd maar die dan op een soort onmacht stuit, verder nog een van de eerste socialisten die dan zwaar ontgoocheld is wanneer die partij haar ideaal van het gebroken geweer laat varen enz. En dat allemaal tegen de achtergrond van die fabriek, die altijd moet blijven draaien, ook onder de bezetter. De regie is van Achiel van Malderen en ik vind dat hij dat « perpetuum mobile » heel goed laat uitkomen. Vandaar dat ik bewust data heb achterwege gelaten (buiten dat begin- en eindpunt dan) omdat ik een allegorie heb willen maken, die heel humoristisch is maar tegelijkertijd ook heel wrang en heel bitter omdat de droom die deze mensen hebben wordt kapot geslagen. Iets wat ook op dit moment nog heel reëel is, denk ik.
– Maar waarom dat nu precies in de vorm van een musical gegoten? Op aanvraag van het MMT?
P.P.
: Toen het MMT mij benaderde, wilden zij inderdaad een groot muzikaal spektakel op muziek van Dirk Stuer, t.g.v. hun 30ste verjaardag. Maar eigenlijk wist ik reeds van bij de aanvang dat « De grote fabriek » een muzikaal spektakel moest worden, groots en kleurrijk. Vandaar wellicht dat zij onmiddellijk werden aangesproken door de synopsis die ik had gemaakt.
Groots is het alleszins geworden, met veertien hoofdvertolkers en tal van figuranten, met een Engelse choreograaf, enz. Wij hopen dan ook dat deze arbeid zal « renderen » in een productie die wij onze lezers kunnen aanraden. In tegenstelling tot de politiek van Arena betreft het hier immers een productie van en over onze eigen mensen. Alhoewel we deze aanpak willen aanmoedigen en de muziek van Dirk Stuer en de regie van Achiel van Malderen zelfs als geslaagd zouden willen bestempelen, zijn we toch niet helemaal tevreden met het resultaat. Het werk mist dynamisme (het duurt zo maar eventjes drie uren) en inhoudelijk is het erg braaf. Ondanks het onderwerp wordt alles in het werk gesteld om Kerk & Kapitaal toch maar zeker niet voor het hoofd te stoten. Bij de opmerkelijkste akteurs vermelden we René Verreth als de grootindustrieel Clovis Halicail, Geert Defour als de socialist Rie, Theo Hijzen als Max en Nora Tilley als zijn vrouw Emma.
61 pierre platteau in 1954SCHOOL NUMMER 1
Pierre Platteau werd geboren in 1945 in Verviers, omdat zijn Duitse communistische moeder (**) op weg was naar haar minnaar, een Vlaamse SS’er die in Molenbeek woonde, waar Pierre nadien opgroeide in ellendige omstandigheden. Nadat zijn vader uit de gevangenis was ontslagen, kreeg-ie immers te maken met diens sadistische neigingen. Zoals we kunnen lezen in “School nummer 1”. Buiten het feit dat de titel niet goed gekozen is (het schoolgaan begint pas op p.101 en het boekje telt amper 158 blz.) is hier niet veel op aan te merken. Platteau beschrijft zijn jeugd met de ogen van het kind dat hij toen was en dat maakt sommige passages nogal “geheimzinnig”. Op sommige bijeenkomsten waar hij met zijn vader naartoe gaat, lijken de aanwezigen wel een soort van uniform te dragen, maar het wordt nooit duidelijk of dit nu inderdaad zo is en waarover die bijeenkomst nu juist gaat, omdat een kind (en dan nog zo’n jong kind) dat uiteraard niet kan bevatten. Ik kan me wel inbeelden dat sommige mensen zich hieraan zullen storen, want dat was bij mij eerlijk gezegd ook een beetje het geval (gezien het onderwerp, de collaboratie, mij uiteraard ten zeerste interesseert), maar anderzijds heeft deze aanpak ook iets heel aantrekkelijks.
Ik wil ook de liefhebbers van SM waarschuwen, want als dat sadisme van Pierre’s vader seksuele connotaties begint te krijgen (hij dwingt zijn vrouw naakt over stoelen en tafels te klauteren en natuurlijk eindigt zo’n scène in de slaapkamer), dan kunnen die zich daar uiteraard ongemakkelijk bij voelen. De grote stelregel blijft vanzelfsprekend dat het slachtoffer met dergelijke behandeling moet instemmen (meestal zelfs er naar verlangt) en dat is in dit huishouden zeker niet het geval!
In “Anneliese, een lot vanuit Duitsland”, eveneens verschenen in 1994, maar voorlopig nog niet in mijn bezit (***), blijkt nog meer dat het leven van Pierre Platteau een regelrechte smartlap was (dixit hijzelf), want zijn moeder werd bepoteld door de pastoor. Een gelukkiger tijd kende hij bij zijn grootouders in de Odonstraat. Omdat hij toen van zijn dromen moest leven, heeft hij zijn productiemaatschappij later trouwens Odon Productions genoemd.
