Morgen wordt Monique Holvoet zeventig jaar. Ze is beter bekend als Miek Van Bambost, omdat ze reeds sedert 1965 zowel in het reële leven als op de Bühne een paar vormt met Roel Van Bambost. Onder de benaming “Miek & Roel” zongen ze oorspronkelijk in het Engels covers zoals Dylans Blowin’ in the Wind (waarmee ze derde werden in “Ontdek de Ster”), maar later schakelden ze over op het Nederlands met Zwartbergblues, een protestlied over twee mijnwerkers die in 1966 tijdens een protestbetoging in Zwartberg door de rijkswacht werden doodgeschoten.

Mijn eerste contact met Miek & Roel (die door Guy De Pré in zijn Prehistorie “met een beetje overdrijving” ooit de Vlaamse Sonny & Cher werden genoemd) gaat terug naar het jaar 1970 toen er zoiets begon te ontstaan als Vlaamse rock en ik dacht, naïef als ik was, dat het Zingende Echtpaar uit Gent stilaan de kleinkunst ontgroeid was en met nummers als “Het Land van Nod” eindelijk het beloofde land van gierende gitaren en roffelende drums zou binnentreden (*).
Had Roel Van Bambost (°1943, een jaar eerder dan Miek) immers geen roots in de pure en onversneden rock ende roll? Vóór hij in huiselijke kring de podia onveilig maakte, was hij immers in 1962 lid van de Gentse rockgroep The Ropes, de Stroppen, jawel. Zijn uitstekende Buddy Holly-imitatie kan je trouwens horen op de “Rock Live”-elpee van zijn latere begeleider Roland Van Campenhout en zijn Bluesworkshop. Maar helaas is het daarbij gebleven wat seks, drugs & rock’n’roll betreft…
Eén van de “groupies” van The Ropes was Miek, een lerares lichamelijke opvoeding. En van het een kwam het ander…
Miek: “Mijn allereerste optreden met Roel was tijdens de preselectie voor ‘Ontdek de ster’ in Gent in 1965. Ik was die dag verschrikkelijk zenuwachtig, want ik had geen enkele podiumervaring. Mijn ouders hadden het niet breed, dus had ik voor die speciale gelegenheid zelf een jurk genaaid. In Gent zongen Roel en ik onder meer ‘Blowin’ in the Wind’ van Bob Dylan. Ik nam de tweede stem voor mijn rekening. Dat was nieuw in Vlaanderen, en het sloeg blijkbaar aan. We mochten zowaar naar de ‘Ontdek de ster’-finale in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen.”
Roel: “Door dat televisieoptreden was onze naam meteen gemaakt. In het begin zongen Miek en ik vrijwel uitsluitend Engelstalige geëngageerde nummers van Joan Baez, Bob Dylan, Tom Paxton en anderen. Vooral in jeugdclubs en aan universiteiten waren we graaggeziene gasten. Ik had de gewoonte om bij elk lied wat uitleg in het Nederlands te geven. Op een keer kwamen twee studenten bij ons: “Waarom zingen jullie eigenlijk niet in het Nederlands? Dat zou al die uitleg overbodig maken.” Ons antwoord luidde: “We hebben geen geschikt Nederlandstalig repertoire.” Waarop die twee studenten beloofden ons voortaan van teksten te voorzien. Zo is onze samenwerking met Miel Appelmans en Miel Swillens ontstaan. In alle eerlijkheid: in het begin geloofde ik niet in Nederlandstalige nummers. Het is Lennaert Nijgh die me over de streep heeft getrokken. Ik hoorde de magistrale teksten die hij leverde voor Boudewijn de Groot. Daarmee bewees hij dat het Nederlands best een soepele, zingbare taal is.”
