Jeugdtheater op keerpunt

01 vuile mongEen vijftal jaren terug namen enkele theaters het initiatief om zich te ontfermen over « de vergeten leeftijd », de tieners die te oud zijn voor kindertoneel en te jong (?) voor het « volwassen » theater. Nu, bij de aanvang van het jaar van de jeugd, blijven er niet veel meer van die goede voornemens over. Niet te verwonderen eigenlijk want deze groepen waren de gemakkelijke punchbal voor kritiek uit twee richtingen. In feite waren zij het immers die ervoor moesten opdraaien dat « het » toneel zo weinig de jonge mensen aanspreekt (zie hiervoor ook de « Infolder » van Info-Jeugd).

Enerzijds heb je de stoere burchten die omzeggens de eeuwen hebben getrotseerd en waarvoor « drempelvrees » nog soms letterlijk dient te worden opgevat. Soms doet men hier goedbedoelde pogingen om het jonge volkje toch te interesseren (de jongerenvoorstellingen in het NTG, in Antwerpen probeert zowaar het KJT het met rock-opera’s), maar de « doorstroming „ naar de « gewone » voorstellingen is er zeker nog niet.
Anderzijds heeft het « vernieuwende » theater (de vroegere « keldertheaters » weet je wel) zich ontwikkeld tot een « recensententheater », dat wil zeggen men speelt met enkel een beperkt kringetje van « kenners » voor ogen en dan is men nog verbaasd ook als enkel die « kenners » erop afkomen ! Een gevolg hiervan is natuurlijk dat de jeugdtheatergroepen die zich dergelijk hermetisme (gelukkig !) niet kunnen permitteren vanuit deze hoek worden aangevallen. Maar de pubers zelf keren zich precies daardoor ook af tegen het jeugdtheater. Ze weten immers dat dit theater niet voor « vol » wordt aangezien, dat het dichter aanleunt bij het kindertheater. En uiteraard zetten ze zich daar tegen af. We moeten u toch niet gaan uitleggen hoe pubers zijn, zeker ?
Ons verbaast het met andere woorden niet dat b.v. het Brialmonttheater en Tentakel het dan ook over een andere boeg gooien. Zij willen in de gratie van de recensent komen en slagen daar ook in, maar de jongeren zelf komen opnieuw in de kou te staan. Gelukkig rijzen er echter de jongste tijd ook nieuwe theaters uit de grond die zich weliswaar niet specifiek tot de jeugd richten, maar waarvan de spelers zelf nog over zo’n jeugdig dynamisme beschikken dat het aanstekelijk werkt. De vormgeving leunt hier vaak aan tegen de avant-garde maar de speciale humor doet het geheel veel gemakkelijker verteren. Op het einde van dit artikel stellen we zo een paar groepen voor, maar eerst staan we nog even stil bij het Speeltheater uit Gent, dat zowat nog het enige reisgezelschap niet een specifiek jongerenprogramma moet zijn.
BEDRIJVIG
« Het bedrijf », een komedie over vier jonge mensen die een reisbureau willen opzetten, munt vooral uit door de iutstekende muziek van Tars Lootens. Jammer dan ook dat er op de première zo verschrikkelijk vals werd gezongen. Hopelijk krijgt Tars de kans om zijn muziek met « deftige » zangers en zangeressen op de plaat te zetten, al kunnen we ons niet inbeelden dat iemand als Erna Palsterrnan die toch ooit Pinf heeft op de scène gezet, altijd zo slecht zingt. Zenuwen zeker ?
Voor deze productie deed men niet langer een beroep op André Vermaercke, die met « Hoogtevrees » weliswaar niet meer zijn vroegere « hoogte „ bereikte maar die we toch hebben gemist. Spelleidster Eva Bal ging nu scheep met Dirk Pauwels, u wellicht niet onbekend van Radeis. Meteen stonden de verwachtingen hoog gespannen vooral wat visuele vondsten betrof, maar die werden helaas niet ingelost. De inbreng van Pauwels is trouwens zeer onduidelijk. Als hij verantwoordelijk is voor het irriterende bellen telkens als men door de deur gaat (ook als men buiten gaat), dan willen we zelfs nog eens een eitje pellen met hem.
Neen, het ziet er eerder naar uit dat, zoals vaak in het concept van Eva Bal, de acteurs het zelf maar moeten waar maken. En daar slagen ze dan toch in grote mate in. De lof van Raymond Bossaerts hebben we al meermaals gezongen (één van de weinige acteurs die steeds de juiste toon weet te treffen voor een jongerenpubliek, niet neerbuigend en niet hoogdravend) en ook Erna Palsterman heeft ondanks haar vocale schuiver reeds bewezen dat ze weet hoe ze op de planken moet staan.
Het uitkijken was dus vooral naar de jongeren Elisabeth Van Dooren en Bart van Avermaet. En elk op z’n eigen manier hebben ze ons aangenaam verrast. Van Dooren stond al zeer zelfbewust op de scène, uitdagend zelfs, een houding die ze doortrok tot haar personage dat zij bewust sensueel gestalte gaf. Bart van Avermaet was net het omgekeerde (alweer zowel het personage als de acteur, het is dus duidelijk dat die twee in het Bal-concept niet te scheiden zijn) : hij had een ontwapenende charme en een jongensachtige schroom die hem onmiddellijk populariteit bezorgden hij het jonge volkje en zijn mindere momenten aanvaardbaar maakten.
