Eddy Levis is geen onbekende in de Gentse Sint-Baafsabdij. Enkele jaren geleden las hij in de refter voor uit zijn Gentse hertaling van het aloude verhaal van den vos Reynaerde, en nu is hij te gast in de herberg. Levis groeide op aan ‘t Rabot en de kaaien van de Muide en kreeg onze lokale tongval – op heel nadrukkelijke wijze mogen we wel zeggen – met de moedermelk binnen. Hij werd onderwijzer maar bleef een leven lang bezig met het Gents. Hij is “prezedent” van de “Gentsche Sosseteit”, een vereniging die zich inzet voor de promotie en de instandhouding van het Gentse dialect en die onlangs de wedstrijd voor het populairste Gentse dialectwoord organiseerde, gewonnen door tsiepmuile. Met Van Platgents tot Burgergents – Analyse van een stadsdialect zal hij – met veel zin voor humor – zijn visie op ons Gentsch brengen, met een antwoord op vragen zoals “wadde, oe, wannier, en woar goat da noartoe”. Afspraak in Herberg Macharius, Voorhoutkaai, Gent op zaterdag 24 november van 20 tot 22u. Toegang gewoontegetrouw heel en al gratis.

DEN TSOEZER

Of “Tsoezen” overigens Platgents of Burgergents is, weet ik niet (ik gok op Platgents), maar hier zijn er een aantal voorbeelden van:

‘Ik eet graag dingen waaraan je moet tsoezen‘ (Pascale Platel)

‘De beren van ’t gezelschap van Romain, blijve ze spelen mee een presence en naturel woar veel joenge acteurs nen tsoep keune an tsoezen.’ (Pierke Pierlala)

‘Een lolly, die in de hand kon gehouden worden om er beter aan te kunnen “tsoezen” (zuigen) of “lekken” (Lodewijk Lievevrouw-Coopman)

Zelf heb ik dit woord op een wat bijzondere manier leren kennen. Een vriend van mij vertelde mij over één van zijn vriendinnen die als merkwaardige “hobby” had: aan mannen tsoezen onder tafel. Volgens zijn zeggen ging dat er als volgt aan toe: de mannen kwamen bijeen om te kaarten en dat deden ze met hun broek op de knieën. De vrouw nam plaats onder de tafel en zou de ene na de andere afzuigen of in ’t Gents dus: tsoezen.

Nu wil het toeval dat deze vriend van mij redelijk jong in tragische omstandigheden om het leven is gekomen. Op de traditionele “koffietafel” na de crematie vroeg mijn vriendin mij plotseling: “Zou den tsoezer hier nu ook aanwezig zijn?” En zo hebben we de rest van de tijd doorgebracht met onder elkaar na te gaan wie van de vrouwelijke aanwezigen dat dan wel zou kunnen zijn geweest… Ik weet het, het was zeer oneerbiedig van ons, maar ik ben er zeker van dat mijn vriend het een zeer passende hulde aan zijn levensvreugde zou hebben gevonden! (*)

Knipsel

DIALECTONDERZOEK IN VLAANDEREN
Het ziet er overigens niet goed uit voor de toekomst van het dialectonderzoek in Vlaanderen en voor de bewaring en ontsluiting van ons streektaalerfgoed. Zo dreigt vzw Variaties, de koepel van Vlaamse dialectverenigingen, binnenkort zonder mankracht te vallen. Een zelfde dreiging hangt boven het redactieteam van het Woordenboek van de Vlaamse dialecten. De kans is niet denkbeeldig dat dit grootschalige woordenboekproject – dat tot nu toe al 24 boekdelen publiceerde – niet kan worden afgewerkt bij gebrek aan middelen. Om het probleem onder de publieke aandacht te brengen, verspreidt vzw Variaties een internetpetitie, ook met de bedoeling aan te tonen dat er in de Vlaamse samenleving een breed draagvlak bestaat voor overheidssteun aan dialectonderzoek en bewaring van het Vlaamse taalerfgoed. Hier is de link van de petitie die ook u kunt tekenen: http://www.dialecterfgoed.be/

Deze oproep vormt voor mij een aanleiding om wat humor die verband houdt met dialecten te brengen. ’t Is natuurlijk niet evident om grappen die op de eerste plaats over klanken gaan op schrift weer te geven, maar ik doe mijn best. Ik doe ook mijn best om al onze dialecten aan bod te laten komen. Inzendingen zijn dus gewenst…
Maar al vlug kwam ik bij nogal wat grappen over sport uit en dus is het gamma nu ook uitgebreid naar grappen die niet onmiddellijk iets met dialect hebben te maken.

