Fred Bekky wordt zeventig…

33 Fred BekkyMorgen wordt Fred Bekky (eigenlijk gewoon Fred Beekman, maar ja, ’t is een Antwerpenaar, nietwaar?) zeventig jaar. Hij was de leidende figuur van de beste rock- en popgroep die Vlaanderen ooit heeft gekend: The Pebbles. Ik heb hem eens geïnterviewd in 1979, toen hij deel uitmaakte van de begeleidingsgroep van Boudewijn De Groot (foto), maar meer nog: een jaar later kwamen The Pebbles opnieuw samen en ik moest en zou ze op het Feest van De Rode Vaan vragen. Dat is ook gelukt, maar de belangstelling was helaas ondermaats. Niet omdat zo’n Feest geen volk zou trekken, integendeel eigenlijk: The Pebbles traden op in een zaal die niet echt op de feest-site lag en de mensen bleven liever op het feest rondhangen…

De grootste Vlaamse groep uit de sixties komt uit Antwerpen en luistert naar de naam van The Pebbles, al was de naam oorspronkelijk The Fredstones, toen Bob Baelemans (Bobb Bobbot), Fred Beekman (Fredd Bekky), Miel Gielen en “lange” Louis De Laet in 1964 hun groepje vormden. Toen ze later professioneel wilden gaan werken, vonden ze gelukkig dat ze een andere naam moesten aannemen en dat werd dan The Pebbles, toch ook uit dezelfde tekenfilmserie. (*)
Jean Meeussen, die voor CBS werkte, bracht het voor elkaar dat de Amerikaan Norman Petty, de vroegere manager van Buddy Holly, de eerste plaat met The Pebbles opnam. Hij was zo enthousiast over de groep dat hij voor hen het nummer “Wheels” schreef (niet te verwarren met de instrumental van enkele jaren daarvóór), maar het is niet duidelijk of The Pebbles dit effectief ooit hebben opgenomen. Die eerste single die door Petty werd geproduceerd bestond immers uit “Let’s say goodbye” en “Love me again”. Petty kreeg het Amerikaanse vakblad Cashbox zo ver om deze release te vermelden, maar een hit werd het daardoor niet.
In Vlaanderen bleven The Pebbles optreden op bals, onder hun eigen naam, maar ook als begeleiders van Amerikaanse zangers zoals Jimmy Gilmer of Mel Tormé (bij deze laatste namen ze de plaats in van The Jokers die deze job vroeger invulden). Met Gilmer hebben ze bij Supreme een singeltje uitgebracht als Jimmy Gilmer and the Fireballs dat “On the Day” heette met op de flip “You better go away”.
Eind 1965 wonnen The Pebbles de “Gouden Gitaar” wedstrijd te Antwerpen en brachten een tweede single uit “It’s allright with me” voor CBS.
Daarna wipten zij van CBS naar Arcade over en brachten voor Louis van Rijmenant “Hum la la” en “Someone to love” uit. Dankzij Van Rijmenant deden zij TV in Parijs en traden er op in een bekende club.
Een jaar later, nadat hun drummer Louis vervangen was door Cel de Cauwer en organist/zanger Luk Smets de groep kwam versterken, kregen zij van Louis de Vries, eigenaar van het Pannenhuis, waar toen beroemde groepen als The Zombies, Pink Floyd en Lionel Hampton optraden, het aanbod om te komen optreden.
Luk Smets in Humo over zijn debuut bij The Pebbles: “Alles is voor mij met de Pebbles begonnen, het blijft een erg groot stuk van mijn leven. In 1965 zat ik nog mijn tijd te verspelen bij allerlei lokale skiffle en rhythm’n’blues-groepjes of op de Kunstacademie in Antwerpen, met Ferre Grignard en Hugo Metsers. Soms denk ik dat muziek ook een beetje een manier was om mij af te zetten tegen thuis : zij wilden dat ik mijn academie zou afmaken en daarna in de reklamewereld terecht komen. Ik kom uit een zwaar katholieke familie, waar muziek taboe was. En waar slechts schoorvoetend werd toegegeven : eerst mocht ik naar conservatorium, omdat ze hoopten dat ik in de klassieke muziek zou terechtkomen, dat was nog het minst erge voor hen. Daar heb ik vier jaar klassieke viool gestudeerd. Al mijn vriendjes waren bezig over Elvis Presley en Buddy Holly en ik stond daar met mijn viooltje.
