Turf in je ransel

RGeyL7PBMLiwZv3fTYwvOp 6 november 1919 is de mars “Turf in je ransel”, het eerste populaire muziekstuk dat op de Nederlandse radio wordt uitgezonden. Op dat moment worden die uitzendingen nog verzorgd door radio-amateurs die nauw verbonden zijn aan bedrijven voor radio-apparatuur (in Nederland is dat uiteraard Philips). De Nederlander Idzerda wordt beschouwd als de pionier van de omroep. Als omroepuitzending wordt gedefinieerd een uitzending met een verstrooiend karakter voor algemeen publiek dat tevoren werd aangekondigd en regelmatig karakter had. Daaruit groeit dan de Hilversumsche Draadloze Omroep (HDO), die uitzendt via de zender van de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF).

In 1925 worden de omroepverenigingen NCRV, KRO en VARA opgericht (de VPRO een jaar later). Al deze zenders (ook de socialistische VARA) zijn gekant tegen populaire muziek en willen het volk “opvoeden”. Het is pas in 1928 dat de neutrale AVRO het licht op groen zet voor de populaire muziek. Onnodig te zeggen dat deze zender op korte tijd tot de populairste zender van vóór de oorlog uitgroeit.
Aangezien er volgens internationale afspraken slechts twee golflengten zijn toebedeeld aan Nederland ontstaan er al snel moeilijkheden. In mei 1930 besluit men deze golflengten dan ook op te delen in een conservatieve zender (KRO, NCRV) en een progressieve zender (AVRO, VARA en voor slechts een paar uur ook VPRO), dit vormt de basis van wat later Hilversum 1 en 2 wordt.
Zoals men merkt is de VARA ondertussen dus min of meer “bekeerd”. Maar net als de KRO probeert men het toch met de recuperatie-techniek: men speelt wel populaire muziek, maar dan uitgevoerd door eigen orkesten. Naast de KRO-boys ontstaan zo ook de beroemde Ramblers, die oorspronkelijk nauw aan de VARA waren verbonden.
VOOR DE OORLOG
Radiouitzendingen bestonden vóór het uitbreken van de oorlog zowat uit 70% muziek. Anglo-Amerikaanse dansmuziek was echter taboe. Ze werd pas na elf uur ’s avonds uitgezonden via zogenaamde lijnuitzendingen, dit waren directe verbindingen met dansgelegenheden. Bij de KRO was jazz zelfs na elf uur nog altijd streng verboden, maar de AVRO organiseerde reeds in 1932 live-concerten van Duke Ellington en Louis Armstrong.
De VARA organiseerde in 1935 een jazzweek. Bij de NCRV nam op dat moment de populaire muziek nog altijd slechts 20% voor haar rekening en bij de VPRO zelfs 0,6! Eigenlijk nam men nog steeds node populaire muziek in de programmatie op. Ze werd enkel als lokmiddel gebruikt. Men plaatste daarnaast dan “ernstige” muziek en net als de Verlichtingsfilosofen was men zo naief van te denken dat de mensen automatisch het kwaliteitsverschil zouden horen. Daarnaast werd ontspanningsmuziek ook gezien als een beloning na een dag hard werken. Hoe dan ook, in 1935 zijn er in Nederland reeds één miljoen radiotoestellen in de gezinnen verspreid.
Men moet zich dus over de “popmuziek” uit die tijd niet te veel voorstellen: meestal betreft het Duitse schlagers en operettes en zelfs populaire opera’s worden tot populaire muziek gerekend. Pas nadat de klankfilm ook in Europa algemene ingang heeft gevonden wordt de muziek uit Amerikaanse musicals belangrijker.
De meeste van deze muziek wordt overigens live in de studio uitgevoerd, want de grammofoonplaat wordt door z’n gebrekkige technische kwaliteit als een minderwaardig medium gezien. Platen worden enkel gebruikt om de pauzes tussen verschillende programma-onderdelen op te vullen.
In de Amsterdamse armenwijk Jordaan ontstaat ondertussen een eigen cultuur met Tante Leen, Johnny Jordaan (Johannes van Musscher, 1924-1989) en diens neef Carel Verbrugge, beter bekend als Willy Alberti. Deze laatste is ook verantwoordelijk voor het glazen oog van Johnny: hij gooide met modder en in die modder zat een scherf. Johnny Jordaan werd later door zijn eigen milieu uitgestoten toen hij zich outte als homofiel. Hij zou onder meer een verhouding hebben gehad met Wim Sonneveld.
TIJDENS DE OORLOG
