Twintig jaar geleden: het mislukte interview met Antje De Boeck

Mensen vragen mij wel eens waar nu juist het verschil zit tussen mijn passie voor het schrijven en de andere jobs die ik in mijn leven heb uitgeoefend (sociaal-cultureel werk, onderwijs, een bureaujobke bij een notaris, handenarbeid als jobstudent…). Ik antwoord dan meestal dat het heel eenvoudig is: bij al die andere jobs heb ik me op een of ander moment wel eens afgevraagd of ik dit nu wel écht wou doen, of ik m.a.w. daarmee gelukkig was. Terwijl deze twijfel bij de journalistiek nooit bij mij is opgekomen (in de tijd van De Rode Vaan, gebeurde het zelfs wel eens dat ik tijdens mijn vakantie langs liep op de redactie om even de handen uit de mouwen te steken: ik voelde me namelijk béter op de redactie dan op een of ander strand).
Welnu, eigenlijk is dit gelogen. Eén keer (maar dan ook slechts één keer) is het voorgevallen dat ik mij als journalist ook deze vraag heb gesteld. En dat was na een interview met Antje De Boeck. Ik was daar nochtans naartoe getrokken als “fan” (een foto van haar hing – naast tal van andere, akkoord – zelfs op mijn slaapkamer), maar het interview kwam maar niet van de grond, integendeel. En eigenlijk weet ik nog altijd niet hoe dat kwam.

Het was voor Stepsmagazine, dus het mocht wat luchtiger zijn dan voor De Rode Vaan, ik zeg zo maar wat. Omdat ze een aantal keren naast Michael Pas was gecast, probeerde ik hen aanvankelijk te verkopen als een soort “filmkoppel” zoals in het verleden illustere voorbeelden als Spencer Tracy en Katharine Hepburn of Humphrey Bogart en Lauren Bacall (die ook in het dagelijkse leven een koppel vormden, maar dat was niet mijn bedoeling) of ook nog Rock Hudson en Doris Day (die waren zeker géén koppel, aangezien Hudson, zoals na zijn dood pas zou blijken, homoseksueel was). Goed, dat zinde Antje niet, maar dat was niet echt het probleem, want ik had daar begrip voor. Maar van dan af interpreteerde ze al mijn vragen verkeerd. Zo maakte ik op een bepaald moment een opmerking over een naaktscène van haar in een toneelstuk (“Hamlet”): “Ha! Gij zijt zo’n puritein, die daar niet tegen kunt!” Nee, want Hamlet zelf gaat in een bepaalde scène ook uit de kleren als “Christ-like figure” en dat vond ik wél een goede vondst: “Ha! Ge zijt homo: naakte mannen zijn o.k., naakte vrouwen niet!” Enzovoort.
Op de trein terug naar huis dacht ik hierover na: waaraan had ik dat verdiend? Wel, was uiteindelijk mijn conclusie, ik had zoiets niét verdiend en ik zou het dan ook niet mijn koude kleren laten raken. Ik gooide de tape door het raampje en verving de foto op mijn slaapkamer door één van Victoria Abril. Maar zo makkelijk was ik er blijkbaar niet van af. Ik bleef daar maar mee rondzeulen. En daarom dacht ik: ik schrijf het van me af. Uiteraard niet het interview (dat ligt in de spoorwegberm) maar de tekst die ik toen had als voorbereiding, zodat het nu hopelijk helemaal uit mijn systeem is. Boeck toe!
MUIZESMOELEKE
Antje De Boeck werd geboren in Duffel in 1964 en weegt nog altijd slechts 46 kilo, wat ook wel komt door haar 1,54m. Ze groeide op in Willebroek en volgde op de middelbare school in Boom reeds bewegingsleer bij de in 1995 overleden Lea Daan. Dat sloot misschien wel meer aan bij haar sportieve belangstelling (zwemmen, paardrijden) dan bij een droom om actrice te worden. Toch is het eigenlijk merkwaardig dat zij zich aanbiedt bij Studio Herman Teirlinck (waar ze niet door het ingangsexamen geraakt). Ze gaat dan maar naar het conservatorium, maar daar wordt ze ook al na één jaar weggestuurd. “Ze vonden dat ik weinig meer uitstraalde dan het evidente, namelijk mijn tere fysiek en mijn muizesmoeleke.”
