Het Spectra Ensemble

In 1963 werd in Gent door Claude Coppens, Herman Sabbe, Pierre Bartholomée, Philippe Boesmans, Lucien Goethals, André Laporte, Norbert Rosseau, Karel Goeyvaerts, Jan Broeckx en Louis De Meester de Spectra-groep opgericht om de hedendaagse muziek te propageren. Als in 1993 deze illustere benaming opnieuw opduikt als de naam van een gelegenheidsensemble voor de Week van de Hedendaagse Muziek stonden de verwachtingen uiteraard hoog gespannen. Maar het was zo’n succes dat de groep, geleid door Philip Rathé doorging op z’n elan.

In 1995-96 bracht men bij Vox Temporis twee CD’s uit met enerzijds “Chamber music” van Gilberto Mendes (°1922), n.a.v. de 450ste verjaardag van de stad Santos in Brazilië, en anderzijds “Belgian contemporary chamber music”.
Hierop “De laatste hooivracht” van Lucien Posman, van wie tegelijk zijn eerste symfonie werd gecreëerd, maar dit is een intimistische stukje “absolute muziek”, waarbij de diverse instrumenten (vooral de fluit van Jan Vercruysse, de basklarinet van Geert Dhondt, de marimba van Tom Wauters, de viool van Wim Meuris, de cello van Lieven Baert en de piano van Luc Van Loo) met elkaar in dialoog gaan, maar soms ook een eigen leven lijken te leiden. Het lijkt wel alsof er een wind waait door het hooi, zodat er op het einde van de rit niet veel meer op de kar blijft liggen.
Natuurlijk is ook Claude Coppens van de partij met een compositie die de titel “Sweet murderers of men” meekreeg, gebaseerd op het elfde hoofdstuk uit “Ulysses” van James Joyce, waarin twee buffetjuffrouwen parallellen oproepen met de sirenen uit de Odysseia van Homeros, waarop – zoals iedere lezer van Het Laatste Nieuws weet – dit werk is gebaseerd. Dat Claude Coppens dit werk verstààt is al een prestatie, vraag mij dus niet om zijn compositie te “verstaan”.
Van de in 1993 gestorven Karel Goeyvaerts wordt “De stemmen van de waterman” uitgevoerd. Uit de titel kan men reeds afleiden dat deze compositie thuishoort in het Aquarius-project, waarin Goeyvaerts op filosofisch vlak de ideeën uit de musical “Hair” wil uitwerken, maar muzikaal leunt het uiteraard veel meer aan bij het minimalisme dat ondertussen opgang had gemaakt. Voor Goeyvaerts was dit toch al een evolutie naar een groter publiek toe, want als één van de ontwerpers van de zogenaamde seriële muziek was hij oorspronkelijk veel hermetischer. De tekst, gezongen door sopraan Françoise Vanhecke, is totaal onverstaanbaar, wat ook logisch is, aangezien hij bestaat uit willekeurige lettergrepen uit diverse talen. Het is gewoon de bedoeling suggestief te werk te gaan. Maar wàt hij wil suggereren, moet ik eerder uit het tekstboekje dan uit de muziek afleiden!
Boudewijn Buckinx mag natuurlijk ook niet ontbreken. Van hem is er het zeer ritmische “Fles”, waarbij Tom Wauters het slagwerk bespeelt alsof het pop- of wereldmuziek betrof. Dat is ook logisch want Buckinx wil met deze fles (net zoals een schipbreukeling) toch wel degelijk “de bewoonde wereld” bereiken. Vandaar ook postmoderne citaten, zoals zeemzoeterige fluit- en vioolpassages, om de toehoorder te “strikken”. Maar verder bevat de fles geen boodschap, aldus Buckinx, en inderdaad het werk is iets te oppervlakkig. Het is echter het langste fragment en het blijft gelukkig genietbaar tot op het einde. Met overigens opnieuw opmerkelijke interventies van Geert Dhondt op basklarinet.