Maar de eerste bandjes die ik heb opgericht situeerden zich dus in de folk en blues. Wij speelden toen geregeld in de eerste Muze, dat was dan nog een onbekend artiestencafétje waar op de zolder vaak grote bluesmensen werden uitgenodigd zoals John Lee Hooker of Memphis Slim. Eind ’65 hadden The Pebbles dan een of andere crochet-wedstrijd gewonnen en zij zochten een organist die daarbij ook nog kon zingen en zo ben ik daarbij terecht gekomen. Al meteen werd er rondverteld dat wij ook een hit hadden in Engeland, maar dan wil ik nu wel even rechtzetten dat dit een Engelse groep was met dezelfde naam.
Oorspronkelijk noemden we onszelf een “levende jukebox” – in tegenstelling tot groepjes die nu beginnen en al onmiddellijk de grote attractie willen zijn. Wij traden toen vijf, zes uur aan één stuk op met een repertoire van om en bij de honderd nummers. Zwaar werk, als je rekent dat we ook nog zelf onze installatie en zo moesten opstellen. Uiteindelijk wisten we ons wel boven andere balorkesten uit te tillen omdat we er de dingen uitpikten die niemand anders aandurfde, vooral dan vocaal. Op die manier hebben we hier het hoofdstuk afgesloten van de instrumentale groepen, The Jokers e.d. weet je wel. Wij zongen met vijf man, wat heel speciaal was voor die tijd. Onder impuls van onze manager Louis De Vries zijn we ook eigen materiaal beginnen schrijven.”
(**)
Louis de Vries zorgde voor een platencontract bij Eddy Barclay te Parijs. De eerste single “You better believe” flopte, maar de opvolger “Get Around” werd een grote hit in de Benelux.
In 1968 brachten The Pebbles het grandioze nummer “Seven Horses in the Sky” uit. In ons land hadden zij een ideale gelegenheid om deze prachtige song te lanceren, nl. het Bilzen-festival. Voor 14.000 aanwezigen brachten zij ’s avonds “Seven horses” in een orgie van vuur, rook en kleuren, met zwaaiende vuurmolens en vuurpijlen. Voor deze song kregen zij een staande ovatie van de massa. Van “Seven Horses” werden daarop in België alleen al 60.000 exemplaren verkocht.
Tijdens hun contract bij Barclay kregen zij als producer Alain Milhaud toegewezen. Milhaud had zopas furore gemarkt als manager en procucer van Los Bravos, waarmee hij de wereldhit “Black is Black” produceerde. Milhaud lanceerde The Pebbles in Spanje, bezorgde hen verscheidene televisieoptredens en tournees. Met hem namen zij hun derde grote hit “Mackintosh” op.
Er werd destijds ook een speciale Mackintosh-single gemaakt met enkele maten van de Internationale als intro. Dat was in opdracht van de Parti Socialiste (en niet in opdracht van de Socialistische Mutualiteit zoals Humo schreef) als ondersteuning van de verkiezingscampagne van toenmalig partijvoorzitter Guy Mathot. “Om die single te promoten deden we ook veel optredens in Wallonië,” meldt Louis De Vries vanuit Spanje (***).
The Pebbles zaten toen ook vaak in Spanje. Tijdens hun laatste tournee aldaar werd bassist Miel vervangen door de Amsterdamse topbassist Axel van Duin. The Pebbles beleefden hun topperiode. In Hamburg zetten ze de beroemde Starclub op stelten, in de Parijse Olympia verzorgden ze op 10 oktober 1967 het voorprogramma van Jimi Hendrix, die zelf naar verluidt ook onder de indruk was van de sound van The Pebbles. Tussen het publiek zaten de Franse managers van de Stones, Small Faces, Chris Farlowe en The Mamas and The Papas. Op de festivals van Palermo en Montreux verdienden ze hun ererondje en op het First International Pop Event in Antwerpen stalen ze samen met de landgenoten van Wallace Collection de show, hoewel daar toch ook niet te versmaden buitenlands talent als The Kinks, Colosseum, Pink Floyd, The Nice, Yes en Fleetwood Mac aantraden. (Een leuke anekdote in verband met het “First National Pop Event” is ook dat de verslagge­ver van De Standaard uitgebreid de prestaties van Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich en de Pretty Things toelichtte, terwijl geen van beide groepen, alhoewel op de affi­che aangekondigd, waren komen op­dagen.)