Zijn grootmoeder was de lokale “diva”, bijgenaamd “La Madelon”. Pierre moest reeds op 14 jaar gaan werken, maar dankzij zijn vriendschap met de zoon van de baas, kon hij aan zijn ontwikkeling blijven werken. Hij gaat bij een oude koloniaal inwonen, die hem (samen met het hoertje Simone) inwijdt in het leven. Ondanks zijn sjofele kledij wordt hij verkoper in een speciaalzaak, waar hij echter wordt lastiggevallen door een oude homofiel, zodat hij zijn baantje verliest door woedeuitbarstingen.
Anderzijds moeten we natuurlijk wel opletten met realiteit en fictie al te zeer te willen doen samenvallen, want in “Rue Bonnevie”, de opvolger uit 2002 van “School nummer één”, duikt “het hoertje Simone” ook op en hier is ze dan voor kort even de stiefmoeder van de kleine Pierre. “Rue Bonnevie” vertelt het leven van de kleine Pierre nadat zijn ouders uit elkaar zijn gegaan. Eerst logeert hij bij zijn moeder, dan bij zijn grootvader en tenslotte trekken ze beiden (grootvader en kleinkind dus) toch opnieuw in bij de vader die een café wil beginnen en daarom o.a. aanpapt met het ex-hoertje Simone. Maar al gauw vallen er opnieuw klappen zowel voor de grootvader als voor Simone (opvallend: Pierre deelt niet zo gauw in de slagen, al is er natuurlijk wel de voortdurende angst dat het wél kan gebeuren) en deze laatste trekt er dan ook al vlug vanonder.
Dan raakt hij aan de slag bij het cabaret van Chris Bouchard en via Chris Bouchard geraakt hij bij Jan Geysen (“Ga jij maar winkelen, ik let wel op de radio” en “Strip”) en zo naar de televisie (“Labyrinth”, de opvolger van “Binnen en Buiten”).
Ondertussen kreeg hij bericht van het Nieuw Vlaams Tijdschrift dat zij zijn verhaal „Bericht aan het publiek”, dat hij hen toegestuurd had, wilden publiceren. Uiteindelijk werd het zelfs geselecteerd voor het Literair Akkoord. Het was het begin. Hij worstelde zich uit het moeras van de marginaliteit en trouwde met de actrice Rita Wouters. Toen heeft hij resoluut besloten om louter van mijn pen te leven. En wat blijkt ? “Dat het dus toch kan in Vlaanderen. Maar je moet er wel wat voor doen. Niet louter bij de telefoon zitten wachten tot men je opbelt. Je moet voor driekwart handelsreiziger zijn voor jezelf. Oordelen wat de televisie kan interesseren, wat boeiend is voor de theaters. Voorstellen indienen. Moeilijk in het begin, maar als je volhoudt, lukt het wel.”
Voor de BRT schreef hij “Clementine”, “Daar is een man verdronken” en “De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop”, telkens naar Ernest Claes. Ook eigen werk als “De dinosaurus”, “De eerste sleutel”, “De folterklas”, “De piramide”, “Mijn mooie bioscoop” en “De zuiverste nacht” (autobiografisch over de nachtelijke schoonmaakbeurten in de NAVO-gebouwen). Verder: “En de mist trekt op” (een docudrama over Albrecht Rodenbach), “Hard labeur” (naar Reimond Stijns met Chris Lomme en Jo De Meyere), “Het Rollende Leven” (docudrama over Gustaaf Vermeersch), “Het saldo” (een thriller naar een idee van Jan Matterne). Hij schreef ook het scenario van de film “Zware jongens“.
P.P.: Sommige opdrachten komen ze soms toch wel op een presenteerblaadje aanbieden. Het scenario voor de film “Zware jongens” van Gaston en Leo bijvoorbeeld. Dat is leuk. Ik vind het ook niet te min, want het merendeel van mijn werk is ook op entertainment gericht. Tenslotte ben ik opgegroeid met romannetjes van een cent, strips en B-films. Toch zijn er grenzen. Het scenario voor de filmversie van „Mijn schoonzoon is nen Ollander” heb ik afgewezen. Dat ligt buiten mijn mogelijkheden. Maar volgend seizoen ga ik dan wel weer een stuk maken voor het circus van Vuile Mong en z’n Vieze Gasten : “Schemerstad“. Omdat de problematiek van de politieke vluchteling in ons land me boeit.
