“Kruispunt” op de lappen

Meer nog dan faam en fortuin zijn literaire tijdschriften onderhevig aan de tand des tijds. Deze waarheid als een koe gaat evenwel niet op voor « Kruispunt », het tijdschrift dat in 1959 werd opgericht door Mark Braet en Georges van Acker en waarvan in de loop van dit jaar onder de voortvarende leiding van John Heuzel de honderdste aflevering van de persen rolt. In afwachting dat hij op dit jubileumnummer het glas mag heffen, kan de weetgierige lezer zich alvast verdiepen in het nummer 98, dat geheel aan de literatuur van de Lappen is gewijd.

Hoewel roeiend met meer dan bescheiden middelen, heeft « Kruispunt » zich niettemin verdienstelijk gemaakt te midden van ons al te vaak vrij grijze literaire landschap. Zo heeft het tijdschrift in beduidende mate bijgedragen tot de bekendmaking van auteurs als Nazim Hikmet, Jevgeni Jevtoesjenko en Pablo Neruda binnen het Nederlandse taalgebied. In 1982 bezorgde « Kruispunt » gedichten van Jaroslav Seifert (in een vertaling van Carlos Devriese, naast het origineel), en dit twee jaar vóór zijn bekroning met de Nobelprijs.
Opvallend veel aandacht trok « Kruispunt » met zijn themanummers zoals deze gewijd aan James Joyce (nr. 85), de hedendaagse IJslandse literatuur (nr. 89), de poëzie van de Zuid-Afrikaanse Tagtigers, en Zeeland.
Onmisbaar heeft « Kruispunt » zich gemaakt voor de liefhebber van Louis Paul Boon : niet alleen werd een belangrijk themanummer aan hem gewijd (nr. 91), maar in elk maart-nummer worden in enkele bijdragen telkens de verschillende facetten van deze steeds weer boeiende persoonlijkheid belicht. In juni 1984 publiceerde Frans-Jos Verdoodt bij « Kruispunt », een uitgebreide Boon¬bibliografie.
Andere speciale uitgaven zijn « Una grande nave bianca », een verzameling Nederlands/Italiaanse gedichten en het « Liber Amicorum » dat Mark Braet ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag werd aangeboden.
Tenslotte dient ook nog vermeld dat het tijdschrift in de loop der jaren een merkwaardige schare experten heeft weten aan te trekken : Jan Schepens over vergeten en onbekende auteurs, Hans Werner am Zehnhoff over Kurt Tucholsky, teams van het Groningse Instituut voor Skandinavistiek, Francis I. Laleman over indologie en recent nog prof. em. Hendrik Brugmans voor politiek-historische bijdragen.
In 1986 brengt « Kruispunt » opstellen over Boon, Piet van Aken, Joyce, Hindi-literatuur en enkele verrassingen. Maar buigen wij ons eerst nog even over het voorliggend nummer 98 en dus over de Lappen.
Mijn eerste kennismaking met Lapland en zijn Lappen geschiedde cia een stripverhaal van Marc Sleen uit de Nero-reeks, « De Gouden Vrouw »; veel meer dan het typische hoofddeksel en de voorkeur voor het eten van pap, heb ik er niet van onthouden. Het jeugdboek « Pavo, de Lap », als ik me niet vergis van Aster Berkhof, zette me weer een eind verder op weg. En mijn opleiding eindigde tenslotte met het liefdesverhaal tussen Mireille Cottenjé en Jef Geeraerts dat ze beiden neerschreven in respectievelijk « Eeuwige Zomer » en « Indian Summer ».
Maar nu is dankzij « Kruispunt » mijn kennis eindelijk compleet. Hier worden 142 bladzijden besteed aan de literatuur van de Lappen die men, dat weet ik ook nu pas, in feite de Samen hoort te noemen. Een bevolkingsgroep van 60.000 al dan niet rendierhoudende, voor ons haast mythische individuen, die leven in een gebied dat behoort aan Finland, Noorwegen, Zweden en de Sovjet-Unie. Maar het begrip Samen is veeleer cultureel dan geografisch bepaald. Toch blijft ook die omschrijving een probleem : de taal is samengesteld uit veel dialecten. Er is de laatste jaren via congressen, via het onderwijs, een duidelijk streven naar een culturele eigenheid op gang gebracht.
Daarin speelt ook de beperkte literatuur zijn eigen rol. Na enkele inleidingen maken we in dit nummer kennis met de boeiende facetten van de Samen-literatuur. Hun zeer lange mondelinge overlevering van mythen, sagen, sprookjes die pas in deze eeuw werden verzameld en op schrift gesteld. Maar ook prozafragmenten uit het oeuvre van de belangrijkste Samen-auteurs waaruit duidelijk de sociale, politieke en culturele bewustwording van deze verdrukte groep blijkt; tevens wordt via de uitstekende selectie ook een blik geboden op het dagelijks leven in dat sneeuwlandschap, aangevuld met talloze tekeningen van twee Samen-kunstenaars.
Vooral in de poëzie komt de confrontatie van de mens met de natuur, zoals die essentieel ingebouwd zit in het bestaan van dit volk, soms hard, soms ontroerend tot uiting.
Denk je, wanneer je dit nummer van « Kruispunt » in handen krijgt eerst « hoe verzinnen ze het », achteraf blijkt dat je hebt kennisgemaakt met een literatuur, met een cultuur, met een heel volk dat zijn eigenheid ondanks de diverse invloeden tracht te bewaren. Dit nummer is uitgegroeid tot een getuigenis.

Referentie
Johan de Belie, “Kruispunt” op de lappen, De Rode Vaan nr.12 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.