Eigenlijk geeft ze haar leraars (o.a. Dora van der Groen) zelfs gelijk, maar om zichzelf te bewijzen gaat ze wel conditietraining volgen. Tegelijk kon ze gelukkig aan het werk als babysit bij Sam Bogaerts. Op die manier vond ze in 1985 de weg naar het podium terug, eerst voor “Gloeiende kooltjes” (Witte Kraai) en dan later: “De theatermaker” (Zuidelijk Toneel Globe), “De Jonge Held” (Sfinks), “De Bacchanten” (Akt Vertikaal), “A christmas pantomime” (De Voorziening) en “Paarden schieten ze toch ook dood” (KVS), maar meestal verleende ze haar medewerking aan producties van De Tijd, waarvoor ze o.a. “Macbeth”, “Pan”, “De reisleidster”, “Vaders en zonen” en “Torquato Tasso” speelde.
De eerste keer dat ze bij een groter publiek bekend werd, was door haar TV-optredens in “Gejaagd door het weekend” van Peter Simons, “’t Bolleken” van Marc Didden en “Het Zilveren Hoekske” van André Van de Vijver, alle drie in 1988, te nemen of te laten, want aangezien ze geen diploma had, dacht de BRT (zeg maar Frans Puttemans) wat met haar te kunnen sollen. “Een mentaliteit die je nu terugvindt bij Familie,” zegt ze zelf. De professionele BRT-haters zijn dus bij haar aan het verkeerde adres.
Meer zelfs, later (in 1989) volgde nog “De kaperbrief” van Guy Bernaert naar de roman van Frank Liedel. De hoofdrol was voor Carry Goossens die van idealist naar geldwolf evolueert, waardoor zijn huwelijk met Antje De Boeck op de klippen loopt. Dit wordt gespiegeld in het huwelijk van zijn broer (gespeeld door Ludo Busschots) met Nora Tilley. Vader Dries Wieme is er het hart van in.
Kort daarna volgde haar eerste hoofdrol in “Het landhuis”, een magisch-realistisch BRT-drama van Raf Verpooten naar een scenario van Paul Jacobs. Daarin speelde ze de raadselachtige Marjan, waarop Hugo, gespeeld door Michael Pas (!), verliefd wordt. Verder met Marleen Vertongen (Katja), Nolle Versyp (de man), Polly Geerts (moeder), Jan Pauwels (vader), Günther Lesage (Stef) en Ugo Prinsen (prof). Hugo, een student in Leuven, gaat geregeld op de versiertoer. Samen met zijn vriend Stef gaat hij naar een tuinfeestje waar hij Marjan leert kennen. Na een kortstondige vrijage blijkt ze verdwenen. Hugo begint een zoektocht en ondervraagt mensen die contact hadden met vermisten. Het blijkt dat iedere vermiste op een of andere manier in verbinding stond met een geheimzinnige man. Hugo slaagt erin de man te volgen tot in een landhuis, een eindje buiten de stad. Magisch-realistisch sfeertje voor de liefhebbers. Pas en Antje zijn wel uitstekend, zoals altijd.
DAENS
Michael Pas speelt ook haar vrijer in de film die haar debuut in de bioscoop en tevens haar grote doorbraak zou betekenen, “Daens”. Antje De Boeck: “Het was een geluk dat Daens werd geregisseerd door Stijn Coninx, omdat het buiten een goed regisseur vooral ook iemand is die een goede sfeer kan bewerkstelligen. En dat was nodig, want de opnamen waren erg stresserend.” Ze hield aan haar vertolking in “Daens” de prijs van de beste actrice over op het Festival van Tavira in Portugal en ook de Joseph Plateauprijs 1993.
Men trachtte het koppel voor een derde maal te herenigen voor “Alles moet weg”, de verfilming van de roman van Tom Lanoye, waarin het hoofdpersonage nu plotseling Kamiel zou heten en heteroseksueel zou zijn. Daardoor werd een nieuw personage gecreëerd, nl. Els, een vriendin van Kamiel, en die zou worden gespeeld door Antje De Boeck. Kamiel zou dus Michael Pas geweest zijn, ware het niet dat Tom Lanoye er uiteindelijk toch in geslaagd is regisseur Jan Verheyen te overhalen de oorspronkelijke geest van het werk te behouden.
Denkend aan Michael Pas, vond ik het eigenlijk wel merkwaardig dat Antje De Boeck nog niet met Robbe De Hert had gewerkt. Ik heb niets tegen Hilde Heijnen, maar haar rol in “Blueberry hill” (en daarna “Brylcream Boulevard”) was Antje toch op het lijf geschreven? (De casting werd nochtans door Frank Van Passel gedaan!)