Ikzelf was natuurlijk het meest verguld met “Het zilveren hoekske” omdat deze TV-film werd gedraaid in Temse. Omdat de film om budgettaire redenen zich overdag afspeelt i.p.v. ’s avonds zoals Platteau wilde, trok hij zijn volgende scenario, “De Tuin van Rede”, terug en verkoelde de verhouding met de BRT. Misschien mede dààrom is “The Snuff Connection” (Philip Keuleers, 1995) er nooit gekomen. Toch werkten hieraan mee: Bea van der Maat, Bert André, Mathias Sercu, Isabel Leybaert, Marijn Devalck, Rita Wouters, Ben Crabbé, Veerle Eyckermans, Jos Van Gorp, Ille Geldhof, Benno Barnard, Ann Hendriks, Horst Mentzel, Arnold Willems, Ludo Hellinx, Warre Borgmans, Achiel Van Malderen en Eric Geboers. Het zou een reeks worden in vier afleveringen die bedoeld was voor verschillende Europese televisiestations en voor het videocircuit. En als uitstapje van de artiesten naar de Bahama’s blijkbaar. Twee afgestudeerde filmmakers, Laura en Eric, gaan immers op avontuur doorheen de wereld van de vrouwenhandel. Pierre zal ongetwijfeld hebben geknarsetand toen jaren later “De Matroesjka’s” zo’n succes bleken te zijn…
Gezien mijn inleiding moest het er wel van komen dat Pierre ook een toneelstuk schreef met als titel (en onderwerp) “Kwis”. Het werd eveneens door het MMT gecreëerd, maar Pierre Platteau was helemaal niet te spreken over de BRT-versie van dit stuk door Eddy Verbruggen en Jos Verlinden in 1988, ondanks het feit dat ook hier Jaak Van Assche en Manu Verreth de hoofdrollen speelden. Benieuwd wat hij zou hebben gevonden van die van Mark Van Damme, een leraar van mijn zoon Roddy, met zijn Theatergezelschap PEG uit Borsbeek. Niet veel, vrees ik, want zijn naam wordt zelfs niet in het programma vermeld! De Verreth-broertjes lieten niet lang daarna zien dat de werkelijkheid de fantasie nog altijd overtreft met de “Pak de Poen”-show met “Percy, Percy, u kent hem wel, Percy…”. En, in diezelfde gedachtengang, toen ik zelf aan de Retroscoop-quiz deelnam mocht ik niet zeggen dat ik werkloos was!
Daarna schreef Pierre Platteau “Chez Flo” voor het Fakkeltheater. Mitta Van der Maat regisseerde en Wim Van den Bogaert (echtgenoot van Anne Mie Gils, het stond zo in het programma…) zorgde voor het decor. Met Hans De Munter als Grote René en Anne Mie Gils (de enige die kan zingen) als Ilja, de rondborstige en rondbuikige zwerfster die zijn passie aanwakkert, nadat ze haar werkloze man heeft laten zitten om als dakloze te gaan leven. Verder Bart Van Avermaet als Lode, Chris Cortens als Jean-Jean, een reuzegroot cliché van de ouder wordende homofiel, Daisy Thijs als Tine, de van de tongriem gesneden wc-madam, Arnold Willems als Michel, een man die van dromen leeft (vooral over een jeugdvriend), Arlette Sterckx als Jacqueline, alweer een cliché van een ouder wordend hoertje (al ziet ze er eigenlijk nog niet slecht uit) en Rebecca Huys (dochter van Mia Grijp), Sjoerd Verbeke, Len Van Kuyck en Bart Coeckelberg in kleinere rollen.
“Chez Flo” is een cabaret in een stadsbuurt die uitsterft omwille van “het bruine gevaar”, d.w.z. immigranten maken de buurt onveilig. Maar daarop wordt vooral gewezen door een ander soort “bruin gevaar” in de persoon van een zekere Lode, een plaatselijke politicus “die het goed kan zeggen” en kans maakt om de volgende burgemeester te worden…! Je kan je afvragen of het recept dialoog-liedje-dialoog-liedje enz. (niet onaardige muziek van Vanlukas, maar geen “meezingers”, al is dit op het einde wel de bedoeling) wel het juiste is (het beste moment was dan ook toen Hans De Munter zei, als het “zijn beurt” was: “Ik zing niet!”) om het fascisme te bestrijden, maar tenslotte is de film “Cabaret” wél zeer effectief. De grootste fout zit ‘m dan wellicht ook in het feit dat Lode De Winter (of heette hij dan toch niet zo?) betere dialogen in zijn mond krijgt gelegd dan zijn tegenstanders. Bovendien is een handelaar in blanke slavinnen (René dus), ondanks het feit dat hij ooit nog eens guerillastrijder is geweest (of is dit nog een overblijfsel van het scenario van “Schemerstad” dat Platteau voor Vuile Mong niet tijdig afleverde?), nu toch niet precies hét boegbeeld van de democratie.
Ikzelf heb het gezien in het Antwerpse Fakkeltheater op 08/01/1993 en Mong? “Ikzelf heb het niet gezien, maar men heeft me wel verteld dat ik daar zeker niet moest naartoe gaan, want dat het een complete ramp was. Mensen die geweest zijn, hebben me letterlijk gezegd: dat is pure propaganda voor het Vlaams Blok. Het was Lisette Mertens, geloof ik. Nu, zo’n zaken liggen ook erg moeilijk, hoor. Ikzelf moest daarbij denken aan de productie van Alex Wilequet voor Paljas, ‘Nie me mij’, een bewerking van een Engels stuk van Alan Drury.”
