De geboorte van het moderne circus

07 circusNotre conception du cirque s’inspire d’une facon ou d’une autre des jeux antiques romains ainsi que des bateleurs et troubadours du Moyen Age. La première représentation d’un cirque moderne date du 9 janvier 1768 et a été présentée par Philip Astley à Londres. Vétéran de retour d’Amérique, il décide de représenter surtout des spectacles équestres égayés par des bateleurs. Le mariage du monde équestre militaire et du monde forain autour du cercle est établi. Cette nouvelle forme de spectacle, fondée essentiellement sur des exercices équestres, fut ensuite introduite en France par le même Astley, puis reprise par Antonio Franconi et ses descendants. C’est seulement au XIXe siècle lors des vagues de colonisation que furent introduits en France et en Allemagne les premiers animaux sauvages. (Les éphémérides d’Alcide)

De hoofdfiguur was dus Philip Astley, maar het is een onhandige August die de show steelt met een nummer waarbij hij op alle mogelijke en onmogelijke manieren op een paard probeert te geraken. Dit is ontegensprekelijk de voorloper van de circusclown.
Het woord “clown” wordt in het Engels voor het eerst gebruikt in de zestiende eeuw. Het is afgeleid van “colonus” en “clod” wat boer en boerenkinkel betekent. Ook in het IJslands en het Deens bestaan gelijkaardige woorden die onhandige dommerik of stommerik of idioot betekenen. Pas vanaf 1817 verschijnt het woord claune in Frankrijk. De tegenspeler van de clown is de August. De clown is de dominante figuur maar wordt door de August voortdurend beetgenomen.
Koningin Elisabeth en Shakespeare waren fans van de eerste grote Engelse clown, Richard Tarlton, die o.a. de komische rollen speelde in de eerste stukken van Old Will. Hij mocht daarbij veelvuldig improviseren, eigen grappen toevoegen en commentaar op het stuk geven. Hij stond als het ware tussen de acteur en het publiek als “opwarmer”. Na Tarlton zou Will Kempe de clown van Shakespeare worden. Hij was een volleerd danser en kende een enorm succes met zijn marathondans van honderd mijl tussen Londen en Norwich.
Een andere belangrijke voorvader van de hedendaagse clown is uiteraard de Italiaanse Arlecchino, de knechtfiguur uit het geïmproviseerde theater, de Commedia dell’Arte. Italiaanse komedianten dragen immers maskers en zijn daardoor verplicht zeer “lichamelijk” te acteren, het zijn bijna acrobaten. De tekst is minder belangrijk, er wordt dan ook heel veel geïmproviseerd. De acteurs zijn overigens verbonden met hun rol (Arlecchino is heel zijn leven Arlecchino) en spelen hun diverse dialecten tegen elkaar uit (Italië is op dat moment politiek hopeloos verdeeld). Zo staan de Bolognezen bekend als betweters: de dokter is dan ook steeds afkomstig uit Bologna. De boerse grofheid van Arlecchino is terug te voeren op Bergamo, de oude geilaard Pantalone komt uiteraard uit Venetië enzovoort.
Op het einde van de 19de eeuw wordt het clownsidee vervolmaakt door de familie Fratellini, die de drie types clown invoert (cfr. het schilderij van André Minne): de wit geschminkte superieure clown in een glitterpak, de pretentieuze betweterige middenklasse clown in een parodie op een smoking en de August, de sjofele, voortdurend beetgenomen clown, de lieveling van het publiek. Ze werden vaak als ‘molenaars’ voorgesteld, vandaar hun witte gezicht.
Er bestond een heel arsenaal aan soorten clowns: de muzikale clown, de accessoireclown die veel attributen gebruikte, de acrobatische clown, de mimeclown, de repriseclown die de gaten tussen de verschillende nummers opvulde en de clown die een entrée bracht.
Handigheidsartiesten vormden een vierde categorie van zowel het circus- als variétéprogramma. Deze uitgebreide en gevarieerde groep bestond uit jongleurs, krachtpatsers, messenwerpers en goochelaars of illusionisten. Jongleurs gooiden met allerlei voorwerpen. Wanneer er met messen gegooid werd, heette men de act een ‘ikarisch spel’. Een voorbeeld hiervan waren ‘Les jeux icariens par M.Godart et ses enfants’.
Als laatste categorie zijn er de acrobaten. Ook deze bestaan in alle geuren en kleuren: equilibristen of evenwichtskunstenaars, krachtacrobaten, menselijke piramidebouwers, contorsionisten of slangenmensen, voltigeurs of trapezespringers, funambules of koorddansers, enz. of het zogenaamde wetenschappelijk experiment van ‘Professeur Papus’ die zich 7 dagen ingewikkeld als een mummie in een kist opsloot.
Acrobaten maakten vaak gebruik van attributen zoals de ‘ladder performers’. De grote uitvinding uit de negentiende eeuw in de wereld van de acrobatie was de vliegende trapeze. Onder de koorddansers, waren er acrobaten die vaak gebruik maakten van fietsen. Een voorbeeld hiervan is ‘Menottie, equilibriste-cycliste, traversera la salle sur un simple fil de téléphone tendu au dessus des spectateurs.’
Ondertussen is het zo dat actiegroepen als GAIA ervoor gezorgd hebben dat één van de grootste attractiepolen van een circus is weggevallen, namelijk de al dan niet wilde, maar vooral exotische dieren, die vooral tot de verbeelding van de kinderen spraken. Toegegeven, het dierenleed dat ermee gepaard ging, rechtvaardigde allicht dit optreden niet. En bovendien leven we ook niet meer in een tijd dat dit voor de mensen vaak de enige manier was om deze dieren ooit in levende lijve te zien. Zelfs een trip naar de zoo is onderhand zo alledaags geworden dat men al op safari moet gaan om de buren nog te kunnen overbluffen. Met gorilla’s in het wild gaan picknicken is op dit ogenblik zowat het van het.
En tenslotte is er het succes van zaken zoals Cirque du Soleil. Uiteraard kunnen de kleine familiecircussen die kwaliteit niet bieden, zelfs Circus Ronaldo (dat dit in eigen land nog het best benadert) kan dat niet, maar toch proberen ook zij aan de noodzaak aan theatraliteit tegemoet te komen.