In een Humo-interview van 28 februari 1974 antwoordt Fred op de vraag wat er van aan is dat in die periode zelfs The Beatles belangstelling hadden voor The Beatles, het volgende: “Het is helemaal waar, zo waar als ik hier zit. Wij waren in de Londense studio “40 miles” aan het opnemen en toen kwam John Lennon binnen gewandeld. Die heeft toen aan Louis Devries gevraagd of hij die bandjes nog een paar keer mocht horen en hij vond dat allemaal erg goed. Hij liep toen met plannen rond om Apple op te richten en hij was duidelijk op zoek naar een groep. Een zangeres en een zanger had-ie al gevonden : Mary Hopkins en James Taylor, maar een groep zochten ze nog. De Pebbles kwamen volop in aanmerking.”
HUMO : En het is dan toch niks geworden ?
Fred : Hij heeft aan onze toenmalige firma Barclay gevraagd hoeveel ze voor ons wilden krijgen. Barclay heeft toen zo’n woekerprijs gevraagd dat de besprekingen direct afgesprongen zijn. De Beatles hebben toen Badfinger maar onder de arm genomen.
Maar in 1980 vertelt Luk Smets in hetzelfde blad iets heel anders…
HUMO : Jullie hebben toen zelfs een brief van George Harrisson (sic) gekregen. Echt waar ?
Luk : “Incredible George”, ja (lacht), als ik heel eerlijk moet zijn: ik heb die brief nooit gezien. Maar ook dat was uniek voor die tijd : aan onze public relations werd er wel gewerkt. Het was allemaal nep natuurlijk, maar de stunt was geslaagd.
In een aflevering van de reeks “Belpop” op Canvas werd de telegram echter getoond, tegelijk werd eraan toegevoegd dat “Incredible George” eigenlijk niet voor de gelijknamige Beatle werd geschreven. Het was pas nàdat het plaatje geperst was, dat iemand op de idee kwam het naar George te sturen. Anderzijds vertelt Louis De Vries in diezelfde uitzending dat hij zich van die contacten met The Beatles niks meer kan herinneren. Nu is er weliswaar een gezegde dat luidt “wie zich de jaren zestig nog kan herinneren, was er niet echt bij”, maar in dit geval mogen we toch wel stellen dat een manager (of eender wie zelfs) zich een gesprek met The Beatles toch wel zou herinneren…
(Dat David Bowie en Marc Bolan ook belangstelling hadden, mogen we wellicht eveneens naar het rijk der fabeltjes verwijzen, want die waren in die periode zélf nog niet eens doorgebroken.)
Aanvankelijk dweepten The Pebbles met The Byrds, rhythm’n’blues, soul, James Brown, Percy Sledge en de psychedelic sound, maar later zouden ze onder invloed van The Eagles meer de nadruk gaan leggen op vocale harmonieën.
The Pebbles sloten de jaren zestig af met een eerste elpee (“The Pebbles”) maar die haalde het internationale niveau van hun singles niet, ook al klonk ze aardig en stonden er frisse deunen op.
Bob Leonard, de opvolger van Louis De Vries als impressario, in Humo (****) : « Vooral Luk Smets was ontevreden over die lp, ook al omdat er zo weinig songs van hem opstonden. Dat was het begin van de meningsverschillen die er uiteindelijk toe zouden leiden dat Luk en Cel “Shampoo” gingen vormen, een jazzrock-groep die in het begin met erg veel lof werd ingehaald. Voor Cel was er echter nog een extrapro­bleem bijgekomen. Hij wilde ’s zon­dags niet meer optreden, omdat hij getuige van Jehova geworden was. »
