Middagpauze. Tijd om pinten te pakken met « de collega’s », schuine moppen te vertellen, opmerkingen te maken over meisjes in het café en natuurlijk ook tijd om over politiek te discussiëren, dat spreekt voor zich. Maar naar theater gaan ? Ik denk er niet aan. Een paar keer heb ik me laten vangen aan « middagen van de poëzie », want, nou ja, een middagdutje is óók nooit weg, maar theater ?

En toch. In Gent schijnt daar behoefte aan te bestaan. Er was vroeger de Martiko van Walter De Buck en nu zijner ‘zelfs twee tegelijk : in de Vooruit en in Vertikaal (Huidevetterskaai). En althans in het laatste geval heb ik met eigen ogen kunnen vaststellen dat men daar inderdaad storm voor loopt. En ik heb me nog geamuseerd ook. Het stuk zelf, « TV-trukee » van Lukas De Bruycker, mocht dan nog niet zo schitterend zijn, het is het idee, de atmosfeer, het weerzien van ouwe bekenden. En dat alles danken de Gentenaars aan Nicky Deleersnijder, een BTK-ster van vzw Anjer, die op zich al een verplaatsing waard is, maar dat zal wel weer als een seksistische opmerking weggefuifd worden.
— Nicky, hoe verzin je het ? Lunchtheater ! Bij God !
Nicky
: De vzw Anjer is in de schoot van het Masereelfonds opgericht om culturele manifestaties op te zetten in arbeidssituaties. Nu, dat was wat zoeken in het begin wat dit precies beduidde zodat voor ik daar begon te werken er nog niets concreets op poten was gezet. Dus moest ik zelf maar uitzoeken hoe ik dat zou invullen. Het eerste wat we gedaan hebben is dat project rond Fabelta (n.a.v. het boek « Wij kijken elke dag naar de horizon », red.) en nu is er dus dat lunchtheater. Daarbij dachten we onmiddellijk aan theater Vertikaal omdat dit in een arbeidersbuurt is gelegen en we wilden producties opzetten die de mensen aanspreken, de mensen uit de buurt dus maar ook de bedrijven die hier in de nabijheid liggen mensen die waarschijnlijk niet zo vaak naar het theater gaan.
— En het is een succes geworden, dat staat buiten kijf. Maar als ik om me heen kijk, dan zie ik vele bekenden, meestal mensen uit de toneelwereld en verder nogal wat middelbare scholieren. Beantwoordt het lunchtheater daarmee aan z’n opzet ?
Nicky
: Ik moet zeggen dat we daar tot nu toe nog geen goed zicht op hebben. Vorige keer was het b.v. een gans ander publiek. Het is ook erg moeilijk om te weten te komen of dit nu mensen uit de buurt zijn of niet. Ik zou het zelf ook immers nogal vervelend vinden mocht ik naar het theater gaan en men zou mij een briefje onder de neus duwen waarop je dan moet invullen vanwaar je komt en waarom en of je van plan bent om nog te komen en dat soort dingen. Toch zouden we graag een systeem vinden dat voor de mensen niet frustrerend is en waardoor we toch zouden weten vanwaar ze komen. We zouden het misschien bij de reservatie kunnen vragen ? Het is geen probleem om de zaal vol te krijgen, maar we weten eigenlijk niet of we wel de juiste mensen bereiken, nee. Dat kan in een volgend project misschien beter ingebouwd worden. Men zou b.v. in de bedrijven zelf kunnen gaan recruteren of zelfs daar gaan spelen.
— Hoe is men daarvoor eigenlijk bij jou terecht gekomen ?
