Een stuk tussen twee stoelen

00Wat zijn de moeilijkste stukken om te schrijven ? Zeker niet die van Ionesco of Beckett, noch van Genet of Muller als u het mij vraagt, al zien die er op het eerste gezicht erg « moeilijk » uit. Neen, de meeste inspanning, de meeste omzichtigheid, het meeste inzicht is vereist als men een stuk wil schrijven voor kleuters (tussen 2 en 6 jaar). Het zijn dan ook uitzonderingen die er zich aan wagen.

Deze week zijn er echter twee producties tegelijk in première gegaan die deze uitdaging aangaan. Is het toeval dat de twee auteurs (Suzanne Lebeau en Liva Willems) vrouwen zijn ? Dat in de eerste eigen Beursschouwburg-productie ook nog twee vrouwen aan de oorsprong van het project liggen (Ingrid van Leeuwen als regisseur en Oda van Neygen als « producer ») ? Kortom, moeten we het als roldoorbrekend beschouwen dat bij Theater Poëzien de regie waargenomen wordt door Jan Leroy ?
Hoe dan ook, de tijdsspanne van twee tot zes jaar is op die snel evoluerende leeftijd uiteraard te ruim, vooral als men aan theater wil doen. De bekende pedagoog Kohnstamm wil de eigenlijke kleutertijd dan ook beperken tot 3 en 4 jaar, voorafgegaan door de peutertijd en gevolgd door de « speeltijd ». Alsof de benaming het zelf reeds in zich draagt, richten beide stukken die we te zien kregen zich vooral tot deze laatste leeftijd. Meer zelfs, men wil in de twee gevallen ook oudere kinderen bereiken (tot acht jaar of zelfs nog ouder).
Nu, alleszins in het geval van de Beursschouwburg, komt men daardoor in moeilijkheden. De Canadese Suzanne Lebeau heeft haar stuk « Een maan tussen twee huizen » immers wel degelijk voor « echte » kleuters (vanaf 3 jaar) geschreven. Dat wil dus zeggen dat het stuk zelf weinig om handen heeft. Er zit geen spannende story in of zoiets, wat oudere kinderen aan wie de Rambo- en Rocky-rage (zie blz.14) helaas ook niet voorbijgegaan is zou kunnen aanspreken. Neen, het stuk wil op een vrij eenvoudige manier een aantal angsten bij kleuters wegnemen, de angst om contacten te leggen, de angst voor huisdieren, de angst voor het donker, enz. Men kan deze echter niet wegnemen, als men ze eerst niet tastbaar maakt. Om te vermijden dat de balsem erger zou zijn dan de wonde, heeft Lebeau een knappe theatertruuk gebruikt : de twee acteurs (in de Beurs zijn het een jongen en een meisje, maar dat hoeft niet noodzakelijk) spelen het stuk eigenlijk in een « flashback » en telkens de angst de overhand begint te nemen, stappen ze « eruit », in het heden, om aan de kinderen duidelijk te maken : kijk, het is maar een spel, gisteren waren we echt bang, maar nu niet meer, want het is gebleken dat er geen reden toe is.
Nu heeft Ingrid van Leeuwen weliswaar dat procédé gehandhaafd, maar ze geeft de acteurs geen mogelijkheid om in te spelen op spontane (angst-)reacties bij het publiek. « Omdat zelfs kleuters moeten leren dat naar toneel gaan betekent stilzitten en aandachtig kijken en luisteren », heet het. Zo ziet u maar weer dat trends een steeds korter leven beschoren zijn, want amper een paar jaar geleden was de Beursschouwburg de gangmaker van het participatietheater… Bovendien richt van Leeuwen zich zoals gezegd op een iets ouder publiek, zodat de schrikeffecten (donder en bliksem, schaduwen, geluiden…) nog wat worden opgedreven. Het gevolg is natuurlijk dat de echte kleutertjes zitten te daveren van de schrik, terwijl wij er persoonlijk niet van overtuigd zijn dat de plot geschikt is om achtjarigen aan te spreken. Al weet je het natuurlijk nooit : een kind dat dweept met James Bond en Indiana Jones kan ook plezier beleven aan « Trois hommes et un couffin » hebben we proefondervindelijk vastgesteld.
Een stuk tussen twee stoelen dus, al kan men dit alvast niet de acteurs (Karen « Maria Danneels » Van Parijs en Raph « Sepke » Troch) ten kwade duiden. Zij stellen zich nog ter beschikking voor reisvoorstellingen tot 12 april (tel. 02/513.82.90).
Ook « De feen van Niks » van Theater Poëzien is beschikbaar voor reisvoorstellingen (091/25.28.08), maar dan zonder limietdatum. « De feen van Niks » is uiteraard gebaseerd op het bekroonde kinderboek (eerste lezertjes of voorleesboek, uitgegeven bij Infodok) van Liva Willems, maar de opvoering lijkt zich ook hier tot een iets ouder publiek te richten. Er zitten b.v. ook nogal wat schrikeffecten in (het bos), heel wat agressie (ter herinnering : de bosbewoners moeten eerst van die vreemde indringer, die feen, niets weten) en op het einde wordt zelfs bepaald slordig met een « dode » omgesprongen (de dode mol, volwassenen weten uiteraard dat het hier slechts een pop betreft, blijft oneerbiedig op het podium liggen, zelfs bij het groeten e.d.).
Anderzijds wordt er gedurende de hele voorstelling haast geen gebenedijd woord gesproken, wat alvast de fantasie van de kinderen aan het werk zet en we twijfelen er geen ogenblik aan dat die nog heel wat beter ontwikkeld is dan die van een volwassene. Zelfs wisten wij soms bij benadering niet welk dier werd uitgebeeld, maar kinderen zullen daar wel minder moeite mee hebben gehad. Of ze echter ook begrijpen waarom na de dood van de mol de vijandige houding overslaat op Hak (de wilde kat hier voorgesteld als een hagedis ?), daarvoor moet je het boek gelezen hebben, menen wij, op scène wordt dat niet duidelijk gemaakt. Bovendien is het natuurlijk zo dat als je onvoorbereid naar deze opvoering van Theater Poëzien (what’s in a name ?) gaat, je bij wijze van spreken nog steeds zit te wachten wanneer het stuk gaat beginnen, terwijl het reeds pauze blijkt te zijn.
Dat wil anderzijds niet zeggen dat wij niet genoten hebben van de visuele aanpak van Jan Leroy. Hij kreeg voor kostuums en decor een helpende hand van William Phlips en dan weet u meteen dat u schitterende verrassingen te wachten staan.
Ook hier trouwens alle lof voor de acteurs. Rita Baert, Ben Hemerijckx en Jos Van Geel kruipen in en uit de huid van zowat een tiental dieren alsof het niets is. Alleen fysiek reeds een prestatie, maar ze weten ze bovenop nog goed te typeren ook (met de wat achterlijke kikker als uitschieter, vind ik). Alleen begrijp ik niet goed waarom Leroy de feen als een soort van spastisch kind voorstelt. Een verkeerd begrepen opvatting van integratie ? Of een misplaatste grap ?

Referentie
Ronny De Schepper, Een stuk tussen twee stoelen, De Rode Vaan nr.12 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.