“De politiek is vaak een toevluchtsoord voor middelmatige of mislukte artiesten. Daar komen ze vooruit en vergaren macht, waarmee ze gewichtig kunnen doen en bovenal zich kunnen wreken op hen die met arbeid en talent bereikt hebben wat zij nooit, in de verste verte niet, hebben bereikt.” (Carlos Ruiz Zafon, Het labyrint der geesten, p.399)

De Spaanse schrijver Carlos Ruiz Zafon (Barcelona, 25 september 1964) brak in 2006 door met “De schaduw van de wind”, nadat hij eerst een drietal jeugdboeken had geschreven. De mengeling van jongensachtig jeugdboek, spanning, romantiek en filosofische bespiegelingen tegen de achtergrond van een somber Barcelona in de Franco-jaren maakt er een perfecte cocktail van.
Let echter wel op: Zafon neemt geen standpunt in, wat de burgeroorlog betreft. Zijn volgende (*) boek “Het spel van de engel” speelt zich weliswaar af bij het begin van de twintigste eeuw, maar op p.50 blikt hij toch al vooruit met de volgende bewoordingen: “Het was de tijd van de pamfletten en bommen die in de stegen van de Raval stuiptrekkende, rokende lichaamsdelen achterlieten, de tijd van in het zwart geklede bendes die de nacht doorbrachten met bloedvergieten, de tijd van processies en optochten van heiligen en generaals die naar dood en bedrog roken, van opruiende toespraken waarin iedereen loog en iedereen gelijk had. De woede en haat die er jaren later toe zouden leiden dat men elkaar vermoordde in naam van meeslepende leuzen en gekleurde vodden, begonnen zich al in de vergiftigde atmosfeer af te tekenen.”
De Spaanse burgeroorlog herleiden tot een tijd van “meeslepende leuzen en gekleurde vodden” staat ongeveer gelijk aan de zelfkritiek die Boudewijn De Groot destijds maakte na zijn “Welterusten mijnheer de president”, waarbij hij stelde dat beide kampen evenzeer “in fout” waren. Zowel de Spaanse burgeroorlog als de oorlog in Vietnam waren echter wel degelijk conflicten met een “goede” en een “slechte” kant. Dat wil daarom niet zeggen dat de “goeden” ook “heiligen” waren die nooit ofte nimmer iets verkeerds deden (d’ailleurs on ne peut pas faire une omelette sans casser des oeufs), maar dat essentiële onderscheid is toch wel noodzakelijk.
Het spel van de engel“Het spel van de engel” refereert ook heel vaak aan Charles Dickens’ “Great expectations”, waardoor men natuurlijk ook vaak aan die andere recente bestseller moet denken, namelijk “The Quincunx” van Charles Palliser. Palliser blijft echter veel dichter bij de realistische traditie van Dickens, aangezien “Het spel van de engel” net als “De schaduw van de wind” enkele magisch-realistische trekjes bezit. Tweemaal gaat het over een “boek over een boek” (in “Het spel” zelfs over meerdere boeken), zodat bepaalde personages van dat boek wel tot leven lijken te komen. In het geval van “De schaduw” wordt het leven van het hoofdpersonage stilaan zelfs een spiegel van het leven van de auteur van het boek in kwestie (dat er een fysieke gelijkenis bestaat tussen beiden is natuurlijk ook niet onbelangrijk). Logisch, de auteur van het “boek in het boek”, Juliàn Carax, zegt immers zelf op p.173: “Books are mirrors: you only see in them what you already have inside you.” (Het mag duidelijk zijn dat ik een Engelse uitgave heb gelezen.) Deze uitspraak wordt trouwens nog eens geparafraseerd door Bea Aguilar op p.399.
Op diezelfde pagina 173 staat over de ontmoeting tussen Juliàn en Penelope Aldaya ook: “He had dreamed about her countless times, on that same staircase, with that same blue dress and that same movement of her ash-grey eyes, without knowing who she was or why she smiled at him. (…) He could barely make out her shape, but he knew she was smiling at him and that somehow she, too, had recognized him.”
Alhoewel de engel uit de titel van “Het spel van de engel” wellicht dient te worden gelezen als “de gevallen engel” (zijnde de duivel) is er daarnaast o.a. ook nog sprake van de beschermengel van het Kerkhof der Vergeten Boeken, dat we – net als de boekhandels van Sempere en Barcelo – al kenden uit “De schaduw van de wind”. In die zin kan “Het spel” dan ook worden gelezen als een “prequel”, al speelt de hoofdfiguur uit “De schaduw” (Daniel Sempere) slechts een bijrol in “Het spel”. Toch alludeert ook de auteur daarop door dit oeroude Faustverhaal samen te vatten als “Hij zei dat hij zijn ziel aan een schaduw had uitgeleverd.” (p.487) Het is dus misschien niet nodig om over “Het spel van de engel” opnieuw een Barcelona-reisgidsje uitgeven over de plaatsen die in dit boek voorkomen, zoals men dat voor “De schaduw van de wind” heeft gedaan, aangezien het grotendeels dezelfde plaatsen zijn.
