Heeft het debat waar ik al lang naar uitkeek tussen Bart De Wever en de Gravensteengroep op 3 november jl. tijdens de Boekenbeurs wel ooit plaatsgevonden? Ik heb het aan Bart De Wever gevraagd, ik heb het aan moderator Jean-Pierre Rondas gevraagd, bij beiden kreeg ik nul op het rekest. En als ik het als zoekterm intik op Google krijg ik zowaar mijn eigen website als antwoord terug. Dus als iemand mij kan helpen, graag. Gelukkig heb ik via mijn opzoekingswerk wel een leuke column van Bart De Wever over de Gravensteengroep in De Morgen gevonden.

Dankzij Lode Willems, die het mij had doorgestuurd, ben ik in staat geweest het zogenaamde Gravensteen-manifest te ondertekenen. Hieronder vindt u de volledige tekst, die u ook kunt terugvinden op de website van de Gravensteengroep, zo genoemd omdat de groep voor het eerst samenkwam in de schaduw van het Gentse Gravensteen. Op hun website kunt u uiteraard zelf ook het manifest ondertekenen. Dat werd ondertussen o.m. al gedaan door Etienne Vermeersch, Jan Verheyen, Piet van Eeckhaut, Jef Turf, Raf Vandenbussche, Ferre Weustenraad, Aurèle Looman, Jaak De Boever, Janine De Rop, Rudy Coppieters, Hugo Raspoet, Mark Rummens, Jo Decaluwe, Ludo Abicht, Miel Dullaert, Miriam Van Hee, Hilde Braet, Andrea Sansen, Erkki Liukku, Patrick Michiels, Gerda Everaert, Françoise Vanhecke, Godfried-Willem Raes, Jan Briers jr., Florian Heyerick, Zeger Van der Steene, Willy Van Doorselaer, Sam Van Rooy, Wouter Van Bellingen, Hilde Van Haesendonk, Tuur De Weert, Jaak Van Assche, Frans Redant, Raymond Bosschaert, Luk De Koninck, Walter Frans, Jan Becaus, Willem Elias, Fred Braeckman, Paul Van der Haegen, Laurens De Keyzer…
(Opmerking: op een bepaald ogenblik ben ik gestopt met na te kijken of er geen nieuwe BV’s zich hadden gemeld. Wie dus vindt dat hij of zij in dit rijtje thuishoort, mag me altijd een seintje geven. Pas bij zijn dood vernam ik b.v. dat ook Willy Courteaux erbij hoorde, al stond hij bij de regionale verkiezingen van 2004 wel op de lijst van de Vlaamse Democraten Brussel, een linkse scheurlijst van de N-VA.)
Mensen die beweren: “Er zijn heel wat belangrijker zaken dan de splitsing van BHV” hebben natuurlijk honderd procent gelijk. Wat zij er echter niét bij vertellen is dat nà een verregaande staatshervorming die “belangrijker zaken” veel grondiger en veel efficiënter zullen kunnen worden aangepakt. Een land waarbij de ministers geen verantwoording verschuldigd zijn aan (grosso modo) de helft van de bevolking (namelijk de Waalse bevolking heeft niks te zeggen over de Vlaamse ministers en de Vlamingen kunnen de Waalse overheden niet afstraffen) kàn gewoonweg niet functioneren. Dus ofwel moeten we terug naar het unitaire België met één tweetalige kieskring of anders moet er meer onafhankelijkheid komen voor de gewesten, zodat de bevoegde ministers verantwoording kunnen afleggen over hun beleid. Aangezien een retour à la Belgique de papa totaal uitgesloten is, kan dus enkel een verregaande staatshervorming (op z’n minst confederalisme) een uitweg bieden. Vandaar dat ik nog eens in herinnering breng dat Latinisten zich nog wel die Romeinse redenaar (Cato) zullen herinneren die elke redevoering afsloot met het lapidaire “Ceterum censeo Carthaginem esse delendam”, “voor de rest ben ik ervan overtuigd dat Carthago dient te worden vernietigd”. Zelf pleeg ik dit geregeld aan te passen tot “ceterum censeo Belgicam esse delendam”. Maar er is ook nog een andere mantra die steeds weerkeert bij mij en dat is dat de Gravensteengroep zich tot een politieke partij zou moeten omvormen om een verregaande staatshervorming mogelijk te maken.
Dit gezegd zijnde, ziehier de oorspronkelijke tekst van het manifest…

