Vandaag is het vijftien jaar geleden dat de Franse journaliste Anne Desclos is overleden. Als romanschrijfster gebruikte ze de pseudoniemen Dominique Aury en Pauline Réage.

Nadat ze Engels en Frans had gestudeerd aan de Sorbonne werkte ze als journaliste tot 1946 toen ze bij de uitgeverij Gallimard ging werken. Haar baas en minnaar Jean Paulhan merkte eens op dat vrouwen geen erotische roman konden schrijven. Om zijn ongelijk te bewijzen schreef ze een sadomasochistische roman die in juni 1954 gepubliceerd werd onder de naam Pauline Réage met de titel “Histoire d’O” (Het verhaal van O). Het bewees het ongelijk van Paulhan en werd een enorm commercieel succes.
Het boek werd in 1975 verfilmd door Just Jaeckin (naar een scenario van Sébastien Japrisot) met in de titelrol Corinne Cléry (foto).
Het boek is wellicht gebaseerd op haar verhouding met de Franse verzetsheldin Edith Thomas (1909-1970). Deze schreef een aantal korte verhalen voor het verzet onder een mannelijk pseudoniem (Jean Le Guern), die heimelijk gepubliceerd werden door Les Editions de Minuit in 1943, onder de naam Contes d’Auxois (verhalen van Auxois). Na de oorlog werd ze een pionier op het gebied van vrouwengeschiedenis in Frankrijk. Ze schreef over feminisme in de 19de eeuw en over belangrijke vrouwelijke personages als Jeanne d’Arc, Pauline Roland, Louise Michel en George Sand. In 1949 verliet ze gedesillusioneerd de communistische partij, om een aantal jaar later ook het geloof in het communisme in het algemeen te verliezen.
Het auteurschap van “Histoire d’O” was lange tijd omstreden, vooral omdat men niet wou aannemen dat een vrouw “zoiets” had kunnen schrijven. De belangrijkste kandidaat was lange tijd uiteraard Jean Paulhan zelf. Dit geachte lid van de Académie Française zou dan niet alleen de schrijver van het “woord vooraf” van “O”, maar ook de auteur van het boek zelf zijn. Alleszins is het deze Paulhan, die samen met uitgever Jean-Jacques Pauvert door het gerecht werd vervolgd en niet de schrijfster zelf, toen er een klacht tegen het boek was neergelegd. (De uitkomst van de klacht was dat er geen publiciteit voor het werk mocht worden gemaakt – een effectieve maatregel blijkbaar, want het was géén bestseller, het werd eerder ‘doorgegeven’ – maar het werd niet uit de handel genomen.)
In het boek “O m’a dit” van Régine Deforges gaat Pauline Réage echter in de clinch met Jean Paulhan. Dat zou de schizofrenie wel heel erg ver drijven, vond ik. Bovendien wordt er dan voor Réage een imaginaire biografie opgesteld die weinig interessant is. Dat leek me dus allemaal teveel “deuxième degrée” om nog fictie te zijn. Ik veronderstelde dus toen al dat Réage was wie ze ook bleek te zijn: de respectabele echtgenote van een respectabel man, die zich eens één keer aan iets buitensporigs heeft gewaagd en daarom sterk aan haar anonymiteit was gehecht. Pas in juli 1994, toen ze al 86 was, heeft ze aan The New Yorker haar ware identiteit onthuld: het betrof de schrijfster, vertaalster, uitgeefster en lid van de jury van de Prix Femina, Dominique Aury, schrijversnaam voor Anne Desclos. Met haar pseudoniem wou ze verwijzen naar Paulhan, maar ook naar Pauline Borghese en Pauline Roland, een socialistische strijdster voor de rechten van de vrouw op het einde van de 19de eeuw. Réage is de landstreek waar haar vader destijds een huis had.
Ze bevestigde tevens wat ze reeds in de inleiding van het vervolg (“Retour à Roissy”, 1969) had geschreven en het verhaal dat ze aan Deforges heeft verteld in ’75, namelijk dat ze het boek heeft geschreven om de tanende interesse van haar minnaar voor haar opnieuw aan te wakkeren. En die minnaar was… Jean Paulhan, die overigens op dat moment reeds meer dan zeventig was. Bovendien is het haar gelukt, want ze bleven geliefden tot zijn dood op 83-jarige leeftijd.
Het ultieme bewijs werd echter geleverd toen de uitgeverij van Pauvert overkop ging en men de boeken ging nakijken. Toen kon men vaststellen dat aan Dominique Aury fabelachtige sommen werden uitbetaald, alhoewel ze zogezegd geen enkel boek had gepubliceerd bij Pauvert.
