Minimalistische muziek

Marthe Crab is een studente die een opleiding volgt die haar zou moeten voorbereiden op het werken voor de radio. Als eindwerk heeft ze een programma in elkaar gestoken over minimalistische muziek en omdat ze hiervoor ook enige inspiratie heeft opgedaan via mijn eigen artikel over dit muziekgenre, was ze zo vriendelijk om de tekst van haar eindwerk ook beschikbaar te stellen voor mijn blog…

Eenvoud siert – en dat hadden we in de jaren 60 plots heel goed begrepen. Ik zoek uit wat die eenvoud in muziek betekent, en kom terecht bij minimal music.

We zetten voet in Amerika, begin de jaren 60. Heel wat mensen zetten zich daar af te zetten tegen de gevestigde burgerlijke waarde en tegen complexiteit van klassieke muziek. Ze gaan op zoek naar een alternatief, een makkelijker en simpeler alternatief. En vinden het bij minimal music. Wanneer ze muziek gaan maken met zo weinig mogelijk complexiteit en zo weinig mogelijk middelen.
(Dat hoor je bijvoorbeeld in Music for the gift van Terry Riley – Terry Riley gebruikt voor dit nummer samples van het nummer ‘Shotgun’ van Junior Walters en the All stars. Als je heel goed luistert, hoor je misschien wel uit welke stukjes de samples komen.)

Minimal music of minimalistische muziek wordt ook wel repetitieve muziek genoemd. Maar toch is er een duidelijk verschil tussen de termen. Het repetitieve of herhaling vond je ook al terug in de traditionele muziek, dat hoor je bijvoorbeeld in deze klassieke Boléro van Ravel.

(De trom blijft zich voortdurend herhalen in het stuk.)

Het repetitieve was dus eigenlijk niets nieuws. Maar terwijl bij Ravel de herhaling eerder iets was wat toevallig ontstond en waar hij zich voor schaamde, wordt bij minimal music, de herhaling net het grondprincipe. De methode was dus niet volledig nieuw, maar wel de muzikale context.
De herhaling hoor je ook heel goed in 18 musicians van Steve Reich.
En in hun muziek had je, behalve de herhaling, nog een aantal andere duidelijk punten waarin de minimalisten overeen kwamen. Bijvoorbeeld: faseverschuiving, het werken met meerdere lagen en structuren, het zeer beperkte materiaal en de notie van puls. In tegenstelling met conventionele muziek die wij vooral kennen, werd bij minimal music het maakproces dus duidelijk belangrijker dan het eindproces en stond het ritmische of puls boven de melodie.

In het boek ‘Amerikaanse repetitieve muziek’ van Wim Mertens worden 4 componisten uitvoerig besproken. Minimal kende vele makers maar slechts 4 componisten worden echt met minimal music gelinkt: Terry Riley, Steve Reich, La Monte Young en Philip Glass. De vaders en pioniers zijn echter Young en Riley. Hun doel van minimal maken lag vooral in het wegraken in een soort van trance. ‘Als de mensen niet weg raken, faalt de muziek,’ zei La Monte Young hier ooit over en dat hoor je ook duidelijk in zijn ‘trio for strings’

Terwijl Young eerder gaat experimenteren met klanken kort en lang vast te houden, zal Terry Riley zich onder andere meer gaan baseren op tapelooping. Steve Reich zal hem daar later in volgen. Bij tapelooping heb je 2 bandjes, die je gaat afspelen met een klein fase of tijdsverschil. Zo lopen ze bijna onmerkbaar uit elkaar. En zo krijg je ook hier een soort hypnotiserend effect. Dat hoor je goed in het nummer van Steve Reich : ‘Come out to show them’.

The Beatles waren trouwens de eerste die deze techniek later ook gingen toepassen in het album Revolver, met bijvoorbeeld het nummer Tomorrow never knows.

En zonder minimal music, waren veel popgroepen en popsongs zeker niet geweest, hoe we ze dag de van vandaag kennen. Groepen zoals Pink Floyd, Soft Machine, Velvet Underground, Sex Pistols en nog veel meer gebruiken invloeden van onze 4 componisten.
Want terwijl The Velvet Underground ging samenwerken met La Monte Young en het uitrekken van tonen (dat hoor je in Venus in furs),

ging Pink Floyd dan weer verder op het voorbeeld van Philip Glass.
Door hun druggebruik keek Pink Floyd niet zo nauw op welke akkoorden die ze speelden en kwamen zo haast van zelf in het experimentele terecht, en zagen ze dit ook meteen als een kans zichzelf te kunnen drukken. Net zoals Philip Glass, ging Pink Floyd hun akkoorden herhalen en daarop verder improviseren. Hun muziek kreeg daardoor een psychedelisch karakter en bracht zo ook een soort trance gevoel met zich mee.
Dat hoor je goed in ‘A saucerful of secrets’.

Minimal kende zijn hoogtepunt in de jaren 60-70 en daarna beginnen ook de rasechte minimal componisten steeds meer van hun basisprincipes af te wijken en kan je nog moeilijk spreken van echte minimal music. Maar de minimaltechnieken blijven een grote invloed hebben op vele genres die zoals onder andere krautrock, no wave en techno. Maar ook op hedendaagse popgroepen, zelfs op de sommige popgroepen van bij ons. De Belgische Zita Swoon en dEUS zijn daar het perfecte voorbeeld van. Dat hoor je vooral in ‘Suds and soda’ van Deus.

En ook de band Alt-J, die deze zomer als grootste naam op vele festivals speelt, heeft een ongelofelijk succes voor een band die geen evidente muziek maakt. Ze spelen progrock, psychedelica, folk, electronica en hebben minimalistische Philip Glass-invloeden – minimal music is dus zeker nog niet dood en begraven. Het blijft terug komen en jonge artiesten vinden een voorbeeld in de oudere garde minimal componisten. Meer en meer glipt minimal music daardoor binnen in de hedendaagse popmuziek en dat wordt duidelijk door een groot publiek geapprecieerd.
En terecht ook.

En die minimalistische Philip Glass invloeden hoor je bij Alt-J goed in de plaat: Blootfood.

Marthe Crab

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.