« Heureux in Le Roeulx… » Dit zinnetje zal later op de dag door mijn hoofd spelen als ik in de wagen van de burgemeester doorheen het landelijke Le Roeulx word geloodst, maar deze morgen is het nog ver uit mijn gedachten verbannen. De wekker is immers nog vroeger dan gewoonlijk afgelopen en ik bén al geen matinaal type. Een kop hete koffie in mijn vertrouwd café nabij het Gentse Sint-Pietersstation wil wel eens helpen, maar dat zit er nu ook niet in want samen met fotograaf Jo Clauwaert heb ik een timing « à la minute » opgemaakt. Mijn gezel een beetje kennende houd ik trouwens mijn hart vast als ik met twee treden tegelijk het perron op hol. Maar jawel hoor, flink gewassen en geschoren staat hij er reeds te blinken.

Onze eerste treinreis brengt ons naar Brussel. Daar moeten we helemaal niet zijn, maar begin er maar aan, zonder wagen naar Le Roeulx ! Misschien dat ik mijn rij-examinator toch maar beter niet had omver gereden… In Brussel hebben we nog ruim de tijd om de trein naar Bergen te halen. Dus toch nog een ontbijt op de valreep. En dan met het boemeltreintje naar Mons. Met het boemeltreintje, jawel, want ergens in de buurt van Soignies worden we opgewacht door mijnheer de burgemeester van Le Roeulx himself.
Toeristische streek
« Sinds wanneer trekken r.v.-redacteurs met burgemeesters rond ? » zult u zich afvragen. Goede vraag trouwens. Het antwoord zal u verbazen. De burgemeester van Le Roeulx is immers communist. Hij luistert naar de naam van Marcel Couteau en die naam zal de partijleden onder onze lezers wel bekend in de oren klinken. Deze nog jong ogende vijftiger is immers nationaal secretaris van de KPB en in betere tijden (voor de partij dan) ooit nog volksvertegenwoordiger. Ook in vakbondsmiddens geniet hij een grote reputatie (later op de namiddag zal hij fier over de heldendaden in ’60-’61 spreken), maar dat blijft misschien meer beperkt tot de Waalse kringen.
Hoe dan ook, als hij die morgen een opgeschoten knaap uit zijn wagen laat, vooraleer ons erin te noden, doet hij ons wel aan de beroemdste communistische burgemeester denken — Peppone, jawel — maar dan enkel aan diens sentimentele kant. De strijdbaarheid is op deze zomerochtend een tijdje opgeborgen. Maar niet voor lang natuurlijk, niet voor lang. Alleen voor vandaag.
Was dat soms Couteau jr. ? Onze eerste vraag ligt uiteraard voor de hand. Neen, het was een lifter die overigens een soort van vaste passagier van de burgemeester blijkt te zijn. Taxistop als het ware.
Over matinale types gesproken, Marcel Couteau is er wél één. Terwijl wij immers de slaap nog uit onze ogen wrijven, is hij reeds op de « service des travaux » gepasseerd. Keskeseksa ?
M.C.: De regie hé, om de planning voor vandaag op te maken. Dat was om zeven uur vanochtend. Om 7.45 u ben ik dan op het gemeentehuis langsgelopen om de post op te halen en met de gemeentesecretaris bepaalde afspraken te maken. En nu ben ik opnieuw daarheen op weg om wat brieven te beantwoorden, overleg te plegen en vooral mensen te ontvangen die daarom verzoeken. U zal zien, dat is voor de meest uiteenlopende zaken. En deze namiddag staat er een vergadering op het programma alweer in verband met werken, namelijk het vergroten van het rusthuis.
— U bent geen geboren Rhodien ? (Een Rhodien is, u had het al geraden, een inwoner van Le Roeulx.)
M.C. :
Nee, ik woon hier zo’n 23 jaar. Maar ik ben wel in de streek geboren. Ik ben van La Louvière. En wees gerust, ze kennen me hier goed. Dat gaat zelfs van vader op zoon. Mijn vader was de hoofddélégé van een fabriek hier in de nabijheid, Germain-Anglo, een fabriek die de geschiedenis is ingegaan als de eerste in België die door de arbeiders, werd bezet.
