45 jaar geleden: Eddy Merckx wint zijn eerste Tour de France

16 bij eddy merckxLang, lang geleden, toen mijn moeder nog niet wist wat een tennisracket was en mijn vader zélf nog tegen een bal stampte, toen waren de Belgen nog gepassioneerd door het wielrennen. Op broeiend hete namiddagen lagen zij met hun oor aan hun Blaupunkt of Telefunken gekluisterd, waaruit tussen afgrijselijk gekraak en gepiep af en toe een stem opklonk die vanuit het maquis in Frankrijk de bewoners van de achtergelegen gebieden inlichtte over de moedige strijd die onze landgenoten uitvochten tegen de vreemde overheersers. Die overheersers heetten toen Anquetil of Bahamontes of Coppi of Gaul en de dappersten aller Galliërs die hen bevochten droegen heldhaftige namen als Eddy Pauwels of Jef Planckaert, Jan Adriaenssens of Jean Brankart.

Heldhaftig, jawel, maar niet “groot”. En toch kende de wielersport bij ons wel Grote Namen. De twee Rikken hebben zelfs herhaaldelijk voor vuurwerk gezorgd in sommige etappes, maar precies daarom kregen ze telkens wel ergens een klop van de “man met de hamer”, die in “Het Volkske” zo typisch werd afgebeeld tussen de muis, het kolleke en het sardienenblikske van Thomas Pips.

Maar dan kwam Eddy Merckx en de Ronde van Frankrijk winnen werd plots de gewoonste zaak van de wereld.


Normaal gezien had Eddy Merckx toen echter helemaal niet mogen starten in zijn eerste Ronde van Frankrijk die hij zou winnen. En volgens de huidige maatstaven zou hij dat ook in de drie daaropvolgende Rondes (die hij óók won) niet hebben mogen doen!

Maar in 1987, toen ik Merckx bij hem thuis ging interviewen, was het “absolutely not done” om dergelijke opmerkingen te formuleren. Pas n.a.v. de fameuze Rasmussen-Tour in 2007 zou Merckx zelf in Het Nieuwsblad toegeven dat hij zich nog tweemaal heeft gedopeerd (of beter gezegd: dat hij nog tweemaal betrapt werd op doping), namelijk bij de Ronde van Lombardije 1973 en de Waalse Pijl 1976. Vooral dus op het einde van zijn carrière, iets wat we ook reeds bij Rik Van Looy en Johan Museeuw konden vaststellen.

Precies één jaar vóór dat interview met Het Nieuwsblad was er echter ook in Het Laatste Nieuws reeds een merkwaardig verhaal verschenen: Merckx liet plots een reep vallen…

Het gebeurde in Pau 1972, na afloop van de rit Pau-Luchon. Een rotdag was het geweest. Gegeseld door de regen, bulkend van de incidenten. Eddy won de rit en nam de gele trui over van Guimard. Paul Van Loon neemt een interview af op de hotelkamer van Eddy. Die vraagt of de journalist er iets op tegen heeft indien hij zich eerst zou douchen gezien het slechte weer.
Bijlange niet, antwoordde ik (Van Loon dus), en bijgevolg trok hij zijn koerstrui uit en begaf hij zich naar de douche. Hé! Ik had iets uit zijn shirt zien vallen, boog me voorover en bekeek het nieuwsgierig. Het was een plastic reepje voor een tiental capsules. Er zaten er nog drie in. Voor de rest was het leeg. Even wist ik mij geen raad. Doen, nee, niet doen, stormde het door mijn hoofd. Maar dan plots raapte ik de reep toch op en stak hem in mijn broekzak. Twee uurtjes later zat ik aan tafel en vertelde ik, nogal onzeker het voorval aan mijn toenmalige collega’s. Ik dacht dat ik ervan langs zou krijgen , maar het tegendeel was waar. Heel interessant, zei Willem Van Wijnendaele. Moet je thuis maar eens laten ontleden.
Ik bewaarde het kleinood, waarop – behalve een kleine cijfer-lettercode in het blauw – geen enkele vermelding stond, zorgvuldig en toonde het aan mijn huisarts.
De huisarts kent het zelf niet maar stelt voor om het voor te leggen aan een aantal medische afgevaardigden van farmaceutische bedrijven.
Na een tijdje krijgt de journalist de bewuste reep terug met de boodschap dat geen enkele vertegenwoordiger het kan thuis wijzen.
Maanden later komt Ward Weckx (goede amateur, iets mindere prof) bij de journalist over de vloer en deze toont hem het buisje.
Hij had het nauwelijks in de handen of hij zei:
“Dat is DEXIDRINE. In Milaan-San Remo doet er een tiep de ronde met een hele kabas van dat spul. Werkt goed en lang. Vooral bij kou en regen. Gewoon een amfetamine.”
Hoewel Weckx het spul op slag had herkend, hield ik zijn oordeel toch maar in beraad. Pas jaren later, toen ik van mijn krant de opdracht kreeg een groot interview te maken met professor Debackere, diepte ik het reepje nog eens op en nam het mee naar diens woning. Korte tijd later volgde de bevestiging: amfetamine.
Toen de ‘kenners’ vorige week hun ongeloof verwoordden bij het nieuws dat Landis zich van het ‘oude’ makkelijk opspoorbare testosteron had bediend, moest ik terugdenken aan Luchon. In 1972 tierden de (toen nog niet of moeilijk op te sporen) anabolica/corticoïden al in de sport, en toch liet Merckx daar in volle Tour een reepje moeiteloos te detecteren amfetamines uit zijn shirtzak vallen. Geen touw aan vast te knopen.
Waarom ik die belevenissen al niet in de jaren zeventig heb geschreven? Eenvoudig, omdat ik van oordeel was dat ik me de capsules op een oneerbare manier had toegeëigend en omdat ik geen misbruik wilde maken van de gastvrijheid die Merckx me al die jaren bood.
Hij liet mij ongetwijfeld tientallen keren in zijn hotelkamer toe en stond me even vaak, nu eens mededeelzaam dan weer nukkig, te woord. Niet voor zijn plezier trouwens, want rust is in een Ronde van Frankrijk een zeldzaaam, kostbaar goed.
Waarom ik nu wel tot schrijven heb besloten? Omdat ik vind dat met Landis het culminatiepunt in de dopinghistoriek van het wielrennen is bereikt. Ik geloof dat een altijd ‘zuivere’ Merckx evenveel Ronden zou hebben gewonnen. Maar ik geloof niet dat Landis het zonder zijn kunstmatig opgeblazen nummer over 130 km en vijf te duchten Alpencols zou hebben gehaald. Het bedrog is er – ten dele?- altijd geweest, maar nu was het stuitend. Er is een grens overschreden en als het zo verder gaat, dreigt een op zich toch mooie sport te bezwijken onder de last van zijn eigen hypocrisie. Toen ik daags na het uitlekken van het jongste schandaal de reacties van de zogenaamde ingewijden las, baalde ik. De klok heeft bij die mensen veertig jaar stilgestaan, dacht ik. Ik vond het ook sneu dat Merckx, die Landis de avond voor zijn onwaarschijnlijk huzarenstuk nog had gebeld, ineens alle commentaar schuldig bleef. Hoewel, misschien was dat nog de minst schijnheilige reactie van allemaal.

(uit Het Laatste Nieuws van 2 augustus 2006, met dank aan Paul Truyen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.