IK HEB HET GEZIEN
Jan Decleir is een ander figuur (meer een vaderfiguur) die ook steeds opduikt als men het over Antje heeft. Is hij immers niet de voedstervader van “Het Gebroed”, waarvoor Antje ten voeten uit te zien is in “Ik heb het gezien”?
Eigenlijk is dit gewoon Shakespeares “Hamlet”. De regie van Stany Crets en Jan Maillard (ook bewerking en decor) volgt immers redelijk getrouw het origineel (de gebruikte vertaling is zelfs bij wijlen oubollig), alleen werd de cast tot zes personages ingekrompen (naast Antje zijn dat Dimitri Dupont als Claudius, Pieter Embrechts als Horatio, Jan Van Hecke als Hamlet, Luc D’Heu als Polonius en Chris Lomme als Gertrude) zodat sommige dialogen in de mond van een ander figuur werden gelegd. Zo werd Horatio zowel toneelspeler als de broer van Ophelia en speelt Claudius ook de geest van zijn broer, waardoor de discussie over “hoe verschillend ze wel zijn” verinnerlijkt wordt.
De grootste wijziging is nog dat het koningspaar op het einde niet “gestraft” wordt (aangezien de mogelijkheid bestaat dat Hamlet de demonen slechts in zijn hallucinatie heeft gezien, dat zijn vader m.a.w. niet werd vermoord), maar dat Hamlet zelfmoord pleegt door zelf de gifbeker te drinken, die men voor hem achter de hand hield. Hierbij hadden de bewerkers Kurt Cobain voor ogen, maar in tegenstelling tot in het Raamtheater (met een gitaarspelende Hamlet) werd het geen “rock-Hamlet” ondanks de branie van het naakte, het spuwen en de overacting (the ministry of silly walks duikt zelfs op een bepaald moment op). Ergens wordt ingespeeld op het feit dat Hamlet “de eerste antiheld” zou zijn, maar men durft niet echt de kaart trekken van “het onuitstaanbaar knaapje”. Nochtans zou een feministische lezing daartoe aanleiding kunnen geven: denk maar aan zijn “verhouding” met Ophelia!
Evenmin is het duidelijk of de regisseur de humoristische toer wilde opgaan. Dat hij wilde shockeren is duidelijk, maar kàn men dat nog met naakt? Misschien als een toespeling op “fluitspelen” wel heel letterlijk wordt genomen, waarna Hamlet nog eens ten overvloede gaat illustreren dat hij “a Christ-like figure” is. Dit zou men dus met veel goede wil nog functioneel kunnen noemen, maar is het echt nodig dat Ophelia (Antje dus) als ze gek wordt met naakt onderlijf rondloopt? Ik weet nu wel dat vooral in opera’s krankzinnigheid wordt uitgedrukt door “een lang wit kleed en loshangende haren”, maar of een kort wit hemdje en schaamhaar daarvoor kunnen doorgaan is nog maar de vraag…
Bij Zaki had ze nog geantwoord op de vraag of ze naakt zou willen acteren: “Als de rol dat zou vragen, heb ik daar geen bezwaar tegen.” Dus dat vond ze dan nu ook? “Dat is de integriteit van de groep die daarover beslist. Jan stond daar ook naakt en niemand die daarover valt.” Omdat het bij hem wél functioneel was? “En bij een vrouw niet? Mannekes, waarover hebben we het? Er is zelfs een schooldirectie geweest die me gevraagd had voor een schoolvoorstelling een broek aan te trekken! Ik heb mij nog nooit zo beledigd gevoeld.” En? “Ik heb gezegd dat ik mij ook niet met hun lessenrooster bemoeide.”
Enfin nu weten we waarom de voorstelling “Ik heb het gezien” heet…
EEN JAAR ZONDER ZOMER
Vroeger had ik haar nog gezien in een productie van Mia Grijp (22/08/1992) naar Cathérine Anne’s “Een jaar zonder zomer”. Zowel de vormgeving (een carrousel, een uitstekende vondst, die technisch na verloop van tijd wel op de zenuwen gaat werken, omdat hij nogal veel lawaai maakt) als de muziek van dit stuk werden aan Ivo Vander Borght toevertrouwd, de levensgezel van Mia.