Als er nu nog wat aan het slot wordt gesleuteld (dat verknoeid wordt met doorzichtige « vondsten » zoals de deus ex machina, het versneld « herspelen » van het eerste deel en de dubbele black-out), dan zit het Speeltheater voor het eerst sinds lange tijd weer goed. Zoveel te beter.
BRIALMONT EN TENTAKEL OP NIEUWE WEGEN
Zoals alle confraters zeggen, er waait een nieuwe wind in het Brialmonttheater. Inderdaad, ondanks een paar niet ingeloste verwachtingen was Mercedes een meevaller.
Het stuk is van de hand van de zoveelste Duitse, auteur van het ogenblik, deze maal Thomas Brasch. Zoon van een hoge DDR-functionaris, geboren in 1945 (de oorlog dus niet gekend, waardoor hij verschilt van zijn oudere landgenoten Müller of Plenzdorff b.v.) verliet hij de DDR in 1977.
Er zijn drie personages in Mercedes een jonge vrouw — Oï — en een jonge man – Sakko — die allebei werkloos zijn, daar op een specifieke, agressieve maar ook wanhopige manier in opstand tegen komen en de tijd proberen te verdrijven, en een oude man die met een Mercedes komt langsrijden, geen enkel woord zegt en door Oï en Sakko aan een garagedeur wordt doodgespijkerd.
Optimistisch is dat allemaal niet. Wij voelden persoonlijk zeer sterk de verwantschap met Samuel Beckett aan, maar een concreter en jeugdiger Beckett. Beide acteurs (Brit Alen als Oï, Marc Peeters als Sakko — zonder Dries Wieme, de oude, te vergeten) slaagden er in alle gevallen in, het stuk zeer aangrijpend te maken. Een prestatie die eveneens op rekening van de regie (Marc Steemans) mocht worden geschreven.
Perry Dijkstra van de theaterwerkgroep Tentakel van zijn kant had het reeds aangekondigd net voor het seizoen. Tentakel ging het ook over een andere boeg gooien en het pamflettaire theater van weleer achter zich laten. « Zie de vrouwen voorbijgaan » van Yves Reynaud was in dit licht een bijzonder frisse voorstelling. In een ruim één uur durende solo zagen we een man die alleen woont in de grootstad en verteerd wordt door eenzaamheid. Een eenzaamheid die aanzwelt in verhouding tot de toenemende massa rondom hem. Hij is ervan overtuigd die eenzaamheid te kunnen vernietigen door het vinden van een vrouw. « Niet voor één nacht maar voor altijd ». We volgen hem in deze zoektocht die er een wordt van falen en vertwijfeling. Hij benadert en observeert vrouwen en stelt zich vragen om overeind te blijven in zijn vereenzaming ten overstaan van de schijnbaar ongrijpbare vrouw als surrogaat tegen die eenzaamheid.
Ben Van Ostade (Sidi Bel Abbes) speelde deze solo met een natuurlijke vlotheid, nodig om zijn personage gestalte te geven. Zijn tekst werd af en toe onderbroken of begeleid door Annabel De Courson op de piano en de bandoneon. De muziek werd door haar voor dit stuk geschreven en was dan ook complementair aan de tekst. De vertaling en regie van Lisette Mertens was poëtisch en sober en maakte « Zie de vrouwen voorbijgaan » tot een mooi stuk theater.
ANDERE « GEKKEN »
Aangezien de crisis nog steeds voortwoekert, zijn vele jonge mensen aangewezen op solotheater als ze met een nieuwe productie willen uitpakken. Zo heeft Geertrui Daem voor haar debuutregie « School voor Gekken » opgezet, naar het gelijknamige stuk waarmee dit mini-gezelschap uitpakt. Het is inderdaad ook hier een solo-productie geworden (andere margarines zullen stilletjes aan jaloers worden) met Jos Van Vlierberghe in de rol van Zus en Zo, de schizofrene leerling (de naam zegt het al) van de speciale school die op z’n eigen manier de wereld ontdekt.
En wat blijkt ? Het is niet enkel achter tralies dat men gekken aantreft… Voorwaar geen originele stellingname van de Russische auteur Sasja Sokolov, maar wel erg knap verwerkt door het duo Daem-Van Vlierberghe. Zij het dat men zich wel door het eerste deel moet bijten omdat op dat moment de rollen zich nog niet helemaal profileren.
Ook « Gloeiende kooltjes » (alternatieve titel : « As en puin »), de nieuwste Witte Kraai-productie van Sam Bogaerts kan men als een monoloog beschouwen.
