Morgen viert de Canadese film regisseur Jean-Jacques Annaud zijn zeventigste verjaardag. Hij is vooral bekend geworden met zijn verfilming van “De naam van de roos”…

In enkele jaren tijds is de roman « De naam van de roos » van Umberto Eco een wereldwijde bestseller geworden. Voor het eerst gepubliceerd in 1980 in Italië en in 1983 in Amerika uitgebracht, werd het boek ondertussen in 24 talen vertaald en werden er meer dan vier miljoen exemplaren van verkocht. Hoeveel daarvan gelezen werden en hoeveel ervan direct op de boekenplank terechtkwamen, weten wij niet. Vele literatuurliefhebbers zullen er misschien aan begonnen zijn maar niet doorheen de eerste honderd bladzijden, vol architecturale beschrijvingen en vol Latijnse citaten, geraakt. Geen nood evenwel. En geen valse schaamte.
Er is nu de film van Jean-Jacques Annaud, een stuk gemakkelijker om verwerken maar daarom niet banaler, minderwaardiger. Anders maar op zijn manier verdienstelijk. Heel verdienstelijk zelfs. En de voldoening van de auteur wegdragend.
« De naam van de roos » neemt ons mee naar een 14e eeuws benedictijnerklooster. Twee monniken, de wijze broeder William of Baskerville en zijn jonge volgeling Adro de Melk, komen er op bezoek of beter zij zijn er uitgenodigd tot een debat onder de arme franciscanen en de rijke dominicanen. Inzet van de strijd : was Christus al dan niet eigenaar van de kleren die hij droeg, moet de kerk weelde opstapelen ter ere van God of moet zij de armoede prediken ?
Blijft dit thema de hele tijd aanwezig in de film dan wordt de aandacht toch ras toegespitst op een aantal mysterieuze overlijdens die plaats hebben in het klooster en die moorden blijken te zijn. De meester en zijn discipel stellen dan ook een soort privé-onderzoek in, komen in de meest hachelijke situaties terecht, verdwalen bijna in een labyrint maar kunnen tenslotte toch ontkomen uit een enorme brand in de boekerij en… ontdekken wie er achter de misdaden schuilt. En waarom hij deze bedreef…
Worden er in « De naam van de roos » enkele zaken over de paus en de kerk gezegd die ook vandaag nog altijd actueel zijn en tot nadenken stemmen, dan zal bij de doorsnee bioscoopbezoeker in de eerste plaats het detective-aspect van de prent bijblijven. En hij zal zich daardoor niet bedrogen voelen. Wij hebben hier inderdaad met een knap speurdersduo te doen, dat wij eens beangstigd, eens overmoedig op zijn tocht volgen, ons modern verstand zoveel als mogelijk laten werkend, desgevallend bereid hen bij te staan, vooral in momenten dat zij voor problemen geplaatst worden die met de kennis van de 14e eeuwse wetenschap niet op te lossen waren. En waarin zij toch gelukken…
Maar genoeg verteld over de prent. Elke toeschouwer moet haar voor zichzelf beleven, verwerken naar zijn mogelijkheden, tot zijn eigen besluiten komen. Over de uitzonderlijke vertolking van veteraan Sean Connery en van debutant Christian Slater zal elkeen echter wel akkoord gaan. Hun intelligentie en… hun humor werken echt aanstekelijk. Hun lange zoektocht leek ons toch zo kort…
31 l'oursDIEREN ALS MENSEN
Jean-Jacques Annaud kent het grote filmpubliek dus vooral als de realisator van « De naam van de roos », de middeleeuwse detectiveprent die zovele bioscoopgangers echt in haar greep gevangen hield. De succesroman van Umberto Eco kreeg dank zij de nog relatief jonge Franse cineast (geb.1 okt.1943) een waardige filmaanpassing.
Het was nochtans reeds vooraleer hij aan dat grootse project begon dat Jean-Jacques Annaud met de gedachte rondliep om een film over beren te draaien en dit op voorstel van de scenarist Gérard Brach die tijdens zijn jeugd onder de indruk was gekomen van het boek « De grizzly » van James-Oliver Curwood.
Het is dus al van in 1981 dat de berengeschiedenis in het hoofd van J.J.Annaud rondspookt, dat er aan gewerkt is. In 1983 werd naar het natuurlijke decor gezocht waarin de geschiedenis zich zou afspelen maar noch Nieuw-Zeeland, noch Australië, noch Canada bevielen hem. Wel ontdekte hij in de States de beren Bart en Doc die later belangrijke rollen zouden spelen.