Volgens Piet Loose in de Rode Vaan nr.43 van 1988 is dit stuk een monoloog “die duidelijk aangeeft hoe subtiel het racisme inwerkt bij brede lagen van de bevolking. (…) De humor is zwart omdat hij reëel is. Je moet lachen met een herkenbaarheid die je afwijst. (…) Een zacht agressief stuk dat veel zegt maar niets uitlegt.” Het was overigens een productie die subsidieerbaar was via de diensten Volksontwikkeling of Jeugdwerking.
Mong: “Ikzelf heb het gezien een aantal jaren geleden op een congres van de KWB, waar wij ook moesten spelen. Toen had ik ook al het gevoel dat het eigenlijk niets oplevert van zo’n figuur van alles te laten zeggen, waarvan waarschijnlijk een groot aantal mensen uit het publiek ermee eens zijn. Je ontkracht te weinig hetgeen er gezegd wordt.”
Voor “Oog in oog” heeft Pierre Platteau ook zo’n monoloog geschreven (“De Dinosaurus”) voor Arnold Willems als portier van die nightclub. Een monoloog die zo uit “Chez Flo” had kunnen komen.
In 1997 verscheen dan bij EPO “Kronieken van Kalo Horio”, het dorpje op Kreta, waar Platteau geregeld ging uitwaaien. Zoals de titel reeds aangeeft, is dit niet echt een roman, maar een aantal schetsen, die allemaal betrekking hebben op Kalo Horio, “het goede dorp” zoals Pierre het zelf vertaalt en dat klopt wel, maar “kalos” is op de eerste plaats “mooi” en ik zou het dus eerder als “het mooie dorp” vertalen. Want zo “goed” is dat dorp nu ook weer niet. Mij viel immers het meest het verhaal “Een ogenblik van irritatie” op. Op het eerste gezicht het verhaal van een verschrikkelijk irritante corpulente Nederlandse “dame” (ze noemt zichzelf IJke, want ooit was ze een Mar-ijke) die haar “comeuppance” krijgt. Kortom, normaal een “feelgood” verhaal, omdat je blij bent dat de boze heks haar gerechte straf krijgt. En natuurlijk is dat wel zo, maar de scharnier van het hele verhaal, daar waar het allemaal om gaat, het “ogenblik van irritatie” uit de titel, is toch wel heel dubbelzinnig. Wanneer namelijk een Kretenzer een hond dood rijdt en deze er zich lachend wil van afmaken, vliegt zij er met haar bemoeizucht op af en roept een vloek op hem af (dat had ze tijdens haar verblijf blijkbaar geleerd). En van dan af keert deze vloek zich tegen hààr en wordt ze een volkomen paria, waardoor ze niet anders kan dan vertrekken. Maar zoals gezegd, veel voldoening haal je niet uit deze ommekeer omdat de aanleiding dus toch wel heel navrant was. Op Kreta worden honden namelijk niet echt als “levende wezens” beschouwd. Niet alleen de doodrijder, maar ook de omstaanders (waaronder ook de ik-figuur) vinden dat blijkbaar wel o.k., zo maar een hond van zijn sokken rijden. Nou, ik mag dan geen Amsterdamse kenau zijn, maar daar zou ik toch ook voor uit mijn vel gesprongen zijn!
Op de een of andere manier deed het mij ook denken aan een anekdote die Pierre in Knack tegen zijn ouwe gabber, wijlen Jan Geysen heeft verteld: “Ik prijs me gelukkig met mijn schip in de thuishaven van Antwerpen en mijn schrijfreizen naar Kreta. Al kan het daar gebeuren dat mijn oude ondeugden weer de kop opsteken. Een incident tijdens ons laatste verblijf daar. We verplaatsten ons met de bus. Al bij het vertrek bleek dat de zitplaatsen genummerd waren. Ik had daar niet zo op gelet, maar een Grieks reiziger maakte mij er vriendelijk attent op dat ik op zijn plaats zat. Opgestaan dus en op zoek naar mijn eigen nummer. Bleek die stoel ingenomen door arrogant type Engelsman, die mijn verzoek wegwuifde en me weghoonde. Een rood floers kwam toen voor mijn ogen. Het spijt me, meneer, zei ik, maar in dit geval zal ik verplicht zijn u te vermoorden. En ik begon beheerst zijn strot dicht te knijpen. De twee busbegeleiders hebben me van hem af moeten sleuren. Nog tijdens de reis heeft de onfortuinlijke Engelsman geprobeerd om bij de politie klacht neer te leggen tegen me, maar dat hebben de Grieken op de bus handig belet. Ze stonden aan mijn kant. Vriendelijke lui, die Grieken ! Ik kom er graag.”
Het is nu al lang geleden dat ik nog iets van Pierre heb gehoord. Ik vermoed dat hij van zijn vakantiewoning op Kreta ondertussen zijn vaste verblijfplaats heeft gemaakt.

