Kameropera Transparant

Kameropera Transparant is in 1987 ontstaan uit de hervormde Vlaamse Kameropera uit Antwerpen. Tussen 1990 en 1996 heb ik een paar nota’s over hun producties bijgehouden.

L’OCA DEL CAIRO (1990)
“L’Oca del Cairo” van Mozart bestaat eigenlijk enkel uit een paar fragmenten. Transparant heeft daar een andere onvolledige opera, namelijk “Lo Sposo Deluso” aan toegevoegd. Om die twee aan elkaar te praten, wordt een regisseur ten tonele gevoerd die een theaterdirectrice tracht te overhalen het experiment te wagen. Op de Duitse televisie nam regisseur Eddy Habbema zelf die rol voor zijn rekening, terwijl zijn zus (?) Cox de rol van de directrice waarnam. De opname van de opera zelf had plaats in het Brusselse Parktheater en het koor was van de Vlaamse Opera en ook de opname was van de BRT.
THE PHOTOGRAPHER (Philip Glass, 1991)
THE MAN WHO MISTOOK HIS WIFE FOR A HAT (Michael Nyman, 1991)

Een opera over mentale blindheid als gevolg van de ziekte van Alzheimer.
LE PAUVRE MATELOT (1991)
Samen met drie “opéra minutes” werd dit werk van Darius Milhaud uitgevoerd. Anti-opera uit de jaren twintig.
L’APE MUSICALE (1991)
Een pasticcio van Lorenzo da Ponte met muziek van Salieri, Mozart, Cimarosa, Paisiello en vele andere (in een latere Amerikaanse versie ook Rossini).
LO SPEZIALE
“Lo Speziale” (1768) van Joseph Haydn zagen we met een knap flexibel decor van Jan Verstraeten op dezelfde wijze opgevat als bij “L’Oca del Cairo”. Marc Schillemans bracht deze opera als een echte Commedia dell’Arte. Het is dan ook een libretto van Goldoni met Werner Vandenbussche als een soort Antwerpse harlekijn die de handeling verklaart op een komische manier. Dat maakt deze productie uiterst geschikt voor jonge mensen. Daarnaast is ze ook muzikaal interessant omdat in het derde bedrijf enkele aria’s ontbreken, maar die worden dan bij een onbekende componist gehaald.
ULRIKE, EEN ANTIEKE TRAGEDIE
Op een libretto van Leo Geerts schreef Raoul De Smet deze opera over de Baader-Meinhofgroep.
L’INGANNO FELICE
Bij “L’Inganno Felice” (“Het gelukkige bedrog”) van Rossini door Kameropera Transparant leidde Dirk Vermeulen het orkest en Harry Kümel leidde de spelers: Nienke Oostenrijk (Isabella), Yves Saelens (Bertrando), Henk Lauwers (Batone), Marc Claesen (Tarabotto) en John Dur (Ormondo). Stilaan is het procédé van het kameroperagezelschap Transparant bekend: jonge mensen een kans geven in een low-budget productie. Omdat humor relativerend werkt, zowel wat talent als wat geld betreft, geeft men dan ook de voorkeur aan komische werken, ook al is deze “Inganno” op papier allesbehalve grappig. Een man die louter op basis van geruchten zijn vrouw laat ombrengen door ze in een storm (natuurlijk!) in een bootje te stoppen, dat is niet bepaald lachen gieren brullen, ook niet als uiteindelijk blijkt dat die vrouw dat heeft overleefd en onder een andere naam (vandaar de titel) bij een mijnopzichter is ondergedoken. Harry Kümel gaat dan maar resoluut de slapstick-toer op (Henk Lauwers wordt meer tegen de grond geslagen dan dat hij op z’n benen staat b.v.), wat in het begin op theatraal gebied toch bepaalde verwachtingen wekt (muzikaal wordt het kamerorkest Transparant totaal overtroefd door geluidseffecten, dus dan weet je al dat dààrop alvast niet de nadruk ligt), maar dan al zijn een aantal technische mankementen reeds erg storend en die gaan daarna steeds de overhand nemen op de regievondsten, die steeds minder worden. Met als totale afgang het slot, waarbij gitarist Peter Pieters, die voor een toch wel erg sobere basso continuo moet instaan, ook even onhandig op de scène mag komen. Maar het is een jeugdwerk door jonge mensen en dat maakt het ondanks de verwaande uitspraken van Kümel toch wel een sympathieke productie, zij het niet van hetzelfde gehalte als “L’oca del Cairo” of “Lo Speziale”.