Ook Eddy Christiani staat in de Nederlandstalige levensliedtraditie, maar behalve Lou Bandy en Willy Derby waren ook verschillende soorten Amerikaanse amusementsmuziek van invloed op zijn stijl. In 1939 was hij de eerste Nederlandse artiest die een elektrische gitaar (Epiphone model Electar Model M) bespeelde. Zijn gitaarsound werd bepalend voor het geluid van het Orkest Frans Wouters (met John de Mol op accordeon en Theo van Brinkom op viool). In 1941 nam hij als eerste Nederlandse gitarist een elektrische gitaarsolo op in Ons Gebouw in Hilversum. ‘The Windmill’ was een door hemzelf geschreven instrumentaal nummer. In 1943 moest hij wegens problemen met de Kultuurkamer onderduiken en ging hij naar België. Na de bevrijding van Brussel ging Eddy Christiani in een Engels legerorkest de Army Troupers spelen. Achter de frontlinies trok hij mee Duitsland in. In Bonn kon hij zich aansluiten bij de beroemde Cold Stream Guards (The Guards Divisional Dance Orchestra). In Hamburg trad Eddy als gastsolist met zijn elektrische gitaar op voor de BFN (British Forces Network). In 1946 keerde hij terug naar Nederland. De populariteit van Eddy Christiani nam in de periode na de oorlog reusachtige vormen aan. Hij werd een waar popidool.
Een vrouwelijke vedette tijdens de oorlog was dan weer Sanny Day, de dochter van een Nederlandse moeder en een zeeman uit Singapore. Ze werd in het voorjaar van 1940 ontdekt toen ze een liedje meezong met de muzikanten in de destijds drukbezochte nachtclub Negro Palace in Amsterdam.
Een paar maanden later begon ze als beroepszangeres bij het swingkwartet The Millers dat tijdens de bezettingsjaren uitgroeide tot een topattractie, met Day als heldin van de stiekeme swing.
Het Duitse verbod op Amerikaanse nummers werd omzeild door de teksten in het Nederlands te zingen en door nieuwe Nederlandse liedjes te spelen waarin het Amerikaanse ritme de toon zette. Meteen na de bevrijding maakten The Millers, met Pia Beck aan de piano, een groot aantal plaatopnamen. Geruime tijd traden ze maar liefst drie keer in de week op voor de VARA-radio.
NA DE OORLOG
Meestal wordt gezegd dat na de bevrijding de Anglo-Amerikaanse muziek definitief de Duitse muziek verdrong als populairste genre, maar niets is minder waar. Integendeel zelfs. Uit angst voor de zedenverloedering die uit Amerika komt overgewaaid neemt het aandeel klassieke muziek op de radio zelfs voor het eerst weer even toe. In 1953 bestaat slechts 27% van de totale programmering van de Nederlandse omroepen uit populaire muziek. In 1935 was dat nog 48%! In datzelfde jaar 1953, het jaar dat de AVRO met de “Bonte Dinsdagavondtrein” start, kan men nochtans zeggen dat ieder gezin zijn eigen radio heeft. Niet te verwonderen dat de “bonte avonden” ongeveer 2,75 miljoen luisteraars bereikten. Met “U vraagt en wij draaien” vindt Henk Nienhuys bij de VARA het verzoekplatenprogramma uit. Het grappige is dat de KRO dit voorbeeld navolgde met echter de veel meer autoritaire titel “Moeders wil is wet”.
In 1954 is er nog een rapport dat om meer Nederlandse muziek vraagt. Het zal niet worden gehonoreerd. Nochtans zal het niet vanzelf verbeteren, want datzelfde jaar vindt een boerenzoon uit Tupelo de rock’n’roll uit. De radio stond echter onder het gezag van vader en die was meestal weinig geneigd de rebelse smaak van z’n spruit in te volgen. Maar toch bracht Hilversum op de vrije donderdagnamiddag “Tijd voor Teenagers” (Herman Stok, VARA) en er was zelfs reeds Jos Brink, die samen met Skip Voogd op de AVRO “Tussen 10+ en 20-” presenteerde.
De eerste Nederlandse rock’n’rollplaat was “Rock Little Baby of Mine” van de Tielman Brothers in 1958. Het was meteen een voorbeeld van wat pas veel later Indorock werd genoemd. De eerste “zuiver” Nederlandse rocker die door The Tielman Brothers werd beïnvloed, werd meteen ook de grootste: Peter Koelewijn.
SIXTIES
In 1960 neemt in Nederland (en wellicht ook bij ons, maar daar is bij mijn weten nog geen onderzoek naar verricht) de Anglo-Amerikaanse muziek voor het eerst het merendeel van de populaire muziek voor haar rekening (60%). En dat op een moment dat quasi ieder gezin (96%) een radio bezit en 20% zelfs een tweede toestel, zodat de jeugd op haar eigen kamertje kan gaan luisteren. Geen wonder dat rond die tijd het begrip hit ook hier te lande ingang vindt (Theo Uden Masman van The Ramblers presenteert b.v. bij de VARA “Hits van de Spits”). Het verandert meteen drastisch het fenomeen grammofoonplaat. Vroeger brachten inlandse artiesten immers slechts een plaat uit als ze via de radio bekend was geworden. Nu worden hits uit vinyl geboren en op radio populair gemaakt. In plaats van zoveel mogelijk verschillende nummers te draaien (cfr. de kritiek op Guy Mortier: “Ja maar, je hebt de achterkant nog niet gedraaid!”), gaat men nu juist met playlists werken. De hitparade is daarbij de norm. Het belang van een disc-jockey wordt dan ook heel groot. Als een echte jockey “berijdt” hij de platen. Hij praat over intro’s, wacht niet tot de plaat helemaal