De ondertekenaars van dit manifest vertrekken vanuit verschillende politieke en ideologische uitgangspunten, maar zijn het eens in hun gehechtheid aan de democratie en de mensenrechten. Zij stellen de waarden van vrijheid, gelijkheid, solidariteit en wederzijds respect centraal, en wijzen alle vormen van racisme en xenofobie radicaal af.

Zij zijn echter verontrust door het feit dat in de recente discussies over de staatshervorming de indruk wordt gewekt dat redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen telkens weer met (extreem-) rechts gedachtegoed worden geassocieerd. Daarom wensen ze de volgende standpunten naar voren te brengen.

Bij het ontstaan van België in 1830 heeft de francofone bourgeoisie de kans schoon gezien haar prioriteiten veilig te stellen, door een regime te installeren dat essentieel op sociale ongelijkheid en discriminatie van de Vlaamse taal en bevolking was gefundeerd. Die sociaal-economische ongelijkheid is mettertijd in grote mate weggewerkt dankzij een strijdbare arbeidersbeweging. Het recht op eigen taal en cultuur hebben de Vlamingen echter moeten afdwingen via een kluwen van ondoorzichtige compromissen. Het resultaat is een omslachtige staatsstructuur, een institutionele doolhof met zeven parlementen en zes regeringen. Onze ‘imago-schade’ in het buitenland wordt niet alleen veroorzaakt door de voorbije formatiecrisis, maar ook door de chaos die de Belgische constructie na 177 jaar lapwerk kenmerkt. De verkiezingsuitslag van 10 juni 2007 in Vlaanderen is mede veroorzaakt door het ongenoegen over deze historische vergroeiing en lijkt een onomkeerbare optie op de toekomst te nemen.

Dat een flink deel van de Vlaamse culturele wereld de intellectuele moed mist om deze analyse te maken, is onbegrijpelijk. Dat ze zich, samen met de oude Belgische elites, vastklampt aan een Belgische status-quo, is onaanvaardbaar. Dit zelfverklaard ‘progressief Vlaanderen’ stelt zich behoudsgezind op en dreigt de trein van de geschiedenis te missen. Ons aanknopingspunt is niet een belegen Vlaams romantisme, maar wel de Verlichtingsfilosofie, het democratisch gelijkheidsbeginsel, een moderne visie rond decentralisatie, subsidiariteit, schaalverkleining en regionale autonomie die overal in Europa aan de orde is, van Schotland tot Kosovo, en van Catalonië tot Estland.

Centraal staat daarin het principe van territorialiteit. In 1962-63 werden de definitieve grenzen vastgelegd van Vlaanderen, Wallonië en Duitstalig België, als taalkundige én culturele ruimtes binnen het Belgisch federaal bestel. Dit nadat al in 1932 de eentaligheid der regio’s -mede onder sterke Waalse druk- werd aanvaard. De taalgrens heeft hier in dit opzicht de kracht van een staatsgrens. Zo’n ruimtelijke afbakening impliceert bepaalde spelregels, nodig voor een gezond sociaal weefsel. Wereldwijd beschouwt men het namelijk als evident dat een immigrant, mits een aanpassingsperiode, zich inburgert door zich de taal van het nieuwe thuisland eigen te maken. Dit doet geen afbreuk aan de mensenrechten inzake godsdienst, culturele eigenheid of taalgebruik in de privé-sfeer. Laagopgeleide allochtone migranten doen deze inspanning met vrucht, terwijl veelal hoogopgeleide Franstalige inwijkelingen in Vlaanderen dit om principiële redenen niét blijken te doen, hierin gesteund door hun politici. Sommigen menen zelfs dat het volstaat, in een grensgemeente een meerderheid te verwerven, om de grenzen te verplaatsen. Daarmee ondergraven ze het principe van de politieke solidariteit tussen de gewesten, en meteen ook van de Belgische federale structuur op zich. Men kan zich indenken hoe de Fransen zouden reageren, mocht een Duitstalige meerderheid in een Franse grensgemeente eventjes de grenzen tussen beide landen willen wijzigen…

