Vina Bovy, de pêle-mêle van een operadiva

Zowel de operaliefhebbers van Antwerpen als die van Gent kunnen we de voorstelling van “Die Fledermaus” aanraden, want ze loopt alternerend in de twee zalen van de Opera voor Vlaanderen. Wat “Die Fledermaus” betreft, uitstekend waren vooral de kleinere partijen, met name de potsierlijke cipier van Kamiel Lampaert, de dik in de verf gestopte gravin van Christiane Lemaitre en het niet te snuggere quatuor militairen van Boudewijn van Averbeke, Frans van Eetvelt, Jean Segani en Barbara Krabbe. Koen Crucke als Janicki daarentegen moet beslist opnieuw wat bijgeschaafd worden. Silveer van den Broeck dirigeerde het geheel met bijzonder veel Schwung. Dat men dit nog altijd kan gaan bekijken mag in Gent misschien verwondering wekken omdat daar ook de speciale Vina Bovy-herdenking loopt die Theater Taptoe in samenwerking met O.V.V. heeft opgezet. Deze dubbele programmatie is echter mogelijk omdat de evocatie van de Gentse operadiva (1900-1983) in de salons plaatsvindt.

Het dient trouwens gezegd dat de beide schrijvers, regisseur Freek Neyrinck en stenograaf Luk De Bruyker, deze omgeving uitstekend hebben aangewend om hun concept tot leven te laten komen. Zij hebben het de titel « Vina Bovy, de pêle-mêle van een operadiva » meegegeven en dat ook gerealiseerd met een reusachtige pêle-mêle (« raam waarin verschillende foto’s kunnen geplaatst worden », zegt Van Dale) die de scène domineert. In de verschillende vakjes voor de « foto’s » wordt het leven van Vina Bovy via tientallen verschillende manieren van poppenmanipulatie uitgebeeld. Werkelijk een staalkaart van het kunnen van Taptoe met hoogtepunten als de Butterfly-scène (artistiek) en (technisch) de scène waarbij een zangeres, een pop en een filmpje samen een perfecte illusie van een grote concertzaal oproepen.
Helaas is een opvoering echter niet steeds de juiste plaats om met zo’n huzarenstukjes uit te pakken. Ongetwijfeld moet men b.v. achter het decor met plaatsgebrek kampen, zodat herhaaldelijk een of ander attribuut op de grond klettert, met hier als « hoogtepunt » de plof die Puccini’s doodskist op de scène zelf maakte. We bewonderden in dit geval het feit dat de acteurs de slappe lach konden onderdrukken, want… voor de rest viel er inderdaad weer weinig te « bewonderen » bij het acteren.
Eén grote troost echter voor Taptoe: hun eigen mensen staken deze keer met kop en schouders boven de opera-medewerkers uit, al kwamen de uitschieters uit beide kampen: Frank Van Laecke als de librettist en Eric Raes als de componist die van de opera-directeur de opdracht krijgen een stuk te schrijven over Vina Bovy. Freek Neirynck heeft de inlassing van deze wordingsgeschiedenis immers handig aangegrepen om op die manier een aantal zaken te vermelden die hij niet echt kon verwerken (o.m. ons eigen blad komt zo even ter sprake). En dat het een « raamvertelling » betreft werd ook scenisch erg knap uitgewerkt door de twee (hemelsbreed verschillende) interieurs van beide heren aan weerszijden van de « pêle-mêle » op te bouwen.
En nu hebben we het over zowat alles gehad behalve over Jacqueline Van Quaille die de rol van Vina Bovy zelf vertolkt. En dat komt omdat we er niet echt weg mee weten. Natùùrlijk zong zij niet slecht, maar… een « diva » ? Neen, die illusie heeft zij ons nooit gegeven.

Referentie
Ronny De Schepper, Gent: Vina Bovy herdacht, De Rode Vaan nr.49 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.