Nicky
: Ik moet wel zeggen dat ik zelf heel veel interesse heb voor theater. Ik heb mij daar in mijn vrije tijd veel mee bezig gehouden en ben op die manier b.v. nog een tijd vrijwilliger geweest bij kindertheater Stekelbees. Op die manier had ik al een boel ervaring opgedaan in het systeem van groepen contacteren en zo. Dat vereenvoudigt veel, zo kende ik eigenlijk op een paar uitzonderingen na iedereen reeds die ik heb aangezocht voor dit lunchtheater. En omgekeerd waren deze mensen daardoor misschien eerder bereid om in dit project te stappen, ook al staan ze er allemaal wel achter, hoor. Ik heb ook het lunchtheater bij De Buck destijds op de voet gevolgd en ik denk wel dat mij dit van nut is geweest.
— De stukken die je hebt geprogrammeerd, zijn dat dan opdrachten of hoe is dat in z’n werk gegaan ?
Nicky
: Inhoudelijk is er van ons uit enkel maar de voorwaarde gesteld dat het een volks karakter moest hebben, zodanig dat de mensen uit de buurt hier konden naartoe komen en zich amuseren en desnoods iets meedragen, maar dat het vooral begrijpelijk moest zijn en rond Gentse actualiteit. Nu is dit in « TV-trukee » van Lukas De Bruycker slechts zijdelings aan bod gekomen (het is eerder een parodie enerzijds op « vrije » televisie, anderzijds op uitzendingen door derden, red.) maar in de drie stukken is dit veel specifieker. Eén, namelijk dat van Freek Neyrinck, speelt zich zelfs af hier slechts een paar straten vandaan, in een wasserette in de Sleepstraat.
BEWUSTE KEUZE
— Uit de toegezonden perstekst blijkt dat alles nog erg in het vage blijft, welke garanties heb je dan in feite dat die stukken aan het vooropgestelde doel zullen beantwoorden ?
Nicky
: Door met die mensen te praten. Het volgende stuk is b.v. van de hand van Eddy Daese en zal ook door mensen van zijn gezelschap, het Gents Amusementstheater, worden gespeeld. Dat gaat over A.A.Gent en twee supporters en een middenstander vergelijken de voetbalschandalen met hapklare eettenten als Mac Donalds en zo (geen nood, lezer, de link ontgaat mij ook, we zullen dus moeten gaan kijken om het te snappen). Het reeds genoemde stuk van Freek Neyrinck ken ik inhoudelijk omdat ik dat gelezen heb in het ter ziele gegane stadsmagazine Metro en het laatste stuk is van Herwig De Weerdt en is tot stand gekomen naar aanleiding van de ervaringen van iemand die in het slachthuis heeft gewerkt en daaruit blijkt dat er vaak nogal een reukje aan het vlees is.
— Dat is waar, dat kan ik getuigen, want ik woon in die buurt.
Nicky:
Maar ik bedoelde eigenlijk dat niet gekeurd vlees soms toch zou kunnen « passeren » met zwart geld en zo. Herwig heeft daar een thriller van gemaakt, namelijk dat iemand vermoord wordt omdat hij dat allemaal uitbrengt. Dat zal dus ook wel aansluiten bij de leefwereld van die mensen hier. Lukas daarentegen moest het stuk werkelijk nog maken op drie weken tijd, want op de koop toe moest hij ook nog de spits afbijten.
— Stukken in opdracht laten schrijven is normaal een erg dure aangelegenheid… ?
Nicky
: Ja, maar dat was dan ook de afspraak vooraf : er is maar achtduizend frank voorzien per voorstelling. Die worden toegekend door het ministerie. Daarvan hebben we voorlopig nog niets gezien, maar kom, we proberen het zo nog uit te houden. Die mensen hebben dat aanvaard, al is dat werkelijk heel weinig want met beroepsacteurs is dat bijna niet te doen. Zij stonden echter achter dat project en wilden het echt doen. En ook dat is toch niet onbelangrijk in de ganse contekst denk ik, want op die manier zijn ze zich erg bewust tot wie ze zich richten en hoe ze dus het stuk moeten opbouwen.
— Nog een paar technische gegevens ?
