Tim Robbins wordt 55…

Vandaag viert de Amerikaanse acteur Tim Robbins zijn 55ste verjaardag.

Tim Robbins werd inderdaad op 16/10/1958 in New York geboren. Hij stichtte een eigen theatergroep en debuteerde er als regisseur van “Ubu Roi”. Zijn filmdebuut was nochtans in een gewone teen-pic “The sure thing”. Daarna was hij te zien in “Bull Durham” (waar hij door Susan Sarandon met poëzie wordt gemarteld, hij hield er zo van dat ze meteen maar een paar vormden dat bij mijn weten nog altijd standhoudt), “Erik the Viking”, “Cadillac Man” en “Jacob’s ladder”. De doorbraak kwam er met “The Player” in 1993, vooral omdat hij datzelfde jaar met de steun van Robert Altman ook zijn eerste eigen film “Bob Roberts” uitbracht. In het jaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen kwam hij immers met deze briljante satire daarop te voorschijn. Hij weigerde overigens de liederen uit de soundtrack (geschreven samen met zijn broer David) uit te brengen “omdat ze in verkeerde handen zouden kunnen vallen” (*). In ’94 was hij te zien in “The Hudsucker Proxy” en “Prêt-à-porter”. Daarna was Robbins nog te zien in de schitterende gevangenisfilm “The Shawshank Redemption” (naar een boek van Stephen King) en het imbeciele “I.Q.”, dat alweer thuishoort in de “Forrest Gump”-trend. Robbins speelt namelijk een automecanicien die verliefd is op het nichtje (Meg Ryan) van Einstein (Walter Matthau). In 1996 werd op het Festival van Brussel ook voor het eerst “Five corners” van Tony Bill vertoond, waarin Robbins de hoofdrol speelt naast Jodie Foster. Nog in 1996 draaide hij met Susan Sarandon “Dead man walking” over een non en een tegenstander van de doodstraf die het leven proberen te redden van een terdoodveroordeelde.
In 1997 vormt hij met Martin Lawrence het zoveelste blank-zwarte koppel in het grappig bedoelde “Nothing to lose” van Steve Oedekerk. Er gebeuren echter te veel “ernstige” zaken (gewapende overvallen b.v.) om echt grappig te zijn. De film flopte dan ook en Robbins-Lawrence werden geen “vast” koppel.
Zijn engagement tegen extreem-rechts in de Verenigde Staten komt ook tot uiting in “Arlington Road”, een thriller van Mark Pellington uit 1999. Daarin speelt hij de buurman van Jeff Bridges, die aan de universiteit van Virginia burgerrechten doceert. Sedert de dood van zijn vrouw (een FBI-agente) in een treffen met (vermeende) extreem-rechtse wapenhandelaars is hij geobsedeerd door conspiracy– en complottheorieën. Zijn nieuwe vriendin vermoedt dan ook dat hij paranoïde is als hij in zijn buurman op Arlington Road zo’n bommenlegger meent te herkennen. Maar dan nemen de gebeurtenissen een onverwachte wending… Alhoewel the suspension of disbelief naar het einde toe steeds minder stand kan blijven houden, zet het totaal on-Hollywoodiaanse slot de kijkers toch aan het denken…
In 2003 speelt een onherkenbaar verouderde Tim Robbins een complexe rol in de film “Mystic river” van Clint Eastwood. Hij kreeg er overigens een oscar als “best supporting actor” voor, terwijl die voor “best actor” (terecht) naar tegenspeler Sean Penn ging.

Ronny De Schepper

(*) Dit is te vergelijken met het probleem dat ik met “Tomorrow belongs to me” uit “Cabaret” heb. Ik vind het een prachtig nummer, maar… het is wél het lied van de Hitlerjugend!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.