TRIPTIEK VAN EENZAAMHEID EN WAANZIN
Buiten deze Mozart-, Haydn– of Rossini-opera’s heeft Transparant echter ook altijd aandacht gehad voor het hedendaagse repertoire. Op 14 april 1994 brachten zij in de theaterzaal van Kunstencentrum Vooruit “Triptiek van Eenzaamheid en Waanzin”, eigenlijk de samenvoeging van drie korte werken van de Engelse componist Peter Maxwell Davis. Het laatste, “Miss Donnithorne’s Maggot” (al is het eigenlijk het eerste van de triptiek), vertelt het waar gebeurde verhaal van een oude dame die model stond voor Miss Havisham in “Great Expectations” van Charles Dickens. Ook hier geeft dus de eenzaamheid van de vrouw die vlak voor haar huwelijk in de steek wordt gelaten de hand aan de waanzin die eruit voortvloeit. Toch heeft de rol van de zangeres ook iets komisch. “Vesalii Icones” is dan weer een werk voor solodanser en klein ensemble, waarin de parallel wordt getrokken tussen de veertien statiën van de kruisweg en de anatomie-tekeningen van onze Leuvense Vesalius. De kruisiging staat zowel symbool voor de ultieme eenzaamheid als voor de waanzin van het menselijk lijden. “Eight songs for a mad king” tenslotte is een liedcyclus op tekst van Randolf Stow voor mannenstem en zes instrumenten over de waanzin van George III. De instrumentisten beelden trouwens de vogels uit die de hallucinerende koning wilde leren zingen, ze zijn dus mede-acteurs. Kortom, allemaal voorbeelden van de “communication breakdown”, een typisch thema uit de sixties, denk maar aan de “Marat/Sade” van Peter Weiss in een regie van Peter Brook. De regie is van Ian Burton, de assistent van Robert Carsen bij diens succesrijke Puccini-cyclus in de Vlaamse Opera, en de choreografie van Thierry Smits en Lucius Romeo-Fromm. Mireille Capelle en Henk Lauwers worden begeleid door het Prometheus Ensemble, gedirigeerd door Etienne Siebens. Het decor is ontworpen door Jan Thomaes, die vooral bekendheid verwierf als de ontwerper van het Belgische paviljoen op de wereldtentoonstelling in Sevilla. Deze eerste productie van de nieuwe artistieke directeur Guy Coolen werd gemaakt in opdracht van Vooruit.
FLAVIO
In januari 1995 viel de keuze van Transparant op “Flavio”, een komische opera van Georg Friedrich Händel. De titelrol wordt vertolkt door Thérèse Feighan, een vrouw, jawel, want bij de creatie was het de mezzo-castraat Gaetano Berenstadt. Het wisselen van geslachten was overigens heel normaal in de barok, waar de realiteit ondergeschikt was aan de artistieke noden. Dat blijkt ook uit de korte inhoud: Guido (contratenor Jonathan Peter Kenny, want bij de creatie was de castraat Senesino hiervoor voorzien, de grote rivaal van Farinelli, die andere castraat waarover Gérard Corbiau een film heeft gedraaid) is verliefd op Emilia (Deborah York) en zijn zus Teodata (Caroline De Vries, lid van het VLO-koor) op Vitige (ook weer een vrouw, dat was ook al zo bij Händel, Lynda Lee). Hun respectievelijke vaders (Ludwig Van Gijsegem als Ugone en Johan Uytterschaut als Lotario) krijgen het als raadsheren van de koning echter met elkaar aan de stok en het komt tot een handgemeen. Guido wil de geschonden eer wreken en vermoordt Emilia’s vader Lotario. Uiteindelijk moet koning Flavio, die nochtans zelf verliefd is op Teodata, voor verzoening zorgen. Toch strookt dit verhaal niet erg met onze opvattingen van humor, al wilde “Flavio” wel degelijk een soort parodie zijn op de zogenaamde “opera seria”, die Händel nochtans later zou beoefenen. Hier zoekt hij echter nog een beetje zijn weg en leunt hij aan bij een genre dat vooral bij zijn rivaal Bononcini veel succes kende. Voor het orkest heeft Transparant opnieuw een beroep gedaan op La Chapelle de Lorraine, dat vroeger al instond voor “Lo Speziale”, deze keer geleid door Etienne Siebens. De algehele leiding is in handen van James Conway, want de productie kwam tot stand in samenwerking met The Opera Theatre Company van Dublin, waarmee ook de volgende productie zal worden gebracht, namelijk “Zaïde” van Mozart.
