“Tsjoep”, speelgoedhandelaar

Bijnamen. Zwijg me d’rvan. In mijn eerste school noemden mijn leerlingen mij « de Flap ». En alhoewel dit niks te maken had met mijn rozeknopjes, die overigens verborgen waren onder een vacht mei 68-haar (de echte reden was dat ik hen mappen met flappen i.p.v. met glijders had aangeraden), lag de bijgedachte voor de hand. Net hetzelfde gebeurde toen men mij opdroeg een speelgoedhandelaar, gekend in het Gentse onder de naam « Tsjoep », te gaan interviewen.

Tsjoep. Ik kon het me al voorstellen. Een ventje dat nauwelijks boven de toonbank zou uitkomen en zijn klam handje in het mijne zou leggen. Wie schetst dan ook mijn verbazing wanneer mijn pianistenvingertjes tot moes worden geknepen door een boom van een vent die zichzelf als Tsjoep voorstelt. Tsjoep ? « Ja, of Jopie als je dat verkiest », antwoordt hij. Want hij, dat is Johan Tiesema, een Friese naam jawel. « Maar in Vlaanderen kent niemand dat hé, dus dat werd dan Joepie (zo heet z’n winkel, red.) of in ’t Gents Tsjoep. Vandaar ».
« IK BEN BEGONNEN ZONDER NEN BAL »
Tsjoeps leven is een leven van en met speelgoed. Eerst als vertegenwoordiger in de distributiesector, nu dus als handelaar. We laten hem daarom meteen aan het woord.
Tsjoep : Ik ben nu 47 jaar en heb 25 jaar daarvan « op de baan » gewerkt. Tien jaar als vertegenwoordiger van speelgoed, meer bepaald van Lego. Ik ben daar op 45-jarige leeftijd afgedankt zonder reden, zodat ze me wettelijk hebben moeten uitbetalen. Twee processen voor de Arbeidsrechtbank heb ik zo gewonnen. In feite kwam het neer op een persoonlijk conflict met de directeur-generaal. Want beroepsfouten heeft men me zeker niet kunnen aanrekenen. Twaalf jaar geleden ben ik immers begonnen met een zakencijfer van acht miljoen netto zonder BTW en ik ben opgehouden met een zakencijfer van zesenveertig miljoen. Op 45 jaar moet ik u niet vertellen dat het niet makkelijk is om weer aan werk te geraken. Uiteraard wil men u wel omdat ge het cliënteel kent, maar men wil er niet navenant naar betalen. Toen zei m’n vrouw : gij die altijd tegen iedereen hebt gezegd, begin op uw eigen, maak dat nu zelf ook eens waar. Dat heb ik dus geriskeerd. Ik ben begonnen zonder nen bal. Ik ben naar de bank gestapt en heb gezegd : ik moet hier centen hebben want ik wil op m’n eigen beginnen.
— En dat in 1981 !
Tsjoep
: Tijdens de zeven magere jaren inderdaad. Maar goed, bij de bank krijg ik een kaskrediet van 500.000 fr tegen 20 % intrest — ondertussen gezakt naar 14 % — wat natuurlijk te weinig is, want daar begint ge geen speelgoedzaak mee. Dan maar, patat, een hypotheek op mijn huizeke waarvoor ik twintig jaar heb gewerkt. Voor het ogenblik betaal ik tachtigduizend frank intrest op drie maanden. Dan heb ik nog geen bal verdiend, hé ! Dus in feite werk ik nu voor een nieuwe baas en mijn nieuwe baas is de bank. Met andere woorden, als mijn vrouw niet zou werken dan kon ik morgen de boel sluiten. Telkens als ik vijfhonderd frank uit mijn schuif neem om mij een paar schoenen te kopen dan besteel ik eigenlijk mijn eigen. En zo zal ik nu nog twee en een half jaar moeten werken “voor den drol”.