De ondertekenaars van dit manifest vinden daarom dat elke discussie over sociaal-economische solidariteit onmogelijk wordt, indien men de politieke solidariteit, d.w.z. het wederzijds respect voor grens en ruimte niet eerbiedigt. Er is een ommekeer in de mentaliteit nodig bij de francofone politici: wij hoeven dit respect niet ‘af te kopen’. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is een toepassing van dat in de grondwet verankerd territorialiteitsbeginsel. Daarnaast vormt reële tweetaligheid in Brussel, als hoofdstedelijk gewest, de laatste kans voor België om als confederale staat te overleven.

Als een consensus over deze basisbeginselen wordt afgewezen, is elke discussie over staatshervorming zinloos. Noodgedwongen moeten we dan de nodige stappen zetten om de regio’s als onafhankelijke staten deel te laten uitmaken van de Europese Unie. Overigens, in de post-Belgische context van de Europese samenwerking kan interregionale solidariteit maximaal spelen. Wij willen, als welvarende regio, zowel de interpersoonlijke als de interregionale solidariteit in stand houden. Met ons hoofd én met ons hart. Maar niet met een latent onbehagen omtrent cultuurimperialisme, ongezond parasitisme, en verborgen partijpolitieke agenda’s.

Dit België is zonder duidelijke, onherroepelijke afspraken niet werkbaar; wie een hervorming in deze democratische zin afwijst, pleit in feite voor de ontbinding van die staat. In het verlengde van deze moderniseringsgedachte vragen wij transparante politieke structuren, responsabilisering van de regionale besturen, de toepassing van democratische grondrechten, en onschendbaarheid van taalgrenzen. Met onze Franstalige vrienden als het kan, zonder hen als het moet.

Meer autonomie zal eenieder tot voordeel strekken. Gelukkig groeit aan beide zijden van de taalgrens het besef dat ook Franstalig België zijn eigen groeikansen hypothekeert in de mate dat het zich laat gijzelen door politici die zweren bij de status-quo.

De oude vijandbeelden moeten vervangen worden door nieuwe samenwerkingsverbanden, gebaseerd op een evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid. Wallonië als bevriende partnernatie lijkt ons een aantrekkelijker perspectief dan een staatsbestel dat zich van de ene crisis naar de andere voortsleept.

Referentie
Joël De Ceulaer, “Bart De Wever is de erfgenaam van priester Daens”, Knack, 11 juni 2014

8 gedachtes over “Het mysterieuze debat tussen Bart De Wever en de Gravensteengroep

  1. Dit is wat ik zou noemen een prima initiatief. De gelijkschakeling van het streven naar meer gewestelijke autonomie en/of een gezonde staatshervorming met (extreem)- rechts nationalisme is vele mensen een doorn in het oog, vooral omdat het onjuist en intellectueel oneerlijk is. De vraag om afspraken van het verleden na te leven, werderzijds de taalgrenzen en taalgebieden te respecteren, eventueel vragen stellen of het geld van de transfers wel op een correcte en nuttige manier wordt gebruikt zonder het principe van solidariteit te laten vallen…dit alles heeft niets van doen met seperatisme of reactionair nationalisme en al helemaal niet met anti- Waalse gevoelens. In het buitenland (catalonië, Schotland,..) zouden trouwens deze regionalistische verzuchtingen eerder als “links” gezien worden. Maar het is natuurlijk gemakkelijk om al deze eisen en vragen in het diskrediet te brengen door ze (ten onrechte) met extreem- rechts te vereenzelvigen. Zo kan men moeilijke discussies ontwijken.
    Daarom ben ik verheugd met dit manifest dat ook een leemte aan de politieke linkerzijde opvult.