— Le Roeulx is — hoe kan het ook anders — gefusioneerd (met Mignault, Gottignies, Ville-sur-Haine en Thieu om precies te zijn). Geen problemen ?
M.C.:
Nee, het waren in feite vijf hele kleine gemeenten (samen zo’n 4.000 inwoners, red.), zodat een fusie wel voor de hand lag.
— We passeren tal van toeristische borden. Is het toerisme een bron van inkomsten ?
M.C.:
Nee, wij hebben wel een kasteel dat de moeite waard is om te bekijken, maar voorlopig is er geen infrastructuur uitgebouwd om een echte toeristische toeloop op te vangen. Trouwens, aangezien we hier in een sowieso toeristisch gebied zitten (het hellend vlak van Ronquières is vlakbij, red.), zijn er in de onmiddellijke nabijheid genoeg hotels en restaurants beschikbaar.
De feeling van een burgervader
Ondertussen zijn we bij het gemeentehuis aangekomen. Vooraleer we naar binnen gaan wijst de burgemeester ons de kleine huisjes aan die eraan grenzen. Op een fijnzinnige manier die de eigenheid van ieder huisje respecteert, worden ze heropgeknapt om een aantal gemeentelijke diensten te herbergen. Elk in één huisje. Het is dus niet zoals in de film « Help » van The Beatles, waarbij de Fab Four ogenschijnlijk vier eenvoudige arbeiderswoningen betrekken, maar ééns dat de deuren worden geopend blijken alle muren doorbroken en bevinden ze zich in een immense ruimte.
M.C.: Voor de mensen is het beter dat er een zekere centralisatie is. Als ze op de dienst bevolking moeten zijn, of op het secretariaat of bij mij dan is het best dat ze niet te veel van her naar der moeten lopen. Een aangezien het gemeentehuis zelf te klein is…
Nadien op het gemeentehuis zijn we inderdaad getuige van een défilé van de meest uiteenlopende personages, zoals de burgemeester het ons had voorspeld. Een vrouw komt om een wettiging van haar handtekening vragen, bang speurend in de richting van die twee snoeshanen die in het kabinet van de burgemeester hebben postgevat achter twee schuimende exemplaren van het plaatselijke abdijbier Saint-Feuillien. Een bakker komt vragen of hij een muurtje wat hoger mag optrekken omdat hij er zijn garage wil bouwen. Dat zal ik vanavond aan de gemeenteraad voorleggen, antwoordt de burgervader en voegt er sussend aan toe dat het wel in orde zal komen. En dan is er een sociaal assistente. Marcel Couteau had er ons reeds voor gewaarschuwd. Nee, niet voor de assistente zelf natuurlijk, maar voor het feit dat we ons dan even zouden moeten verwijderen. Vrij logisch, want hier worden toch wel intieme zaken besproken. Er werd hem namelijk gesignaleerd dat iemand in de gemeente er financieel vrij erbarmelijk aan toe was, maar te trots om zelf om steun te komen vragen bij het OCMW. Daarom werd de sociaal assistente er discreet op af gestuurd. En nu komt ze verslag uitbrengen.
Wij dus buiten, midden een troep G.I.’s die ons wantrouwig aangapen. G.I.’s ? Wat hebben die hier te zoeken ? Het blijkt dat het NAVO-kamp van Casteau maar een boogscheut ver ligt.
Terug binnen vertelt Marcel Couteau ons dat men voor deze job heel wat menselijke feeling nodig heeft. Dat men tegemoetkomend moet zijn, maar soms ook onwrikbaar. Anders lopen ze gewoon over je heen, aldus onze gesprekspartner, die eraan toevoegt dat hij heel wat heeft geleerd uit zijn syndicale verleden.
— Wat ik wel uit het « défilé » meen te mogen afleiden dat is dat de bevolking veroudert ?
M.C. :
Er is nu een zekere stagnatie ingetreden, maar dat is ongetwijfeld het geval geweest wegens het wegvallen van eigen industrie. De meeste mensen zijn nu op pendelen aangewezen.
— Wordt er iets gedaan om de jongeren aan de gemeente te binden ?
