De leugen van valse romantiek

58 cyriel buysseHet naturalisme bleef één van die literaire stromingen die dankzij cliché’s uit de handboeken en schoolverzamelingen, een reputatie hebben opgebouwd. Wie in de interpretatie van de roman « Hard Labeur » van Reimond Stijns voor de BRT, het prototype van deze literaire strekking wou zien, keek vreemd op. Wie in de belachelijke vertolkingen van Stijns’ personages het prototype van de arbeider of boer rond de eeuwwisseling moest herkennen, kreeg kwade momenten te verwerken, en nachtmerries.

« Tijden van beroering, en andere naturalistische verhalen » is de titel van de bloemlezing die Romain Debbaut heeft samengesteld met zes Vlaamse naturalistische auteurs. Zelden viel een kunstmatig opgebouwde literaire stroming zo definitief en genadeloos door de mand. Let wel, niet de auteurs zelf (of tenminste niet allemaal) maar de strekking zoals die geïnterpreteerd werd door critici en catalogi van -ismen. Het naturalisme blijkt vooreerst hoofdzakelijk gebouwd op valse romantiek : mensen en situaties worden niet vanuit die zo geprezen realiteit neergepend, wel vanuit het comfort van de burgerlijke zetel met het nodige meewaren, soms misprijzen, vaak met een ziekelijke interesse voor het zogenaamd dierlijk-instinctieve beleven van de arbeidersklasse, de ongeremde seks, het bestiale genot, sadomasochisme.
Vaak echter zijn die naturalistische auteurs meesters in het creëren van psychologisch verantwoorde figuren. Zo slaagt Gustaaf Vermeersch in « De aanslag » er b.v. in een schitterend evoluerend karakter te schetsen, met een verantwoord dramatisch slot. Daarbij schuift hij het principe van het determinisme bijna expliciet opzij om de verklaring te zoeken in psychologie en menselijke conflicten. Het zal wel geen toeval zijn dat dit verhaal, dat enkel in milieuschilderingen en tekening van werk-omstandigheden, iets naturalistisch meekreeg, tot het beste van deze bundel mag gerekend worden. En daarmee naast « De biezenstekker » van Cyriel Buysse en vier schetsen van Lode Baekelmans mag staan.
Geen toeval dat deze drie auteurs de meest gezuiverde taal hanteren en dat, hoewel iemand als Vermeersch zijn stijl bijna auditief weet op te zwepen, deze auteurs in het gebruik van stijlmiddelen vrij sober blijven. Terwijl Reimond Stijns, Gustaaf D’Hondt en Piet Van Assche een zwaarbeladen taal hanteren met zinnen die bol staan van adjectieven, neologismen, vergelijkingen… hiermee eer bewijzend aan de stroming waarvan zij niet de antipoden maar wel de slaafse epigonen zijn, de romantiek.
In hun reactie waren zij trouwens vaak naïef-pamflettair zoals D’Hondt in « De Bock de Meerhove », een beschimping van de kapitalist. Het goedkoop-banale wordt zo gedreven dat D’Hondt zelfs schrijft wanneer hij refereert aan het hart van de kapitalist : « in de veronderstelling natuurlijk dat de bloedige klomp niks in zijn borstkas wel die naam verdiende ». Subtieler verwoording vind je niet.
Die ongenuanceerdheid is kenmerkend voor het naturalisme, het karikaturaal vertekenen van individuen, verhoudingen en toestanden. En zo wordt de auteur ongeloofwaardig en keert zijn pamflet zich tegen hemzelf. En evenmin als we anno 1985 vermurwd werden door de rollende ogen van Speeltie De Meyere, zal de ontroering de werkman naar de strot gegrepen hebben in 1902. Indien die « doelgroep » het boek in handen kreeg of kon lezen…
Laten we eerlijk zijn, het naturalisme was wat dat betreft de hand in eigen boezem van de schuldbewuste burger, de 100 frank voor hongerlijdend Afrika. « Het arm, uitgehongerd, afgebeuld en uitgebuit lastdier, de martelaar van de arbeid, de sociale dupe », zoals Cyriel Buysse hem noemt in zijn verhaal « Een levensdroom », zal die pathetische boodschap, met gewichtig klinkende werkwoorden en overladen beschrijvingen, wel niet als een wissel op de toekomst ervaren hebben.
De confrontatie met het naturalisme via deze bundel is nuttig om even te bezinnen over de draagwijdte van goede bedoelingen en zelfbedrog.

Referenties
Romain Debbaut (samensteller), Tijden van beroering en andere naturalistische verhalen. Manteau, Antwerpen, 1985. 240 blz. 575 fr.
Johan de Belie, De leugen van valse romantiek, De Rode Vaan nr.22 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.