Frank Dierens speelt Gérard, een jongeman die het ouderlijke huis in de provincie verlaat om in het Parijs van 1913 zichzelf te zoeken. Hij denkt dat hij een dichter is, maar is dat wel zo? En indien hij talent heeft, kan je daar dan wel van leven? De personages, vrij geïnspireerd op het leven van Rainer Maria Rilke, zijn nog erg jong. Nog in volle ontplooiing dus. Vandaar een taalgebruik dat tegelijk fris, vrolijk en nostalgisch-romantisch is als scherp en cynisch. “Ze ontvluchten de banaliteit in een pseudo-poëtisch gedrag,” zegt de persmap. “Hoe voller ze hun leven dromen, hoe leger het wordt.” Deze Frank Dierens is, denk ik, een debutant die niet bij machte is deze centrale rol te dragen.
Griet Debacker is juffrouw Punt, een bediende van zijn vader, die er, in tegenstelling tot de andere personages, niet in slaagt los te komen van haar ouders. Zij zal het ouderlijk huis pas verlaten als haar gehandicapte vader een tweede huwelijk aangaat. Ook hààr vertolking is zeer mat.
Elke Dom speelt Anna, een Duitse vrijgevochten jonge vrouw (geïnspireerd op Lou Andreas Salomé), die rondzwerft en ook een beetje literatuur bedrijft. Haar onvermogen om correct te formuleren, mag dan nog een middel zijn om bepaalde ideeën te verduidelijken, maar in de Nederlandse vertaling klinkt het indianentaaltje dat ze spreekt toch erg kunstmatig. Ook de vertolking van Elke Dom, nochtans een talent om te koesteren, lijdt daaronder.
Antje De Boeck speelt Louisette, de dochter van de huisbazin van Gérard in Parijs. Zij is hopeloos verliefd op hem en zelfs bereid hem met Anna te delen, als het erop aan zou komen. De oorlog zou in haar voordeel kunnen spelen (Anna mag Frankrijk niet meer binnen), maar aangezien Gérard naar het front moet, is de afloop nog onzeker. Antje speelt met glans een hyperkinetisch ding dat zich voortdurend loopt te krabben.
En tenslotte is er Jan Steen, “l’acteur fétiche” van Mia Grijp. Hij speelt Dupré, een sociaal geslaagd maar artistiek gerateerd schrijver die een slechte invloed uitoefent op Gérard. Waarom dat ook nog eens per sé als een homofiele “dreiging” moest worden weergegeven, is me een raadsel. Anderzijds maakt Jan Steen hier een schitterende show van, al kan men even goed stellen dat het niet gepast is dat een klein rolletje dermate de aandacht trekt.
Destijds (maart ’93) miste Antje de oscarfeestelijkheden rond “Daens” omdat ze in “Slotkoor” van Botho Strauss (De Tijd) moest spelen, maar dat heb ik niet gezien, evenmin als “Het gaat barsten” van Jean-Marie Piemme (Theater Teater, oktober ’93).
MANNEKEN PIS
De regisseur van een aantal afleveringen van “Bex & Blanche” (ook die waarin Antje speelde – en alweer uit de kleren ging – namelijk “The Sikh Story”, naast “The Price of Love” en “Buddy’s”), Frank Van Passel, kreeg 16,2 miljoen voor zijn debuut als volwaardig filmregisseur (na een aantal assistenties, vooral bij de films van Marc Didden, maar ook bij “Koko Flanel”, “De gesloten kamer” en “Het verdriet van België”) met “Manneken Pis”, een film naar een scenario van zijn studievriend (Sint-Lukas) Christophe Dirickx over de liefde en “hoe die altijd te vroeg of te laat komt”. De hoofdrollen worden vertolkt door Antje De Boeck en Frank Vercruyssen (medeoprichter van STAN en in “Daens” haar extreem-rechtse broer Louis) en ook door Ann Petersen, die vanop afstand een oogje in het zeil houdt (letterlijk). In twee uitstekende bijrollen herkennen we Stany Crets en Wim Opbrouck. Ook de muziek van Noordkaap krijgt veel lof.
Het werd een uitstekende, poëtische film, die op het Filmfestival van Berlijn goed werd ontvangen en ook Montréal, San Sebastian en zelfs Cannes (zij het in de Quinzaine des Réalisateurs) tonen belangstelling.