Luk (in datzelfde interview in Humo) : “Ach, misschien ben ik wel het enfant terrible geweest, onberekenbaar, onbetrouwbaar, een volbloed Leeuw, ja, maar je wordt ouder en wijzer. De Pebbles begonnen op het einde een keurslijf voor mij te worden. Ik begon arrangementen te schrij­ven voor jan en alleman, wou ook diè kant eens uitproberen, maar dat pikte men niet. Het past niet in de planning van de Pebbles, zei men. En toen in­teresseerde het mij niet meer. Ik wou eruit en ik heb me voor de helft in de smartlappen gegooid en voor de helft in die artistiekerige doening, die Shampoo toch geweest is. We hebben daar keihard voor gewerkt, met bril­jante musici, maar het marcheerde niet, alleen in Frankrijk kwamen we van de grond. En dan nog : we gingen in clubs spelen waar de meest elitaire snobs naar toe kwamen. Michel Piccoli en Serge Gainsbourg zaten op de eerste rij stoned als een kanon te wezen en te doen alsof ze alles van de muziek snapten. En dan kwamen ze in de kleedkamer vragen wat we ge­bruikten; de muziek waren ze al vergeten. We vroegen ons af waar we in godsnaam mee bezig waren. Yves Devriendt speelde toen nog gitaar voor ons, maar die is er sindsdien helemaal mee gekapt, zit nu in verzekeringen, geloof ik. Vreemd hoe dat soms gebeurt.”
In Shampoo zaten verder nog bassist Rudy Pincé en de saxofonisten François Maes en Giorgio Chitchenko. Veel Waaslanders dus en hun vast repetitielokaal was dan ook in Temse gevestigd, in de Sint-Martens-Latem-Club.
Cel werd bij The Pebbles vervangen door Johnnie Verhas (ex-Inez & The Racers), en in de nieuwe bezetting werd meteen een aardige single gemaakt, “Down at Kiki’s”. De groep kreeg een contract aangeboden van de Lon­dense zetel van United Artists, ze kregen voor alle opnamen een top­producer ter beschikking, ze mochten in de beste Londense studio’s opne­men en de opnamekwaliteit was navenant : “Mother army”, “Jane, Suzy and Phil”, “No time at all” en de lp “Close-up” klónken, maar hadden weinig of geen succes : er zat blijkbaar tóch niet genoeg in het vat. De Pebbles raakten in een sukkelstraatje. Vlaanderen was een beetje uitgekeken op de groep, terwijl de rest van de wereld ze niet wilde hebben. Ontgoocheling sloeg toe.
Fred in Humo (in 1974) : « Die tienjarenreputatie, da’s een mooi ding hoor. Da’s een rugzak die je op je rug draagt en in die rugzak zit veel moois, maar hij kan soms verdomd zwaar wegen… ».
Een feestelijk concert in de Beurs­schouwburg (naar aanleiding van hun tienjarig bestaan) werd meteen ook zowat hun afscheidsconcert. Er kwam nog een personeelswijziging (Axel Van Duyn vertrok, en werd vervan­gen door Patrick Wijnants, er werd opnieuw een toetsenman aangetrok­ken : Tim Turcksin — ex-Jenghiz Khan — werd de uitverkorene), het contract met United Artists liep op zijn laatste beentjes en de fut was er ook al uit. In 1975 gingen de Pebbles eter ziele.
Fred en Bob stichtten samen met de uitstekende (“Ontdek de Ster”) zangeres Sofie het disco-avant-la‑lettre-ensemble "Trinity" en een tijdlang bleek dat een goeie formule te zijn. Via flink ingestudeerde dans­pasjes, lekkere melodietjes en de vaak indrukwekkende verschijning van Sofie werd "AVRO's Top Pop" met succes bespeeld en volgden er ook bescheiden hits (“That's my number”, “Drop, drop, drop”).
Het grappige is dat toen Trinity uit elkaar viel, Sofie de jazztoer opging, begeleid door Celluloid, een groep voortgekomen uit het zogenaamde Hnita-kwintet, waarbij o.a. Cel De Cauwer en François Maes (ex-Shampoo) speelden!
Luk Smets had ondertussen met de Nederlandse zusjes Maessen (The Hearts of Soul) de groep Dream Express gevormd en speelde ermee in The Talk of the Town in Londen en in The Dunes in Las Vegas. Hij huwde met Bianca Maessen, terwijl Patricia bassist Evert Verhees verkoos en Stella… Bruno Schevernels!