Miek en Roel, dat is de elpee ‘Je kan nooit weten’ die Vic Van Saarloos destijds positief onthaalde in de r.v., dat is Zwartberg, dat is de teksten van de twee Mielen (Swillens en Appelmans), dat is Roland op zijn hijgende mondharmonika. Miek en Roel kortom, dat is reeds meer dan tien jaar verleden tijd. Want na die eerste elpee ging het vlug bergaf. De derde was nog een heropflakkering (uiteindelijk hun beste), maar de voorstelling ervan in de Blandijnberg in Gent werd toen reeds in de schaduw gesteld door mensen als Hugo Raspoet, Lamp, Lazarus en Kris en Jan De Wilde, die daar ook waren. Volgde later een breuk met de ‘kliek’ van Tliedboek (waarvan de harde kern dezelfde waren als hun tekstschrijvers) met bittere woorden langs weerszijden. En dan stilte. Tot plots…
“Tien jaar geleden zou ‘ In de tijd van… ‘ de nieuwe LP van Miek& Roel een Vlaamse Sergeant Pepper’s geweest zijn. Nu zinkt de plaat als een baksteen. Niet dat Roel zijn mooie stem plotseling kwijtgeraakt zou zijn, niet dat begeleiders Koen De Bruyne, Nick Roland of Jean Blaute er naast spelen, niet dat producer Roland Verlooven geen elektrische gitaar op de plaat kan krijgen (alhoewel). Alleen : waar gààt dit eigenlijk over ? En wie heeft hier in godsnaam behoefte aan ? Wie moet nog eens horen hoe “speels” en “stout” Ernst van Altena zich het Brussel van rond de eeuwwisseling voorstelde ? Wie wil deze “Gekke Rooie Hoed” horen als Steve Goodman er zelf een versie van heeft ? Wie durft – na “Paranoia-Blues ” van Paul Simon – nog een song als “Paranoia” te schrijven ? Wie begrijpt een zin als “Vanavond zit niemand in nood, want wie rood is die eet brood” ? Wie vertelt aan Miek & Roel dat hun revival nummer “In de tijd van de rock’n’roll” pijnlijk is om aan te horen ? Niemand ? Nouja, wij dan maar.”(**)
Daarna bracht de firma Vogue, gekend om haar zuinigheid vooral op het eigen talent, met veel tamtam een elpee “In ’t nieuw” uitbrengt. Stront aan de knikker dus en het verhaaltje over het afschuiven van belastingcenten maakte weer opgeld. Want al staat er op deze elpee werk van Bruce Springsteen, Janis Ian en Andy Fairweather-Low en al is ze dus « nieuw » voor Miek en Roel zelf, toch blijft Roel die vriendelijke, beschaafd-zingende jongen, een jonger broertje van Jacques Raymond, niet slecht dus maar nooit echt in staat om te ontroeren. En Miek is mooi in haar doorkijkbloes maar helaas de notenbalk blijft voor haar nog steeds een groot obstakel. Al is deze elpee dus « niet slecht bedoeld » en al vragen Miek en Roel slechts 20.000 fr. voor een optreden met groep (waarin Simon Shrimpton-Smith o.a.), voor ons is het « voorbij ». Alhoewel, je kan nooit weten… (***)
1985 was het jaar van “dertig jaar Miek en Roel”. En toen reeds stelde ik Roel de volgende onheilspellende vraag:
– Komen er daar nog jongeren op af? Hebben jullie sowieso nog voldoende optredens?
Roel Van Bambost
: Niet zoveel meer als vroeger uiteraard. Maar als we dan toch optreden komt er wel nog altijd publiek. En dat varieert van heel jong tot… tot onze eigen leeftijd, zal ik maar zeggen (lacht). Het publiek heeft zich dus gelukkig telkens verjongd. Ook wij hebben steeds getracht naar vernieuwing te streven, zo hebben we nu bijvoorbeeld een aantal nieuwe nummers en daar zou normaal een nieuwe plaat moeten uit voortkomen, al is dat op dit ogenblik nog een beetje een vraagteken omwille van de gekende crisis in de platenwereld. (Ik denk dat dit plan pas gerealiseerd werd in 1992 met de cd “Cafard” met Patrick Riguelle als producer, RDS.) We zijn vooral geïnteresseerd in een nieuwe plaat om in het kader daarvan gedurende een maand of twee een reeks optredens te geven met een interessante begeleiding. Gewoonlijk treden wij nu op met onze vroegere bassist die pas terug is uit de VSA, Koen Leeman, en met afwisselend Marc Malyster of Paul Poelmans op keyboards. Al slaat deze vorm ook wel aan bij een jongerenpubliek en is dit ook wel een stimulans voor mij om de oude nummers nog te kunnen zingen, want anders kan dat na twintig jaar wel een beetje vervelend worden.