M.C. :
We zijn nu een huis in orde aan het brengen, dat zou moeten functioneren als een soort van jeugdclub. Een jeugdclub zonder een bepaalde politieke of filosofische strekking natuurlijk. Ook zullen we binnen afzienbare tijd voor een cultureel animatieprogramma zorgen. Het grote probleem is echter dat er een gebrek is aan adequate lokalen. Neem nu dat jeugdhuis. Binnenkort is het hier carnaval (blijf rustig zitten, ondertussen is dat al achter de rug, red.) en de jongeren willen ter gelegenheid daarvan reeds iets doen in hun club. Voor ons niet gelaten natuurlijk, maar eigenlijk is dat lokaal nog niet helemaal in orde wat de brandveiligheid betreft. Ik zal trouwens straks telefonisch contact opnemen met de brandweer van La Louvière om een inspectie te komen uitvoeren, want als burgemeester moet je daarvoor je verantwoordelijkheid opnemen.
Die verbouwingswerken worden opgeknapt door jonge werklozen. De gemeente zorgt voor het materiaal en zij kunnen zich bekwamen in hun diverse jobs, of het nu schrijnwerkerij, metselarij of elektriciteit is.
72Naar het klooster
Gaat het niet zo briljant met onze partij, dan is er elders soms nog meer kommer en kwel. De kloosters b.v. In dat van Le Roeulx zit nog één non en die breekt dan verdorie nog haar been vlak voor uw onvervaard reportageteam arriveert om een foto te nemen van communistisch burgemeester-met-non. Een beeld van de vreedzame coëxistentie die er heerst in Le Roeulx. Het klooster is een bejaardentehuis geworden en de gemeente, ja de burgemeester zelf, heeft er persoonlijk een ferme poot in huis. Met een zekere trots troont Marcel Couteau ons dan ook mee naar het gerestaureerde « maison de retraite St-Jacques ».
De vrouwtjes drukken voor de fotograaf (en misschien ook wel op onbewaakte momenten) vol ontzag de hand van de burgervader op bezoek. Maar bij de mannen begroet er ons één in onvervalst Oost-Vlaams. Binnen de kortst mogelijke tijd vertelt hij ons een paar schuine moppen over « the battle of the sexes » in dit tehuis.
— Hoe ben jij hier in godsnaam terechtgekomen ?
« Ik ben eigenlijk van Eernegem, maar ik ben naar hier gekomen voor mijn vrouw, meneer. 35 jaar heb ik in de mijn gewerkt en dan is ze gestorven. Ik was alleen, werd ziek, en de dokter heeft mij hier naartoe gezonden. »
— ’t Is hier goed, hé ?
« Bah ja, ’t is hier goed. Ge zijt hier libre en alles. Il ne me manque qu’une chose, une femme. »
— Kunt u daar niet voor zorgen, mijnheer de burgemeester ?
« Zeg, ’t is serieus hé, » zegt onze vriend als we allen in lachen uitbarsten.
Buiten staan we op een stevig ijzeren bouwwerk vanwaar een trap vertrekt die naar de tuin leidt. Normaal kost dat zo’n driehonderd duizend frank, zegt de burgemeester. Maar dit is mijn job. En daarom heb ik het maar eigenhandig gemaakt, met een paar vrienden tijdens enkele vrije zaterdagen. Sobotniks, voegt hij er lachend aan toe. Hij is zichtbaar fier, en terecht.
In de tuin komen we bij de rozen terecht. Elk jaar heeft er een internationale wedstrijd plaats voor nieuwe rozen, met een uitstraling tot ver over onze grenzen. In de maand september worden de prijzen uitgereikt. Op het ogenblik van ons bezoek staan de meeste rozen echter nog in de knop.
Politiek tussen de soep en de patatten
Van de ene tuin naar de andere. Het is ondertussen middag geworden en we worden aan tafel verwacht bij de burgemeester thuis. In afwachting dat vrouw en dochter de twee bezoekers met plaatselijke lekkernijen zullen verwennen (de kersverse schoonzoon heeft voor een uitstekende paté van eigen fabrikaat gezorgd), wordt er in de tuin wat over politiek gepraat. Want geef toe, een communistisch burgemeester en dan nog voor een landelijke gemeente, het is toch geen alledaags feit ?