Referentie
Ronny De Schepper, Pierre Platteau aan het lijntje, De Rode Vaan nr.35 van 1984
Ronny De Schepper, “Het offer is te kort” maar al deze praatstukken zijn duidelijk te lang, De Rode Vaan nr.41 van 1984

(*) Enerzijds door de zenuwen die mij op dergelijke momenten altijd in de steek laten, maar vooral ook omdat het systeem van de quiz in de eerste plaats gebaseerd was op het principe: “wie klopt het vlugst?”; inderdaad, als de vlugste afdrukker een verkeerd antwoord gaf, kregen de andere kandidaten niet eens de kans om dit recht te zetten.
(**) In “School nummer 1” staat niet vermeld dat zij communistisch (geweest) zou zijn.
(***) Merkwaardig genoeg is hiervan ook geen sprake op de rug van het volgende boek (“Kronieken van Kalo Horio” dus), terwijl “School nummer 1” wel wordt vermeld. Het heeft misschien met verschillende uitgeverijen te maken, want zijn volgende boek “Het geheugen van de stenen” (uitgegeven bij Atlas) vermeldt ook weer enkel “School nummer 1”. “Het geheugen van de stenen” is overigens een erg sombere bundel verhalen die zich allemaal in de grootstad afspelen (zowel in Brussel als in Antwerpen, waar Pierre nadien is gaan wonen). Persoonlijk vind ik dit het minste werk dat ik tot nu toe van hem heb gelezen. Ik vind het vooral jammer dat een aantal prachtige beschrijvingen van die typisch marginale karakters die Pierre Platteau vaak gaat opzoeken hier “verloren” staan, terwijl ze in een werk van langere adem wellicht uitstekend tot hun recht hadden kunnen komen…

