Morgen zal het al tien jaar geleden zijn dat kunstcriticus Jan D’Haese is overleden. Jan D’Haese schreef vooral voor ’t Pallieterke en toch werd ik met hem goed bevriend toen ik nog in onverdachte tijden goed en wel voor De Rode Vaan werkte. De aanleiding was een incident met het Gentse Theater Controverse waarover ik hieronder schrijf, maar dat zou ten hoogste goed zijn voor een “bedankje” en het zou niet kunnen uitgroeien tussen een vriendschap tussen vertegenwoordigers van twee extremen, ware het niet dat in de vorming van Jan D’Haese hiervoor reeds een voedingsbodem terug te vinden was.

Jan D’Haese werd immers op 17 maart 1922 geboren in Aalst. Hij was een werkmanszoon en was de kleinzoon van een fervent Daensist, zoals hij me zelf vertelde toen we op een avond in goed gezelschap eens een paar flessen sancerre achterover sloegen in een restaurant aan de oevers van de Leie. Zijn biograaf Pieter Jan Verstraete noemt hem dan ook terecht “een non-conformist”. Dat D’Haese later naar een uitgesproken Vlaams-nationalistische mening evolueerde, heeft – u kunt het al raden – met de Tweede Wereldoorlog te maken.
Als gewezen Oostfronter leefde D’Haese na de Tweede Wereldoorlog ondergedoken, tot hij werd gearresteerd op beschuldiging van collaboratie en opgesloten in de gevangenis. Na zijn vrijlating zou hij altijd een fervent voorvechter voor de Vlaamse zaak blijven.
“Hij had ook een zeer zwart-witte mening over moderne kunst en over cultuurpausen zoals Jan Hoet. De mosselpot, de strontmachine, dat vond hij aberraties en gemarchandeer met kunst,” aldus Pieter Jan Verstraete. D’Haese hield inderdaad veel meer van figuratieve kunst. Hij schreef een aantal monografieën, waaronder “De ateliers van Octave Landuyt” (1980) en “Emile Claus” (1983). “Zijn hoofdwerk over Leon De Smet is nooit gepubliceerd”, zegt Verstraete, “hij slaagde er maar niet in om er een punt achter te zetten”.
Jan D’Haese publiceerde ook enkele dichtbundels, waaronder “Eerste verzen” in 1940. Het was trouwens als poëziecriticus dat ik voor het eerst van hem hoorde, toen hij namelijk in ’t Pallieterke een aanval lanceerde op mijn dierbare vriend Johan de Belie n.a.v. een (volgens mij nochtans mooie) recensie van het werk van ons beider (Johan en ik, bedoel ik) mentor Anton van Wilderode. Ik weet niet of het ooit goed gekomen is tussen die twee. Van Mong Rosseel herinner ik me alleszins dat die altijd een tegenstander van Jan D’Haese is gebleven. En ik? Ik zag hen allebei even graag, Mong en Jan. Moet kunnen, vind ik.
00 marc verstraete“Als je een voorstelling niet pikt dan vind ik dat je dat protest mag laten blijken,” zegt de zo pas overleden Wim Van Gansbeke, elders op deze blog. “Dat gebeurt naar mijn gevoel in Vlaanderen overigens veel te weinig. Het enige waar je moet op letten is de andere toeschouwers niet te veel te storen. Maar als er knoeiers op de scène staan – en dan heb ik het niet enkel over de acteurs maar over het totale concept – dan heb ik niet het gevoel dat jij hén beledigt door weg te gaan, maar dat zij jou aan het beledigen zijn.”
Als recensent kan je helaas niet altijd zo maar de zaal verlaten, anders had ik tijdens de voorstelling van ‘Medea/Materiaal’ in het Gentse theater Controverse dat wel gedaan tijdens de pauze. Aangezien het concept van het stuk voorzag dat pas tijdens die pauze het toegangsgeld werd geïnd, stelde ik voor dat toeschouwers dat mogelijkerwijs wél zouden kunnen doen: zij konden tijdens de pauze namelijk zonder financiële repercussies beslissen of zij dit spektakel nog verder wensten bij te wonen.
In De Rode Vaan nr.51 van 1984 schreef ik over het stuk “Na ’84” in Arca: “Alles bij elkaar een boeiende vertoning, wat alvast niet kon worden beweerd van het Müller-gedeelte in het Medea-tweeluik dat in Controverse werd opgezet. Achtereenvolgens brachten Ille Geldhof, Frie Couwenberghs en Mark Verstraete de (bijna) monologen « Verkommerde oever », « Medea-materiaal » en « Landschap met argonauten » die echter niets, maar dan ook niets toevoegden aan het oorspronkelijke drama van Euripides dat vooraf reeds was opgevoerd. Indien de voorstelling was afgelopen tijdens de pauze dan was ze zelfs nog min of meer meegevallen. Dit is trouwens een buitenkansje voor lezers die graag zelf recensentje spelen. Aangezien er immers pas tijdens de pauze dient te worden betaald (bij het binnenkomen wordt men opzettelijk volledig aan z’n lot overgelaten), kan men de voorstelling nog tijdig verlaten als ze niet bevalt. Op de première gaven een zestal mensen het voorbeeld. En dan hadden ze dus niet eens het smos- en smijtwerk van regisseur Pol de Hert na de pauze meegemaakt.
Nochtans, eens men gewend is aan de « alledaagse » aanpak van Euripides’ hoogdravende verzen valt de regie van Lucas de Bruycker nog wel mee. Er zitten natuurlijk tal van « moderne » clichés in (men kon zich afvragen wie eigenlijk de naam « Epigonentheater » verdiende…), maar als men ook daar vrede mee neemt, kan men b.v. het eerste kwartier toch gezellig genieten van enkele Duitse schlagers uit de jaren zestig. Ondertussen stelt Frie Couwberghs zich aan als Medea, maar Mark Verstraete en Ille Geldhof brengen hier toch gedegen acteerwerk.”