gedaan is, want vooral: er mag geen moment stilte meer te horen zijn op de radio! Het behang dient volgeplakt. Als de d.j. het allemaal niet meer aankan, dan wordt de jingle uitgevonden als stoplap. De diverse radiozenders gaan ook steeds meer op elkaar lijken. In Nederland leidt deze ontzuiling naar een permissive society, zodat dit bij uitstek calvinistische land zich vanaf nu als een haantje de voorste gaat gedragen. Toch beantwoorden de officiële zenders niet aan het beeld dat de jeugd zich van een dergelijke maatschappij vormt. Daarom wordt Radio Veronica vanaf de eerste uitzending op 21 april 1960 de populairste zender in Nederland en omstreken. En zeggen dat zelfs Veronica in die beginjaren ’s avonds nog een klassiek programma had! De oude gewaden worden trouwens slechts moeizaam afgelegd. Zo wordt het leven van The Ramblers nog wat gerokken door de gitaargroep The Lords (met Rob Denijs) eraan toe te voegen.
1963 mocht dan nog de “echte” start van Beatlemania betekenen, uit een nummer van “The Fabulous Sounds of the Sixties” waarin de top 100 van dat jaar in Nederland staat afgedrukt, kunnen we echter afleiden dat deze rage dat jaar nog beperkt bleef tot Engeland. In deze top 100 komt immers geen enkele Beatles-single voor en, wat nog merkwaardiger is, de twee enige vertegenwoordigers van de nieuwe Merseybeat-stijl waren Gerry and the Pacemakers (“How do you do it” op 76) en The Searchers (“Sweets for my sweet” op 83). De best verkochte artiesten van dat jaar waren echter Gert Timmerman, Freddy Quinn, Rob De Nijs, Anneke Grönloh en “onze” Rocco Granata met “Buona notte Bambino”.
In 1964 komen weliswaar tien Beatles-singles aan bod, maar toch worden ze nog van de top gehouden door Adamo (“Vous permettez monsieur” en “Quand les roses”) en Willeke Alberti (“De winter was lang”). The Rolling Stones komen we pas op de elfde plaats tegen (“It’s all over now”) en The Kinks (“You really got me”) op… de 97ste! Je ziet dus dat de geschiedenis weliswaar de kwaliteit filtert, maar ook een verkeerd licht werpt op het doordingen van “marginale” stromingen bij “de massa’s”.
Op 11 april 1964 zijn The Ramblers voor het laatste live op de radio te beluisteren. Alsof het een teken aan de wand was, was een maand eerder de Texaan Don Pierson naar Europa afgezakt om de “piratenzender” Radio Caroline van de 23-jarige Ier Ronan O’Rahilly te beluisteren. Alhoewel hij geen afspraak met O’Rahilly kan versieren en de programmatie van Caroline hem tegenvalt, is dit toch de eerste stap tot oprichting van Radio London.
Op 2 januari 1965 wordt voor het eerst de Veronica top 40 uitgezonden. Het is een “uitvinding” van Joost den Draayer (Willem van Kooten), die reeds sedert 1961 bij de piratenzender “Joost mag het weten” presenteerde (op de foto is hij de derde van rechts tussen zijn Veronica-collega’s v.l.n.r. Jan van Veen, Tineke de Nooij, Gerard de Vries, Chiel Montagne, Eddy Becker en Rob Out). In die tijd was dat één van de zeldzame rockprogramma’s op de zender. Voor rock’n’roll waren de Hollandse jongeren net als hun Vlaamse collega’s eerder aangewezen op Radio Luxemburg of AFN, de zender voor Amerikaanse militairen. Er was op de openbare omroep wel “Tijd voor Teenagers”, dat werd gepresenteerd door Herman Stok, de latere televisiepresentator van “Top of flop”, die zijn carrière begonnen was bij katholieke tijdschriftjes. Er bestaat in Nederland immers een merkwaardige band tussen rock’n’roll en het katholicisme (dat daar een minderheidsgodsdienst is natuurlijk). Ook hiervoor verwijs ik naar de geschiedenis van de Indorock.
In Nederland wordt Joost den Draaijer beschouwd als de eerste echte deejay. De Amerikaanse schrijfwijze is gewettigd, want als ik Joost den Draaijer voor iets dankbaar ben, dan is het wel voor zijn wekelijkse overzicht van de Amerikaanse top honderd op Radio Veronica. Je weet wel: die uitzending die telkens begon met het eerste pianoconcerto van Edvard Grieg. Dankzij deze uitzending was ik zeker een maand vooruit op mijn vriendjes die de nieuwste muziek minder fanatiek op de voet volgden.
