Het achtste folkfestival van Dranouter start op vrijdagavond 6 augustus 1982 om 20 u met Couton & Fischer, een Bretoens duo dat o.m. ragtime speelt. Nu ja, sedert dat de Japanners de Kon. Elisabethwedstrijd beheersen verwondert ons niks meer. Minder moeite hebben wij met het Ierse duo dat erop volgt : fiddler Paddy Glackin en zanger Al O’Donnell. In de grote tent wordt de openingsavond afgesloten door Urbi & Orbi. Als Simon & Garfunkel en Kommer & Kwel zich immers konden bekeren tot een reünie, dan konden zij dat ook, oordeelden ze en, halleluja, « De Scheurbuikshow » zag het licht. Het is een volavond programma waarbij Matches en Dubbel Dobbel zullen verbleken. Sjef van Oekel, Kamagurka, Guy Mortier en Tal Van Anderen nemen er aan deel en natuurlijk ook u, beste kijkers, want ook vanavond weer zijn er koelkasten en papegaaien te winnen in onze reusachtige quiz!
’s Avonds zijn in de kleine tent achtereenvolgens Couton & Fischer, Lieve Van Mileghem en Brian Nelson te gast, deze laatste deze maal in gezelschap van gitarist Wigbert Van Lierde. Lieve Van Mileghem zingt eigen composities op teksten van Hugo Claus, Willem Elsschot en andere knaapjes van dit kaliber. Verder ook klassiek werk en uittreksels uit Mistero Buffo. Ze wordt begeleid door een accordeonist en een violist en Hans Verdoodt zingt tweede stem.
Haar eerste single (een productie van vzw Den Appel, Termolenhoflaan 62, 1730 Zellik) is typisch voor haar repertoire. Van Elsschot zingt ze op een bezeten manier Het huwelijk (met een crescendo midden in het lied, zo’n beetje à la Child in time, want dit is weliswaar pure folk, maar dan gelukkig niet voor halfzachten) en van Claus met het gepaste cynisme Het gebed van regeringen op aarde (een profanatie van het Onze Vader). Van diezelfde Claus als toemaatje dan ook nog « De deuren van de tijd » (a capella). Lieve Van Mileghem : geen sopraantje maar onbetwistbaar een nieuw talent aan het firmament.
Dat schreef ik in De Rode Vaan nr.32 van 1982. Het duurde nog drie jaar vooraleer Lieve Van Mileghem een elpee zou uitbrengen en die bevestigde helaas niet het talent dat ik in haar had gezien…

09 lieve van mileghemEr zijn geen grenzen van elementair, artistiek fatsoen. Mocht u van het tegendeel overtuigd zijn, vraag dan aan een gedupeerde kennis even de debuut-elpee « Colère is een feest », waarop de Vlaamse « zangeres » (what’s in a word ?) Lieve Van Mileghem, die — enkel en alleen omdat we in een redelijk vrij land wonen, waar ook nep-kunstbeoefenaars hun slag mogen slaan — twee kanten met een soort geluid vol keelt, dat ze zelf allicht halsstarrig zingen zal noemen, maar ieder oor dat wel over elementair artistiek fatsoen beschikt, eenvoudigweg de mond snoert.
Dat over smaak niet valt te twisten, wordt in het geval Van Mileghem een vrijgeleide om pretentieuze onkunde-in-het-kwadraat te verkopen als « liederen die zowel de klassieke compositiestructuur, het experimentele stemgebruik, de volkse zangstijl als het theatrale met elkaar verzoenen ».
« Ik hoef iemand amper tien noten te horen spelen, om te weten wat ie in huis heeft » zijn woorden van een gewaardeerde kunstbroeder die hun gebruikswaarde keer op keer bewijzen. Driekwart song van de elf uitluisteren is meer dan goed om iemand binnen de kortste keren naar de hoogste toppen van onmachtige « colère » te voeren om deze aanranding van weerloze goede smaak. Waar natuurlijk heel de ploeg voor verantwoordelijk is die op één of andere manier bij het tot stand komen van zulk een product zijn zweet laat, en niet enkel een omhoog gevallen haute-culture onterende would-be chansonnière.
Als voorbode had ik dit « giftige slangenbeest » in een onbewaakt ogenblik op mijn ontbijtradio « De fanfare van honger en dorst » horen ratelen, pas nadien vernemend dat ik te maken had met de mevrouw die twee dagen later open en bloot op mijn draaitafel lag.
Ware het niet dat ik met deze recensie een mini-requisitoor wil houden voor creatieve eerlijkheid en vocaal fatsoen, dan zou ik deze vergissing in alle talen doodzwijgen. Maar ik pis azijn omdat ik luidkeels zulke oneerbare artistieke praktijken publiekelijk aan de kaak wil stellen, en — op z’n minst in eigen naam — mijn gekrenkte goede smaak met dit nog veel te decent vocabularium wil pareren.
Het is natuurlijk hard om zo veel te willen en zo weinig te kunnen. Maar een beetje altruïstische zelfopoffering heeft menige regionale, nationale en mondiale kunstscène van wezenloos gewouwel gevrijwaard.
Kan zulke creatieve zelfcensuur voor het betrokken slachtoffer niet constructief worden omgebogen ?
Natuurlijk haalt kleien of boetseren nooit de spotlights. En daar ligt het kalf gebonden. « See me ! Hear me ! Feel me ! » Eeuwenoud zeer.

Referentie
Mark De Smet, Azijn pissen, De Rode Vaan nr.7 van 1985

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s