Richard Wagner (1813-1883)

Vandaag is het precies tweehonderd jaar geleden dat de Duitse componist Richard Wagner werd geboren.

Eerst was Wagner een anarchist, als volgeling van Bakoenin pleegde men zelfs aanslag op hem in Dresden 1849, waarna hij voor twaalf jaar naar Zwitserland vluchtte waar hij op kosten van Franz Liszt leefde, met wiens dochter Cosima hij getrouwd was.
Nochtans was hij al tamelijk snel “omgeturnd”. Reeds in 1850 schreef hij in het Neue Zeitschrift für Musik “Das Judentum in der Musik”, waarin hij aan zijn afkeer voor Giacomo Meyerbeer (die hij eerst had bewonderd) een “ideologische” verklaring wil geven. In één ruk geeft hij ook Mendelssohn ervan langs. Mogelijkerwijs komt zijn antisemitisme ook voort uit het feit dat zijn natuurlijke vader, Ludwig Geyer, bekend stond als jood (ook al was het niet waar), waardoor hij op vijftienjarige leeftijd zijn naam veranderde in Wagner.
Dat was echter nog niet het geval met zijn jeugdwerk “Rienzi”, waarbij Wagner zijn eigen stem nog niet had gevonden, maar dat helemaal in de sfeer zit van de Franse “Grand Opéra”. Oorspronkelijk duurde hij zelfs zes uur! Het libretto vertelt het verhaal van de Romeinse tribuun Rienzi, die in de 14de eeuw het slachtoffer wordt van een politiek complot. Tekstueel zitten er wel reeds Wagner-thema’s in, zoals het volk dat de held ofwel verwenst, ofwel kritiekloos toejuicht. Aangezien dat volk een stem krijgt via het koor, is het vooral een koor-opera geworden. Het was één van de lievelingsopera’s van Adolf Hitler, die ook de autografe partituur in zijn bezit had. Niet te verwonderen voor een werk waarin in het laatste bedrijf het Romeinse volk “entartet” wordt genoemd…
Voor “Der Fliegende Holländer” wil de legende dat de 26-jarige Richard Wagner in 1839 met het schip dat hem van Königsberg naar Londen bracht in een hevige storm terechtkwam en dat toen, mede door verhalen van matrozen over de mythologische figuur van de Vliegende Hollander, bij hem de idee is ontstaan om aan deze verdoemde een opera te wijden. De Vliegende Hollander is immers verdoemd in die zin dat hij gedoemd is eeuwig op zee rond te zwerven tot een vrouw hem door haar liefde verlost. In een latere versie laat Wagner effectief ook deze ban opheffen.
Het was inderdaad vooral met zijn “muziekdrama’s”, zijn “Gesamtkunstwerk”, dat Wagner een ware muzikale revolutie veroorzaakte. Door doelbewust af te stappen van het aria-procedé, plaatst Wagner de solozangers vaak voor onmogelijke opgaven. Dat is vooral het geval in “Tannhauser”, “Lohengrin” en “Der Ring des Nibelungen”.
In Zwitserland componeerde hij in de winter van 1857-58 o.a. de Wesendonk-Lieder op tekst van Mathilde Wesendonk, een geheime liefde van Richard (wat onder bedekte vorm ook in die teksten tot uiting komt). Enkel het laatste lied, “Träume”, werd door Wagner zelf georkestreerd, voor de andere orkestraties zorgde ene Felix Mottle. Over Liszt vertelt Jos Van Immerseel dat toen hij de handschriften bestudeerde, hij boven zijn variaties op een thema uit “Parsifal” zag staan: “Gebaseerd op een van mijn jeugdthema’s”. En wanneer hij dat dan naging, bleek dat inderdaad te kloppen. Heel subtiel gaf Liszt hier dus te kennen dat de heer Richard Wagner “af en toe” wel eens iets durfde stelen van schoonpapa…
Vervolgens komt “Tristan en Isolde”, waarover Gilles Lapouge schrijft: “Ik vraag me af of dat zwaard dat de lichamen van Tristan en Isolde scheidt in wezen niet de fallus en zelfs de penis symboliseert, die onuitstaanbare penis die ontmoetingen, liefde, het delen van lichamen verbiedt.” (Vrouwen, pornografie & erotiek, p.194)
Op 21 juni 1868 ging in het Münchner Nationaltheater “Die Meistersinger von Nürnberg” in première, een opera waarin Wagner vrij omspringt met historische stof. De centrale figuur Hans Sachs heeft immers wel degelijk bestaan. Hij is b.v. de auteur van een stuk over Judith en Holofernes (*).
De laatste belangrijke opera van Wagner is “Parsifal”. “Parsifal” was met z’n christelijke thematiek wel de aanleiding tot de breuk met Friedrich Nietzsche (die overigens verliefd was op Cosima). “Is dat wel een mens? Is dat niet eerder een ziekte?” vroeg Nietzsche zich af over Wagner.

Referenties
Ronny De Schepper, De Vliegende Hollander, De Rode Vaan nr.50 van 13 december 1991
Ronny De Schepper, Lohengrin in de opera, Het Laatste Nieuws, 15 april 1994
Ronny De Schepper, Jonge Wagner concertant, Het Laatste Nieuws, 8 april 1995

(*) Anne Marie Musschoot, Het Judith-thema in de Nederlandse Letterkunde, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1972, p.93.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s