Den Draaijer had het idee van een hitparade meegebracht na een studiereis naar de VS, vanwaar hij ook het gegeven van de “horizontale programmatie” had afgekeken. Met een fake-notering van “It’s gone” van The Motions (1 week op 39) als de eerste Nederlandse beatgroep brengt het programma ook de Nederbiet-boom op gang. Bovendien bezit ik van den Draaijer een zeldzame verzamelelpee, waarop ook twee Beatle-nummers staan (“She loves you” en “Help”), iets wat normaal gezien totaal uitgesloten is. Die plaat (samengesteld voor de ECI-boekenclub, die – nu ik erover nadenk – ook een speciale Beatles-box met acht elpees heeft uitgegeven die je ook nergens anders in die samenstelling kunt krijgen) heet heel toepasselijk: “Herinnert u zich deze nog?” Dat was immers één van de uitroepen van Joost den Draaijer als hij een “gouwe ouwe” oplegde (neologisme van hemzelf). Dat was dan wel in de betekenis zoals nu de jongerenzenders soms “classics” geven, dat zijn dan platen van één tot vijf jaar geleden! Er was op Veronica ook wel een retroprogramma (waardoor ik met fifties-rock heb kennisgemaakt), maar ik geloof niet dat Joost daar de presentator van was.
Het werken bij Veronica bracht haast vanzelf met zich mee dat je nog een schnabbeltje wou bijverdienen. Bij Joost was dat dan met name een muziekuitgeverij die liedjes uitbracht die hij dan in zijn programma’s draaide. Tot Veronica daar uiteindelijk toch een stokje voor stak. Toen ging hij zelf platen producen, wat hem ook geen windeieren legde (“Stars on 45” b.v.). Een groot deel van het fortuin dat hij daarmee vergaarde, speelde hij echter o.m. kwijt door het in de partij van Pim Fortuyn te pompen.
Op 11 oktober 1965 werd in een poging om het tij alsnog te keren Hilversum 3 opgericht. Deze “tienerzender” blijkt door de verzuiling echter nog steeds zo oubollig dat het tot 1970 zal duren vooraleer hij Veronica in populariteit zal kloppen. Dat alles weerspiegelt zich in het zevende deel van de Arcade-verzameling dat volledig gewijd is aan de Nederlandse beatgroepen die via Veronica en Radio Noordzee inderdaad een belangrijke stempel hebben gedrukt op het muzikale tijdsklimaat van de jaren zestig voor de jongens en meisjes uit de lage landen bij de zee. Met “Ridin’ on the L&N” (Bintangs), “Ben ik te min” (Armand), “Wasted words” (Motions), “Such a cad” (Baroques), “Lea” Cats), “Hair” (Zen), “Ik heb geen zin om op te staan” (Het) en “Little green bag” George Baker Selection) mag deze elpee er gerust zijn, maar het is wel jammer dat een paar nummers reeds in vorige delen werden “verpatst”, zodanig dat hier van Shockin’ Blue bv. “Mighty Joe” aantreffen (“Venus” staat op vol.2) en van Golden Earring “In my House” (“Sound of the screaming day” staat op vol.3). Ook vraag ik me af of er geen betere selectie mogelijk was in het geval van Boudewijn De Groot (al is het “Land van Maas en Waal” dan gebaseerd op “Rainy day women” van Bob Dylan). Maar ja, die moet daar nu eenmaal mee leven dat dergelijke nummers (denk ook aan “Malle Babbe”) zijn ernstiger werk overschaduwen. “Malle Babbe” is overigens geïnspireerd door het schilderij van Frans Hals uit de 17de eeuw. Het feministische koor dat zich in de jaren negentig zo noemde, zal daar ook wel op teruggaan i.p.v. op de hit van Boudewijn.
SEVENTIES EN LATER
Een goede rockgroep was Long Tall Ernie and the Shakers met o.m. zanger Ernie Treffers, bassist Hank the Knife en toetsenist Jan Rietman, later o.a. begeleider van André Hazes en het televisieprogramma “Het gevoel van…” en ook de componist van een huldelied aan de vermoorde Pim Fortuyn.
Na de beatboom van de jaren zestig zakte de Nederlandse popmuziek even weg – al zou de zogenaamde “Palingsound” uit Volendam met als voornaamste vertegenwoordigers The Cats nooit meer verdwijnen – maar via een ommetje door de populariteit van de “Nederlandse Belg” Raymond Van het Groenewoud zou het fenomeen vooral met de groep Doe Maar heropleven. De meeste van die groepen zingen dan wel in het Nederlands, maar een aantal van hen bleef het Engels trouw. Zo o.m. de geestige Gruppo Sportivo.
Joost Zweegers van Novastar in Humo van 27/1/2009: “In de jaren tachtig had je veel populaire Nederlandse groepen: Doe Maar, Toontje Lager, Frank Boeijen Groep, Het Goede Doel… Om één of andere reden sprak Het Goede Doel mij meer aan dan pakweg Doe Maar. Het Goede Doel was een duo: Henk Temming, een hele goeie, melodische popcomponist, en Henk Westbroek, de zanger die ook de cynische teksten schreef. Ik speelde toen nog altijd geen instrument, maar de nummers en composities op deze plaat (Tempo Doeloe) déden iets met me. (…) Door André Hazes ben ik beginnen te zingen. Het was me puur te doen om de melodie en de kleur van zijn stem. Hazes zelf heb ik twee keer geïnterviewd. En toen hij overleed, kreeg ik een telefoontje van EMI: ik was uitgenodigd op de begrafenis. Natuurlijk ben ik gegaan: een onvergetelijk dramatische, haast Napolitaanse plechtigheid was het.”