In tegenstelling tot Jeanne de Berg heeft Pauline Réage de “avonturen” van O naar eigen zeggen uitsluitend uit haar fantasieën gehaald, fantasieën die ze trouwens reeds op heel jonge leeftijd had. Op 14-jarige leeftijd had ze reeds werken van Pierre Louÿs gelezen (“Aphrodite”, “Chansons de Bilitis”), die toen erg veel indruk op haar maakten, alhoewel ze deze later als slechte literatuur zou bestempelen. De Sade heeft ze pas nadien gelezen, toen ze dertig was ongeveer. In de bibliotheek van haar vader had ze wel Boccaccio, Crébillon e.a. nogal “scabreuze” verhalen gelezen, maar die hebben geen invloed op haar gehad, het taalgebruik (vooral voor geslachtsorganen of geslachtsgemeenschap) stoorde haar zelfs. De ideeën van een geheime sekte haalde ze eerder uit romantische literatuur à la Walter Scott en Ann Radcliff.
Dat kan dan ook de reden zijn waarom er ook van Réage nadien niet zo heel veel meer werd vernomen, want de twee andere delen die later samen in één boek verschenen, namelijk “Une fille amoureuse” en “Retour à Roissy”, vormden eigenlijk een onderdeel van het oorspronkelijke manuscript, al wilde Réage eigenlijk dat “Retour à Roissy” nooit samen met “Histoire d’O” als één boek mocht verschijnen, omdat het eigenlijk een soort “tegengestelde” is. In plaats van de verheerlijking van de liefde van O. voor Sir Stephen volgt hier de aftakeling omdat O. begint te vermoeden dat Sir Stephen haar gewoon voor zakelijke bedoelingen aan zijn vrienden “uitleent”.
Alhoewel het boek op één uitzondering na (de ontvangst van O. in Roissy door Anne-Marie en Monique) niet bijzonder geslaagd is (het is veel te expliciet; we wéten dat het eigenlijk allemaal niet kan, terwijl nu post factum een aantal dingen toch “verklaard” worden; zo blijkt Anne-Marie plotseling een dokter te zijn b.v.), is het einde toch verrassend, want het is niet O. die sterft, zoals de mythe circuleert, maar wel een onbeschofte Belg Carl (ja, de Belgenmoppen én de vermenging met Duitsers zitten er wel diep in bij de Fransen) die O. aan Sir Stephen trachtte te ontfutselen. Aangezien Sir Stephen deze voormalige zakenvriend zonder boe of ba vermoordt, wordt hij door de politie “vogelvrij” verklaard en kan hij zich in Frankrijk niet meer laten zien. O. is dus vrij. Maar ze kan natuurlijk ook altijd in Roissy blijven, zoals Anne-Marie suggereert…
Uiteindelijk is “Histoire d’O 2” dus niet de anti-Histoire d’O die sommigen (waaronder de auteur zelf) erin zien. Op een speelse wijze is dit wel het geval voor “La Storia di R” (1994) van de Italiaanse Gaia Sarvadio. In die zin dat de mannen- en vrouwenrollen hier worden afgewisseld. Ik heb het nog niet gelezen maar het lijkt me alvast leuker dan “True Romance” (1994) van Helen Zahavi, die hiermee haar eigen “anti-boek” wil schrijven. Haar vorige, “Dirty weekend”, over een vrouw die mannen verkracht en vermoordt was vanuit een bepaalde hoek immers als “feministisch” begroet. Om nu te bewijzen dat er geen ideologie achter de wraakacties stak, wordt in “True Romance” een immigrante tot slavin gemaakt.
In 1975 verscheen in boekvorm een interview met Pauline Réage onder de titel “O. m’a dit”, interview dat werd afgenomen door Régine Deforges. Voor zover ook dit geen mystificatie was natuurlijk, net als het interview dat bij het verschijnen van “Histoire d’O” door Jacqueline Demornex in “Elle” werd afgenomen.
Over Pauline Réage lezen we op de omslag: “Il n’est pas très important de connaître son identité. L’auteur d’Histoire d’O et d’Une fille amoureuse ne la révèlera jamais. Il est trop tard. ‘Les images, les rêves m’ont quittée,’ dit-elle. ‘J’ai écrit pour un homme qui est mort, et moi je mourrai bientôt. Je n’ai plus guère de temps pour m’expliquer.” Daarom dus dit lange interview, en ook omdat het Deforges was die het afnam. Tenzij Deforges wel erg aan zelfbevrediging heeft gedaan, zou Réage immers verklaard hebben dat de mooie Deforges er eigenlijk zo uitziet zoals zijzelf er zou moeten hebben uitgezien. Bovendien zou ze ook de moed moeten hebben gehad die Deforges wel had om openlijk met erotische werken uit te pakken. “Eigenlijk ben jij Pauline Réage,” zegt Réage.