Van maart 1984 tot augustus 1986 werkte J.J.Annaud dan volledig aan « De naam van de roos » en eerst daarna werd er opnieuw aan de beer gesleuteld. In vele Europese landen o.a. ook in België, werden kleine beertjes verzameld voor de rol van de jongeren. En verliep alles in een stroomversnelling. Beieren werd wegens het slechte weder opgegeven als plaats der handeling. Tenslotte koos men de Italiaanse Dolomieten waarop 18 mei 1987 aangevangen werd. De draai-arbeid duurde precies 109 dagen, tot 25 september 1987.
Maar daarmee was de kous nog niet af. De prent diende nog gemonteerd en dit monnikenwerk rustte op de schouders van Noëlla Boisson die niet minder dan 300.000 meter filmstrook te verwerken kreeg en daarvan 3000 meter overhield voor een prent van 98 minuten, dat na 16 maanden montagewerk.
Wanneer wij zo uitvoerig berichten over het ontstaan van L’ours dan is dit omdat deze film van Jean-Jacques Annaud werkelijk buiten het gewone valt als werkstuk, dat het een dergelijk geduld van een collectief heeft gevergd dat men daar enkel ontzag kan voor opbrengen. Geen wonder dan ook dat de documentaire over het draaien van L’ours, onlangs nog op Antenne 2 vertoond, al even boeiend is en een ware en nuttige aanvulling van de speelfilm.
Daar denkt men evenwel niet aan tijdens het zien van de prent zelf omdat men dan echt begaan is met de avonturen van een moederloos jong en een oudere beer die twee dikke vrienden worden, die al hun vernuft aanwenden om uit de greep van twee jagers te blijven en deze tenslotte ook vertederen. Al zit er volgens Annaud geen « boodschap » in zijn prent dan kan men haar moraal toch samenvatten in de zin die auteur Curwood in zijn woord vooraf tot zijn zoon richtte: « Er bestaat een nog grotere emotie dan die van het doden : het laten leven. »
Het valt niet te ontkennen dat het er J.J.Annaud vooral om te doen was een vertederende film te maken, een werk waarin de dieren als mensen zijn zoals het in « Fabeltjesland » heet. De kijker heeft geen enkele moeite om het hele verhaal te volgen doorheen de blik van het beertje, met hem de wereld te ontdekken, andere dieren te ontmoeten en de mens te leren kennen. Het is eerst na afloop dat men zegt dat Annaud toch wat al te zeer de sentimentele snaar betokkeld heeft, dat hij misschien meer nog dan Disney de natuur vervalste.
Wij hebben ons evenwel gaarne laten bedriegen…
RODE POMP
Enkele jaren geleden was Jean-Jacques Annaud persoonlijk aanwezig tijdens het Gentse filmfestival. In de Rode Pomp kwam hij toen tekst en uitleg geven bij zijn samenwerking met de Franse filmcomponist Gabriel Yared. Deze laatste was trouwens ook aanwezig, maar het was toch vooral Annaud die zich ontpopte als een geboren verteller.
Geboren in Beiroet (Libanon), was Gabriel Yared een volledige autodidact op het vlak van muziek, tot hij naar Frankrijk trok om er lessen te gaan volgen bij Henri Dutilleux. Daarna kon hij aan de slag als arrangeur voor mensen als Charles Aznavour, Enrico Macias, Mireille Mathieu, Johnny Hallyday en ook Françoise Hardy. Toen haar echtgenoot Jacques Dutronc in 1974 werd gevraagd voor “Sauve qui peut la vie” van Jean-Luc Godard, suggereerde deze dan ook Yared als componist voor de filmmuziek. Ondertussen heeft hij reeds 53 films op zijn palmares, waaronder “La lune dans le caniveau”, “37°2 le matin”, “Camille Claudel” en “L’amant”, deze laatste precies van Jean-Jacques Annaud, die hem in contact bracht met Hollywood. Daar veroverde hij al meteen een oscar voor “The English Patient” en verder werkte hij nog aan “The Talented Mr.Ripley”, “City of Angels”, “Message in a bottle” en “Autumn In New York”. Met Annaud werkte hij ook nog aan “Wings of Courage”.
RUZIE
Alhoewel ze nu in de Rode Pomp weer vredig naast elkaar zitten, deed Jean-Jacques Annaud voor “Seven days in Tibet” toch een beroep op John Williams. Waarom, wou iemand uit de zaal weten. Annaud wond er geen doekjes om: “Omdat we ruzie hadden.”
“Ik zou toch niet de geschikte persoon geweest zijn voor die film,”
voegde Yared er vergoelijkend aan toe. “In tegenstelling tot bijvoorbeeld een Federico Fellini, wiens films altijd dezelfde sfeer uitademen, zodat hij steeds een beroep kon doen op Nino Rota, maakt Jean-Jacques telkens heel verschillende films, die beter gediend worden door verschillende componisten.”