Een Antwerps meisje heeft last van buikklachten. Ze gaat naar een dokter.
Zegt de dokter: “Is’t acuut?” (**)
Antwoordt dat meisje: “Ik denk eerder dat het mijn maag is.” (Marc Reynebeau in “De Slimste Mens”)

Volgens Geert Hoste is Justine Henin van West-Vlaamse afkomst.
Kijk maar naar haar borsten.
Toen De Schepper ze uitdeelde, moest ze d’r henin…

En in “Rode Rozen” (p.287) vertelt Stan Lauryssens een grap die aan het Brussels wordt toegeschreven, maar die wellicht ook nog in een aantal dialecten (o.a. het mijne) van toepassing is:
Twie Brusseleirs zijn op stap en ineens zegt den ene teige den andere: “‘k Geluuf da’k ’t schaait em, ‘k goen in dei kafei binne springe, want annes es’t in man broek.”
“Haaft a leever nog e wa d’in,”
antwoordt zijn copain, “want daddes e’n boegnoellekafei.” Een boegnoellekafei is een vreemdelingencafé.
Bon, zijn maat kan niet wachten en gaat het café binnen. Twie meneute later komt’em buiten met twie blaa uuge en een bloetnuis.
“Awel… hedde doe eet miszeit?”
“Mo neie,”
antwoordt zijn maat, “‘k zaain binne gegoen en ‘k em just gevroegd: Ma’k kakke?”

En hier is ook de beste mop uit het zogenaamde steenkolenengels op zijn plaats. En dat is dan niet Urbanus die op de opmerking van een Engelse Bobby “Spring is in the air!” reageert met een droog “Why?”, al wordt die terecht een aantal keren geciteerd op deze Wikipedia-pagina (***), maar wel het volgende waar gebeurde incident over een ontmoeting tussen de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Joseph Luns en John F. Kennedy. Op een gegeven moment vroeg Kennedy wat voor hobby’s Luns had. Daarop antwoordde deze: “I fok horses” (door een Engelstalig persoon op te vatten als ‘Ik neuk paarden’). Kennedy, die uiteraard zeer verbaasd was, vroeg: “Pardon?”, waarop Luns meteen antwoordde “Yes, paarden!”

02 I fok horses

In de marge van de Rebellin-affaire wordt er in mijn krant nog eens herinnerd aan het feit dat Dimitri Fofonov in de Tour de France betrapt is op heptaminol. Ze schrijven er zelf bij dat het maar een “licht stimulerend middel” is. Terecht. Heptaminol lijkt me – als we dezelfde redenering toepassen als bij de comaïne en de ontwakonol die in “Dochters en dokters” worden toegediend – eerder iets tegen aambeien…

In een oude Humo vond ik een paar grappige sportknipsels, verzameld door Louis De Pelsmaeker:

“Carla Galle liet zich van haar beste zijde zien in de honderd meter rugslag.”

“Het spel van Rik Coppens, zo rond en aantrekkelijk, waaraan de hele tribune zat te zuigen.”

Over kunstschaatsen: “Twee vrijgezellen wereldkampioen paren.”

Over wielrennen: “San Sebastian piste te nat.”

“Walter Godefroot heeft zich een lintworm op de hals gehaald, maar hij zal proberen hem tegen zondag onder de knie te krijgen.

Toemaatje: Pech. De gemeenschapsauto (een twee p.k.’tje) van het klooster is kapot. Maar geen nood. Een fietslustig nonnetje stelt haar collega voor om naar dit sportieve voertuig te grijpen om naar het dorp inkopen te gaan doen. Even later rijden de twee godsvruchtige zieltjes over een hobbelig kasseiwegje. « Zo ben ik nog nooit gekomen », zegt de novice. « Heerlijk, nietwaar ! », kirt de meer onderlegde fietster.

Referentie
Mark Stevens, Ronny De Schepper en Piet Loose, Hebben linksen een gebrek aan humor? De Rode Vaan nr.40 van 1985

(*) Eigenaardig genoeg komt een gelijkaardige passage ook voor in het Vietnamoorlog-onderdeel van “Het oneindige plan” van Isabel Allende (p.214). Ook Hugo Claus zou het op z’n minst één keer in levende lijve meegemaakt hebben (Wildemeersch p.321).

(**) Dit doet me overigens denken aan een andere grap, die dan wel niks met dialect te maken heeft, maar die toch het vermelden waard is: een klant van een restaurant vraagt wil graag een broodje bij zijn soep en daarom vraagt hij aan een dienstertje: “Heeft u soms een droog sneetje?” Waarop het meisje antwoordt: “Nee mijnheer, dat zijn mijn schoenen die zo piepen.”

(***) Let op: ook deze “vondst” zou volgens een artikel op de website historiek.net toegeschreven aan een Nederlandse politicus, namelijk Pieter Gerbrandy (1885-1961), minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die stond alleszins bekend om zijn barslechte taalbeheersing. Op een bijeenkomst waar hij voor het eerst Winston Churchill ontmoette, begroette hij hem met ‘Goodbye Mr.Churchill!’, waarop deze droog reageerde met: ‘This must be the shortest meeting I ever had.’ Maar Gerbrandy liet zich niet uit zijn lood slaan en ging verder met: ‘I hate you welcome in this town where all the Oranges are buried.’ 

Een gedachte over “Van Platgents tot Burgergents

  1. Dag Ronny

    Je bent er in geslaagd mij hardop te doen lachen, although I am tired an emotional.Good man!

    Ik wil centen inzamelen voor een bronzen standbeeld voor jou, maar hier kennen de meeste mensen geen Nederlands.

    Vandaag mijn Finse( yes!) ex-buren ontmoet. De meeste Finnen zijn waanzinnig en/of/dus suïcidaal.

    Maar alles is beter dan een kaaskop, of een Griek , of een Albanees.

    This is the gospel according to

    the BOF from Divonne

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.