Morgen zal het al vijftien jaar geleden zijn dat Nicole van Goethem, nog altijd onze enige oscarwinnares tot nu toe, is overleden. Ik heb haar zelf in 1988 geïnterviewd voor de rubriek “Aan het lijntje” in De Rode Vaan, maar dat was dan voor één keer eens gelogen, want ik heb haar wel degelijk “in levende lijve” gesproken op de uitreiking van de Geuzenprijs, die de aanleiding vormde voor het gesprekje…

Vorige week werd in de Gentse Vooruit de vierde Geuzenprijs van ’t Zal Wel Gaan en het Tony Bergmann Fonds uitgereikt aan de Antwerpse Nicole Van Goethem. « Waarom dan ook niet meteen vorige week een lijntje met haar (in)gelegd ? » zullen wijsneuzen aanvoeren. Daar wij echter zelf wijsneuzen zijn, is het antwoord erg simpel: we hebben het geprobeerd, maar de verbinding met… Shanghai was te slecht. Of te moeilijk. Of te duur. Multiple choice. De eerste vraag deze week kon dan ook niet anders zijn dan…
— What was a nice girl like you doing in a place like that? Ofte: wat deed een braaf (?) meisje als jij in zo’n godvergeten oord ?
Nicole Van Goethem:
Heel eenvoudig. Ik was er uitgenodigd voor het bijwonen van een animatiefilmfestival, omdat « Vol van gratie » volgens het organisatiecomité tot de vijftig beste films van een totaal pakket van 300 ingezonden films behoorde.
— Heel eenvoudig, zoals je zegt. Net zo eenvoudig als een oscar wegkapen met « Een Griekse tragedie » waarschijnlijk. Hoe dan ook, letterlijk over heel de wereld — in oost en in west — kaap je aanzienlijke prijzen weg en dan ga je hier doodleuk komen beweren dat deze Geuzenprijs je het liefste is van allemaal. Erg sympathiek tegenover de schenkers natuurlijk, maar tussen ons gezegden gezwegen: met alle Chinezen maar niet met den dezen, hé!
N.V.G.:
Vergeet het maar! Dat was echt gemeend. Deze prijs is mij immers gegeven omwille van datgene dat ik echt wil zeggen. Een oscar krijg ik voor mijn filmische kwaliteiten, maar ik weet niet of de mensen die de oscars uitdelen echt mijn film hebben verstaan. Uiteraard stond ik ten zeerste versteld van het feit dat ik die oscar in de wacht heb gesleept, net zoals ik sowieso verwonderd was over de talrijke prijzen die ik verder nog heb gehad. Ik heb mijn films bewust « commercieel » geconcipieerd — naar het publiek toe, bedoel ik dan — juist omdat ik toch altijd een boodschap, hoe klein dan ook, wil meegeven en het blijft voor mij een groot vraagteken of men in Amerika die boodschap wel heeft begrepen…
— En die boodschap ligt dan blijkbaar in de lijn van wat de schenkers van de Geuzenprijs bedoelen (« een hommage aan signalen van het creatieve vermogen van de vrije kritische geest en als bijdrage tot uitstraling van een volwassen ongecomplexeerde vrijzinnigheid »)…
N.V.G.:
Eigenlijk wel, vandaar dus ook dat het voor mij inderdaad de belangrijkste prijs is die ik ooit heb gekregen. Het is een prijs die mij is toegekend voor wat ik bén en minder voor wat ik doe. Dit is een prijs voor wat ik wil zeggen.
— Iemand die iets « wil zeggen », die een « boodschap » heeft, wil dat deze boodschap door zoveel mogelijk mensen wordt ontvangen. En zo komen we automatisch toch weer bij de discussie over een langspeelfilm terecht. Het nadeel van kortfilms is inderdaad dat ze, behalve op festivals, niet echt geafficheerd worden. Zelf heb ik b.v. « Een Griekse tragedie » gezien voor deze een oscar in de wacht sleepte, maar eigenlijk was het puur toeval: ik ging naar een film kijken en kreeg je tekenfilm onverwacht als voorprogramma voorgeschoteld. Lekker meegenomen natuurlijk, maar op die manier kun je toch niet echt op een publiek mikken ?
N.V.G.:
Dat is het grote probleem van de « voorfilm ». Vroeger een algemeen verschijnsel, maar nu bijna helemaal verdwenen omdat men dan minder reclamefilmpjes kan geven. En publiciteit is geld natuurlijk. Mijn film heeft dan nog het voordeel dat hij prijzen heeft behaald en zo wordt hij wél vertoond.
— Akkoord, maar hij wordt niet geafficheerd, dus men kan er niet doelbewust op afkomen…
N.V.G.:
Maar uitsluitend op een kortfilm zal nooit veel volk afkomen natuurlijk. Een kortfilm is per definitie bedoeld om voor een langspeelfilm te worden geprogrammeerd, maar zelfs dat gebeurt niet meer. Nogmaals, « Een Griekse tragedie » is een uitzondering, maar er zijn duizenden schitterende kortfilms, zowel animatie als fictie, die men nooit ofte nooit zal kunnen gaan bekijken. De publiciteit is in de distributiesector nu immers een veel belangrijker rol gaan spelen. Niet in het filmen zelf maar in de zalen dus. Iemand die een zaal runt, houdt zich niet bezig met de kwaliteit of de inhoud van de films, die wil alleen maar zo vlug mogelijk veel geld verdienen. En aangezien hij heel veel moet betalen om films die veel publiek lokken te kunnen krijgen, heeft hij zoveel mogelijk publiciteit nodig en verdwijnt het voorprogramma.
— En precies daarom nogmaals : waarom dan geen langspeelfilm maken om een groter publiek te kunnen bereiken ?
N.V.G.:
Nee! Gewoon omdat dit niet binnen mijn capaciteiten ligt. Een animatiefilm van gewone speelduur is drie, vier jaar werk. En dat ligt niet binnen mijn bereik. Ik denk niet dat ik dat kan vatten. Ik ben tenslotte nog maar drie jaar bezig, hé.
— Pardon ? Ik lees hier op je bio dat…
N.V.G.:
Jij beseft blijkbaar niet wat een animatiefilm maken betekent, hé? Daarvoor werkte ik immers gewoon als arbeider in een animatiestudio. Zo mag je dat stellen. Ik werkte in functie van iemand anders. Ik deed gewoon mijn job. Dat is helemaal iets anders dan zelf een animatiefilm maken, hé makker.
Maar blijkbaar was het toch een goede leerschool. Technisch zijn de tekenfilms van Nicole Van Goethem immers uitstekend van kwaliteit.
Het lijkt ons echter logisch dat een echte filmmaker nog meer belang hecht aan datgene dat hij via die technieken wil uitdrukken. En daarvoor heeft Nicole dus nu precies die Geuzenprijs gekregen. Dat hij de eerste moge zijn in een even lange rij als die van de « technische » prijzen die ze reeds mocht ontvangen!

Toemaatje
“Monique, de zus van Nicole, was een uitzuipster in de Texas Bar op de kaai in Antwerpen. Als er te veel volk was, ging Nicolleke haar zus helpen uitzuipen. Het probleem was dat Nicolleke niet kon zuipen. Als ze drie pinten op had, stond ze op haar kop. Fantastisch, toch? Een griet die bij wijze van spreken uit de goot komt, en dan als eerste Belg een Oscar wint (voor de animatiefilm Een Griekse tragedie in 1986, red.).” (Robbe De Hert in de Gazet van Antwerpen van 15/9/2012)

Referentie
Jan Draad, Nicole van Goethem aan het lijntje, De Rode Vaan nr.48 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s