De film is ook erg ontroerend zonder vals sentiment, wat bewezen werd door het feit dat de Amerikanen hem maar willen uitbrengen als het einde wordt gewijzigd in een happy end (uiteraard). Hopelijk geeft Van Passel niet toe, zoals Sluizer voor “Spoorloos” wél deed. Ook Antje kijkt kritisch tegen Hollywood aan: “Ik ga liever met een Belgisch product naar Hollywood dan ik alleen. Trouwens zit men daar wel op een meisje met bruin haar en bruine ogen te wachten?”
Van Passel heeft niet minder dan vier testscreenings gehouden, maar (in tegenstelling tot Hollywood) niet voor een lukraak publiek, maar voor een publiek van kenners en vrienden. Daarmee wou hij wél rekening houden. Ondanks het succes van de film is hij daarna opnieuw gewoon assistent van Robbe De Hert voor “Brylcream Boulevard”.
Antje speelt daarna samen met Lucas Van den Eynde in “Marie Antoinette is niet dood” van Irma Achten, die hiervoor 9,1 miljoen ontvangt. De historische elementen van het verhaal zitten er wel in maar het is in een hedendaagse context geplaatst. “Een fantastisch avontuur. Ik heb erg graag gewerkt met Irma Achten. ’t Was wel heel chaotisch, je had als acteur stevig wat concentratie nodig om te kùnnen werken. Maar het was ook met Lucas Van den Eynde, Chris Lomme en Michel van Dousselaere. Eigenlijk is dit het verhaal van Marie Antoinette getransponeerd in het heden, zodat het lijkt op de story van Lady Di.”
Eerst kwam nog “Walhalla” uit, een Nederlandse film van Eddy Terstall over racisme, met verder nog Jan Mulder en Huub Stapel. Raymond van het Groenewoud schreef de muziek, maar de film werd zeer slecht onthaald en dat zal hard aankomen, want alvast in Vlaanderen was hij niet gesubsidieerd. “Ik kies niet speciaal voor een sociaal thema, mijn normen zijn op de eerste plaats artistiek en dan vooral wat het verhaal betreft, meer nog dan de rol. Als dat sociaal engagement daar niet mee in tegenspraak is, dan is dat natuurlijk meegenomen.”
FILM OF THEATER ?
En dan is er de traditionele vraag: film of theater?
“Allebei. Theater is iets meer ‘thuiskomen’, het is rustiger. De ideale combinatie voor mezelf is één mooie film en één mooi stuk per jaar. Ik zou niet graag één van beide opgeven.”
Maar wat met het reizen?
En komt er sowieso nog volk naar het theater?
“Hoe langer hoe meer en ik heb zelfs de indruk dat er steeds meer jonge mensen naar het theater komen. Schoolvoorstellingen vind ik fantastisch. Die jongeren komen echt naar het voetbal kijken. En dat is een uitdaging.”
Komen sommigen speciaal voor Antje De Boeck? Groupies die houden van haar sensuele stem wegens roken en lange nachten? Toch wil ze haar privé-leven niet in de pers.
Antje De Boeck hield daarna het filmen een tijdje voor bekeken en wilde zich vooral opnieuw op toneel toeleggen met “De noodzaak van schaduw”, een stuk van Pierre Platteau in een regie van Bob De Moor en met verder nog Jan Steen. Daarna wil iedereen wel dat Stijn Coninx haar zou vragen als Nele voor zijn “Uilenspiegel”-verfilming. “Dat is juist, maar ikzelf zou veel liever Catharina spelen.”
Ze speelde dan maar in “Hemelse woorden” van Ramon Maria del Valle-Inclan in De Korre samen met Ianka Fleerackers, Jan Steen en Wim Willaert in een regie van Bob De Moor (najaar 1995). In de lente van 1997 debuteerde ze bij De Korre ook als regisseur in “Het luizengevecht”, waarin ze vier verhalen uit het radioprogramma “Piazza” (de verlegen Ianka Fleerackers, de door het huwelijk geobsedeerde Els Olaerts, de nukkige rijkswachter Wim Willaert en de goedhartige Bob De Moor) op een fictieve wijze samenbrengt. In oktober was ze daar ook (’t was onvermijdelijk) Ondineke in “De Kapellekesbaan”.
En dan maken we meteen een sprong naar 2006, het jaar waarin ze een tournee deed samen met accordeonist Rony Verbist, die toen ook haar nieuwe man werd. (Het is niet duidelijk what came first.)

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.