« DE MENSEN DENKEN DAT WE DIEVEN ZIJN »
— Maar op die twee jaar heb je ook reeds resultaten geboekt ?
Tsjoep
: Omdat ik er veel initiatief achter steek ! Ik doe alles zelf, maar mijn 25 jaar ervaring van de baan helpt me veel vooruit natuurlijk. Maar wat ik wil zeggen dat is dat er veel mensen zijn die in mijn situatie zitten. En dan heb ik het niet alleen over verkopers van speelgoed natuurlijk. Want de echte malaise situeert zich op het vlak van de distributie.
— Leg es uit.
Tsjoep
: Kijk, ik wil GB, Inno enz. niet viseren, maar wel de firma’s die aan hen leveren tegen dumpingprijzen. Want op die manier komen we tot ongelooflijke toestanden. Er zijn zaken die wij inkopen tegen dezelfde prijs als ze in die grootwarenhuizen aan de klanten worden aangeboden. Wat moet ik dan doen ? Proberen te weten te komen wat ze in hun folders gaan zetten ? 0.K., als ik dat weet, is dat een voordeel want dan trek ik het niet binnen. Maar sommige grote merken kun je echter niet nalaten van toch aan te kopen. En dan kun je het meemaken dat b.v. een spel van de firma MB in een grootwarenhuis wordt verkocht tegen 499 fr en wij moeten het tegen 695 fr verkopen. En dat in een tijd dat iedereen zijne frank twee keer omdraait, hé. Hier iets van Fisher-Price : 499 fr bij hen, 755 fr bij mij voor de valisette « De kleine kunstenaar ». In zo’n geval denken de mensen dat wij dieven zijn. Want dat is nog het ergste, dat de mensen bij ons binnenkomen met die folders en vragen of we dat ook niet kunnen geven tegen die prijs. Natuurlijk kan ik dat geven tegen die prijs. Maar dan moet ik de doos dichtdoen, hé. En dan vlieg ik misschien nog « in den bak » d’rbij.
— Maar als die warenhuizen niet bereid zijn om in grote voorraden aan te kopen dan gaan ze die korting ook niet krijgen !
Tsjoep
: Natuurlijk. Maar ik redeneer nu vanuit het standpunt van de verbruiker. Het gevaar dreigt echter wanneer wij er allemaal van tussenuit gaan. Want neem nu Lego. Ik weet dat die een zakencijfer hebben van vier à vijf miljoen in de Makro van Eke-Nazareth. Uit « Trends » en andere bladen kan je trouwens vernemen dat het totale zakencijfer destijds zo rond de vierhonderd miljoen schommelde, dat zal er nu wel al vijfhonderd zijn. Maar als al die kleintjes verdwijnen, dan gaat dat zakencijfer ook dalen, hoor. Vandaar dat ze in de loop van het jaar wel mooie beloftes doen natuurlijk, want die reiziger moet uiteraard zijn cijfer halen. Maar als de maand december in aantocht is, is het weer van ’t zelfde. En ’t is nochtans in die maand dat wij ons zakencijfer kunnen optrekken. En wat er dan gebeurt dat is dat mensen hier binnenkomen met speelgoed uit de Makro dat kapot gegaan is en dat moeten wij dan herstellen. Maar dat doen wij dan wel. Want dat is de enige troef die we nog hebben, hé, onze service.
«’T ZIJN ALLEMAAL UNIVERSITAIREN »
— Ja, u heeft meer contact met uw klanten, dat spreekt voor zich. Vandaar deze vraag : is men geneigd in deze crisisperiode minder geld te besteden aan speelgoed met als gevolg een verschuiving in wat er wordt gekocht ?