Nicky
: De bedrijven die reserveren kunnen reeds voor honderd frank binnen mét lunch. Voor de andere mensen is het honderddertig met lunch of zestig zonder. We verliezen daar uiteraard op, maar dat is ook een heel bewuste keuze geweest opdat dit zeker geen drempel zou zijn. Men moet rekenen dat mensen die gewoon zijn om naar theater te gaan, daar iets voor over hebben, maar mensen die men nog moet motiveren, moet men op dat vlak wat tegemoet komen. De voorstelling begint om half één (en is afgelopen om kwart over één, red.) maar de meeste mensen komen wat vroeger, laten we zeggen vanaf twaalf uur, om rustig te kunnen eten en wat te praten en zo. Die uren zijn overigens niet zo maar gekozen, want voor we hiermee begonnen, hebben we een kort onderzoek gedaan naar hoeveel bedrijven en diensten hier in de buurt waren en wanneer ze hun middagpauze hadden.
— Misschien wat voorbarig, maar is dit initiatief voor herhaling vatbaar ?
Nicky
: Als het aan mij lag, zeker. Ik vind het heel prettig werken met deze mensen en het heeft ook veel succes, we zouden dus eigenlijk nog verdere experimenten in deze richting kunnen opzetten. Of dat dan noodzakelijk hier moet zijn of onder deze vorm, dat is natuurlijk nog de vraag. Er zijn verder ook nog plannen dat deze stukken nog eens tijdens de Gentse Feesten worden opgevoerd, maar dat staat nog niet vast.
De Gentse Feesten ! Verdorie, da’s nog waar ook, die staan alweer voor de deur. Mens, wat vliegt de tijd ! Ober, geef er ons vlug nog eentje !
BERGREDE
Veel vrouwen — meisjes nog eigenlijk — bij het lunchtheater in Gent (vzw Anjer), maar dan voorlopig om de koude schoteltjes rond te dragen of de kaartjes af te scheuren. Het theater zélf is op dit moment nog een mannenzaak. Wij zagen met onze eigen ogen William Phlips aan het werk met « Een soort van bergrede, maar dan een beetje platter » (véél platter, bleek achteraf), en nu kunt u er nog twee donderdagen terecht voor « Weekdagblues » van Mark Van Damme, de « Gentse » prijswinnaar van de wedstrijd die Anjer heeft uitgeschreven. Nadien komt « wegens overdonderend succes » opnieuw Phlips aan de beurt en pas op 12 december komen de vrouwen aan bod, namelijk met Gerda Marchand in « Klei en vuur », een productie die niet echt voor lunchtheater geschreven is en dat is toch eigenlijk wel jammer, want ook van Phlips kan je niet beweren dat hij aan het oorspronkelijke opzet van Anjer beantwoordt (arbeiders en bedienden tijdens de middagpauze van enig artistiek voedsel voorzien).
Integendeel zelfs. Zo’n producties (te groot woord eigenlijk voor iemand die gewoon staat uit te freaken) staan garant om het huidige succes van het lunchtheater de grond in te boren. We kunnen ons immers levendig inbeelden dat iemand die onmiddellijk daarna opnieuw aan de draaibank of voor de klas moet staan, dit liever niet doet na de koude douche die Phlips hem niet alleen figuurlijk maar zelfs letterlijk heeft bezorgd. Al dient gezegd dat het publiek grotendeels bestond uit gelijkgestemden en niet zozeer uit mensen van de arbeiderswijk waarin theater Vertikaal is gevestigd. Er bestaat in Gent inderdaad een soort incrowd die op zich reeds voortdurend toneel speelt (wat ze zeggen, wat ze doen, hoe ze zich kleden, de manier waarop ze sakkeren op het ongezonde vlees in de koude schoteltjes terwijl ze ondertussen zware Bastos zitten te paffen enz.) en het baart dan ook geen opzien als één van hen effectief ook op een podium kruipt om te laten zien wat hij allemaal kan. Maar je kan dat echter net zo goed meemaken in het café van de Vooruit (of is het ondertussen al de Cirque Central ?) zonder dat er daarvoor een BTK-project dient te worden opgericht. (De Rode Vaan nr.47 van 1985)
CONTRABODY
Daarom, om met lichtere kost af te sluiten, maar tevens om erop te wijzen dat men “de grote tegenstellingen des levens” ook op een speelse manier kan benaderen, eindigen we deze week met « Contrabody » zoals het in de reeks lunchtheater van Anjerproducties werd gepresenteerd. Ook hier voert « de » vrouw « de » man naar de ondergang, alleen betreft het geen leraar en geen gids, maar een automecanicien en een filmster-in-spe, die samen een danskoppel vormen.