– Ondertussen hebben Miek & Roel ook voor de opvolging gezorgd. Ik merk in een van de nummers van het SABAM-blad dat zoon David als auteur is aanvaard?
R.V.B.:
Ja, die schrijft ook nummertjes, maar ik vind die niet geschikt voor Miek en Roel, want die zijn voor zijn eigen leeftijd, hé (****). Ik heb hem dan ook gezegd: je zou het beter zelf doen.
Anderzijds staan we hier in Vlaanderen nog heel ver van de Nederlandse situatie wat het statuut van de rockmuzikant betreft. Ikzelf lig trouwens ook nog steeds in proces met het RIZIV. Zelf heb ik al herhaaldelijk getracht de muzikanten te verenigen, maar dit loopt altijd op een sisser uit. Maar goed, in Nederland worden op je gage inderdaad reeds de RSZ en zo afgehouden, zodanig dat men die achteraf niet bij jou kan komen vorderen. Ze hebben daar immers geen recht op. Maar die kassen van het Rijksinstituut voor Zelfstandigen zijn niet georganiseerd, zoals bijvoorbeeld een SABAM dat wel is. Die stappen wél telkens naar de organisatoren toe om de auteursrechten te innen.
En het RIZIV probeert dan ook het geld te halen bij wie men het, het gemakkelijkst kan krijgen, namelijk bij de muzikanten. De meesten zijn immers vreselijk onwetend en hebben schrik. Nu, mijn proces loopt nog, dus ik moet afwachten. We hebben het al één keer gewonnen, in beroep zijn we het dan weer verloren. In cassatie hebben we dan weer gewonnen, maar dat betekent ook dat alles nu van vooraf aan begint. Raymond van het Groenewoud echter, die heeft z’n proces wél gewonnen.
Maar wat gebeurt er? Mensen als Tura en Sommers die betalen toch, omdat zij zeggen: wij zijn zuivere zelfstandigen en als we dat nu betalen, zullen we later misschien nog een klein pensioentje hebben. Maar zij moesten dat niet doen en indien zij geweigerd hadden, dan hadden wij daar allemaal mee van geprofiteerd. Maar het jammerlijke is dat die jongens zo mogelijk nog onwetender zijn dan vele anderen. Die denken: het is de wet, dus het zal wel juist zijn. Natuurlijk, er komen wel veel dreigementen en zo bij kijken, deurwaarders en wat weet ik al, en daar hebben velen schrik van.

Ronny De Schepper

(*) Dit onversneden Bob Dylan-nummer was overigens op tekst van een leraar Nederlands, Miel Swillens, die in het roemruchte jaar 1968 voor ons, collegestudentjes, de contestatie in persoon was. De directie dacht er overigens toen net zo over: dag, Miel!
(**) Ikzelf in De Rode Vaan nr.6 van 1981.
(***) Marc Didden in Humo van 1 januari 1976.
(****) Dat was op de Patersholfeesten nochtans wél het geval. Misschien omdat het over “Jan de bediende” ging zoals Roel zelf monkelend aankondigde, want dat lag in de lijn van het Miek & Roel-repertoire, waar het reeds over “Jan de arbeider” (“Jan met de pet”) en “Jan de student” (“Jantjes hoofd dat is ontploft”) ging. Het viel me trouwens op dat, als ik de liedjes al niet van vroeger kende, ik er niet in slaagde mij op de tekst te concentreren, wat bij Miek & Roel eigenlijk toch wel de bedoeling zou moeten zijn. Misschien was dit ook hier weer aan de slechte klank te wijten, maar hoe dan ook zorgden de bindteksten van Roel ervoor dat je toch een algemene context meekreeg. Vandaar misschien dat het lied over het afscheid van zijn zonen nog het meeste discussie uitlokte. “Nogal melig” was een opmerking die me trof. Maar misschien had dit te maken met het feit dat de meeste toehoorders niet ongeschonden uit een eerste huwelijk waren gekomen, zodat de kinderen uit die huwelijken willens nillens sneller op eigen benen moesten staan dan de kleine Bambostjes in hun warme nestje…

Een gedachte over “Miek Van Bambost wordt zeventig…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s