Net als Claude Coppens mocht natuurlijk ook Lucien Goethals niet ontbreken. Zijn “Pampa” (met de mezzo Lucienne Van Deyck die een tekst zingt van Ricardo Guïraldes) refereert uiteraard aan zijn jeugd in Argentinië (zijn ouders waren in de jaren dertig daarheen geëmigreerd en kwamen terug nà de oorlog, de omgekeerde beweging van vele collaborateurs dus). Ook Goethals maakte de evolutie van serialisme naar minimalisme door en dat is op deze compositie, die de oudste is van de CD (1979), goed te horen. Eigenlijk sluit dit aan bij wat ik de “blues van Latijns-Amerika” heb genoemd.
Geert Logghe was een student van Claude Coppens wat klavierstudies aangaat, maar compositie studeerde hij, net zoals Lucien Posman bij Roland Coryn. Inhoudelijk sluit zijn “Togaku” sluit weliswaar eerder aan bij “De hooivracht” dan bij de “Murderers”, maar dat is wellicht te wijten aan de oosterse, om meer precies te zijn: Japanse, invloed die men reeds uit de titel kan afleiden. “Togaku” is de naam van één van de drie gangbare toonsystemen uit de Japanse hofmuziek (Gagaku) en de nadruk ligt daarbij op de blazers, de altfluit van Jan Vercruysse en (alweer) de basklarinet van Geert Dhondt. Voor de rest is deze compositie even ontoegankelijk als die van Claude Coppens.
“Five-pennybeats and the seven beats itch” van Frank Nuyts kenden we reeds van de CD die ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van Radio 3 werd uitgegeven, maar het is niet dezelfde opname. Sommige uitvoerders verschillen zelfs. Frank Nuyts is zelf slagwerker en ook uit de titel kan men reeds afleiden dat het nadruk hier ligt op het ritme. Het lijkt zelfs eerder de titel van een jazzcompositie. En zo klinkt ze ook min of meer. Nuyts is immers een grote fan van Frank Zappa en dat weerspiegelt zich in zijn muziek die zowel invloeden van Stravinsky als van jazz en pop laat horen. Maar het meest van al valt een tango-riff op, die men misschien eerder in de “Pampa” van Lucien Goethals zou verwachten…
Of bij Gilberto Mendes. Voor zover wij weten geen familie van Sergio Mendes die destijds de hitparade onveilig maakte en waardoor men ten onrechte van Gilberto easy listening muziek verwacht of op z’n minst iets als Gilberto Gil. Niets van dat alles echter. Gilberto Mendes klinkt helemaal niet Latijns-Amerikaans en dat is jammer. Hoe komt het dat een hulde aan een inwoner van Santos op een Belgisch platenlabel terechtkomt? Dat blijkt alweer via Alvaro Guimaraes te zijn gegaan, de Braziliaanse componist die sedert zijn huwelijk met de Gentse pianiste Katrijn Friant in ons land is blijven wonen. Katrijn is trouwens prominent aanwezig op deze CD (b.v. op de “Saudades” samen met saxofonist Rudy Haemers). Mendes is communist en stelt zijn composities soms ook “ten dienste van de revolutie” (geen voorbeelden op deze CD), maar het zal dan wel zoals bij Luigi Nono zijn! Wat we wél te horen krijgen, is alweer een referentie naar James Joyce. “Ulysses in Copacabana surfing with Dorothy Lamour” is echter minder leuk als de titel laat uitschijnen. In het begin kan men er nog inkomen (met o.m. de gestopte trompet van Paul Voet), maar het is geen vijftien minuten vol te houden. Ook “The sentimental gentleman” zou zijn herontdekte liefde voor big band-muziek (cfr. de ondertitel “swing revisited”) moeten weergeven. Het is echter even weinig te genieten als de “motetten”, waaraan Françoise Vanhecke weer haar medewerking (“doing doing”) ontleent. Het mooiste is nog “Claro Clarone”, alweer met Geert Dhondt in de hoofdrol. Het is ook het kortste…

Ronny De Schepper

Referenties
The Spectra Ensemble – Belgian Contemporary Chamber Music – Vox Temporis CD 92 026
Gilberto Mendes – Chamber Music – Vox Temporis CD 92 030 (verdeeld door René Gailly International Productions)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.