M.C.: Het grootste gedeelte van de gemeente is landbouwgebied inderdaad, maar Thieu is toch meer industrieel, zij het dat de fabriek waar men materiaal van de steenkoolnijverheid vervaardigde daar nu verdwenen is.
— Oh ja, de deelgemeente waar een ander partijlid Elie Hoyas reeds in 1970 burgemeester was. Elie Hoyas haalde trouwens in 1982 nog een kwart van de stemmen. Daarom misschien wel een vervelende, maar toch voor de hand liggende vraag : waarom werd hij geen burgemeester ?
M.C. :
Wegens zijn hoge leeftijd had Elie reeds te kennen gegeven dat hij zeker geen volledige legislatuur zou uitdoen. Dat zou maximum een jaar of zelfs een half jaar geweest zijn. Op de koop toe werd er met onze coalitiepartners van Gemeentebelangen overeengekomen om elk drie jaar het burgemeesterschap waar te nemen, wat op zichzelf al heel kort is om bepaalde veranderingen te kunnen doorvoeren, u begrijpt dat dit nog niet eens kon worden opgesplitst.
— Ja, die coalitiepartners, dat is ook een heel verhaal. U bent immers niet op een KP-lijst verkozen, maar op een lijst van de UDP (Union Démocratique et Progressiste) ?
M.C.:
Ja, we hebben met 33 % van de stemmen zes verkozenen gehaald. Die UDP bestaat uit progressieve christenen, onafhankelijke socialisten, partijlozen en communisten. De voorgeschiedenis ervan gaat terug tot in 1964. Toen zijn we weliswaar met een aparte KP-lijst opgekomen, maar dan alleen omdat de PS geweigerd had communisten op hun lijst te nemen. Toen zij bij die verkiezingen een grote afstraffing kregen (slechts één verkozene tegenover acht voor de christelijk geïnspireerde Gemeentebelangen) hebben wij besloten het terrein te bezetten dat zij blijkbaar niet konden bestrijken. Zo hebben we ons o.a. als ecologisten avant-la-lettre ontpopt. PS’ers die ontgoocheld waren over de houding en de werking van hun partij kwamen zich al vlug bij onze rangen voegen, zodanig dat we in 1970 aan de gemeenteraadsverkiezingen deelnamen onder de benaming « Alliance Démocratique ». Resultaat : twee verkozenen waaronder ikzelf. De meerderheid maakte ons op een autoritaire manier het oppositie voeren erg moeilijk, maar toch hebben we permanent de bevolking geïnformeerd en ze uitgenodigd om de gemeenteraden te komen bijwonen om zelf vast te stellen op welke ondemocratische manier er werd gewerkt.
Dit heeft z’n vruchten afgeworpen na de fusie in 1976 toen wij (nu onder de benaming UDP) vijf verkozenen hebben behaald, evenveel als de PS waarmee we samen een nieuwe meerderheid vormden. Die eenheid was tot stand gekomen onder druk van de PS-basis, maar de vertegenwoordigers hebben zich nooit loyaal tegenover ons gedragen, integendeel meestal voerden ze een regelrechte oppositie tegen onze voorstellen. Zodanig dat naar de verkiezingen van ’82 toe het al duidelijk was dat we meer te vrezen hadden van de aanvallen van onze zogenaamde bondgenoten als van de eigenlijke oppositie, zijnde Gemeentebelangen. De bevolking liet zich echter geen rad voor de ogen draaien en de UDP boekte alweer stemmen- en zetelwinst (zes).
Een nieuwe coalitie drong zich op, temeer daar de huidige groep die onder de benaming Gemeentebelangen opkomt, zeker niet meer te vergelijken is met die welke vroeger de meerderheid uitmaakte. Bovendien kunnen we hier ter plaatse het merkwaardige feit vaststellen dat de PS wordt gesteund door een bepaalde hogere burgerij. Daarenboven wenste de PS geen compromis over het burgemeesterschap ondanks onze uitstekende elektorale uitslag, die toch als een weerspiegeling van de wil van de bevolking mag gelden. Het gevolg was dat we met Gemeentebelangen het compromis hebben uitgewerkt dat u reeds kent. Het was weliswaar een mariage de raison, maar niets belet dat het in de dagelijkse praktijk ook een mariage d’amour kan worden. Alleszins is het nu veel makkelijker werken dan destijds met de PS. Natuurlijk zijn er af en toe geschilpunten, maar er zijn toch veel meer punten van overeenkomst.