Die zalvende woorden op het einde mochten echter niet volstaan, want in De Rode Vaan nr.5 van 1985 schreef Lucas De Bruycker, directeur van het theater, daarop de volgende lezersbrief:
“N.a.v. de ‘recensie’ (?) van uw medewerker Ronny De Schepper over ‘Medea/Materiaal’ in theater Controverse (RV-nr.51 van 13/12/1984), deel ik u het volgende mee.
Aangezien deze redacteur het publiek aanmoedigt tot het voortijdig verlaten van de zaal zonder betalen, zal er voortaan voor ‘De Rode Vaan’ geen vrijkaart meer ter beschikking zijn in ons theater.
Betrokken ‘recensent’ heeft in het verleden trouens al meer blijk gegeven van subjectieve antipathie i.p.v., zoals de deontologie van het recenseren voorschrijft, een zo eerlijk mogelijk verslag over de toneelvoorstelling te maken.
Mocht u overwegen in de toekomst een theaterbekwaam verslaggever te sturen, dan ben ik bereid mijn standpunt te herzien.”

Mijn antwoord (uiteraard goedgekeurd door hoofdredacteur Piet Lampaert) luidde als volgt:
“Het stopwoord ‘subjectiviteit’ wordt steeds uit de kast gehaald in het geval van negatieve besprekingen, nooit omgekeerd. Subjectiviteit is overigens de enige vorm van objectiviteit. Wat zou men anders daaronder moeten verstaan? Het verhaaltje vertellen? De publicitaire teksten van het theater overnemen?
Of ik een subjectieve antipathie zou hebben tegen alles wat in Controverse gebeurt, durf ik trouwens betwijfelen aangezien ik “De fetisjist” (een monoloog van Jakob Beks, geregisseerd door André Vermaerke) één der beste producties van het vorige seizoen vond.
Anderzijds heb ik wél een subjectieve antipathie voor het zogenaamde ‘recensententheater’, dat ervoor zorgt dat argeloze theaterbezoekers (dus niet de ‘incrowd’) telkens weer worden afgeschrikt en naar Gaston & Leo vluchten.
Persoonlijk zal het mij dus allerminst een zorg zijn dat ik de exploten van de heer De Bruycker voortaan moet missen, maar ‘objectief’ (!) moet ik vaststellen dat dergelijke autoritaire werkwijze in het verleden reeds aanleiding heeft gegeven tot solidaire boycotacties van confraters, indien men op die manier de journalistieke taak van een blad tracht te verhinderen.”