Ronny De Schepper

Selectieve bibliografie
Roeland Bajema & George Evers, Nederbeatexplosie, 1975.
Roeland Bajema, Nederpop, 1982.
Bart Chabot, 25 jaar Hollands Glorie (in “Oor” nrs.10-12 van 1986).
Ton van Steen & Bert Bossink, Het Liverpool van Nederland, een kroniek ver het ontstaan van de Nederbeat in Den Haag, Bergboek, 2002.

4 gedachtes over “Turf in je ransel

  1. Hallo Jongens!!

    Wat een te gek programma is dit!!
    We hebben een vraagje!??
    Onze goede vriend ligt waarschijnlijk al op bed!?Te dromen over zijn glorie tijd als bassist van “HET”!
    We hebben het over Pim van der Linden “” Ik heb geen zin om op te staan”
    Het lijkt ons FantastischE om onze beste vriend Pim zo jong te zien spelen, daarom hoop ik ook dat jullie beelden en geluid hebben van deze plaat “Ik heb geen zin om op te staan” om naar mijn werk te gaan!!
    Ik hoop dat het lukt! anders jammer, no problem…DE WERELD DRAAIT DOORRRRRRRR.hahaha

    Met vriendelijke groet,
    Erik & Gerardine
    Edam..Where GREAT smelly CHEESE is frommmmmmm
    Keep up the good work….

    Like

  2. HALLO GUYS!!

    PLEASE >>>>>>>DENK AAN ….HET………HET!!!!!
    IK HEB GEEN ZIN OM OP TE STAAN

    THE SMELLY ONES, ERIk & GERARDINE FROM CHEESY EDAM

    WE HEBBEN NOG NOOIT BEELDEN GEZIEN VAN ONZE BESTE VRIEND PIM VAN DER LINDEN the BASSIST van HET!!
    WE schelen namelijk 20 JAAR!!!

    EER & GEER

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.