In het najaar van 1979 werd Boudewijn De Groot op het podium bijgestaan door zijn vriend, bassist Hennie Vrienten (de roem van Doe Maar is pas voor enkele jaren later, RDS), en verder door de Belgen drummer Tony Ghyselinck van Sam Gutter’s Blues Band, Ronny Brack (toetsen) en niemand minder dan Fred Beeckman van The Pebbles aan de gitaar.
Ik had toen een kort gesprekje met Boudewijn en Fred, waaruit vooral het heimwee naar de jaren zestig mag blijken en hoe moeilijk het is voor een artiest om zich onder gewijzigde omstandigheden tien jaar later op datzelfde niveau te hijsen.
Fred: Wij waren op een bepaald moment de muziek van The Pebbles een beetje moe. En dat kan terugkomen, alhoewel ik nu, door het werken met Boudewijn, weer meer zin heb in het spelen van echte popmuziek. Met Trinity zijn we meer op de commerciële toer gegaan. En daar geraak je vlug in, maar je geraakt er moeilijk uit. Er zijn dan immers zakenlui die met jou geld verdienen en dan moet je erdoor. Dan ben je trouwens af en toe wel eens zwak en dan zeg je: waarom niet? Tot we vorig jaar (1978) gezegd hebben: we kappen er gewoon mee. Terwijl iedereen zei: maar er zit toch nog brood in, jong! Nu zit ik bij Boudewijn gewoon als begeleider en voor het ogenblik vind ik dat prima.
Deze tournee van Boudewijn De Groot vormde de voorloper van een reünie (o.a. op het Feest van de Rode Vaan) met naast Fred, Bob en Luk als nieuwe groepsleden niet enkel Ronny Brack en Tony Ghyselinck, die Fred dus bij Boudewijn had leren kennen, maar ook gitarist Ronny Sigo van The Jokers. De nieuwe show getuigde van een ongelooflijke, ja zowaar zelfs “Amerikaanse” professionaliteit, met als hoogtepunten de basakkoorden van Ronny Sigo op het einde van het eerste deel (in “No time at all”), Luks versie van “Piece of my heart” van Janis Joplin en natuurlijk het geweldige “Gimme some lovin'” met Bob Baelemans in een glansrol. Een adembenemend hoogtepunt was echter bij de bisnummers de overgang van “Get around” naar “Seven horses in the sky”, als je de paarden werkelijk door de zaal hoort draven. Op het Feest van de Rode Vaan was dit helaas letterlijk te nemen, want ondanks het feit dat dit de hoofdact was, zat er in de zaal enkel de spreekwoordelijke “vijf man en een paardekop”. Het zoveelste bewijs dat de mensen die naar het Feest van de Rode Vaan komen, niet geïnteresseerd zijn in het programma, zeker niet indien dit plaats heeft in een zaal die een beetje afgelegen ligt van de tent met de gebruikelijke standjes.
Cel De Cauwer zou ik veel later (met name op 23/7/96) terugzien bij The Romantics op de traditionele sixties-avond tijdens de Gentse Feesten op de Kouter. Eigenlijk brachten ze meer rock’n’roll-klassiekers uit de fifties dan sixties-muziek, waarbij dan vooral de zanger die op Jimmy the Lips leek uit “The Commitments” goed uit de verf kwam. Alleszins waren ze stukken beter dan de “hoofdact”, zijnde Flashback, de groep van Felice Damiano, die helemaal door het ijs zakte. Maar de beste sixties-muziek had ik daarvoor bij het passeren van het Sint-Baafsplein gehoord, met name goede Stax-soul. Wie zouden dat zijn, vroeg ik me af. Bij het terugkeren wist ik het: de begeleidingsband van Bart Kaëll, die op dat moment net aan een vreselijke medley toe was: de Marie-Louise; Eins, zwei, zaufen; Daar bij die molen enz.
Daarna zag ik The Romantics tijdens de Kaaifeesten in Temse en nu maakte ook Luk Smets er deel van uit. De manager van de groep was Bob Lanoye (1945-2011), de oudere broer van Tom Lanoye, die in de jaren zestig zelf ook nog drummer was geweest (Bob dus, niet Tom) bij The Hollywood Twisters en The Magics.
Luc Smets woont nu in Steendorp en is ook de dirigent van Strato-Vani.

