Schrijver Paul de Wispelaere is vrijdag overleden. Toen ik in Temse in 1981 de Louis Paul Boon-herdenking organiseerde, was hij één van de sprekers (zie bovenstaande foto van Raoul De Graeve). En toen Boon vijf jaar overleden was, heb ik hem ook nog eens “aan het lijntje” geïnterviewd voor De Rode Vaan.

Als deze r.v. op de markt komt, is het precies vijf jaar geleden dat Louis Paul Boon is overleden. In Aalst weerklinkt op het kerkhof dixielandmuziek en wordt er nadien in de Nieuwe Madelon geschranst « op zijn Vlaams » dankzij « Vleescentrale A. ». Een merkwaardige manier om iemand te herdenken, maar het was dan ook een merkwaardig iemand. Dat is trouwens het type-antwoord dat men krijgt wanneer men bij zulke gelegenheden de wenkbrauwen fronst : hijzelf zou het zo gewild hebben… Wij gaan overigens zelf ook niet helemaal vrijuit, want sinds jaar en dag krijgen nieuwe abonnees van ons een speciale Boon-brochure cadeau. Hierin was oorspronkelijk ook een bijdrage voorzien van Prof. Paul De Wispelaere (UIA), maar die was helaas niet voor de deadline toegekomen. Zijn toenmalige medewerker Lukas De Vos had echter voor een passende vervanging gezorgd (« Dat grauw moet herleven, geschiedenis als politieke tekst »). Vijf jaar later zijn er minder problemen om Prof. De Wispelaere tijdig aan het lijntje te halen om een paar indrukken weer te geven over de houding van de literaire wereld tegenover L.P. Boon.
P.D.W. : Ik heb in het algemeen een beetje de indruk dat die grote, laten we maar zeggen geweldige, belangstelling het jongste jaar wat geluwd is. Ik vind dat ook normaal, want laten we maar toegeven dat de laatste jaren van zijn leven en de eerste jaren na zijn dood er een situatie is geweest waarbij vooral dan zijn uitgever (Arbeiderspers) een ware campagne rond Boon heeft gehouden : herdrukken, interviews enz. Het kan dan ook niet anders dan dat dit daarna een beetje terugvalt. En naar wat ik heb horen vertellen, kan men hetzelfde ook vaststellen wat de verkoop van boeken van Boon betreft.
— De literaire kritiek heeft het de jongste jaren nooit erg moeilijk gehad met de sociale fresco’s die Boon schilderde, maar z’n erotische werken, dat was een ander paar mouwen. Wat vindt u daar persoonlijk van ? Zullen deze tussen de plooien van de geschiedenis vallen ?
P.D.W.
: lk denk dat de Boonstudie in haar verdere ontwikkeling, meer dan in het verleden het geval is, zal ontdekken dat de banden tussen die twee als verschillende soorten literatuur beschouwde werden, nauwer zijn dan men tot nog toe denkt. Ik zal daar één aspect van noemen. Het motief van het onbereikbare ideaal b.v. of de altijd weer kapotgemaakte droom. Verbonden met sociaal-economische en ideologische ideeën liggen deze motieven steeds aan de grondslag van boeken als « De voorstad groeit », « Vergeten straat » enz. tot en met « Het geuzenboek ». In een heel andere gestalte, met name in de gestalte van die Lolita-figuur, liggen deze motieven echter ook ten grondslag van die erotische werken.
— Over dat Lolita-motief heeft Staf De Wilde « in mijn tijd » nog een thesis gemaakt. Worden er nu nog thesissen gemaakt over Boon ?
P.D.W.
: Bij mij worden er alvast jaarlijks gemaakt. Bijna jaarlijks heb ik trouwens ook een cursus over Boon. Je weet, het receptieonderzoek is vandaag de dag in de mode en zo doceer ik dit jaar een cursus over de historische receptie van « Menuet », dus de evolutie van de manier waarop dit boek ontvangen werd. Eerst de recensies in de gewone pers, meestal erg afwijzend trouwens, met nu onbegrijpelijke rellen zelfs tussen « Dietsche Warande en Belfort » en het « Nieuw Vlaams Tijdschrift », waarin de eerste hoofdstukken van « Menuet » waren verschenen. Deze hele historiek kortom, tot je dan in het begin van de jaren zestig komt aan de academische belangstelling. Vorig jaar heb ik dan weer « De bende van Jan de Lichte » behandeld. Daar komen bij mij ook iedere keer thesissen uit voort. En ik heb ook de indruk dat dit aan andere universiteiten eveneens het geval is. Iets anders is echter dat het nu stilaan twee jaar geleden zal zijn dat de Arbeiderspers i.s.m. Querido een groots plan tot een wetenschappelijke uitgave van het verzameld werk van Boon had opgezet. Het was de bedoeling dat Van Bork uit Amsterdam en ikzelf daarvan de hoofdredactie zouden vormen. Daar zijn verscheidene gesprekken over gevoerd en er was zelfs reeds een redactieraad gevormd, maar dat is toen ineens afgesprongen omdat daarvoor geen geld te vinden was. Toch wel merkwaardig, niet ? Ook dát wijst er m.i. op dat het élan om vanalles te doen rond Boon een beetje afgezwakt is.
— En er zijn ook geen nagelaten geschriften meer te verwachten voorzover u weet ?
P.D.W.
: Er heeft onlangs nog iets in « Maatstaf » gestaan, een fragmentje over een kasteelheertje of zo, er zal dus nog wel een en ander zijn, maar niets dat voltooid was. Alleszins niets wereldschokkends.
Tenzij iemand Boons “fenomenale feminatheek” zou publiceren misschien?

Referenties
Jan Draad, Paul De Wispelaere aan het lijntje, De Rode Vaan nr.20 van 1984
Joris Duytschaever, Paul De Wispelaere als inspiratiebron, Boelvaar Poef, jg.11, nr.1, maart 2011

2 gedachtes over “Paul De Wispelaere (1928-2016)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.