Een punt van overeenkomst is op dit moment dat we alle drie vergaan van de honger. Als de vrouwen ons dan ook wenken om aan tafel te gaan, worden alle geschilpunten opgeborgen en de benen gestrekt.
Een cultuur die niet mag verloren gaan
Na het middagmaal gaan we een kijkje nemen naar de werken die van Le Roeulx in de toekomst wellicht één van de drukst bezochte plekken in België zullen maken. In het « canal du centre » wordt immers de grootste schepenlift in Europa gebouwd. De schepen zullen niet minder dan 73 m hoog worden verplaatst ! De nieuwe lift vervangt dan ook zeven bestaande sluizen en liften op dit traject. Het kanaal werd daarvoor van richting veranderd en de mensen die hiervoor weg moesten zijn meestal niet ergens anders in het dorp gaan wonen, maar zijn weggetrokken. Het oude kanaal wordt dan eigenlijk onbruikbaar maar een actiecomité heeft ervoor gezorgd dat het toch een toeristisch aantrekkingspunt kan blijven voor plezierbootjes e.d.
Terug op weg naar het klooster (voor de vergadering weet je nog) bemerk ik tal van reusachtige kruisbeelden. Deze streek blijkt aanmerkelijk religieuzer aangelegd dan de rest van Wallonië. Misschien heeft dit te maken met de ontstaansgeschiedenis. Al hebben archeologische opgravingen aangetoond dat Le Roeulx reeds werd bewoond vanaf het paleolitische tijdvak (men kan er o.a. een menhir bewonderen), dan kan men toch pas echt van een « dorp » spreken vanaf de 11de eeuw toen er een agglomeratie ontstond op een stuk roofland (vandaar de naam, die dus van Germaanse oorsprong is) in het « Kolenwoud », nabij een heiligdom ter ere van Sint-Feuillaan, de Ierse missionaris die er in 655 de marteldood stierf. Het bloed van deze martelaar is ook hier dus de aanleiding geweest voor het gelijknamige bier. Over de doden niets dan goeds…
Deze abdij is niet diegene die ondertussen tot rusthuis werd omgevormd (want die is toegewijd aan de heilige Jacob als u het zich nog herinnert), er resten enkel nog wat sporen van in het kasteelpark want in 1797 werd ze door de Fransen verwoest. Ook de abdij van St-Jacques is erg oud en oorspronkelijk deed ze voornamelijk dienst als stopplaats voor bedevaarders. Maar zoals gezegd, de religiositeit is ook niet meer wat ze is geweest en als we op weg naar de vergadering op het « oksaal » passeren waar langs de wanden houten banken zijn gesculpteerd waarin vroeger de nonnen plaatsnamen, mompelt burgemeester Couteau : « Hier vergaderde vroeger het Centraal Comité ». Een opmerking die natuurlijk onverbiddelijk op de lachspieren werkt, maar anderzijds is het toch een teken aan de wand (zeg dat wel !) dat een belangrijk aspect van onze cultuur aan het vergaan is. Het is zelfs enigszins ironisch dat het precies een communistisch burgemeester moet zijn die de religieuze kunst voor een totaal verval moet behoeden. Hij toont ons de vroegere slaapkamers van de nonnetjes waar nu allerlei schilderijen en andere voorwerpen liggen opgeslagen. Op het kitscherige af meestal, maar de mensen die het destijds hebben vervaardigd waren bezield door een ideaal en daar moet men respect voor opbrengen, meent de burgemeester. En of hij gelijk heeft.
De vergadering in kwestie heeft daarmee trouwens onrechtstreeks te maken. Men wil immers nog bepaalde delen van het klooster aanpassen aan de normen om er bejaarden te logeren. Deze uitbreiding is wel noodzakelijk om de financiële kloof te overbruggen. Het rusthuis kost de gemeente immers vijf miljoen en heeft zelf maar drie miljoen inkomsten. Toch gebeurt de aanpassing volledig in de geest van het oude klooster, een grote deur voor de brandbeveiliging uitgezonderd, maar dit was nu eenmaal noodzakelijk.