Tsjoep
: Ik heb niet de indruk dat de verkoop daalt. Of-ie dan stijgt, dat is weer wat anders. Laten we zeggen, de geldomzet blijft gelijk, dus als je dan rekent dat alles opslaat dan zakt de verkoop eigenlijk. Voor kinderen wordt er nog geld uitgegeven, dat is een feit. Psychologisch is dat normaal hé. Wat ik wel nog altijd ondervind dat is dat de mama’s en de papa’s dingen kopen die zij niet hebben gekregen, terwijl jongere mensen eerder geneigd zijn iets bewust te kopen. Misschien zelfs té bewust. Want « verantwoord speelgoed », wat is dat eigenlijk ? Kunt gij mij dat zeggen ?
— ’t Is duur speelgoed, dat kan ik u zeggen !
Tsjoep
: Tegen wie zegt ge’t. Weet ge wat volgens mij het dichtst in de buurt komt van « verantwoord speelgoed », zowel wat de kwaliteit als de prijs betreft ? Dat is Lego. Jawel, de firma die mij aan de deur heeft gezet en die nu nog steeds weigert mij speelgoed te leveren. Want zo ben ik hé, just is just.
— Maar u verkoopt toch Lego ?
Tsjoep
: ‘k Ga dat bij collega’s halen, ’t kan niet anders. Ik organiseer er zelfs wedstrijden mee, die trouwens veel succes kennen.
— En wat is uw ervaring met die computerspelletjes ?
Tsjoep
: Heel simpel : de meeste kinderen kennen d’r geen snars van. ’t Is juist ’t zelfde met die telegeleide spullen. En toch komen de ouders daar steeds naar vragen.
— Invloed van de televisiereclame ?
Tsjoep :
Tuurlijk. En als ik daar dan op wijs dan zeggen ze altijd : ja maar mijne kleine is ne rappe. Waarop ik dan repliceer : ja, ‘k weet het madammeke, ’t zijn allemaal al universitairen. Nee, ik verkoop liever iets waarvan ik zeker ben dat het kind er gaat mee spelen. Trouwens, eigenlijk is dat toch ook een beetje in mijn profijt, want indien de ouders iets gekocht hebben waar het kind toch niet mee speelt, dan komen ze de volgende keer niet meer terug. Want de meeste ouders redeneren nog altijd : hier zie, kleine, dat heeft nu duizend frank gekost en nu moet ge zien dat ik u niet meer hoor, verstaan !
« ELKE MIDDENSTANDER OP Z’N EILANDEKE »
— Ik wil nog eens terugkomen op die dumpingprijzen. Heeft u er nooit aan gedacht om samen met uw collega’s kleinhandelaren uw aankopen te doen bij de firma’s om op die manier de prijzen ook naar beneden te halen ?
Tsjoep
: Nooit aan gedacht ? Mijne joenge, da’s niet te doen ! ’t Zou zeer schoon zijn natuurlijk maar dat is niet realisabel. Waarom ? Omdat elke middenstander in België op z’n eilandeke zit. Die spreken tegen elkaar niet omdat de ene denkt van de andere dat hij een frank méér verdient.
— Nochtans zijn jullie niet noodzakelijk concurrenten van mekaar. U woont in Sint-Amandsberg. Een collega uit het centrum van Gent is dus eigenlijk toch niet in competitie met u ?
Tsjoep
: ‘k Heb dat allemaal al meegemaakt, vriend. Kijk, die Lego-wedstrijd hebben we eens over gans Gent gehouden, waarbij dus nog twee andere winkels meededen. Wat een boel dat ik daarmee gehad heb ! Want de ene doet al wat meer dan de andere en dan was het onmiddellijk van « ik moet hier alles doen en een ander doet niks » en « wat peisde wel, ik steek daar zoveel in en den andere maar zoveel » enz. Als we allemaal equivalent zouden zijn, dan zou het misschien nog gaan… Maar iedereen wil de grootste zijn, hé ?
Jaja, dat zei Raymond van het Groenewoud ook al. Om van Robert Van de Walle nog maar te zwijgen !

Referentie
Ronny De Schepper, “Voor kinderen wordt er nog geld uitgegeven”, De Rode Vaan nr.49 van 1983

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.