Ronny De Schepper

(*) Zij het dat de naam toch op een subtiele wijze ook naar Fred Beekman verwees natuurlijk…
(**) Als je op de bijgevoegde foto niemand herkent, is er inderdaad niets mis met uw ogen: dit zijn gewoon de Engelse Pebbles, waarover Luk het heeft. Merkwaardig dat wijzelf daar indertijd nooit van hebben gehoord. Dat is echter misschien maar goed ook, want anders hadden ze mogelijk geëist dat “onze” Pebbles van naam zouden veranderen (zoals Raymonds Millionaires dat moesten doen omwille van een obscuur Hollands groepje of The Eagles van Jean Blaute – al moet ik toegeven dat de Amerikaanse Eagles hun vleugels toch wat verder hebben open geslagen dan als begeleidingsband van Marino Falco)!
(***) Toch vraag ik me af of Louis zich niet vergist. Er bestaat namelijk een “reguliere” opname van The Pebbles, “Is there no one”, die eveneens met de Internationale begint.
(****) Op zoek naar informatie over Bob Leonard op het internet vond ik volgend interessant bericht: “Dat de nieuwe muziektentoonstelling naar de Late Middeleeuwen terugkeert, pas perfect bij het interieur van het Vleeshuis (in Antwerpen, RDS). Je zou minder verwachten dat ook jazz, blues, pop en rock aan bod zouden komen. Toch zal dat het geval zijn. Door het archief van impresario Bob Leonard te verwerven, verschafte het museum zich de mogelijkheid om ook van de recentere geschiedenis van het Antwerpse muziekleven een beeld te schetsen. De levenswandel van Bob Leonard was immers nauw vervlochten met de muziekcarrières en de belevenissen van muzieklegenden met namen als klokken, zoals Toots Thielemans, The Pebbles, Raymond van het Groenewoud en Ferre Grignard. Aan de hand van grote hoeveelheden foto’s, oude platen en banden waarop opnamen te horen zijn die zelfs nooit op plaat zijn uitgebracht, komt ook de hedendaagse periode tot leven. Er zitten zelfs stukjes correspondentie in met John Lennon en Jimi Hendrix!”

SINGELS VAN THE PEBBLES
1. Love me again / Let’s Say Goodbye (CBS-1965).
2. For ever more / It’s allright (CBS-1965).
3. Humla La La / Geneveve (Arcade-1966).
4. Someone To Love / I Wonder (Arcade-1967).
5. You better believe it / I got to sing (Barclay-1968).
6. Get Around / Forty Miles (Barclay-1968).
7. Seven horses in the sky / The verger (Barclay-1968).
8. Incredible George / Playing Chess (Barclay-1969).
9. Mackintosh / A street named love (Barclay-1969).
10. 24 hours at the border / Lynch party (Barclay-1970).
11. To the rising sun / Is there no one (Barclay-1971).
12. Down at Kiki / Jelly Mama (Barclay-1971).
13. Beggar / Amontillado / Fire (Barclay-1971). (Drie nummers?)
14. Mother Army / Some days are gone (United Artists-1972).
15. Jane, Susy and Phil / Love Fades Away (United Artists-1972).
16. Some kind of joker / You are my sunshine (United Artists-1973).
17. No time at all / You can have the thing called love (United Artists-1973).
LP’S
1. THE PEBBLES (Barclay-1970). To the rising sun / Sunday Morning Trip / Free of Love / Do know you know / Little Rock / Half past dead / Cut my head off / Civil Wedding.
2. THE PEBBLES’ BEST (Barclay-1972). Geneveve / You better believe it / Wavering retrospection / I got to sing / Ways enough, words enough / Saturday noon time / Seven horses in the sky / In love again/ Down at Kiki / Jelly mama / The verger/ Life’s not bad at all.
3. CLOSE UP (United Artists-1972). Mr. Southeaster / Once in a while / Love fades away / You / Spare a little love / Make me king­ / Desert Funeral / Jane, Susy and Phil / Mother Army / Some days are gone / Reddish Wood / Notion.
Voor de volledigheid kunnen we nog een Arcade-elpee signaleren The Pebbles versus Joe Harris waarop één kant Pebbles-muziek staat : Humla la la / Geneveve / Someone to love / I Wonder / Love me kiss me / I love you you love me. (overgenomen uit Humo)