Die boycot is er uiteindelijk niet gekomen, al kwam er wel steun binnen vanuit een heel onverwachte hoek, namelijk vanwege Jan Dhaese van ’t Pallieterke!
“De big boss van het kleine Gentse Controverse Theater heeft aan De Rode Vaan laten weten dat zijn recensent in het vervolg zal geweigerd worden. “Aangezien deze recensent,” zo betoogt Controverse-directeur Lucas de Bruycker, “het publiek aanmoedigt tot het voortijdig verlaten van de zaal zonder betalen zal er voortaan voor De Rode Vaan geen vrijkaart meer ter beschikking zijn in ons theater.”
Was het dan zo vréselijk wat de kritikaster van De Rode Vaan uit zijn pen heeft laten vloeien ? Ach nee ! De rode persjongen was gewoon ontgoocheld over de Medea-bedoening die in Controverse weinig of geen allure kreeg. Diensvolgens suggereerde hij het volgende : «Aangezien er pas tijdens de pauze dient te worden betaald (bij het binnenkomen wordt men opzettelijk geheel aan zijn lot overgelaten), kan men de voorstelling nog tijdig verlaten als ze niet bevalt. Op de première gaven een zestal mensen het voorbeeld. En dan hadden ze dus niet eens het smos-en-smijtwerk van regisseur Pol de Hert na de pauze meegemaakt»
Als we daarbij nog aanstippen dat Lucas de Bruycker de gewraakte recensent beschuldigt van «subjectieve antipathie» (sic), dan hebt ge alles uit de eerste hand. Dan weet ge tevens dat er in ons Vlaams theaterwereldje kleine jongens theaterdirecteur spelen, terwijl ze hun twijfelachtig theatergedoe en hun middelmatigheid trachten weg te steken achter een gefrustreerde reactie, die voor verontwaardiging moet doorgaan.
Lucas de Bruycker beschouwt de theaterrecensenten als een noodzakelijk kwaad. Waarom geeft hij ze niet allemaal de buitenwacht dan kan hij ongestoord zijn theaterwaan uitwerken. En van een mus een adelaar maken. Meneer De Bruycker is zo pas gestart met “Hotello, de Vloek van t Huwelijk”, een stuk waarin Shakespeare wordt gemolesteerd. In dat verband schrijft Daan Bauwens: “Teveel vondsten van het moment wijzen op een impotente regisseur (De Bruycker himself), die niet enkel geld maar ook ideeën te kort heeft om zich aan deze Othello-interpretatie te wagen.”
Weg met Bauwens, zouden we zo zeggen!”
Alhoewel ik later met Jan nog goed bevriend ben geraakt, was dat op dat moment wel een steun die ik kon missen als de pest!
Bovendien is het ook nooit mijn ambitie geweest om in de voetsporen te treden van Alan Alexander Milne, de man waarover ik mijn thesis heb gemaakt, maar dat blijkt dan toch zo maar te zijn! In de bekroonde biografie van de hand van Ann Thwaite lezen we p.98 dat zijn persplaats als vertegenwoordiger van Granta (het op Punch geïnspireerde studentenblad van Cambridge) werd ingetrokken bij het New Theatre. “If everyone is praised, praise means nothing,” was zijn opvatting en daar kan ik mij wel in vinden.

Referentie
Jan D’Haese, Theaterrecensent geweigerd, ’t Pallieterke 14 februari 1985

Een gedachte over “Jan D’Haese (1922-2005)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s