Dertig jaar geleden ging ik (als ik me goed herinner in de toenmalige Gele Zaal in Gent) naar de première van het poëzieprogramma « Denise of de kleine waanzin » van Mieke Felix…

« De mooiste bundel van Hans Andreus is ‘Sonnetten van de kleine waanzin’ en het mooiste sonnet daaruit is nr. 16. De grote waanzin zal wel het leven zelf zijn, de kleine waanzin is dan in dat absurde leven toch nog proberen van iemand te houden. » Dat schrijft Herman De Coninck over bovenstaand gedicht en wie zijn wij om deze typering met een eigen formulering te trachten te overtreffen ?
Is het nochtans evenzeer waanzin, ja zelfs hoogmoed, te veronderstellen dat het een omen moet geweest zijn om de 25-jarige Johan Wilhelm van der Zant (zoals Andreus in de geboorteregisters heette) dat hij op het moment dat wij krijsend in dit tranendal werden gegooid, hij in Parijs de sponde deelde van Odile Liénard, een telefoniste bij de Unesco ? Onder het schroeiende licht van de Italiaanse zon wil hij haar bijna drie jaar later dan ook vermoorden, juist omdat hij haar liefheeft. Waarheid of verzinsel ? Een irrelevante vraag met als enig antwoord dat dit voorval de aanleiding was tot het schrijven, enerzijds van de roman « Denise » (lees Odile) en anderzijds van de sonnettencyclus « De kleine waanzin ».
Theater Poëzien en meer bepaald Mieke Felix (foto) brengt een vermenging van die twee in het eerste deel van het poëzieprogramma « Denise of de kleine waanzin ». Alhoewel er aanmerkingen zijn te maken op de nogal statische regie van Suzanne Saerens, brengt Felix het er in dit eerste deel goed af, mede dankzij de uitstekende fluitist Eric Dequeker die moderne composities vertolkt. Helaas is er ook nog een tweede deel voorzien met wat gesprokkelde gedichten, wat als een wat langdradige anticlimax werkt. Misschien kan Poëzien met enkel het eerste deel naar de middelbare scholieren trekken ? Tenslotte geldt nog steeds wat Peter Berger terecht schreef : « De schok die de Vijftigers bij de opgroeiende middelbare-schoolkinderen van de jaren vijftig teweeg bracht was : poëzie dat ben je zelf. Dat is merkwaardig genoeg. Want de thema’s die de Vijftigers aansloegen waren bekend van de klassieke schrijvers. Maar nieuw was die onmiddellijk voelbare lichamelijkheid. En zeker de gedichten van Andreus gaven een rechtstreeks antwoord op wat in de jeugd leefde. Andreus koos mét de jeugd en met zijn jeugd partij tegen de volwassenen als plichtplegers, plechtige denkers, de zwaarwichtige predikers en de neurotici van het bezit. »
Hans Andreus stierf in 1977 aan kanker.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s