Om eerlijk te zijn, ik weet niet meer wat er uiteindelijk van de one-woman guerilla, die Mireille Cottenjé in het vooruitzicht stelde, gekomen is. Wat ik wel nog weet, is dat ze er voor De Rode Vaan een reisreportage over Peru en Bolivië heeft aan overgehouden, die gepubliceerd werd in het daarop volgende 1 mei-nummer. In het interview had ze nog verklaard dat ze aan haar talrijke reizen geen boek had overgehouden, omdat het haar niet interesseerde iets te schrijven wat een ander net zo goed in haar plaats kon doen. Neen, “al wat ik schrijf kan alleen door mij geschreven worden”, verklaarde ze met gepaste trots, vandaar dat “Het grote onrecht”, haar jeugdboek over de apartheidsproblematiek hierop een uitzondering vormde, aangezien de aanzet hiertoe een zeer persoonlijke gebeurtenis was (die evenwel niet in het boek voorkomt).

67 mireille cottenjéHet is dus wel erg merkwaardig dat precies op het moment dat “Het grote onrecht” opnieuw wordt uitgegeven in de reeks jeugdboeken van Manteau (met bitterheid stelt Cottenjé vast dat het boek na dertien jaar helaas nog altijd brandend actueel is), Mireille aan die Peru-reis toch een verhaal heeft overgehouden, “Zo’n zeer bijzondere zondag”, dat in dezelfde reeks is verschenen.
Het is inderdaad geen reisverhaal geworden (al heeft Cottenjé er natuurlijk handig een aantal eigen ervaringen ingeschoven die we reeds uit de reportage kenden, zoals de truuk met de vogelstront-shampoo, het paradijselijke eiland Amantani en het steeds lastig gevallen worden door warmbloedige Latino’s, “maar gelukkig ben ik daar nu te oud voor” zoals ze zelf stelde), maar een striemende aanklacht tegen het regime van “linkse” (?) militairen aan de hand van een waar gebeurd verhaal dat haar door haar vrienden-straatzangers (waarvan de foto in dat één mei-nummer is terug te vinden) aan de hand is gedaan.
Wat was er dan zo bijzonder aan die zondag 31 mei 1970? Dat Peru in zijn eerste deelname aan de finale van de wereldbeker voetbal Bulgarije met 2-0 versloeg? Oorspronkelijk wel, maar al te vlug wordt dit heuglijke feit overschaduwd door een grote ramp: bij een aardbeving wordt het stadje Yngay van de kaart geveegd. Door een toeval ontsnapt de tienjarige Enrique aan het noodlot dat z’n dertigduizend medeburgers, waaronder zijn hele familie, treft. Hij vindt een onderkomen bij een zekere Pepe, een wat zonderlinge flierefluiter die na een verblijf in een strafkamp zich zowat uit de maatschappij heeft teruggetrokken, al is zijn haat tegen “das Militär” er niet geringer op geworden. Samen trekken ze bijna heel Peru rond en beleven een boel avonturen, die vaak politiek of erotisch getint zijn.
Dit laatste is uiteraard merkwaardig in een jeugdboek, maar hier heeft Mireille Cottenjé de vitalist in haar niet kunnen onderdrukken. Immers, zoals de kleine Enrique uit verweer tegen zijn machteloze woede en verdriet naar zijn panfluit grijpt, zo draait de hele wereld van Pepe om dat andere instrument, waardoor ook Pamina uit haar evenwicht werd gebracht. Toch heeft Cottenjé haar doelgroep niet uit het oog verloren. Al heeft Pepe dus wel een tiental avontuurtjes verspreid over het hele boek, toch loopt hij om zo te zeggen nooit zo uitdrukkelijk met een erectie rond als Gaston van Camp in een ander jeugdboek in dezelfde reeks.
Het verhaal wordt zestien jaar later verteld door Enrique, net zoals Mireille het in ongepolijste vorm wellicht ook voor de eerste keer heeft gehoord. De warmte, de authenticiteit die hiervan uitgaat, wordt soms wel eens verstoord door het feit dat een tienjarig jongetje zich onmogelijk een aantal “filosofische” gesprekken (over politiek, over de vrouwen) uit die tijd kan herinneren, maar zoals Pepe zelf zegt (bladzijde 157): “Een kind! (…) Ja, dat is hij inderdaad. Op voorwaarde dat het in zijn kraam te pas komt. Maar als de grote-Jan-uithangen hem voordeliger uitkomt, wees gerust dat hij dan dàt ogenblik alles behalve een kind is!”
Dit boek is er dan ook voor een groter publiek dan alleen maar voor kinderen die eens de grote Jan willen uithangen: het is er ook voor grote Jannen die het kind in zich nog niet hebben verdrongen.

Referentie
Ronny De Schepper, De tover van de fluit, ook bij Mireille Cottenjé, De Rode Vaan nr.13 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s