LIEDEREN VAN SAMUEL BARBER (1995)
Maar eerst waren er nog de liederen van Samuel Barber op tekst van James Joyce onder de titel “Een leugen van schoonheid”. Centraal staat een vrouw die een verhaal doet over kilheid en onderdrukte passie, vertolkt door sopraan Anne Cambier. Haar tegenspelers zijn tenor Philip Defrancq en acteur Koen De Graeve. De regie is van artistiek directeur Guy Coolen himself en Reinout De Smet leidt vanaf de piano.
DIE WINTERREISE (1995)
Naar analogie met de liederen van Samuel Barber bracht Transparant nadien “Die Winterreise” van Schubert in een regie van Sabine Reifer.
THERE NEVER IS (1995)
Het seizoen wordt afgerond met een klein, nieuw Vlaams werk van Bart van Hecke op een libretto van Bruno Koninckx en in een coproductie met Vooruit.
ZAIDE (1996)
Nog niet zolang geleden bracht de Muntschouwburg “Zaide”, een onvoltooide opera van Mozart, in de bewerking van Berio, die niet door iedereen wordt gesmaakt. Kameropera Transparant is zijn traditie van sterk theatraal gericht gezelschap trouwgebleven en houdt het daarom enkel bij Mozart (dus zonder ouverture), terwijl regisseur Ian Burton enkele gesproken bindteksten (in het Duits) heeft bijgeschreven, ook soms ondersteund door muziek (zogenaamde melologo’s). Burton is in operamiddens vooral bekend door zijn samenwerking met Robert Carsen, de man achter de Puccini-cyclus in de Vlaamse Opera. Het orkest La Squadra wordt geleid door Etienne Siebens. Anne Cambier zingt de titelrol, die als blanke slavin zucht en kwijnt in de harem van sultan Soliman (John Bowen). De sultan wil net als in Mozarts bekendere Singspiel “Die Entführung aus dem Serail” zijn slavin niet met geweld onderwerpen, maar haar met liefde winnen. Zijn pogingen zijn echter vruchteloos want Zaide is verliefd op een andere slaaf, Gomatz (Yves Saelens). Ze proberen te ontsnappen maar worden gevat. De sultan zal echter net als Zarastro in “Die Zauberflöte” grootmoedig zijn en de twee toestaan te vertrekken. In de versie van Transparant is het wel allemaal veel bitterder en als het licht uitgaat, weerklinkt er nog een schot. Dit is totaal in strijd met de tekst, eender wie op wie mag schieten of wie zelfmoord zou plegen. Het einde verliep daardoor trouwens in de hoogste verwarring, want de vijf zangers komen daarna uitbundig groeten, maar zingen ook nog een vrolijk wijsje zodat het applaus verstomt, want de mensen denken terecht dat het nog niet gedaan is. Even later blijkt dat dan toch het geval te zijn, maar nu wordt er uiteraard niet meer geapplaudiseerd. Volgens Erna was dit laatste nummer bij Mozart eigenlijk het eerste, maar dan niet als quintet, maar als slavenkoor, slaafjes en slavinnetjes die er nog het beste van trachten te maken. Maar hoe dan ook, Transparant gaat duidelijk achteruit. De vindingrijke regies blijven achterwege en de (gedwongen?) coproductie met Ierland is het equivalent van een Europudding: het Duits van de Ieren was vreselijk slecht en ze zingen en acteren ook slechter dan de Vlamingen, so why bother?
INTIEME BRIEVEN (1996)
Liederen van Janacek op scène gezet door Guy Coolen.
PTOLEMEO
Opera van Haendel, gebracht in samenwerking met Il Fondamento en in een productie van Luk Callens, een free-lance hoboïst, man van Anne Cambier en vriend van Werner Claeys, met wie hij missen e.d. opluistert.

Referentie
Ronny De Schepper, Barokopera in de Vooruit, Het Laatste Nieuws 20 januari 1995

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s