Op de kaft van de schitterende catalogus (de schilderijen zijn er mooier in afgebeeld dan in werkelijkheid, ze hebben immers stilaan een patina gekregen en zijn ook in vreselijk barokke kaders ingelijst) van de tentoonstelling van Hongaarse schilderkunst in het Museum voor Schone Kunsten in Gent, staat “Paarden op de poesta” afgebeeld van Karoly Lotz, wat nog een voorbeeld van romantisme is. Dat thema van de oneindige vlakte keert nog een aantal keren terug, maar dat komt ook omdat de Hollandse opdrachtgever vooral de overeenkomst met “de lage landen bij de zee” wilde onderlijnen en daarom vroeg om geen schilderijen op te nemen van bergen (alhoewel die ook in Hongarije te vinden zijn).

Het schilderij op de folder (“Tuiniers” van Karoly Ferenczy) is dan weer een voorbeeld van naturalisme, want eigenlijk concentreert de tentoonstelling zich op de periode van het Hongaarse realisme en impressionisme, die echter volgens Anna Szinyei Merse van de Hongaarse Nationale Galerie zich niet als zodanig manifesteren in het Hongarije van vorige eeuw. Zij spreekt liever van “openlucht-schilderen” en geeft als voorbeeld haar overgrootvader Pal Szinyei Merse (1845-1920) die zijn “Weiland met klaprozen” schilderde in 1896, twee jaar voor hij in Parijs kennismaakte met de Franse impressionisten (bovenstaande foto). Het stoort haar dan ook ontzettend dat hij als een kopie van deze laatste wordt afgeschilderd. Ook de bekende Hongaarse schilder Laszlo Paal schakelt zich in in de School van Barbizon.
Romantiek vinden we daarentegen terug bij Mihaly Munkaczy, wellicht de meest bekende Hongaarse schilder, maar hier breekt toch reeds het realisme door in de zin van sociale commentaar, het socialisme kondigt zich immers reeds aan, zoals we dat in eigen land bij Meunier konden vaststellen b.v. Munkaczy van zijn kant zal zoals zovele kunstenaars op een bepaald moment Parijs opzoeken, maar ook hij weigert in contact te komen met de impressionisten, alhoewel men uit zijn “Stoffige weg” (1874) wel impressionistische trekjes zou kunnen afleiden.
Al kan dat sociale engagement zich ook op andere manieren tonen. Zo was Simon Hollosy zowat zijn hele leven lang geobsedeerd door de Rakoczi-mars, niet te verwarren met de Radetzky-mars, die politiek gezien zowat het tegendeel is van deze revolutionaire beweging uit 1848 (al bestaat er ook een muzikale Rakoczi-mars, eigenlijk een volksmelodie, maar ook een deel van de “La damnation de Faust” van Berlioz), die Hongarije (ook cultureel) losweekte van de Oostenrijkse overheersing, een strijd die te vergelijken is met die van de Vlaamse Beweging. Uiteindelijk is de plastische weergave van deze mars dan ook een voorbeeld van symbolisme geworden.
Jozsef Koszta is een Hongaarse kunstenaar die met zijn schilderijen in tegenlicht reeds het expressionisme aankondigt, waarna de weg openligt voor de avant-garde.

Referentie
Ronny De Schepper, Hongaarse schilderkunst in Museum voor Schone Kunsten, Het Laatste Nieuws 12 juli 1995

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s