    Like

  2. Dear Ronny

    ik ben het totaal niet eens met dit manifest.

    Rond 1800 spraken alle Vlamingen een zeer lokaal dialect, en de dragers van de Verlichtingsgedachte,zoals je vrienden van het Gravensteenmanifest, spraken dat ook, evenals Frans. Brusselaars spraken al sinds de middeleeuwen hun Vlaams dialect evenals Frans.

    Komt de aansluiting bij Nederland, waar niemand om gevraagd heeft, en in combinatie met het romantisch gedachtengoed willen sommigen terug naar het grootsch nationaal verleden, en daar hoort een taal bij. Als germanist weet jij evengoed als ik dat het maar een haar gescheeld heeft of het Vlaams was echt West-Vlaams geworden, taalparticularisten,conservatieven en pedofiele priesters achterna.

    Resultaat is ook een taal die niet die van de bewoners is: een artificiële, vreemde taal waarin de modale Vlaming zich maar met moeite kan uitdrukken. Niet kunnen spreken en lezen= niet kunnen denken.

    In Noorwegen had je trouwens dezelfde situatie, en i.p.v. Deens te blijven spreken zoals alle stedelingen, zitten ze daar nu met zowel Bokmäl als Nynorgsk, waar ook niemand om gevraagd heeft. Behalve een paar oude Germaanse eiken-alias-schrijvers die OOK fout waren toen het erop aan kwam.

    Net zoals de stichting van België is de keuze voor het algemeen Nederlands een beslissing geweest die boven de hoofden van de eenvoudige boerenlul werd genomen.
    Voor hetzelfde geld sprak gans België Frans;dat was ook een vreemde taal, zie hierboven, maar dat zou pas wat betekend hebben voor de Verlichtingsgedachte: perfecte scheiding kerk & staat, geen schoolstrijd,meer respect voor hersens, minder provincialisme,minder achterlijkheid.

    Voor ‘t Belgikske nikske, maar Vlaanderen is gvd veel erger.

    De Basken,Catalanen,Kosovaren en Ieren kunnen overigens ook mijn kloten kussen.

    Boos?
    Jammer.
    Walter Ceuppens

    Like

  3. Walter vergeet dat het de imperialiste Napoleon was die het Frans als officiele taal aan onze voorouders oplegde.( Boerenkrijg) En dat de latere Belgische machthebbers dit verder aan
    onze voorouders oplegden.Ik ben geen separatist, gewoon een vlaamse Belg die tweetalig is.
    Maar ik vind jou een nestbevuiler die blijkbaar, (wie weet om welke duistere reden), niet wil weten dat eender welk vlaams dialect nog altijd een germaanse oorsprong heeft en niets met het Frans te maken heeft. Zoals de platte dialecten in de provincies van Frankrijk geen reden zijn
    om hen het Engels op de leggen, of het vreselijk dialect van de gewone Londenaar geen reden is om hem het Frans op te leggen.

    Like

  4. Ten 1e:
    “imperialistische, officiële, belgische, separatist, dialect, provincies, reden” zijn allemaal woorden van niet-germaanse afkomst en zo zijn er nog wel enkele honderden te vinden die dagelijks door ons gebruikt worden. En zoals je het zelf zegt: germaanse oorsprong, dus door de eeuwen heen vermengd geworden met vele andere talen. Er is geen taal die niets te maken heeft met een andere taal, en zeker niet als die taal gesproken wordt in een (in vergelijking met ons) reusachtig buurland. Kijk naar hoeveel woorden het frans en het engels met elkaar gemeen hebben, toch 2 talen met een geheel andere oorsprong (en volgens veel linguïcisten oorspronkelijk dezelfde oorsprong).