Elders geeft ze dus, zoals eerder gezegd, toe dat ze het boek heeft geschreven om die man waarover sprake te verleiden, of beter gezegd om hem te behouden. “Het was een beetje als Sheherazade,” zegt Pauline Réage. Het is ook de man die wou dat het boek werd uitgegeven, zijzelf heeft daar nooit aan gedacht, zo zegt ze.
Terecht vraagt Deforges of dit nu geen uitnodiging was aan haar minnaar om haar fantasmen in praktijk te brengen. Réage geeft toe dat ze daaraan gedacht heeft, maar de fysieke kwellingen zou ze in de realiteit nooit kunnen verdragen. De man van zijn kant mocht er niet aan denken dat hij haar zou “wegschenken”. De twee elementen van het fantasme hieven dus elkaar op en er gebeurde helemaal niets.
En in het interview zegt ze o.a. dat ten tijde van het proces tegen Paulhan en Pauvert de politie wel degelijk achter haar identiteit was gekomen, maar dat ze toch buiten het onderzoek werd gehouden, wellicht omdat ze “van goeden huize” was…
Ze vertelt ook een geloofwaardig verhaal dat bij haar thuis plaatsvond. Een vriend des huizes, zeer belezen en lid van een soort van literatuurclubje, zegt plotseling tot haar: “Wij zijn ervan overtuigd dat jij de schrijfster bent van L’histoire d’O.” Haar moeder antwoordt in haar plaats: “Dan heeft ze er ons toch nooit iets van gezegd.” En daarmee was voor haar de kous af: er zou niet meer over gesproken worden.
Uiteraard verwacht je ook iets over haar erotische avonturen én haar religieuze opvoeding. Nu, dat valt tweemaal tegen. Buiten een merkwaardige inwijding in de seksualiteit (op 14-jarige leeftijd door een neefje, wellicht met medeweten van haar vader) heeft ze op dat vlak eigenlijk niets te vertellen, buiten het feit dat ze graag flirtte met mannen en “dus” wellicht aanleg tot prostitutie had (zegt ze zelf). En op religieus vlak ook geen grote verhalen over strenge nonnenkloosters, wel alweer een ongeloofwaardig verhaal dat zich afspeelt in de Eerste Wereldoorlog (in 1914 was ze zeven jaar oud), wanneer men namelijk ontdekt dat ze, ondanks het feit dat ze al die jaren al naar de kerk ging en sacramenten ontving, eigenlijk niet gedoopt was. Net als het neefjesverhaal (dat ze vooral grappig vond en waaruit ze onthield dat ze toch maar liever een vrouw was dan een man met zo’n belachelijke erectie) is dit alweer geen traumatische, maar eerder een verlossende ervaring: door haar nakende doopsel zullen haar immers alle zonden zo maar worden vergeven, zonder dat ze ze hoeft op te biechten. En daar maakt ze dan ook gretig gebruik van, wat pekelzonden betreft.
De oorlog speelt overigens wél een grote rol in het ideeëngoed dat we bij O aantreffen. Indien ze een man was geweest, zegt Réage, dan had ze best een militaire loopbaan aangekund. Als vrouw kan ze niet zo best gehoorzamen, maar als man had ze het op die manier wél gekund. Tijdens de Tweede Wereldoorlog brengt ze dat trouwens min of meer in praktijk door zich bij de Weerstand aan te sluiten. Bovendien vormde dit ook min of meer een geheime sekte zoals die van Roissy…
En zoals we reeds konden afleiden uit de figuur van Sir Stephen is ze ook erg “anglomaan”, zoals ze zelf zegt. Vandaar ook haar interesse voor “l’education anglaise”?
Toch maakt ze zelf de band tussen religie en O nog eens heel duidelijk: “Vous voulez une citation sacrilège? Ce que sans le dire O dit à son amant, c’est la parole que se répètent sans fin les croyants: in manus tuas, Domine. (…) Ce qu’on cherche, c’est à être tué. Que cherche le croyant, sinon à se perdre en Dieu. Se faire tuer par quelqu’un qu’on aime me paraît le comble du ravissement.” (p.104) en uiteraard volgt hierop een verwijzing naar het waar gebeurde Japanse verhaal, dat o.a. in de film van Oshima, “Het rijk der zinnen”, wordt verteld. De Japanse fascinatie voor SM is trouwens bekend. Denken we maar aan de fotograaf Nobuyoshi Araki.

Een gedachte over “Pauline Réage (1907-1998)

  1. Dank je wel, ben zeker geen expert, maar wil je toch laten weten dat ik het fantastisch vond om het te lezen, geweldig omschreven en zeer leerzaam, al zal ik zeker niet alles onthouden.
    Keep up the good work!!
    Groetjes,
    Wim

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s