gertje

15 gedachtes over “Pierre Platteau wordt zeventig…

  1. De meeste belevenissen van Pierre die zich afspeelde van voor de jaren 1964 daar was ik in grote lijnen al van in kennis omdat Pierre en ik samen onze legerdienst hebben gedaan bij de luchtmacht in Kleine Brogel in 1964 en 1965 en we waren twee handen op een buik en hebben daar bij de luchtmacht in die tijd een show en cabaretgroep helpen uit de grond stampen met als naam de 10de wing bingo boys. Om het leven op de luchtmachtbasis wat aangenamer te maken en het moreel van de troepen hoog te houden zou Eisenhower gezegd hebben. We speelden op onmogelijke momenten scènes na van Louis de Funès en Bourvil. We hebben ook samen met vijf luchtcommando’s {UDA) de begroeting moeten doen aan Lord Mountbatten bij zijn bezoek aan de basis en het was diezelfde Mountbatten die enkele jaren nadien door het IRA met zijn jacht in de Ierse zee werd opgeblazen maar daar zaten wij voor niets tussen. Na onze legerdienst hebben we nog tot 1980 per brief contact gehouden en zijn toen mekaar uit het oog verloren. Graag zou ik nog eens met hem in contact willen komen maar ik weet niet hoe. Je kunt mij bereiken via facebook Antoon Sterkmans uit Genk.

    Liked by 1 persoon

  2. beste,
    mijn naam is Freddy MISSOTTEN, woon in 1601 RUISBROEK en ben leeftijdsgenoot van Pierre PLATTEAU. Ik ging samen met ene Pierre PLATTEAU naar de Vlaamse afdeling van de toenmalige ‘athenee Joseph Bracops’ (lagere cyclus) aan de abbatoirs van Anderlecht. Die jonge Pierre Platteau was een echt talent, waarvan mij bijbleef dat hij toen heel knappe strips tekende in schriftjes. Tja, waarom blijft een mens zoiets bij in een nu stilaan toch wel redelijk gevuld leven?.Ik zou graag met Pierre Platteau in contact komen om te weten of de ‘kunstmens’ Pierre Platteau, diezelfde jonge talentvolle striptekenaar was, die vroegtijdig de schoolbanken verliet.Wie kan mij daarbij helpen; Ikzelf ben heel mijn leven, los van mijn beroepsloopbaan bij de Vlaamse Gemeenschap ( jeugd, sport, Topsport Vlaanderen,internationale betrekkingen) een wielerman geweest. En wie weet?? Met dank voor de aandacht. Freddy Missotten
    0474 31 56 82 cycli.prom.freddy@telenet.be

    Liked by 1 persoon

      1. Inderdaad, dat is de link die ik bedoel. ik had hem bij mijn link bij mijn gegevens gezet, maar blijkbaar wordt dat niet getoond.
        Ik heb ook nooit meer van hem gehoord; weet alleen dat hij vanaf 2008 ofzo terug naar Kreta is. Ik geloof ook niet dat het waar is.
        Ik heb bij het artikel van Van Stichelen de vraag gesteldin de hoop dat iemand zou kunnen antwoorden. Maar het wordt gecensureerd… Typisch, ik krijg daar nooit iets gepost. :(

        Liked by 1 persoon

  3. ook ik probeer al een tijdje te weten te komen wat er met Pierre gebeurd is. de beste manier is waarschijnlijk om Rita te contacteren maar ik krijg haar telefonisch niet te pakken.

    Liked by 1 persoon

  4. Het is niet ongewoon voor Pierre om de deuren dicht te trekken zonder dat er een reden voor is. Hij heeft heel veel behoefte aan vrijheid. Jammer vooral dat hij de laatste jaren niet meer productief was of verrast hij ons nog eens?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s