15 gedachtes over “Fred Bekky wordt zeventig…

  1. Bedankt voor de informatie! Van The Pebbles ontbreekt veel informatie over het uitbrengen van de titels van hun liedjes en op Greatest Hits staan jammer genoeg niet alle titels die hits waren. Als kleine jongen stond ik op de eerste rij op het festival van Jazz Bilzen waar de mannen met vuurwerk (vastgebonden op stoelen) hun “Seven Horses…” voorstelden. De toetsenist begon toen met z’n stoel-met-vuurwerk boven zijn hoofd te slingeren! Hmmm, ik herinner het me als of het gisteren was…

    Liked by 1 persoon

    1. Ja, heerlijke anekdotes! Zoals Louis Paul Boon ooit een literatuurgeschiedenis wou schrijven in “annekedoten” zoals hij ze noemde, zouden we dat ook voor de (pop)muziek kunnen doen. Zoals dat optreden van The Pebbles op de Aardbeifeesten in Melsele. Na afloop van het optreden stonden The Pebbles op een rij handtekeningen uit te delen. Stefaan Van de Keybus, één van de knapste leerlingen uit onze klas (knap wat uiterlijk betreft dan), schoof er zich tussen en tekende ook alle foto’s van de fans die stonden aan te schuiven. Eens thuis gekomen vroegen ze zich wellicht af wie toch die “Stef” mocht zijn die hun foto had gehandtekend!

      Like

    1. Dat klopt dat Pink Floyd en de Kinks daar niet waren maar er waren nog meer bands die niet zijn komen opdagen: Procol Harum, The Tremeloes maar wel als surprise acts Colosseum en als ik me niet vergis Yes.

      Alfons Maes die op de tippen van Peter Green kon tippen.

      Liked by 1 persoon

  2. Beste, ik ben op de zoek naar de tekst van één van de nummer van the Pebbles, namelijk van The Verger. The Verger was de B-kant van Seven Horses in the Sky, maar de lyrics zijn digitaal nergens te vinden. Ik heb al geprobeerd de tekst te reconstrueren met het nummer op Youtube, maar het lukt me niet om alle zinnen en woorden te verstaan. Kan jij me toevallig helpen?

    Groeten

    Liked by 1 persoon

    1. Helaas niet, al is “The verger” zowat mijn lievelingsnummer van The Pebbles. Een zeer onderschat nummer omdat het toevallig op de keerzijde van hun grootste hit is terechtgekomen en ja, wie draait er nu (buiten ons blijkbaar) B-kantjes, nietwaar? En ook ik heb me al die jaren al afgevraagd waarover het nummer juist gaat. Maar verder dan het feit dat een “verger” een koster is (iets wat je ongetwijfeld zelf al hebt opgezocht), ben ik nog niet geraakt. Je vraag is voor mij wel een aanleiding om er een aantal “specialisten” bij te halen. Ik zal hen aansporen hier te antwoorden.

      Like

      1. Alvast bedankt. Mijn schoonvader studeert basgitaar en wil het nummer op zijn examen gebruiken. De juiste tekst is essentieel. Hij heeft het op de muziekschool al laten afspelen en ook daar zijn ze geïntrigeerd door the Verger.