    Ten 2e:
    In de middeleeuwen werd er aan alle hoven en door alle edelen in europa frans gesproken. Het onvermogen om frans te spreken werd gezien als een gebrek aan klasse, een gebrek aan stand… Onze geliefde graven van vlaanderen die in de guldensporenslag vochten voor het vlaamsche land spraken zelf naar alle waarschijnlijkheid frans, zoals alle edelen uit die tijd. En nog altijd spreekt de vlaamse bougeoisie frans. Maar er is geen enkele reden om iedere franstalige over dezelfde kam te scheren. Het wordt tijd dat mensen leren om meer te nuanceren, meer te veralgemenen, minder oude koeien uit gracht te halen en zich meer op een positieve manier te concentreren op het nu en op de toekomst. Er bestaat niet zoiets als een vlaamse, een belgische, een europese, een limburgse of een gentse nationaliteit; men kan zich enkel maar ergens thuisvoelen…
    De landsgrenzen, noch de culturele grenzen, noch de etnische grenzen zijn ooit geweest zoals ze nu zijn. Dus er is geen enkele grond tot separatisme. Zeker in een wereld die steeds meer evolueert in de richting van multiculturaliteit en waarin we steeds verder proberen op te gaan in een groter geheel (Europa) getuigt het van kleingeestigheid om te blijven strijden voor een identiteit die louter fictief is en die van generatie op generatie wordt overgebracht, ontsproten uit de jaloezie van de kleine arbeider op zijn werkgever. Laten we stoppen met in het verleden te leven, en zowel aan franstalige, als vlaamstalige, als anderstalige zijde, samenwerken aan een progressieve, productieve, meertalige federale staat.

    Ten 3e:
    Het valt mij telkens weer op dat “verdedigers van de Vlaamsche zaak” (wat het ook moge betekenen) algemene kritiek steeds weer zeer persoonlijk op zich nemen en dan ook met scherp terugschieten. Ik vind “nestbevuiler” een zeer goor scheldwoord, meneer Van de Vyver, en moest ik je mama zijn zou ik je dan ook zeggen: “was je mond met zeep”

    PS: mijn reactie op het manifest zelf komt nog…

    Like

    1. Alhoewel dit geen reactie is op iets wat ik heb geschreven, zou ik toch ook graag een paar opmerkingen maken. ‘t Is tenslotte toch “mijn” blog, nietwaar? ;-)
      1.Ik dacht niet dat de huidige problematiek op de eerste plaats nog een talenkwestie was.
      2.Uiteraard is het de bedoeling “op te gaan in een groter geheel” (Europa). Juist daarom is die kwestie nu aan de orde: dat tussenniveau “België” is voor niks meer nodig. Vlaanderen, Brussel en Wallonië kunnen gerust op gelijke basis lidstaten zijn van Europa. Met andere woorden, wat we willen (nou “we”, zal ik maar in de ik-persoon spreken?) is een Europa der volkeren i.p.v. een Europa der staten.
      3.”Nestbevuiler” is géén scheldwoord. Deze opmerking lijkt me gewoon een “hypercorrectie”, ingegeven door de columns van Jo Van Damme en Marc Reynebeau (overigens twee notoire “nestbevuilers” ;-) ) in De Standaard van dit weekend. Nee, “nestbevuiler” is een “hoedanigheid”, zoiets als “excuustruus” of “klokkeluider” of “whistleblower”. Ik zal geen schelden toelaten op mijn blog.

      Like

  5. Belangrijke opmerking: de data van onderstaande reacties zijn allemaal verkeerd. Die zijn namelijk geschreven tussen 24 februari en 3 maart 2008. Om een of andere reden waren de reacties echter bij een ander artikel terechtgekomen (waarmee ze niks te maken hadden) en daarom heb ik ze naar hier verplaatst. Dat is allemaal netjes gelukt, behalve dus de data.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s