Of Herwig De Weerdt, Nicky Deleersnijder en Daan Hugaert ook aan « bezinning » toe waren toen ze deze zomer samen op vakantie gingen, weten we niet, maar ze zijn er alleszins met een sprankelende productie vandaan gekomen. Nicky, de bezielende kracht achter het lunchtheater, wilde blijkbaar ook eens de smaak van het acteren proeven en ging daarvoor te rade bij het mannelijke duo dat samen toch reeds voor een viertal goede lunch-producties had ingestaan.
Terecht heeft regisseur-auteur Hugaert gemeend haar natuurlijke kwaliteiten zo voordelig mogelijk aan te wenden. Nicky is mooi en kan goed dansen, dus het lag voor de hand in die richting verder te werken. Herwig De Weerdt onderwierp zich zowel als acteur als in het personage dat hij uitbeeldt aan haar en bood haar zo alles op een schaaltje aan (in haar afwezigheid krijgt hij wel twee krachtige solo-momenten, één komisch in een soort van Louis de Funès-scène en één tragisch moment als gepassioneerde van de echte Argentijnse tango tegenover de Duitse ballroom-zever waarop het koppel normaal danst).
Dat alles wil nu echter ook weer niet zeggen dat het allemaal zó gemakkelijk was voor Nicky. In de Franse telefoonscène bleek ze b.v. toch wel over een zekere theaterflair te beschikken.
A suivre dus.
Vermelden we tenslotte ook nog het gedegen werk van Annie Putman die voor de dansregie instond en de technici van Anjer-producties die voor een vlekkeloos verloop zorgden. (De Rode Vaan nr.48 van 1986)
PUNTEN
Ook nog kort iets over « Punten », de tweede Anjerproductie van dit seizoen. Deze monoloog van Vieze Gast Koen Vencken (hier als een échte « vieze gast ») met af en toe een echo van zijn gezellin Rita Gezel, was echt op maat gemaakt van lunchtheater en tijdens de avondopvoering die wij bijwoonden (dus uiteraard zonder lunch) ging hij dan ook de mist van de Wase polders in. Niet alleen ontbrak de « restos du coeur »-setting waarin de middaglunch plaatshad, bovendien waren er een aantal leerling-fotografen druk in de weer om een werk voor de academie af te leveren. Het voortdurende geklik van die fototoestellen deed eerder aan Hollywood-toestanden denken dan aan het « schorremorrie » dat Vencken ten tonele wou voeren. Het werd dan ook « toneel » en miste de directe confrontatie die het beoogde (net als de toeschouwers komt Vencken zijn boterhammeke opeten, terwijl hij wacht op « de vedet » die natuurlijk niet komt opdagen). Ondanks het geslaagde experiment met « Contrabody » mag men dus gerust stellen dat lunchtheater lunchtheater moet blijven, zelfs al is dat dan tot spijt van deze of gene recensent die de voorstellingen zal moeten missen… (De Rode Vaan nr.51 van 1986)

Referentie
Ronny De Schepper, Tijdens de lunch bloeien de anjers in het theater, De Rode Vaan nr.21 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s