10 le roeulxGeen afscheid, maar tot weerziens
Tot slot neemt de burgemeester ons mee naar een waarachtige prins. Geen sprookjesprins, maar wel een kolossaal grootgrondbezitter en één van de voornaamste aandeelhouders in de immobiliënsector in België, de prins van Croy.
Moet ik « mijnheer de prins » zeggen of « uwe hoogheid » of gewoon « kameraad » ?” informeer ik voor alle veiligheid vooraf.
De burgemeester haalt de schouders op. « Ik hoop dat we hem niet tegen het lijf lopen ». Zoveel is duidelijk. Mijnheer de Prins mag dan nog proberen de socialisten op te vrijen, bij de communisten vangt hij bot.
Het kasteel, waarvan de fundamenten teruggaan tot in de twaalfde eeuw, hoorde oorspronkelijk toe aan de familie van Le Roeulx. Nadien was het voor meer dan een eeuw in het bezit van de graven van Henegouwen, maar reeds in 1432 werd het overgedragen aan Antoon van Croy, wiens familie het dus sindsdien onafgebroken heeft bewoond, een kleine periode onder de Franse bezetting niet te na gesproken. In z’n huidige vorm dateert het kasteel voornamelijk van de 18de eeuw.
We lopen door het prachtige park dat weliswaar openstaat voor de bevolking, maar toch privé-bezit blijft als erfenis van een feodaal verleden. Op de koop toe draagt de belastingbetaler het zijne bij voor de onderhoud ervan. We worden er stil van en ongetwijfeld heeft ieder hierover z’n eigen mening.
Misschien is het ook de loomheid onder de hete zomerzon die ons minder spraakzaam maakt, maar op de weg naar het station naar Soignies leveren we ons over aan onze mijmeringen. In afwachting dat een trein ons weer richting Brussel brengt, drinken we nog een frisse pint in een café dat alweer door Vlamingen blijkt te worden uitgebaat. We danken de burgemeester voor de ontvangst, wensen hem en zijn hele ploeg nog veel geluk in de lopende ambtstermijn en geven Le Roeulx rendez-vous op de RTBF op 3 september e.k., wanneer de uitzending « En Wallonie, en couleurs » eraan gewijd zal zijn. Op de radio is dit de hele dag door, op de televisie enkel ’s avonds vlak voor de eerste nieuwsuitzending. Bent u op post ?
Naschrift (dat uiteraard niet in De Rode Vaan is verschenen)
Ik wil bij dit artikel toch nog een paar kanttekeningen maken. Eerst en vooral is het spijtig dat ik de voorpagina van die Rode Vaan niet meer heb. De burgemeester poseerde daarop fier in zijn kantoor voor fotograaf Jo. Nu was Jo (en is nog altijd) weliswaar een verlate hippie met haar van een halve meter lengte, maar hij vond het toch niet kunnen dat de burgemeester geen das droeg. En dus tekende hij die er zelf bij. Goed gedaan overigens, ik denk niet dat iemand het heeft opgemerkt, maar als je het wist, werkte het wel op de lachspieren.
Wie bijvoorbeeld het inderdaad wist en dus daarop had kunnen reageren, dat was burgemeester Couteau zelf. Maar van hem hebben we niks meer gehoord. Dat is trouwens het tweede dat ik wou opmerken. Vaak kreeg ik na een dergelijk artikel een bedanking van het “onderwerp” van de reportage (het bekendste voorbeeld is wellicht dat van de Esperantisten). Nu is dit weliswaar geen regel en het zou dus ook geen maatstaf mogen zijn, maar toch vind ik het typisch dat ik er in dit geval kon naar fluiten. Ik had het m.a.w. ook niet verwacht. Alleen ben ik er nog niet uit of dit nu was omdat het een communist was of omdat het een Waal was. Mmm… ik gok toch op het eerste.

Referentie
Ronny De Schepper, Le Roeulx, waar communisten thuis zijn, De Rode Vaan nr.33 van 11 augustus 1983

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s