        Liked by 1 persoon

  3. Van Stephen Flockhart kreeg ik de volgende tip: “Misschien hebben leden van The Pebbles Somerset Maugham gelezen of de film gezien?” Voor de film volgt dan een link naar Wikipedia die me het volgende leert:Trio (also known as W.Somerset Maugham’s Trio) is a 1950 British anthology film based on three short stories by W. Somerset Maugham: “The Verger”, “Mr.Know-All” and “Sanatorium”. Ken Annakin directed “The Verger” and “Mr.Know-All”, while Harold French was responsible for “Sanatorium”. Trio is the second of a film trilogy, all consisting of adaptations of Maugham’s stories, preceded by the 1948 Quartet and followed by the 1951 Encore.”
    Over “The verger” zelf weet Wikipedia te melden: “The new vicar (Michael Hordern) of St. Peter’s Church is astonished to learn that the long-serving verger, Albert Foreman (James Hayter), is illiterate. When Foreman refuses to learn to read, the vicar feels he has no choice but to fire him.
    On the way back to his lodgings, Foreman notices that there is not a tobacconist shop in the area. Needing work, he decides to open one. He also takes the opportunity to propose to his landlady, Emma (Kathleen Harrison). Their fledgling business is very successful, and Foreman soon sets up another shop, run by his stepdaughter and her husband. Over the next decade, Foreman starts up more and more shops, becoming a wealthy man in the process and depositing his profits at the bank.
    The bank manager (Felix Aylmer) recommends that he invest his sizeable savings to get a better return on his money, causing Foreman to reveal that he has not been able to because he could not read the necessary papers. The stunned manager exclaims (rhetorically) ‘what would you be if you could read?’; Foreman replies that he would be the verger of St. Peter’s Church.”

    Misschien is het allemaal te ver gezocht, maar een verwijzing naar Somerset Maugham kan me altijd charmeren!

    Like

  4. Stephen kwam uiteindelijk nog met een tweede reactie:

    Hi Ronny,

    Dit is wat ik tot nu toe heb kunnen ontcijferen, de verschillende vraagtekens staan voor een woord of woorden die ik gewoon niet kan verstaan, maar ik ga nog een keer luisteren naar het lied, welk ik trouwens beter vind dan de A-kant.

    Mvg , Stephen

    The Verger , tekst :

    HE PLAYS THE CONGREGATION IN ,
    HUMMING THROUGH HIS SHAGGY BEARD ,
    MRS JONES, SHE’S NOT YET BEEN ,
    HE PLAYS THE CONGREGATION IN ,
    HE ALWAYS USED TO DO ,
    FINALLY HE KNOWS THAT HE DID RIGHT THAT DAY IN JUNE.
    THERE AT HIS FEET , PEOPLE PRAY TO THEIR GOD , THE CHURCH IS COOL
    BUT THIS HEART , VERGER’S HEART THEY ARE NOT,
    SO HE SMILES AND THIS MAKES THE FEELING GOOD ?
    VERGER’S THOUGHTS , VERGER’S LIFE ,
    MAYBE HE FOUND HIS WAY TO HER , ?
    THINGS WE’LL NEVER FIND ?
    HE PLAYS THE CONGREGATION IN ,
    IT TOOK THEM MANY YEARS TO KNOW
    SUMMER BRINGS THE WARMTH ,
    AND WINTER BRINGS SNOW
    THEN FATHER BROWN CAST A GLANCE AT THE DOOR ,
    GET AWAY FOREIGN THOUGHTS ,
    PLEASE LET THINGS TAKE THEIR COURSE
    SO HE SMILES , MRS JONES HAS JUST ARRIVED,
    VERGER’S THOUGHTS , VERGER’S LIFE ,
    MAYBE HE FOUND HIS WAY TO HER ,
    THINGS WE’LL NEVER FIND ?
    MAYBE HE FOUND HIS WAY TO HER ?

    Like

  5. En tenslotte nog dit: “Ik weet dat de band tussen ‘the verger’ en Somerset Maugham heel ver gezocht is maar de drie belangrijke personages bij SM zijn the verger, Mrs Jones (let op die MRS) en Father Brown die weet dat er “iets ” is geweest tussen the verger en Mrs Jones…” (Stephen Flockhart)

    Natuurlijk is “mrs.Jones” in het Engels een heel voor de hand liggende naam, maar amper enkele jaren na “The verger” (namelijk in 1972), was er natuurlijk ook “Me and Mrs.Jones” van Billy Paul, de “overspelsong” bij uitstek!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.