Meteen was dat voor Annaud de aanleiding om de zeer precaire verhouding tussen regisseur en componist te verduidelijken. “De componist is de eerste die het volledige product, zij het in onafgewerkte staat – met name dus het ontbreken van de muziek – te zien krijgt. Dat is iets wat ik niet zou kunnen,” gaf Annaud ootmoedig toe. “Ik heb reeds films van collega’s in die staat gezien en ik vind dat een vreselijke ervaring.”
Anderzijds is de grootste nachtmerrie van Annaud (en van elke regisseur scheen hij te impliceren) de confrontatie met dat grote orkest. “Een subtiel thema gespeeld op een piano kan helemaal verknald worden door over-orkestratie.”
Annaud gaf wel toe dat hij een Pietje Precies is. Als hij kon, hij zou het allemaal zelf doen. “Drie mensen hebben een film in handen,” zei hij. “De schrijver, de regisseur en de componist.” Schrijven kan hij zelf ook, maar componeren… Daarom overstelpt hij de componist met informatie. Zo kreeg Gabriel Yared voor “L’amant” niet enkel een boel informatie over de Chinese muziek uit de jaren dertig over zich heen, maar ook alle foxtrots die destijds populair waren.
Daar bleek Yared niet om te malen, zo zei hij zelf. Die zijn frustratie was eerder dat een thema dat op één-twee-drie ineengeknutseld is, vaak op veel meer sympathie kan rekenen dan een compositie waarop hij dagenlang heeft zitten wroeten.
TEMP MUSIC
Waar beiden het dan weer roerend over eens waren, is de almacht van de zogenaamde Temp Music of Temp Track, afkorting voor temporary track, dus een tijdelijke soundtrack. Dit procédé bestaat erin dat regisseurs voor bepaalde scènes een muziekfragment kiezen waarvan zij vinden dat het erbij hoort en dan vragen ze aan de componist om iets in hetzelfde genre te schrijven. Maar omdat ze tijdens het draaien die Temp Music zo vaak hebben gehoord, kunnen ze er geen afstand meer van nemen en kan de componist in hun ogen geen enkel valabel werkstuk afleveren. Annaud klopte zich op de borst en gaf zelf als voorbeeld de openingsscène van “The name of the rose”. Hiervoor had hij de “Cantus antiquus” van de hedendaagse Finse componist Rautavaara gebruikt en elk voorstel van filmcomponist James Horner werd afgewezen. Omgekeerd, James Horner composed the score for “Troy” (Wolfgang Petersen, 2004) in less than six weeks after Gabriel Yared had spent over a year on his version, but Warner Brothers rejected Gabriel Yared’s score because it was too old-fashioned. In the 2007 Director’s Cut Edition, Wolfgang Petersen used parts of Yared’s score and music from other films, especially from “Planet of the Apes” (2001), “The Count of Monte Cristo” (2002) and “Starship Troopers” (1997) in the fight scene between Achilles and Hector.
Daarom stellen zowel Annaud als Yared voor om de componist van bij de aanvang bij de productie te betrekken. Op die manier kunnen er reeds demo’s worden opgenomen die tijdens het draaien kunnen worden gebruikt. Een techniek die Sergio Leone en Ennio Morricone reeds in de jaren zestig toepasten.