In 2011 volgde dan “El prisionero del cielo” (“De gevangene van de hemel”), een verhaal over de (ongetwijfeld fictieve) auteur David Martin, schrijver van “De stad der verdoemden”, die gevangen zit in het kasteel van Montjuich (waar Claude Criquielion vele jaren later wereldkampioen zou worden), dat allerminst een “hemel” maar veeleer een “hel” kan worden genoemd. Martin wordt (net als de meeste andere gevangenen) zo vaak en zo intens gemarteld dat hij zijn verstand begint te verliezen. Toch wil de gevangenisdirecteur hem koste wat het kost in leven houden omdat hij als mislukte schrijver hoopt dat Martin zijn werken wat “populairder” zal herschrijven. Daarom krijgt Martin als celgenoot een dokter die hem wat moet opkalefateren: “Met het verstrijken van de maanden begon dokter Sanahuja sympathie op te vatten voor Martin en op een dag, toen ze een sigarettenstompje deelden, vertelde hij Fermin (de verteller van het centrale deel van het boek, RDS) wat hij wist over de man die sommigen, vanwege zijn wartaal en positie als de officiële gek van de gevangenis, de bijnaam ‘De gevangene van de hemel’ gaven.” (p.95)
Ook dit boek transporteert de lezer dus naar het Barcelona van de jaren veertig en vijftig waarin de betovering van boeken, liefde en vriendschap opnieuw een belangrijke rol spelen. Daniel Sempere, de jonge held uit “De schaduw van de wind”, is inmiddels volwassen en werkt in de boekwinkel van zijn vader. Hij is getrouwd met zijn grote liefde Bea en samen hebben ze een zoontje, Julián. Zijn goede vriend Fermin Romero de Torres – voormalig spion, legendarische hartenbreker en een man wiens verleden een goed bewaard geheim is – is verloofd. Het leven lacht hun schuchter toe. Maar wanneer op een dag een sinistere figuur met een porseleinen hand opduikt in de winkel, komt alles op losse schroeven te staan en moeten Daniel en Fermin de grootste uitdaging van hun leven het hoofd bieden.
Net als in “De schaduw van de wind” en “Het spel van de engel” neemt het Kerkhof der Vergeten Boeken ook in “De gevangene van de hemel” een bijzondere plaats in. Alle drie de romans kunnen echter los van elkaar en in willekeurige volgorde gelezen worden, zo vermeldt de flaptekst, niet zonder enig commercieel inzicht. In zijn woord vooraf stelt Zafon trouwens reeds een vierde deel in het vooruitzicht waarin de puzzelstukken in elkaar zullen passen. Maar eens dat dàt verschenen is, zou het me niets verwonderen, mocht er plotseling toch nog een vijfde verhaal in de pijpleiding zitten. Met andere woorden, het begint er meer en meer op te lijken dat Zafon een succesformule “tot op het bot” aan het uitmelken is. Ik weet dan ook nog niet of ik in de toekomst verder zal mee marcheren in dit verhaal.
Dat vierde boek, “Het labyrint der geesten”, een kanjer van 845 blz., heb ik uiteindelijk toch uitgelezen, maar persoonlijk vind ik dat Zafon terug op het niveau is gekomen van de kinderboeken die hij schreef vooraleer hij met deze serie begon. Weliswaar met een aantal gruwelijke toevoegingen die dan weer zozeer knipperen als zijnde “niet voor kinderen” dat dit nauwelijks de aandacht kan afleiden van het kinderlijke vertelniveau waarop Zafon is beland. Maar als ik hem mag geloven, is de cyclus nu wel degelijk afgerond: “Ik had uitgerekend dat dit magnum opus, ontsproten aan mijn jeugdige, koortsige verbeeldingskracht, diabolische dimensies zou krijgen en een gewicht van vijftien kilo, schoon aan de haak. Zoals ik het me voorstelde, zou de vertelling verdeeld zijn in vier aan elkaar gerelateerde delen die als een soort toegangspoort zouden functioneren tot een verhalenlabyrint. Naarmate de lezer dieper in de pagina’s zou doordringen, zou hij duidelijker voelen dat de vertelling als een stel matroesjka’s in elkaar paste, zodat elke verhaallijn en ieder personage naar een ander voerde en dat weer naar een ander en nog één en zo successievelijk.” (p.808) Ik hoop dat hij woord houdt…

Ronny De Schepper

(*) Tussendoor schreef de auteur ook nog “Gaudi in Manhattan” dat echter een flinterdun (zowel vormelijk als inhoudelijk) kortverhaal is. Net als met de gids is het gewoon de uitgeverij die zoveel mogelijk geld wil kloppen uit het succes van “De schaduw van de wind”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.