Referentie
DSRG, Gratis naar circusschool, Het Laatste Nieuws, 25 februari 1994

Een gedachte over “De geboorte van het moderne circus

  1. Voorgeschiedenis
    De familie Pauwels is al vele decennia in de wereld van het circus en de kermis actief. De in 1848 te Gent geboren Frédéric Pauwels begon zijn carrière als krachtpatser. Zijn zonen ontpopten zich als evenwichtskunstenaars en acrobaten. Samen richtten zij het Cirque Pauwels frères op. Een brand in Temse in 1923 vernielde de tent en betekende het einde van de onderneming. Charles Pauwels (1886-1961) zette door en werkte samen met zijn vrouw Jeanette op contractbasis in tal van circussen in Frankrijk en daarbuiten. Hun zoon Alfred Pauwels werkt met zijn Nederlandse echtgenote Alexandra Busnac en andere spelers een cascadeurnummer uit. Hun kinderen Charles junior (1938) en Marquis (1951) traden herhaaldelijk op en bouwden zelf een carrière uit als artiest.

    Geschiedenis
    De Pauwels trokken mee met verschillende circussen, zoals Circus Bouglione, speelden in de jaren 1980 herhaaldelijk in de omgeving van Parijs, en traden zelfstandig op vanaf 1981. Marquis Pauwels werkte daarbij samen met zijn echtgenote Nelly Bertier en zijn dochter Alexandra. Er werden ook pantomimevertoningen en thematische voorstellingen georganiseerd rond figuren als Robin Hood en andere. Vandaag is Circus Pauwels van Marquis en zijn zonen vooral in België actief, terwijl andere familieleden in Parijs furore maken. Als muzikale clown geniet Marquis Pauwels een internationale reputatie.
    Van de website Circus Pauwels Lint ( bij Lier)

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s