Luc De Ryck over zijn jeugdliefde, strips (1)

email3Van in mijn prilste jeugdjaren herinner ik mij onze strips. Zij hebben mijn jaren ‘50-‘60 geweldig gekleurd. Met mijn twee jaar oudere broer Walter kocht ik albums aan de lopende band – op twee adressen: bij Werner Michiels (Techniek en Kunst, P. Boelstraat) en Mieleke Maes (Akkerstraat). Al onze pree ging eraan. We hadden alle populaire collecties nagenoeg volledig, in de regel originele uitgaven. Maar we waren lezers, geen verzamelaars – en dus hingen heel wat albums na verloop van tijd uiteen, mede omdat we ze uitleenden aan vrienden. Zonder twijfel zijn we er op die manier heel wat kwijtgeraakt. Toen een toenmalige buurjongen onlangs zijn ouderlijk huis leegmaakte, meldde hij mij dat hij nog een strip had gevonden: Het zwarte goud van Kuifje, gesigneerd Luc De Ryck, 1 januari 1958, Gasthuisstraat 125, Temse. Dat album siert nu mijn relikwiekast.

Kuifje was de absolute top, mengeling van Shakespeare en Rubens. Alleen al de vormgeving stak er bovenuit: groot formaat, in kleur, harde cover. Ook de prijs stak er bovenuit: 69 fr. Ik blijf de Kuifjes van mijn jeugdjaren identificeren met Nieuwjaarsdag. We trokken toen met het hele gezin naar nonkel Jean (De Ryck) en pitte René (Bauer, mijn meter) in de Pastoor Boelstraat, waar ik vol verwachting mijn Nieuwjaarsbrief opzegde. En dat werd telkens beloond met een album van Kuifje. Ik heb ze gelezen en herlezen, verslonden tot ik ze allemaal helemaal van buiten kende. Mijn favorietste album was Cokes in voorraad. Toen ik in 1995 in Tokyo te gast was op de tewaterlating van de Elversele, kocht ik mij enkele Kuifjesalbums in het Japans. Enkele jaren geleden vroeg een vriend die naar China ging of hij mij met iets een plezier kon doen. Ik zei: een album van Kuifje in het Chinees. Resultaat: hij bracht mij de hele collectie mee! Ook die staat natuurlijk in mijn relikwiekast.
26 Het gele tekenMaar de beste strip aller tijden vond ik Het gele teken (Blake en Mortimer) van Edgar P. Jacobs. Ik leerde het album kennen, toen mijn nonkel Henri (Akkerstraat) mij uitnodigde om eens te snuffelen in ouwe rommel die hij ging wegsmijten. Ik trof daar meerdere jaargangen van het weekblad Kuifje aan en begon de nummers één voor één door te nemen. Mijn aandacht spitste zich toe op het Het gele teken. Nummer na nummer volgde ik het fantastische verloop en net toen ik hijgend aan de ontknoping wilde beginnen, ontbraken de resterende nummers. Om dood te vallen! Het was voor mij dan ook een openbaring, toen ik een paar jaar later het album zag pronken in de etalage van Techniek en Kunst.
Een ander album waaraan ik bijzondere herinneringen bewaar, is Don Bosco van Jijé, het levensverhaal van de wonderbaarlijke Italiaanse priester (1815-1888), stichter van de Salesianen, die zich ontfermde over de boefjes van Turijn. Aangrijpend levensverhaal, schitterend in woord en beeld gebracht. Ik weet nog goed dat ik na lectuur eens tegen mijn moeder zei: ‘Als ik dat nog één keer lees, word ik priester’. Ik heb het boek nog vaak gelezen, maar ben geen priester geworden. Naarmate de jaren ‘60 vorderden groeide naast de strips een tweede passie, die ik opnieuw met mijn broer Walter deelde: popmuziek en een bijhorende collectie grammofoonplaten. Toen hij in 1970 trouwde, stonden wij voor een verscheurende keuze: splitsen wij de collecties (elk de helft) of neemt elk één verzameling? We hebben toen wijselijk voor het laatste gekozen: mijn broer behield de strips, ik de platen. Maar er is één album dat ik toch behouden heb: Don Bosco. Het heeft een ereplaats in mijn relikwiekast. En een uitloper van het lezen van die strip: tot vandaag steun ik de Don Bosco Stichting.

Luc De Ryck

Op de foto zien we burgemeester Luc De Ryck (met Spirit-voorzitter Raoul De Graeve) met vier albums uit zijn relikwiekast.

Een gedachte over “Luc De Ryck over zijn jeugdliefde, strips (1)

  1. Bob De Moor was op vrijdag 29 november 1991 in Temse als eregast op een uiteenzetting door stripkenner Rolf De Ryck. Ook mijn interesse was gewekt voor Kuifje toen ik nog in het Lager Middelbaar (1952-1955 bij de Broeders elke week een Kuifje-magazine mocht gaan kopen. Toen ik in jaren ’60 op de Boelwerf een ingenieur leerde kennen die aan ’t zoeken was naar op Boelwerf gebouwde schepen die een rol speelden in de strips van Hergé. Hij was er achter gekomen dat Hergé op de werf was geweest om plannen te bekijken van vissersvaartuigen.
    Dat was ondermeer het Bouwnr 904 uit 1936 de “John O. 88” een treiler met een Carels-motor van 500 PK. Dit schip speelde een rol als de “Sirius” in het album “De Schat van de Scharlaken Rackham.”

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s