“Is dat geen verschrikkelijk duur procédé?” was een niet onverstandige vraag uit het publiek. “Neen, tenminste zo lang je je prijs niet opdrijft,” antwoordde Yared met een gevoel voor droge humor. Hij voegde eraan toe dat de prijs voor het componeren van de filmmuziek in Hollywood wordt berekend op een arbeidstijd van twaalf weken (en de toppers beuren dan zo’n half miljoen dollar). Zelf besteedt hij uit eigen beweging tot drie maanden aan een film, zei hij grootmoedig. Het klonk ook indrukwekkend op het moment zelf, maar nu ik erover nadenk is drie maanden eigenlijk niet zo heel veel langer dan twaalf weken…
WALL TO WALL
Een andere nachtmerrie die Annaud en Yared deelden was de huidige mode van de zogenaamde wall-to-wall soundtrack, muziek van het begin tot het einde. Ze waren daar geen voorstander van, omdat de functie van de muziek dan eigenlijk wegvalt. Men hóórt ze niet meer. Soms letterlijk niet, aangezien ze meestal onder luidruchtige actiescènes zit, maar op de duur merkt men ze ook elders niet meer op. “Terwijl stilte nochtans soms de mooiste soundtrack kan zijn,” aldus Annaud. Iets wat ook Yared beaamde. Die ergerde zich vooral aan het feit dat er nu ook altijd plaats dient te worden ingeruimd voor een streepje popmuziek, vooral met de bedoeling dat dit een hit zou worden en op die manier voor extra-publiciteit voor de film zorgen. Yared heeft daar zoals iedere componist een hekel aan, maar als het dan toch moet, laat de maker van de soundtrack het dan asjeblief zelf schrijven, smeekte hij. En we nemen aan dat dit niet enkel omwille van de royalties was…
Omdat alle goede dingen uit drie bestaan, hadden ze ook nog een gezamenlijke afkeer tegenover “het eigen vocabularium” van filmmuziek. Bij die bepaalde scène hoort dat soort muziek. “Dat wordt zelfs zo aangeleerd op school!” riep Gabriel Yared uit. “Hoe deed Max Steiner het? Terwijl ze veel beter Bach zouden bestuderen, dan zouden ze nog iets leren. Filmcomponisten hebben niets uitgevonden, niets!” Al haastte hij zich om eraan toe te voegen dat hij Bernard Herrmann op dezelfde hoogte plaatst als Igor Stravinsky, want tegelijk is hij ervan overtuigd dat filmmuziek een zeer belangrijke functie heeft in de huidige maatschappij. “Het is de brug tussen popmuziek en klassieke muziek.” En Annaud bevestigde: “De kans is heel groot dat filmcomponisten de enige componisten uit de twintigste eeuw zullen zijn die latere generaties nog zullen kennen. De andere eigentijdse componisten verdwijnen wellicht in de anonimiteit.” Yared draagt alvast zijn steentje bij: “Hoe de CD van een film wordt samengesteld, trek ik me niet aan, maar wat ik wel doe is mijn partituren opsturen naar orkesten.”
PUBLICITEITSFILMS
Dat bij een regisseursopleiding er geen vak is voorzien waarbij de impact van de muziek op een film wordt belicht, maakt Jean-Jacques Annaud anderzijds dan weer radeloos. Hijzelf heeft het vak geleerd als reclamefilmer (met Pierre Bachelet, de latere componist van de soundtrack van “Emmanuelle”, als muziekmedewerker) en nu draagt hij zijn kennis op dat vlak over op de jongere generatie, onder andere door die techniek toe te passen. Hoe de reclameboodschap wijzigt, telkens men er een andere soort muziek onder plaatst. Hij maakt trouwens ook nu nog steeds publiciteitsfilmpjes (hij heeft er ondertussen een vijfhonderdtal gedraaid) omdat dat een manier is om nieuwe medewerkers uit te testen. “Ook componisten!” voegde hij er stellig aan toe.
Als lid van de Academy (je weet wel: die van de oscars) krijgt Annaud van overal soundtracks toegestuurd. “Een deel ervan gaat meteen de vuilnismand in,” geeft hij eerlijk toe. De rest speelt hij “blind” (dus zonder te weten van wie de muziek is) in de wagen of bij huishoudelijke klusjes en als er dan één op de vijf is, waarbij hij toch even de oren spitst en zich afvraagt wie dat wel mag hebben geschreven, is hij al heel blij. Daarom vindt hij dat componisten (en ook andere mensen die het in de filmwereld willen maken) niet mogen neerkijken op publiciteitsfilmpjes. “Vergeet niet dat negen films op tien grandioos floppen, terwijl iedereen wel die reclamefilmpjes te zien krijgt!” (Zie ook John Powell en Hans Zimmer in “Moving Music”, respectievelijk p.48 en p.56)
Toch vormen componisten “de culturele elite van Hollywood” zoals Jean-Jacques Annaud het in een one-liner formuleerde. In dit geval bedoelde hij ermee dat het grote probleem van de huidige filmindustrie bij de scenaristen ligt: “Die lezen geen boeken meer, die kijken alleen nog televisie!”
De filmcomponisten daarentegen, de goede toch, zijn meestal klassiek geschoold en hebben nog altijd artistieke aspiraties. “James Horner is een leerling van Gyorgy Ligeti,” aldus Annaud. “Zijn grote ambitie is een ballet schrijven voor een klein gezelschap. Het hoeft niet eens veel te kosten.” Ik hoop dat ze dit lezen bij Rosas of bij het Ballet van Vlaanderen…

Ronny De Schepper

Referentie
Lode De Pooter, Een knap speurdersduo, De Rode Vaan nr.2 van 1987
Lode De Pooter, Dieren als mensen, De Rode Vaan nr.43 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s