Wist u dat er zoiets bestond als een Taaltelefoon (02/512.65.01) ? Wij hebben hem alvast pas onlangs ontdekt. Maar mijn naam zou niet Jan Draad zijn, indien ik niet nieuwsgierig was wie dáár aan het lijntje zou hangen. Dat is echter niet zo eenvoudig, zoals u zal merken…

— Hallo, met wie spreek ik ?
Mannenstem
: Met de Raad voor Taaladvies (RVT).
— Met de rode vaan. Zou ik u telefonisch een kort interview mogen afnemen ?
RVT (na een pauze) :
Wat bedoelt u ?
— Wel, een gedeelte van mijn redactionele werk bestaat in het corrigeren van ingezonden stukken. Nu, een aantal fouten die steeds weer opduiken heb ik verzameld in een uiteraard nogal monsterachtige zin en ik zou u die graag laten verbeteren.
RVT :
Stuur die dan op, hé. Maak daar een fotokopietje van en ik zal die tekst eens grondig nakijken. Want interviews geven dat mag ik niet. Daarvoor moet u de toestemming vragen.
— En wanneer weet u of u die toestemming heeft ?
RVT
: Dan moet ik natuurlijk eerst weten welke de draagwijdte van uw interview is. Ik moet dat aanvragen aan de minister, al trekt de minister persoonlijk zich daar niks van aan, maar ik mag als openbaar ambtenaar geen interview toestaan zonder mijn overste daarvan in kennis te hebben gesteld, begrijpt u ?
— Ook onder de naam « Taal-telefoon » ?
RVT :
Ja, dat is de Raad voor Taaladvies, dat is onze officiële benaming. In de telefoongids staat natuurlijk « Taaltelefoon » maar dat is een beetje dubbelzinnig, een beetje onduidelijk. Maar als u een tekst met fouten te corrigeren hebt, graag.
— Ik denk wel dat ik die zelf ook kan corrigeren, hoor, maar ik kan natuurlijk moeilijk brieven schrijven naar correspondenten en zeggen : kijk, je hebt weer die of die fouten gemaakt. Indien ik echter een gesprekje met u kon hebben en u zou dan die fouten verbeteren, dan dacht ik dat ze daaruit op die manier misschien iets zouden leren.
RVT (nadenkend)
: Ja, ja… kijk, u kunt natuurlijk naar de Raad voor Taaladvies verwijzen, hé. Maar een interview… ik heb daar vroeger eens last mee gehad. Onbewust natuurlijk he, want ik handelde ter goeder trouw. En ik heb daar moeilijkheden mee gehad, omdat ze zegden : je moet dat eerst vragen.
— En kunnen wij dat dan niet vragen ? Om het vlugger te laten gaan ?
RVT
: Als u het kunt gedaan krijgen, des te beter.
— En naar wie moet ik mij dan richten ?
RVT:
Naar het kabinet van mijnheer Poma eigenlijk hé. Dat is onze voogdijminister. In orde ? Dag, mijnheer.
We haken in en draaien onmiddellijk het nummer van het kabinet van minister Poma. Een lieve meisjesstem maakt zichzelf bekend als « persdienst ».
Persdienst
: Dus u zou dat vandaag nog willen hebben ? Een gesprekje met de Raad voor Taaladvies ? In ieder geval ik zal proberen nog vandaag die toelating te geven. Maar dat is niet protocolair, u zou eigenlijk een briefje moeten sturen. Of brengt u een briefje binnen met uw verzoek ? Bent u in Brussel ?
— Ja, maar eigenlijk toch nogal aan het andere eind van Brussel, hoor…
Persdienst
:Ja maar, u begrijpt hé, zo maar een interview op één, twee, drie… de minister is hier ook niet altijd beschikbaar.
— Ja, maar ik wil u de vragen voorleggen, hoor. Het is eigenlijk heel eenvoudig. Het is bijna Kafkaiaans wat er aan het gebeuren is !
Persdienst (zeer verwonderd) :
Ah ja ? Ik zal proberen daar iets aan te doen. Van welk blad bent u nu weer ?
— Van de rode vaan. Ook de rode vaan kan met taalproblemen zitten, hé. Het is niet omdat het de rode vaan is dat u moet…
Persdienst
: Nee, dat doet er niet toe, hoor, of het nu de rode vaan is of gelijk welk ander blad. Maar waar kan ik u bereiken ?
We geven het telefoonnummer op en in de namiddag hangt dezelfde lieve jongedame opnieuw aan het lijntje.
Persdienst
: Ik kan u helaas niet helpen wat vandaag betreft, hoor. Dat moet inderdaad via de normale weg en dat is voor iedereen. Dus, er moet een verzoek naar de minister.
— Ik weet nog niet of ik dat ga doen hoor, want ik vind het eigenlijk nogal een beetje belachelijk, als u mij dat niet kwalijk neemt.
Persdienst (verontschuldigend) :
Het is nu eenmaal zo, hé. De RVT is een administratie, die gaan dus nooit ofte nooit zo maar dadelijk een interview weggeven, dat moet inderdaad op papier gezet worden aan de minister. Het spijt me hoor.

Ja, háár wel, maar de moloch van de bureaucratie ?

Referentie
Jan Draad, De Taaltelefoon aan het lijntje, De Rode Vaan nr.12 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s