Bogaerts heeft het oorspronkelijke Beckett-stuk « Embers » (« Gloeiende kooltjes » dus) ontdaan van alle — in zijn ogen — overbodige dialogen en enkel de klaagzang van de komiek-op-rust (schitterend gespeeld door Warre Borgmans) overgehouden. Tijdens de repetities bleek immers dat het smeulende vuur eigenlijk nog teveel toekomstverwachting inhield. Bogaerts wilde dus katholieker zijn dan de paus of zeg maar pessimistischer dan Beckett en heeft de nadruk willen leggen op het uitdovende karakter van die « embers », vandaar dus « As en puin ».
Zoals gezegd wordt dit uitstekend op scène gezet door Warre Borgmans die (typisch Beckett) nochtans erg beperkt wordt in zijn bewegingsvrijheid aangezien hij als stokoude man aan een ligstoel gekluisterd is. Bovendien heeft Bogaerts hem een (realistisch) masker over het hoofd getrokken, zodat de expressiviteit vooral van kleine bewegingen met de handen moet uitgaan.
Maar precies daarin is Borgmans meesterlijk, zonder te vervallen in kunstmatige theatertics om oude mannetjes uit te beelden. Anderzijds is Bogaerts hem wel tegemoet gekomen met een draadloze mikrofoon zodat de « uitgebluste » stem geen nodeloos geweld dient te worden aangedaan.
Naast Borgmans is ook Flip Ceulemans fulltime op de scène aanwezig, maar zijn « vocale » inbreng, beperkt zich tot een paar gemompelde herhalingen. Toch is ook Ceulemans buitengewoon in zijn stilzwijgende rol. Hij beeldt een haast identiek personage uit als Borgmans en toch blijkt dit… zijn overleden vader te zijn. Aangezien het lijk nooit werd gevonden, kan er voor deze « verrijzenis » nog een realistische verklaring worden bedacht (door de toeschouwer, niet op scène), maar de gelijke (zij het dan oude) leeftijd van beiden zet natuurlijk die « zekerheden » weer op de helling. Zeker als dik over halfweg ook nog een oud vrouwtje de scène komt opgestrompeld (Antje De Boeck), die niemand minder dan de twaalfjarige dochter is van de hoofdfiguur !
Genoeg elementen dus om ondanks beperkte middelen en vele herhalingen toch de aandacht gaande te houden, al is en blijft dit maar « theater », zoals door Borgmans in de relativerende slotscène wordt gereleveerd.
ALLES VLOEIT
De strandstoelen waarin deze drie personages-in-verval zich de hele tijd bevinden, staan opgesteld voor een windscherm op een denkbeeldig strand, waarbij het geruis van de zee (in feite uit stervend applaus van een opname van Nederlands Hoop, waarmee de voorstelling wordt geopend) bestendig te horen is. De zee als leven nemende (de vader was zogezegd verdronken), maar ook als leven gevende (de « verrijzenis ») moederschoot dus, een immense hoeveelheid vruchtwater als het ware.
Deze symboliek is ook aanwezig bij « Pantarei speelt Pantarei ». Pantarei zijnde een internationaal gezelschap (Belg, Spanjaard, Japanse en Unidentified Standing Saxophoneplayer) met als thuisbasis Parijs (en als voertaal dus diverse radbrakingen van het Frans, al spreken de acteurs af en toe hun moerstaal). De voorstelling heet meteen ook « Pantarei » oud-Grieks voor « alles vloeit », de kernzin uit de filosofische theorie van Heraklitos (als ons geheugen ons niet in de steek laat), waarmee de Griekse wijsgeer vooral wil aanduiden dat alles in beweging is, dat het nu niet bestaat. « Maintenant n’existe pas », zo als men letterlijk tijdens de voorstelling zegt.
Kan de zee symbool staan voor dit « eeuwig vloeien », dan is ze nog meer symbool voor levenskracht, net zoals de wind, het zand en de zon, kortom alle clichés uit de Japanse films op een rijtje en « dus » ook geïncarneerd in de (tegenvallende) Japanse actrice. Deze acteert los van de twee jongemannen, waarmee ze niet slaagt in contact te komen. De twee jongelingen beelden zich voortdurend in grote wetenschapslui te zijn, die via onderzoek (de Belg Luk De Wit, onlangs ook nog schitterend in het lunchtheater « Het tapijt vol ») of via ondernemingszin (de Spanjaard) de wereld gaan verbeteren. Hun terrein is de veredeling van melk (door het UHT-procédé), maar als ze dan uiteindelijk tot de slotsom komen dat ze melkpoeder gaan produceren om aan de koeien te voeren, dan zien ze in dat ook de wetenschap geen oplossing biedt om niet achterop te raken tegenover de steeds voorthollende tijd en spelen ze even mee met de vlieger van de Japanse. Uiteindelijk glipt hij hun echter uit de vingers en sluiten ze zich opnieuw op in hun bureau. Als de Japanse (de homo ludens) dan nogmaals vertwijfeld aan het venster komt kloppen, is het antwoord weer : « We hebben geen tijd, we moeten werken ».
Allemaal loodzware symboliek dus, maar gelukkig door de twee jongens zeer luchtig gebracht en ook de muzikant draagt z’n steentje bij om het geheel verteerbaar te maken.

Referentie
Ronny De Schepper, Serge Govaert & Piet Loose, Jeugdtheater op keerpunt, De Rode Vaan nr.1 van 1985

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.