James Whale (1889-1957)

33 James_Whale in 1935Vandaag is het 125 jaar geleden dat filmregisseur James Whale (links op de foto) werd geboren. Dat gebeurde in Engeland, maar zijn successen als filmregisseur zijn wel allemaal in Hollywood te situeren. He is best remembered for his four classic horror films: Frankenstein (1931), The Old Dark House (1932), The Invisible Man (1933) and Bride of Frankenstein (1935). Whale also directed films in other genres, including what is considered the definitive film version of the musical Show Boat with Irene Dunne as Magnolia (een rol waarmee ze op Broadway werd ontdekt door William Le Baron, het productiehoofd van RKO), Helen Morgan als het tragische mulattenmeisje Julie la Verne and Paul Robeson singing Old man river (1936).

Whale discovered his artistic talent early on and studied art. With the outbreak of World War I, Whale enlisted in the British Army and became an officer. He was captured by the Germans and during his time as a prisoner of war he realized it was drama he was really interested in. Following his release at the end of the war he became an actor, set designer and director. His success directing the 1928 play Journey’s End led to his move to the United States, first to direct the play on Broadway and then to Hollywood to direct motion pictures.
Whale lived in Hollywood for the rest of his life, most of that time with his longtime companion, producer David Lewis, because Whale was openly gay throughout his career, something that was very unusual in the 1920s and 1930s. As knowledge of his sexual orientation has become more common, some of his films, Bride of Frankenstein in particular, have been interpreted as having a gay subtext and it has been claimed that Whale’s refusal to remain in the closet led to the end of his career. However, Whale’s associates dismissed the notions that Whale’s sexuality informed his work or that it cost him his career.
“The old dark house” van James Whale naar de roman “Benighted” van J.B.Priesley wordt dan weer als de eerste griezelthriller beschouwd (1932), maar dan gaat men toch wel voorbij aan “The bat whispers” van Roland West uit 1930, waarin Chester Morris als detective Anderson een moordende dief (William Blakewell) achterna gaat.
Frankenstein mag dan al ontelbare keren verfilmd zijn, een hoogtepunt blijft de originele James Whale-versie uit 1931. Een briljante jonge dokter, Frankenstein (Colin Clive), raakt ziekelijk geobsedeerd door het geheim van de onsterfelijkheid. Hij tast de grenzen van de toenmalige wetenschap af en creëert een levend wezen met het brein van een misdadiger. Hij brengt daarmee zijn eigen leven in gevaar en dat van anderen die hem dierbaar zijn. In deze indrukwekkende productie naar het gelijknamige verhaal van Mary Shelley is vooral Boris Karloff fenomenaal als het verstoten monster dat zich uit onvrede tegen de buitenwereld en tegen zijn schepper keert. Met verder Mae Clarke (Elizabeth), John Boles (Victor Moritz), Edward Van Sloan (Doctor Waldman), Frederick Kerr (Baron Frankenstein), Dwight Frye (Fritz), Lionel Belmore (Burgemeester) en Marilyn Harris (Little Maria).
Karloff zou zijn succesrol vier jaar later nog eens overdoen in “The Bride of Frankenstein”. “To a new world of gods and monsters” zegt de geschifte Dr.Pretorius als hij zijn glas gin heft en toast op het morbide. Dit vervolg wordt door de meest horrorfreaks eveneens tot de top gerekend. De film doet de stijl en de sfeer van de grote gotische horrorfilm alleszins alle eer aan; niet in het minst dankzij de tot de verbeelding sprekende, ijzige muziek van Franz Waxman. Een blinde kluizenaar raakt bevriend met het monster (uiteraard opnieuw Boris Karloff), die deze keer sympathieker gekarakteriseerd wordt en op zoek is naar een bruid (Elsa Lanchester). Vooral de dorpsmoordenaar (Dwight Frye) en de geschifte Dr.Pretorius (Ernest Thesiger) – die een heel leger monsters wil creëren – zorgen voor de nodige portie spanning. Deze film is – om het met de woorden van Lord Byron uit de proloog van de film te zeggen – “a tale that sent my blood into icy creeps.” Deze film was geen “sequel” in de zin dat men met het onderwerp vrijer begon om te springen, want de “eis” van het schepsel dat Frankenstein hem een bruid zou bezorgen staat reeds in de originele roman. “Son of Frankenstein” uit 1939 was dat dan weer wél, evenals “Frankenstein meets the wolf man”, waarin trouwens niemand minder dan Bela Lugosi gestalte gaf aan het “monster”.
Ook in “The invisible man” leidt een “onschuldige” uitvinding uiteindelijk tot machtswellust en irrationeel geweld. De eerste versie werd in 1933 gedraaid door James Whale en die paste dit laatste aan aan zijn eigen filosofie, die ook bij “Frankenstein” tot uiting was gekomen: het is de opstand van de wetenschapper tegen de middelmatigheid van de mensen, die hem (net als het monster van Frankenstein) omwille van zijn experimenten als een paria gaan behandelen. Boris Karloff weigerde deze keer de hoofdrol en dus werd Claude Rains daarvoor aangezocht. Het maakte hem prompt populair. Ook al omwille van de zwarte humor die kwistig wordt rondgestrooid (de onzichtbare man kan bijvoorbeeld niet in de regen wandelen, want dan gaat hij er als een bubbel uitzien).
At the height of his career as a director, Whale directed The Road Back (1937), a sequel to All Quiet on the Western Front. Studio interference, possibly spurred by political pressure from Nazi Germany, led to the film’s being altered from Whale’s vision and The Road Back was a critical and commercial failure. A run of similar box-office disappointments followed and, while Whale would make one final short film in 1950, by 1941 his film directing career was over.
Whale continued to direct for the stage and also rediscovered his love for painting and travel. His investments made him wealthy and he lived a comfortable retirement until suffering strokes in 1956 that robbed him of his vigor and left him in pain. Therefore Whale committed suicide on 29 May 1957 by drowning himself in his swimming pool.
De toast van Dr.Pretorius gaf de titel aan de film “Gods and monsters” van Bill Condon uit 1999, waarin de Britse acteur Ian McKellen de zieke James Whale vertolkt, anno 1957. Geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid, wordt Whale overspoeld met herinneringen uit zijn kindertijd, flarden uit zijn memorabele hoogdagen in het Hollywood van de jaren dertig en ambigue, bizarre figuren. In deze fictieve filmbiografie wordt voor zijn zelfmoord een psychoanalytische verklaring naar voren geschoven, die de verliefdheid van de oude regisseur op een jonge man, zijn traumatische ervaringen tijdens de eerste wereldoorlog en zijn creatie van de Frankenstein-mythe in de filmgeschiedenis met elkaar verbindt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.